RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 april 2026
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres,
verzoekster.
1. De procedure
Verzoekster heeft op 4 februari 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om vier schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting, op 23 maart 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
De beschermingsbewindvoerder heeft voorafgaand aan de zitting, op 30 en 31 maart 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
Ter zitting van 31 maart 2026 zijn verschenen en gehoord:
De beschermingsbewindvoerder heeft na aan de zitting, op 31 maart 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
De schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift twee preferente schuldeisers met twee vorderingen en twintig concurrente schuldeisers met vijfentwintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 25.765,71 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 5 juni 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 11,25% aan de preferente schuldeisers en 5,62% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft een brief van de gemeente overgelegd van 30 maart 2026 waaruit blijkt dat verzoekster is ontheven van haar sollicitatieplicht omdat verzoekster de zorg heeft voor een kind van onder de vijf jaar en omdat zij is aangemerkt als kind van een gedupeerde van de Toeslagenaffaire. Ter zitting is gebleken dat verzoekster via de gemeente de mogelijkheid heeft om een kappersopleiding te gaan volgen. Verzoekster is nog niet aan de opleiding gestart. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat het aangeboden akkoord voorziet in een regeling zonder afloscapaciteit, maar met uitdeling van vermogen. Er is een extra inleg gedaan omdat er spaarsaldo aanwezig was bij aanvang van de minnelijke regeling. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Achttien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van in totaal € 1.972,31 op verzoekster.
3. Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 7,8%. In totaal zijn er 25 schuldeisers. Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Het aangeboden akkoord voorziet in een schuldregeling zonder afloscapaciteit, maar uitdeling van vermogen gebaseerd op de huidige inkomsten uit hoofde van een Participatiewet-uitkering. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoekster heeft een brief van de gemeente van 30 maart 2026 overgelegd waarin staat dat zij zou zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht omdat zij de zorg draagt voor een kind onder de vijf jaar en omdat zij is aangemerkt als kind van een gedupeerde van de Toeslagenaffaire. Uit de brief blijkt niet over welke periode verzoekster zou zijn vrijgesteld. Een dergelijke vrijstelling wordt door de rechtbank in de schuldsaneringsregeling niet gevolgd. De rechtbank gaat er daarom ook vanuit dat niet het maximaal haalbare wordt aangeboden, nu verzoekster in de schuldsaneringsregeling wel een inspanningsplicht zal hebben. Daarnaast heeft verzoekster geen medische stukken overgelegd, waar blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekster blijvend is en dat het maximaal haalbare is aangeboden.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Flitsmeister, Be-Mobile, Studio Penale en OM te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.