ECLI:NL:RBROT:2026:10768

ECLI:NL:RBROT:2026:10768

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 83-066584-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging: er is geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De verdachte wordt vrijgesproken van het feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en het feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door het opmaken en het verwerken van valse facturen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83-066584-24

Datum uitspraak: 24 augustus 2026

Datum zitting: 10 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. T. Farber.

Officier van justitie: mr. A.C. Schaafsma.

Kern van het vonnis

Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) is ontvankelijk in de vervolging: er is geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De verdachte wordt vrijgesproken van het feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en het feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door het opmaken en het verwerken van valse facturen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van – samengevat – betrokkenheid bij niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift door het opmaken en verwerken van valse facturen.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

[bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 augustus 2024 te Schiphol en/of Haarlem en/of Heemstede, althans in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een ander en/of ander(en), althans alleen, [medeverdachte 1] , die anders dan als ambtenaar, te weten

- van 2012 tot april 2022 als [beroep] bij [bedrijf 6] BV (Nederland) werkzaam

was in dienstbetrekking en/of;

- van april 2022 tot juli 2024 na zijn dienstbetrekking als [beroep] bij [bedrijf 6] BV (Nederland);

naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zou doen en/of nalaten, een gift en/of belofte heeft gedaan dan wel een dienst heeft verleend en/of heeft aangeboden, te weten de betaling van één of meerdere geldbedragen, van in totaal 21.476.612,32 EUR, van die aard en/of onder zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, redelijkerwijs moest aannemen dat [medeverdachte 1] handelde in strijd met zijn plicht, te weten het handelen in strijd met het bedrijfsbeleid van [bedrijf 6] en/of in strijd met de goede trouw de giften heeft verzwegen tegenover zijn (oude) werkgever, terwijl verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tot dit feit opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging;

2

[bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 april 2024 te Schiphol en/of Haarlem en/of Heemstede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2019 (DOC-196

en DOC-197)

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2020 (DOC-198)

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2021 (DOC-199)

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2022 (DOC-1500)

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2023 (DOC-1501)

- facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. in 2024 (DOC-1407

t/m DOC-1412)

althans meerdere facturen van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] B.V. voor in totaal 21.476.612,32 EU valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door daarin opslagkosten te vermelden terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden niet althans niet geheel door [bedrijf 1] B.V. zijn verricht met het oogmerk om dit/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, terwijl verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tot dit feit opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging;

3

[bedrijf 1] B.V., in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 april 2024 te Schiphol en/of Haarlem en/of Heemstede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (zie ZD-01, paragraaf 5.3):

- 29 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2015

- 18 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2016

- 30 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2017

- 22 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2018

- 13 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2019

- 15 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2020

- 17 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2021

- 14 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2022

- 14 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2023

- 6 facturen van [bedrijf 2] B.V. aan [bedrijf 1] B.V. in 2024

als ware het echt en onvervalst, door daarin te vermelden dat er bemiddeling betreffende de loodskosten was verricht en/of bemiddelingskosten te vermelden, terwijl er in werkelijkheid geen of minder feitelijke werkzaamheden zijn verricht door [bedrijf 2] B.V. ten behoeve van [bedrijf 1] B.V., door deze geschriften vervolgens te verwerken in de boekhouding van het bedrijf, dan wel opzettelijk zodanig geschrift heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moesten vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was voor zodanig gebruik terwijl verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tot dit feit opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging.

2. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

Het OM is niet-ontvankelijk in de vervolging. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim, omdat het OM het dossier aan de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] B.V. (hierna: [benadeelde partij 1] ) en [benadeelde partij 2] (hierna: [benadeelde partij 2] ) heeft verstrekt voordat de verdediging onderzoekswensen heeft kunnen opstellen (eerste grond). Hierdoor zijn alle potentiële getuigen op de hoogte geraakt van alle belangrijke bevindingen in het dossier en kunnen zij niet meer uit eigen waarneming verklaren. Ook heeft het OM cruciaal onderzoek naar ontlastend bewijsmateriaal achterwege gelaten en de verbaliseringsplicht geschonden door ontlastend bewijs niet aan het dossier toe te voegen (tweede en derde grond).

Oordeel van de rechtbank

Eerste grond

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat het OM op respectievelijk

1 april 2025 en 23 oktober 2025 processtukken heeft verstrekt aan de raadslieden van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] . De verdediging heeft op 4 februari 2026 haar onderzoekswensen, waaronder het horen van getuigen die werkzaam zijn/waren bij [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] , kenbaar gemaakt. Op 20 maart 2026 heeft de verdediging de verzoeken tot het horen van de getuigen ingetrokken, omdat het haar duidelijk was geworden dat het OM reeds stukken had verstrekt aan de raadslieden van de benadeelde partijen. Op 31 maart 2026 heeft de verdediging laten weten dat zij zich wenste aan te sluiten bij het horen van de in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1] ) toegewezen (zeven) getuigen. Vervolgens heeft de verdediging op 23 april 2026 het verzoek tot het horen van deze getuigen ook laten vallen, zodat de zaken van de verdachte en de medeverdachte

[medeverdachte 2] dit jaar nog inhoudelijk konden worden behandeld.

Volgens de verdediging is sprake van een onherstelbaar vormverzuim, omdat het OM het dossier aan de benadeelde partijen heeft verstrekt voordat de verdediging onderzoekswensen kon opstellen, waardoor inbreuk is gemaakt op het ondervragingsrecht en onherstelbaar afbreuk is gedaan aan de waarheidsvinding. Wat hier ook van zij, nu de verdediging haar onderzoekswensen ten aanzien van het horen van de genoemde getuigen heeft ingetrokken, ziet de rechtbank niet in hoe de verdachte enig nadeel heeft kunnen ondervinden door het verstrekken van de stukken aan de benadeelde partijen. Dat betekent dat de verdediging geen belang heeft bij dit verweer. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Tweede en derde grond

De verdediging heeft verder aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim omdat het OM cruciaal onderzoek naar ontlastend bewijsmateriaal achterwege heeft gelaten en de verbaliseringsplicht heeft geschonden door ontlastend bewijs uit het dossier te laten. Daartoe is kort gezegd aangevoerd dat niet alle geldstromen zijn onderzocht en geverbaliseerd, AMB-027 pas is opgemaakt in de onderzoeksfase, de stukken van de belastingcontroles niet door het OM in het dossier zijn gevoegd en [getuige] , de [beroep getuige] van [benadeelde partij 1] , niet is gehoord voordat de dossierstukken aan [benadeelde partij 1] zijn verstrekt.

De rechtbank overweegt dat het aan het OM is om in een strafzaak een procesdossier op te stellen en eventueel stukken toe te voegen. Niet is gebleken dat het OM doelbewust (ontlastende) stukken buiten het dossier heeft gelaten. Ten aanzien van de geldstromen heeft de verdediging de mogelijkheid gekregen om bij de FIOD de buitenlandse bankafschriften in te zien. De rapporten van de belastingcontroles zijn door de verdediging aangedragen en gevoegd in het dossier. Als de verdediging van mening was dat er meer stukken gevoegd moesten worden in onderhavig dossier, of dat nader onderzoek nodig was, dan had de verdediging onderzoekswensen kunnen indienen of de stukken zelf kunnen indienen bij de rechtbank. Hiervoor is voldoende tijd en gelegenheid geweest. Desondanks heeft de verdediging van die mogelijkheden geen gebruik gemaakt. Ten aanzien van het horen van de getuige [getuige] wordt verwezen naar het oordeel van de rechtbank bij de eerste grond.

Ten aanzien van het onderzoek naar de geldstromen uit Uruguay, zoals geverbaliseerd in AMB-027, stelt de rechtbank vast dat dit proces-verbaal weliswaar in een laat stadium (op 26 maart 2026) is verstrekt, maar dat de verdediging daardoor niet in haar verdediging is geschaad. De officier van justitie heeft op de zitting toegelicht dat de ambtshandeling in een laat stadium is verstrekt omdat de FIOD deze geldstromen in eerste instantie beperkt heeft onderzocht. Nadat duidelijk werd dat deze geldstromen relevant waren voor onderhavige zaak, heeft de FIOD nader onderzoek verricht en is AMB-027 opgesteld. De verdediging heeft ruim voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling de beschikking gekregen over deze ambtshandeling en daarover een standpunt kunnen innemen. Dat maakt dat de verdediging geen nadeel heeft ondervonden door het in een laat stadium verstrekken van AMB-027.

Het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het OM op de gronden twee en drie wordt dan ook verworpen, omdat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.

De conclusie van het voorgaande is dat het OM ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte.

3. Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten.

Oordeel van de rechtbank

Voorwaardelijk verzoek verstrekken correspondentie benadeelde partijen

Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet noodzakelijk is om de correspondentie tussen het OM en de raadslieden van de benadeelde partijen ( [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] ) aan het dossier toe te voegen voor de beantwoording van de vragen als bedoeld in artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek van de verdediging wordt daarom afgewezen.

Feiten

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Sinds 2002 besturen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna ook gezamenlijk: de verdachten) [bedrijf 3] B.V (hierna: het transportbedrijf). Een belangrijke klant van het transportbedrijf was [bedrijf 4] B.V. Toen dit bedrijf in 2013 failliet ging hebben de verdachten op 9 januari 2013 [bedrijf 1] BV (hierna: [bedrijf 1] ) opgericht. De verdachten zijn (indirect) [beroep verdachten] van [bedrijf 1] . [bedrijf 1] heeft na het faillissement van [bedrijf 4] B.V. de klanten van dit bedrijf overgenomen. Reeds lopende afspraken met klanten zijn door [bedrijf 1] ongewijzigd voortgezet. Ook de zogenaamde ‘ [bedrijf 7] -deal’ met [medeverdachte 1] , [beroep] van [bedrijf 6] , is door [bedrijf 1] ongewijzigd voortgezet.

Deze ‘deal’ hield het volgende in. [bedrijf 6] verzond (via [bedrijf 6] ) goederen uit Europa voor [bedrijf 7] naar Argentinië. Voorafgaand aan verzending werden deze goederen tijdelijk opgeslagen op Schiphol. Dit gebeurde oorspronkelijk in een loods van [bedrijf 4] B.V. en vanaf 2013 in een loods van [bedrijf 1] .

[bedrijf 1] factureerde voor de diensten die zij aan [bedrijf 6] leverden (onder andere verwerking en aanlevering van de goederen) ‘handlingskosten’. De kosten voor opslag van goederen werden apart aan [bedrijf 6] gefactureerd, eerst door [bedrijf 4] B.V. en later door [bedrijf 1] .

De van [bedrijf 6] ontvangen gelden aan ‘opslagkosten’ werden vervolgens (ook weer eerst door [bedrijf 4] B.V. en later [bedrijf 1] ) één op één doorbetaald aan [bedrijf 5] B.V. (hierna: [bedrijf 5] ) en vanaf 2015 aan [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ).

[bedrijf 5] en [bedrijf 2] waren beide privéondernemingen van [medeverdachte 1] . Aan de betalingen aan [bedrijf 5] en [bedrijf 2] lagen steeds facturen ten grondslag waarvan de omschrijving in de loop van de tijd veranderde van ‘loodshuur’, via‘ loodskosten’ naar ‘bemiddeling van loodskosten’.

Vrijspraak feit 1

Voor een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde moet worden vastgesteld dat het doen van een gift of belofte een opzettelijke handeling is van de omkoper, waardoor de omgekochte handelt in strijd met zijn plicht.

Volgens de officier van justitie hebben de verdachten ten onrechte facturen aan [bedrijf 6] verzonden welke bedragen via [bedrijf 5] en [bedrijf 2] terugvloeiden naar [medeverdachte 1] . Deze betalingen aan [medeverdachte 1] zijn te kwalificeren als gift nu [medeverdachte 1] voor de werkzaamheden die daaraan ten grondslag lagen al werd betaald door [bedrijf 6] en daar geen andere werkzaamheden tegenover stonden. Daarnaast handelde [medeverdachte 1] in strijd met zijn plicht. Dit wisten de verdachten, dan wel hadden zij redelijkerwijs kunnen vermoeden.

De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] verrichtte werkzaamheden in de loods. Hij controleerde de partijen voor [bedrijf 7] en zorgde voor een juiste bestickering van de goederen. Dit alles met oog op de strenge controles in Argentinië en de potentieel zeer hoge boetes als de goederen niet juist waren gelabeld. Deze werkzaamheden waren volgens de CEO van [bedrijf 6] ‘moeilijk en delicaat’. Normaal gesproken werden dit soort werkzaamheden verricht door de medewerkers van de loods, maar vanwege de grote belangen van [bedrijf 7] hierbij deed [medeverdachte 1] dit zelf, aldus [medeverdachte 1] . Daarnaast onderhield [medeverdachte 1] de contacten tussen [bedrijf 1] enerzijds en [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] anderzijds en gaf hij instructies over betalingen en omschrijvingen waarmee [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] moest factureren.

Dat [medeverdachte 1] deze werkzaamheden niet als zelfstandig bemiddelaar verrichtte maar in zijn hoedanigheid als [beroep] van [bedrijf 6] en daarvoor door [bedrijf 6] werd betaald, kan niet worden vastgesteld. Zo bleef [medeverdachte 1] deze werkzaamheden verrichtten nadat hij in 2022 uit dienst trad bij [bedrijf 6] . De werkzaamheden werden kennelijk niet overgenomen door zijn opvolger bij [bedrijf 6] . Daarnaast duidt het feit dat [medeverdachte 1] de fysieke controles niet voor andere klanten van [bedrijf 6] verrichtte er niet op dat deze taken tot zijn reguliere werkzaamheden voor [bedrijf 6] behoorden. Tot slot blijkt uit het dossier dat er binnen de [bedrijf 6] groep en [bedrijf 7] perso(o)n(en) op de hoogte waren van het feit dat [medeverdachte 1] via zijn privéonderneming betalingen ontving voor werkzaamheden die verband hielden met [bedrijf 7] . Dit duidt er evenmin op dat [medeverdachte 1] deze werkzaamheden als [beroep] van [bedrijf 6] verrichtte en hiervoor door [bedrijf 6] (ook) werd betaald, ook blijkt hier niet uit dat [medeverdachte 1] handelde in strijd met zijn plicht aan [bedrijf 6] .

Daarbij komt dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting voldoende aannemelijk is geworden dat het inschakelen van een bemiddelaar voor het in goede banen leiden van transporten en het één op één door factureren van bemiddelingskosten niet ongebruikelijk is in de logistieke sector. De rol van een dergelijke bemiddelaar is diffuus van aard, omdat hij de belangen van beide partijen moet behartigen, terwijl hij slechts door één van de partijen wordt betaald. De omstandigheid dat [medeverdachte 1] door de jaren heen grote bedragen heeft ontvangen van [bedrijf 1] , is niet zonder meer opmerkelijk, nu niet gebleken is dat de gehanteerde marge voor bemiddelingswerk ongebruikelijk is in de branche. Daarnaast heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard, op de vraag wat hij ervan vond dat [bedrijf 2] goed leek te verdienen aan de ‘ [bedrijf 7] -deal’, dat expediteurs heel veel en grof geld verdienen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van de verdachten niet onaannemelijk dat zij geen vragen hebben gesteld over de (hoogte van de) bemiddelingskosten en de wijze van de facturatie aan [medeverdachte 1] omdat zij de werkwijze niet ongebruikelijk vonden. Daarbij wordt betrokken dat in de twee boekenonderzoeken door de Belastingdienst in 2016 en 2018, door de accountant van [bedrijf 1] (die ook bij het boekenonderzoek aanwezig was) en door de curator van [bedrijf 4] B.V. geen bijzonderheden ten aanzien van deze facturen en betalingen werden vastgesteld.

Tot slot is van belang dat het initiatief om tot deze constructie te komen niet bij de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] lag. De afspraken met [medeverdachte 1] zijn gemaakt geruime tijd voor de overname door de verdachte met de medeverdachte [medeverdachte 2] van het failliete [bedrijf 4] B.V. Deze lopende afspraken zijn overgenomen door [bedrijf 1] . Uit het dossier blijkt dat het [medeverdachte 1] was die actief uitvoering gaf aan deze constructie. [medeverdachte 1] was ook degene die financieel voordeel uit de constructie haalde. Het is echter niet gebleken dat de verdachten direct financieel voordeel hebben gehad bij de constructie. In zoverre het voordeel erin gelegen zou zijn dat [bedrijf 6] als klant bij [bedrijf 1] aanbleef, is relevant dat voorzover er omzetcijfers beschikbaar zijn van [bedrijf 1] daaruit blijkt dat [bedrijf 6] maar een zeer beperkt deel van de omzet van [bedrijf 1] vertegenwoordigde. Bovendien blijkt nergens uit het dossier dat dit voor de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] een overweging is geweest bij het voortzetten van de constructie.

De rechtbank kan gelet op het voorgaande niet vaststellen dat [bedrijf 1] opzet heeft gehad op het doen van een gift aan [medeverdachte 1] en evenmin dat [medeverdachte 1] handelde in strijd met zijn plicht.

Het voorgaande neemt niet weg dat het dossier ook aanwijzingen bevat op grond waarvan de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] hadden kunnen vermoeden dat de betalingen aan [medeverdachte 1] niet zuiver waren. Daarbij kan gedacht worden aan de communicatie van de verdachten met [medeverdachte 1] die tot 2022 buiten zijn officiële werkmailadres om plaatsvonden, de berichten dat die communicatie ook buiten die werkmail moest blijven (DOC-217- en DOC-218), de door verdachte aan [persoon A] verstuurde mail, die door [medeverdachte 1] was opgesteld, om de opslagkosten te verhogen en het feit dat [medeverdachte 1] toen hij wegging bij [bedrijf 6] de facturen voor de handlingkosten voortaan naar [bedrijf 2] liet sturen in plaats van naar [bedrijf 6] . Deze omstandigheden hadden weliswaar aanleiding kunnen vormen voor nader onderzoek door de verdachten, maar het nalaten daarvan is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat het bestuur van [bedrijf 6] niet op de hoogte was van de betalingen aan [medeverdachte 1] en dat opslagkosten ten onrechte in rekening werden gebracht en doorbetaald. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Vrijspraak feit 2 en 3

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde overweegt de rechtbank in aansluiting op de overwegingen over het onder 1 tenlastegelegde dat, nu er wel degelijk diensten en werkzaamheden ten grondslag liggen aan de facturen, niet kan worden vastgesteld dat de facturen vals waren. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het opmaken en verwerken van valse facturen.

4. Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart het OM ontvankelijk in de vervolging;

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

5. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. van den Heuvel, voorzitter,

en mrs. S.M. den Hollander en S.W.H. Bootsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 augustus 2026.

Mr. Karakus is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. van den Heuvel

Griffier

  • mr. E.H. Karakus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand