Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/710377 / FA RK 25-8855
Beschikking van 28 juli 2026 over het ouderlijk gezag
in de zaak van:
[naam vrouw] , hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] , gemeente Nissewaard,
advocaat mr. A. Aksü te Rotterdam,
t e g e n
[naam man] , hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 19 november 2025;
het bericht met bijlagen van de vrouw van 11 juni 2026.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
2. De vaststaande feiten
Partijen zijn de ouders van de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] ;
De man heeft de minderjarige erkend.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 17 januari 2023 is bepaald dat de ouders het ouderlijk gezag over de minderjarige gezamenlijk uitoefenen. Daarbij is tevens een zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat de minderjarige eens per veertien dagen een volledig weekend bij de man zal verblijven, van zaterdag 09:00 uur tot zondag 19:00 uur, inclusief overnachting, met voorafgaand daaraan een opbouwfase van zes weken met omgang op zaterdag en zondag van 9:00 tot 19:00 uur.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3. De beoordeling
Gezag
De vrouw verzoekt te bepalen dat het gezag over de minderjarige alleen aan haar toekomt, naar de rechtbank begrijpt onder gelijktijdige wijziging van de onder 2.3. vermelde beschikking.
De man verweert zich niet tegen dit verzoek.
Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Het kind mag in beginsel niet klem of verloren raken tussen de ouders indien de ouders dat niet kunnen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer met zich dat er geen gezamenlijk gezag kan worden toegekend of dat gezamenlijk gezag niet in stand kan blijven.
Wijziging van omstandigheden
Het staat vast dat de zorgregeling zoals bepaald bij beschikking van 17 januari 2023 feitelijk nooit volledig is nageleefd. Sinds mei 2025 is er nauwelijks contact geweest tussen de man en de minderjarige. De man houdt zich onbereikbaar en neemt geen initiatief of verantwoordelijkheid in het uitoefenen van het gezamenlijk ouderschap. Door de situatie zoals hiervoor omschreven, is sprake van een wijziging van omstandigheden zoals vereist volgens voornoemd artikel.
Gezamenlijk of eenhoofdig gezag?
De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verzoek voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is, zoals overwogen onder 3.4., echter wel vereist dat partijen in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Gebleken is dat van dit alles geen sprake is. De man geeft al jaren feitelijk op geen enkele manier uitvoering aan zijn gezag en is voor de vrouw onbereikbaar. Het door de vrouw geschetste beeld van de man als ‘onbereikbaar’ wordt bevestigd door het feit dat de man niet verschenen is op de mondelinge behandeling en niets van zich heeft laten horen.
Gebleken is dat de vrouw door de wijziging van omstandigheden zoals beschreven in 3.5.
tegen praktische zaken aanloopt waarin zij de handtekening van de man nodig heeft maar hem niet kan bereiken. Door het uitblijven van tijdige toestemming van de man is de minderjarige onder meer vakanties misgelopen, konden medische afspraken slechts met vertraging plaatsvinden, en werd hulpverlening belemmerd. Zo heeft de vrouw voorafgaand aan de zomervakantie 2025 de man meermaals verzocht om de benodigde toestemming voor een geplande reis met de minderjarige en moest zij vanwege het uitblijven van een reactie een kort geding aanhangig maken en gaf de man op het laatste moment alsnog zijn toestemming. De raad acht het noodzakelijk de vrouw alleen met het gezag te belasten om de veiligheid van de minderjarige in de meest ruime zin van het woord te waarborgen. Gezamenlijk gezag maakt in dit geval een normaal leven voor de minderjarige onmogelijk. Kortom, uit de stukken en wat besproken is tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de vrouw door de afwezigheid en onbereikbaarheid van de man problemen ervaart (en zal gaan ervaren) in de uitoefening van haar gezag over de minderjarige. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Het gezamenlijk gezag zal daarom worden beëindigd. Omdat de vrouw de minderjarige verzorgt en opvoedt, zal zij voortaan met het gezag belast worden. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dus toewijzen. Dat betekent dat de vrouw voortaan alleen, zonder de man, beslissingen over de minderjarige kan nemen.
Omdat de minderjarige voortdurend denkt dat haar vader op vakantie is, een vakantie die nu dus al heel lang duurt in haar beleving, en zij op haar vader wacht, heeft de kinderrechter een brief geschreven aan de minderjarige om de moeder te helpen de situatie uit te leggen. De inhoud van die brief luidt als volgt.
Beste [minderjarige] ,
Kortgeleden heb ik jouw moeder ontmoet. Zij kwam bij mij om te praten over jou en jouw leven. Jij bent nog heel klein, over een paar dagen word je 6 jaar oud. Zo lang kinderen nog geen 18 jaar zijn, moeten ouders veel voor ze regelen. Je moet naar school, soms naar de dokter, de tandarts. Daar komt steeds meer bij: zwemles, sportclubjes, muziekles, scouting, dansen, ballet, turnen, de bibliotheek, de scouting – wat je maar leuk vindt. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zijn een moeder en een vader nodig om het te regelen. En wat denk je van vakanties? Ook daarvoor moet veel geregeld worden. Zo lang je nog kind bent, krijg je eigenlijk niet zoveel mee van al dat geregel. En dat is maar goed ook! Want daarom ben je kind. Grote mensen moeten het voor je regelen, totdat je dat heel veel later als je groot bent zelf kunt.
Soms kan er ook gezegd worden dat het beter is als één van de ouders het geregel op zich neemt. Dan hoeft de ander zich er niet mee te bemoeien. Dat doen we als het ouders niet lukt om samen te praten over wat er moet gebeuren. In jouw geval heb ik beslist dat jouw moeder de beslissingen over jou mag nemen. Dat maakt het allemaal veel makkelijker. Daar is een reden voor. Daar ga ik je iets over vertellen.
Jij weet waar pappa woont. Als jullie daar in de buurt zijn, dan zeg je: hier woont pappa. Jij denkt dat hij op vakantie is. De laatste keer dat je hem hebt gesproken, is al lang geleden. Toen was het inderdaad zo: hij was of ging op vakantie. Maar hij is niet al die tijd op vakantie. Hij is ook weer thuisgekomen.
Soms vinden vaders of moeders het moeilijk om er echt voor hun kind te zijn. Dat heeft niets met jou als kind te maken. Ik weet van jouw moeder dat jij een heel bijzonder en verschrikkelijk leuk kind bent van wie heel veel wordt gehouden. Jouw pappa houdt ook heel veel van jou, dat kan niet anders! Later zul je gaan zien dat er een verschil is tussen heel veel van iemand houden en er echt voor iemand kunnen zijn. Dat zijn twee verschillende dingen.
Vader of moeder zijn is een grote verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid betekent dat je heel erg goed op iemand past en dat je er bent om het meteen op te lossen als iets fout gaat. Mensen kunnen vader of moeder worden, maar dat betekent nog niet dat ze die verantwoordelijkheid ook aankunnen. Ik vind het verschrikkelijk belangrijk dat jij heel goed begrijpt dat dat iets anders is dan liefde – van iemand houden.
Jouw vader houdt heel veel van jou, maar de verantwoordelijkheid voor een jong kind als jij kan hij op dit moment niet goed aan. Daarvoor is hij te weinig aanwezig in jouw leven. Maar je bent wel in zijn hart, dat weet ik zeker.
Hij kan ook op andere manieren in jouw leven zijn. Met foto’s en verhalen die je moeder jou ook kan vertellen. Zij wil ook dat jij een goed beeld van je vader hebt. Jij kan haar altijd vragen om iets over hem te vertellen. Jouw moeder houdt ongelofelijk veel van jou en zij kan en wil de verantwoordelijkheid voor jou dragen. Je hebt een heel sterke en bijzondere moeder. Daar ben ik zo blij om.
Ik hoop dat ik je hiermee heb uitgelegd dat jij twee ouders hebt die van jou houden, ook al zijn ze heel verschillend.
Tot slot zeg ik natuurlijk: alvast van harte gefeliciteerd met je verjaardag!
Met hartelijke groeten,
de Kinderrechter
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 17 januari 2023 in die zin dat de vrouw wordt belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige;
bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Huizenga, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 28 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.