ECLI:NL:RBROT:2026:10788

ECLI:NL:RBROT:2026:10788

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer ROT 26/5412
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Dat betekent dat het college verzoeker vooralsnog geen Wmo-ondersteuning hoeft aan te bieden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (het college)

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5412

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),

en

(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).

1. Het college heeft het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor beschermd wonen ongegrond verklaard en is bij de afwijzing gebleven. Verzoeker verblijft op dit moment (weer) op een opvangplek in [plaats] en kan daar de lopende beroepsprocedure afwachten. Er is daarom geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor beschermd wonen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 9 december 2025 afgewezen. De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorlopige voorziening hangende bezwaar afgewezen met de uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RBORT:2026:152).

Met het bestreden besluit van 4 juni 2026 op het bezwaar van verzoeker is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, M. Alkhalidi als tolk en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker is 19 jaar en is 3 jaar geleden vanuit [land] naar Nederland gekomen. Hij is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) toegewezen aan [gemeente] . Hij ontving daar een bijstandsuitkering en verbleef daar in een woonvoorziening van [woon-zorginstelling] . Daar is hij in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven. Ook had verzoeker daar een aanvraag lopen voor beschermd wonen maar die heeft hij inmiddels ingetrokken.

4. Verzoeker is in november 2025 naar Rotterdam gegaan en heeft bij het college een aanvraag ingediend voor beschermd wonen. Deze aanvraag is op 9 december 2026 afgewezen omdat verzoeker volgens het college beter geholpen kan worden in [plaats] vanwege de woongelegenheid en hulp die daar aan verzoeker wordt aangeboden. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 14 januari 2026 geoordeeld dat er op dat moment voor verzoeker een opvangplek beschikbaar was in [plaats] en dat verzoeker daar de lopende procedures kan afwachten. Er was daarom geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

5. Verzoeker heeft zich op 20 april 2026 in Rotterdam gemeld bij Centraal Onthaal Jongeren voor maatschappelijk opvang. Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 20 april 2026 afgewezen omdat verzoeker in [plaats] de grootste kans op een succesvol traject zou hebben. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek is bij uitspraak van 15 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8662, afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang omdat verzoeker – kort gezegd – op dat moment in [plaats] nog steeds toegang werd geboden tot woongelegenheid en ondersteuning.

6. De voorzieningenrechter dient nu in deze uitspraak te beslissen op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van verzoeker in de beroepsprocedure tegen het besluit van 4 juni 2026 waarbij het college is gebleven bij de afwijzing van verzoekers aanvraag voor beschermd wonen.

Is er een spoedeisend belang?

7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

8. De gemachtigde van verzoeker heeft bij brief van 3 juli 2026 toegelicht dat verzoeker op 21 juni 2026 zijn baan in Rotterdam is kwijtgeraakt waardoor hij zijn verblijf in Rotterdam niet meer kan bekostigen. Verzoeker heeft besloten om – tijdelijk – weer in [plaats] te verblijven omdat hij vanaf 21 juni 2026 geen inkomen heeft en dreigde zijn zorgverzekering kwijt te raken (omdat zijn adres in de brp in [plaats] vanaf 11 mei 2026 in onderzoek was). Verzoeker verblijft nu ook bij [woon-zorginstelling] in [plaats] en hem is hulp aangeboden. De gemachtigde van verzoeker heeft op de zitting verklaard dat verzoeker inmiddels in [plaats] werk heeft gevonden en dat er op dit moment geen redenen zijn om aan te nemen dat verzoeker niet bij [woon-zorginstelling] kan blijven totdat de beroepsprocedure is afgerond. Ook heeft hij bevestigd dat er (nog steeds) niet is gebleken van incidenten die zouden duiden op een aantoonbaar onveilige situatie. Dat hij niet veilig zou zijn, is puur een gevoel dat verzoeker heeft. Verzoeker zelf geeft aan dat hij omdat hij noodgedwongen in [plaats] moet verblijven depressief is geworden.

9. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker op dit moment een opvangplek heeft in [plaats] en dat hem daar hulp is aangeboden. Verzoeker kan in [plaats] ook, via de huisarts en praktijkondersteuner, hulp krijgen voor zijn psychische problematiek. Er is niet gebleken van incidenten in [plaats] die zouden duiden op een aantoonbaar onveilige situatie. Verzoeker heeft dus de mogelijkheid om daar de lopende beroepsprocedure af te wachten. Van een spoedeisende situatie is geen sprake.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Dat betekent dat het college verzoeker vooralsnog geen Wmo-ondersteuning hoeft aan te bieden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Traousis-van Wingaarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand