RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723905 / FA RK 26-6077
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de rechtbank
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt mee in de beoordeling:
het schriftelijke verzoek met bijlagen van de Raad van 24 juli 2026, ontvangen op dezelfde datum;
een aanvullende brief van de Raad van 27 juli 2026.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar ouders.
[minderjarige] is bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 27 januari 2025 per die datum onder toezicht gesteld van de GI tot 27 oktober 2025. De Raad heeft ingestemd met afsluiting van de maatregel.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt de moeder en de vader geheel te schorsen in de uitoefening van het gezag en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, (hierna: de GI) te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] , met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 1:268, eerste lid, sub a en b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een ouder geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen en een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij.
De rechtbank heeft de volgende informatie – kort samengevat – ontvangen. [minderjarige] wordt op [verjaardag minderjarige] 2026 achttien jaar. Zij heeft ernstige gezondheidsproblemen. De ouders weigeren volgens de Raad de volgens de richtlijnen gangbare behandeling en behandeladviezen. De ouders hebben een zeer beschermende opvoedstijl. Het lukt Yulius op 12 mei 2026 niet om [minderjarige] te spreken en te beoordelen, waardoor er al lange tijd geen zicht is op [minderjarige] . Ouders weigeren bezoek van de behandelend psychiater en verhinderen noodzakelijke medische zorg voor [minderjarige] . De Raad acht het op basis van alle informatie noodzakelijk dat [minderjarige] met spoed wordt opgenomen en beoordeeld in het Erasmus Medisch Centrum , zonder aanwezigheid en invloed van haar ouders. De Raad acht [minderjarige] op dit moment niet in staat om vanuit een redelijke waardering haar eigen belangen te behartigen.
[minderjarige] en de ouders hebben volgens de Raad een ander beeld over wat [minderjarige] nodig heeft, wat bekrachtigd wordt door een arts van [bedrijf] . Deze arts stelt dat de ouders zeer zorgzaam zijn en alles naar vermogen doen om [minderjarige] gezondheid te ondersteunen. Deze arts stelt dat hij/zij regelmatig en ook nog recent (16 juli 2026) contact met [minderjarige] heeft gehad. Volgens hem/haar kan [minderjarige] goed bepalen wat zij wel en niet wil. Zij wil psychisch geholpen worden, maar geen gedwongen opname of behandeling.
Ten tijde van het spoedverzoek op 24 juli 2026 verblijft [minderjarige] niet in Nederland. De vader heeft aan de Raad laten weten dat [minderjarige] bereid is zich maandag 27 juli 2026 te laten zien door een deskundige van Yulius. De psychiater en psycholoog van Yulius hebben [minderjarige] op 27 juli 2026, in het kader van een beoordeling voor een zorgmachtiging, buiten aanwezigheid van de ouders gezien en gesproken. De psychiater zal het verslag hiervan binnen enkele dagen naar de Officier van Justitie sturen. Het zal nog drie tot vier weken duren voordat er een zitting is, aldus de Raad.
De rechtbank is van oordeel, alles afwegende, dat niet aan het criterium van artikel 1:268, eerste lid, sub a en b BW is voldaan en zal het verzoek van de Raad afwijzen.
De rechtbank acht allereerst onvoldoende onderbouwd, gezien ook de visie van de arts van [bedrijf] , dat de bijna achttienjarige [minderjarige] niet in staat is tot een redelijke waardering van haar eigen belangen. Gezien haar leeftijd beslist zij in beginsel zelf over haar medische behandeling.
Ten tijde van het spoedverzoek op 24 juli 2026 had de Raad geen zicht op [minderjarige] . Inmiddels is dat zicht er wel, gezien het bezoek van de psychiater en psycholoog aan haar op 27 juli 2026.
Daarnaast heeft de rechtbank in voornoemde uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 27 januari 2025 onder meer overwogen dat het kader van een zorgmachtiging meer passend is in de situatie van [minderjarige] dan het kader van een machtiging tot uithuisplaatsing in een ziekenhuis (zoals die toen door de Raad was verzocht). Voor de psychiater, die [minderjarige] op 27 juli 2026 buiten aanwezigheid van de ouders heeft gezien, bestond blijkbaar geen grond om over te gaan tot een (crisis)maatregel. De Raad heeft onvoldoende onderbouwd op grond waarvan een ingrijpende kinderbeschermende maatregel waarbij [minderjarige] kort voor haar achttiende verjaardag van haar ouders wordt gescheiden noodzakelijk is, terwijl er geen noodzaak wordt gezien tot een (crisis)maatregel.
5. De beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: