ECLI:NL:RBROT:2026:10793

ECLI:NL:RBROT:2026:10793

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 11882376 CV EXPL 25-19739
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Waarborgsom huurwoning en schade na oplevering. Verschillende schadeposten toegewezen. Twee schadeposten onvoldoende onderbouwd. Verhuurder mocht de schade verrekenen met de waarborgsom. Terugwerkende kracht. Eindafrekening stookkosten ook toegewezen. Vordering tot terugbetalen waarborgsom afgewezen. Werkelijke proceskosten in reconventie afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11882376 CV EXPL 25-19739

datum uitspraak: 21 augustus 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

1. [eiser] ,

2. [eiseres],

woonplaats: [woonplaats 1] ,

eisers in conventie, verweerders in reconventie,

die zelf procederen,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ [huurder 1] ’, ‘ [huurder 2] ’ en ‘ [verhuurder] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 25 augustus 2025, met bijlagen;

het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;

de e-mail van [verhuurder] van 7 april 2026 met wijziging van de eis en bijlagen.

Op 16 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [huurder 1] en [verhuurder] aanwezig.

2. De beoordeling in conventie en in reconventie

Waar gaat de zaak over?

[huurder 1] en [huurder 2] hebben van [verhuurder] tot en met maart 2025 een woning in [plaats] gehuurd. [huurder 1] en [huurder 2] hebben bij de aanvang van de overeenkomst een waarborgsom van € 3.190,00 betaald. In deze procedure eisen [huurder 1] en [huurder 2] dat de kantonrechter voor recht verklaart dat zij de woning correct hebben opgeleverd en dat [verhuurder] de waarborgsom met rente en kosten terugbetaalt.

[verhuurder] is het niet eens met de eis. Hij vindt dat [huurder 1] en [huurder 2] de woning met schade hebben opgeleverd. Hij begroot deze schade op € 4.029,78. Hij wil dat de waarborgsom volledig met deze schade verrekend wordt en dat [huurder 1] en [huurder 2] veroordeeld worden de aanvullende schade te betalen. [verhuurder] vordert naast de schadeposten ook de stookkosten van € 961,62 die [huurder 1] en [huurder 2] op basis van de eindafrekening over de periode van oktober 2024 tot en met maart 2025 moeten betalen.

De kantonrechter oordeelt dat [huurder 1] en [huurder 2] de kosten voor het herstellen van de parketvloer, het vervangen van de spotjes en het aansluiten van de kookplaat moeten betalen. [verhuurder] mag de waarborgsom verrekenen met deze kosten. Omdat de schade hoger is dan de waarborgsom, moeten [huurder 1] en [huurder 2] nog een aanvullende schadevergoeding betalen. Daarnaast moeten zij de eindafrekening voor de stookkosten betalen.

Waarborgsom, opnamestaat, voor- en eindinspectie

Vast staat dat [huurder 1] en [huurder 2] bij de start van de huurovereenkomst een borg van € 3.190,00 hebben betaald. Op grond van artikel 21.3 van de algemene bepalingen moet dit bedrag worden terugbetaald als de borg niet rechtsgeldig wordt aangesproken door de verhuurder. Het uitgangspunt is dan ook dat de borg moet worden terugbetaald aan [huurder 1] en [huurder 2] .

Bij de start van de huurovereenkomst is een beschrijving van de staat van de woning opgesteld en gegeven aan [huurder 1] en [huurder 2] . De woning moet weer in dezelfde staat worden opgeleverd, met uitzondering van beschadigingen die zijn ontstaan door slijtage of normaal gebruik. Op 18 maart 2026 heeft [verhuurder] (zonder toestemming en zonder dat [huurder 1] en [huurder 2] aanwezig waren) een voorinspectierapport opgesteld. In dit rapport heeft [verhuurder] benoemd welke schadeposten [huurder 1] en [huurder 2] moeten herstellen. [huurder 1] en [huurder 2] hebben geprotesteerd over het feit dat [verhuurder] zonder hun toestemming in de woning is geweest om de woning te inspecteren en foto’s te maken, maar zijn wel bezig geweest met het verhelpen van de schadeposten. Vervolgens is gezamenlijk een eindinspectierapport opgesteld. [verhuurder] vindt dat hij de volgende posten mag verrekenen met de waarborgsom:

het schuren en lakken van de parketvloer in de keuken;

de kosten voor het vervangen van de aansluiting van de kookplaat die [huurder 1] en [huurder 2] hebben gekocht;

het vervangen van 9 lichtspotjes;

de huur voor de 28 dagen die nodig waren om de woning te herstellen;

het bijwerken van beschadigingen (vlekken) op de muren van de woning;

de kosten voor het inschakelen van werkbegeleiding voor de herstelwerkzaamheden.

Deze posten worden hieronder beoordeeld.

Het herstel van de parketvloer komt voor rekening van [huurder 1] en [huurder 2]

De kantonrechter oordeelt dat de kosten voor het herstel van de parketvloer in de keuken in mindering mogen worden gebracht op de waarborgsom. Uit de foto’s die zijn genomen bij de eindinspectie blijkt namelijk dat [huurder 1] en [huurder 2] na de voorinspectie van [verhuurder] hebben geprobeerd de vlekken op de vloer weg te halen door deze te schuren. Hierdoor zijn er zichtbare schuurvlekken ontstaan op de vloer. [huurder 1] en [huurder 2] geven wel onder verwijzing naar e-mails uit september 2021 aan dat de vloer al niet goed was bij aanvang van de overeenkomst en dat er daarom geen sprake is van schade, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. Partijen zijn het erover eens dat de gehele vloer vlak voordat [huurder 1] en [huurder 2] in de woning trokken, is gerenoveerd. Uit de e-mails en de foto’s bij deze e-mails blijkt dat er na die renovatie op de vloer banen zichtbaar waren, maar deze banen bevonden zich niet in de keuken en zijn tijdens de huurperiode weggetrokken. [verhuurder] heeft de vloer in de keuken na vertrek van [huurder 1] en [huurder 2] dan ook niet hersteld vanwege de banen, maar om de zichtbare vlekken weg te werken die zijn ontstaan doordat [huurder 1] en [huurder 2] de vloer hebben opgeschuurd. Deze schuurvlekken zijn niet ontstaan door slijtage of normaal gebruik. [verhuurder] heeft [huurder 1] en [huurder 2] na de eindinspectie nog de kans geboden om zelf een offerte op te laten stellen voor de werkzaamheden, maar hier zijn [huurder 1] en [huurder 2] niet op ingegaan. De kosten voor het schuren en lakken van de parketvloer in de keuken moeten [huurder 1] en [huurder 2] dan ook vergoeden. [verhuurder] heeft met een factuur onderbouwd dat het gaat om een bedrag van € 1.310,95.

[huurder 1] en [huurder 2] moeten de kosten voor het veranderen van de aansluiting van de kookplaat betalen

[huurder 1] en [huurder 2] zijn ook verantwoordelijk voor de kosten van de elektricien die [verhuurder] heeft moeten inschakelen om de aansluiting van de kookplaat te veranderen. De kookplaat is namelijk door toedoen van [huurder 1] en [huurder 2] beschadigd tijdens de huurperiode. Zij hebben de kookplaat vervangen, maar met een model dat niet paste op de aansluiting voor de kookplaat. [huurder 1] en [huurder 2] stellen dat zij deze schadepost willen verrekenen door de nieuw-voor-oud-regeling toe te passen. Zij vinden dat [verhuurder] voordeel geniet, omdat zij de oude kookplaat, hebben vervangen met een nieuwe kookplaat. De nieuw-voor-oud-regeling is hier echter niet van toepassing. Het toepassen van de nieuw-voor-oud-regeling is alleen van belang voor het begroten van de schade als [verhuurder] ter vervanging van de gebarsten kookplaat de kosten voor een nieuwe kookplaat zou verrekenen met de waarborgsom. De nieuw-voor-oud-regeling is geen zelfstandig vorderingsrecht.

De kantonrechter begrijpt de stellingen van [huurder 1] en [huurder 2] zo dat zij vinden dat [verhuurder] (ongerechtvaardigd) ten koste van hen wordt verrijkt. De kantonrechter gaat hier echter niet in mee. Dat [verhuurder] voordeel heeft, omdat hij nu een nieuwe inductiekookplaat heeft, kan de kantonrechter wel volgen. Dit betekent echter niet dat de verrijking ongerechtvaardigd is. [huurder 1] en [huurder 2] hebben namelijk de schade zelf veroorzaakt door een fles olijfolie op de inductiekookplaat te laten vallen. Daarnaast hebben zij er zelf voor gekozen om een nieuwe inductiekookplaat te laten plaatsen in plaats van een inductiekookplaat van ongeveer dezelfde leeftijd en specificaties. Omdat de kantonrechter niet kan oordelen dat [verhuurder] ongerechtvaardigd is verrijkt, kan de kantonrechter ook de verrijking niet verrekenen met de kosten die [verhuurder] heeft gemaakt om de aansluiting voor de inductiekookplaat te wijzigen.

[huurder 1] en [huurder 2] moeten dan ook de kosten voor het wijzigen van de aansluiting voor de inductiekookplaat van € 181,50 betalen. Zij hebben namelijk na de discussie over wie de kookplaat moet vervangen en voor de eindinspectie de inductiekookplaat met de verkeerde specificaties geplaatst. [verhuurder] heeft voldoende onderbouwd dat hij kosten heeft moeten maken om de nieuwe inductiekookplaat te kunnen gebruiken.

Het vervangen van de spotjes

[huurder 1] en [huurder 2] moeten ook de kosten voor de vervangende spotjes betalen. Het vervangen van spotjes is namelijk een kleine herstelling die de huurders moeten doen. [huurder 1] en [huurder 2] hebben niet tegengesproken dat zij de kosten voor het vervangen van de spotjes moeten betalen. [verhuurder] stelt dat het in totaal gaat om € 145,20. [huurder 1] en [huurder 2] hebben geen bezwaar gemaakt tegen dit bedrag.

[verhuurder] mocht de huur in rekening brengen

[verhuurder] mocht de huur gedurende de tijd waarin er werkzaamheden zijn uitgevoerd ook in rekening brengen. Dit blijkt uit artikel 19.10 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst. [verhuurder] heeft voldoende onderbouwd dat de herstelwerkzaamheden, en dan met name het schuren en lakken van de parketvloer, 28 dagen hebben geduurd. Het gaat dan in totaal om een bedrag van € 1.688,89.

De overige schadeposten worden afgewezen

Het bijwerken van muurbeschadigingen en de kosten voor werkbegeleiding tijdens de herstelwerkzaamheden worden afgewezen. Het is de kantonrechter namelijk niet duidelijk geworden of er sprake is van muurbeschadigingen en of [verhuurder] kosten heeft moeten maken om dit te herstellen. [verhuurder] heeft ook onvoldoende onderbouwd dat het nodig was om de herstelwerkzaamheden te laten begeleiden door zijn makelaar. De kosten voor de makelaar zijn daarnaast niet onderbouwd. [huurder 1] en [huurder 2] spreken tegen dat [verhuurder] deze kosten heeft moeten maken. Het ligt dan op de weg van [verhuurder] om duidelijk te maken waarom het nodig was om de kosten te maken en de hoogte van de kosten verder te onderbouwen met bijvoorbeeld een factuur.

[huurder 1] en [huurder 2] moeten € 961,62 aan stookkosten betalen

Op basis van de eindafrekening stookkosten die [verhuurder] in deze procedure heeft ingediend, moeten [huurder 1] en [huurder 2] € 961,62 betalen aan stookkosten. De kantonrechter wijst dit toe. Deze kosten zijn door [huurder 1] en [huurder 2] namelijk niet tegengesproken.

Conclusie: [huurder 1] en [huurder 2] moeten nog € 1.098,16 aan [verhuurder] betalen

Gelet op het voorgaande zijn de kosten voor het herstel van de parketvloer, de kosten voor het aansluiten van de kookplaat, de kosten voor het vervangen van de spotjes en de vergoeding voor misgelopen huur tot 28 april 2025 schadeposten die [huurder 1] en [huurder 2] moeten vergoeden. In totaal is dit € 1.310,95 + € 181,50 + € 145,20 + € 1.688,89 = € 3.326,54. [verhuurder] mocht de waarborgsom met dit bedrag verrekenen. [huurder 1] en [huurder 2] moeten dan nog € 3.326,54 - € 3.190,00 = € 136,54 aan [verhuurder] betalen. Daarnaast moeten [huurder 1] en [verhuurder] de stookkosten betalen van € 961,62. De kantonrechter wijst de vorderingen van [verhuurder] daarom tot een bedrag van € 1.098,16 toe en de vorderingen van [huurder 1] en [huurder 2] af.

[huurder 1] en [huurder 2] moeten rente betalen

De rente wordt toegewezen, omdat [verhuurder] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [huurder 1] en [huurder 2] dat niet hebben betwist. De rente over de schadeposten wordt slechts toegewezen over het deel dat boven de hoogte van de waarborgsom uitkomt. De rente hoeft namelijk alleen betaald te worden als [huurder 1] en [huurder 2] in verzuim zijn en dat zijn zij slechts voor dat deel. [verhuurder] doet namelijk terecht een beroep op verrekening. Dit werkt terug tot het tijdstip waarop die bevoegdheid voor [verhuurder] is ontstaan. Dat was toen hij op 8 mei 2025 de voorlopige eindafrekening opstelde.

[huurder 1] en [huurder 2] moeten de proceskosten in conventie en in reconventie betalen

De proceskosten komen voor rekening van [huurder 1] en [huurder 2] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). Zij zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:7 BW).De kantonrechter begroot de kosten die [huurder 1] en [huurder 2] in conventie aan [verhuurder] moet betalen op € 50,00. Dat is € 50,00 aan onkosten voor het bijwonen van de zitting (artikel 238 lid 1 Rv). De proceskosten in reconventie worden begroot op nihil, omdat in reconventie geen aparte proceshandelingen zijn verricht.

[huurder 1] en [huurder 2] hoeven dus niet een aanvullende kostenvergoeding te betalen, zoals [verhuurder] heeft geëist. Dat hoeft namelijk alleen maar als sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM). [verhuurder] stelt wel dat hij vanwege de handelwijze van [huurder 1] en [huurder 2] de tijd die hij in de procedure heeft moeten steken vergoed wil hebben, maar buitengewone omstandigheden zijn niet door [verhuurder] gesteld. [verhuurder] heeft ook onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat hij kosten heeft gemaakt voor het vaststellen van de schade en de aansprakelijkheid. De aanvullende kostenvergoeding die hij eist, wordt dan ook afgewezen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat beide partijen dat eisen. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [huurder 1] en [huurder 2] om aan [verhuurder] te betalen € 136,54 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 28 mei 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [huurder 1] en [huurder 2] om aan [verhuurder] te betalen € 961,62 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 27 januari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [huurder 1] en [huurder 2] hoofdelijk in de proceskosten in conventie en in reconventie, die aan de kant van [verhuurder] worden begroot op € 50,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vorderingen in conventie en al het andere gevorderde in reconventie af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.

64363

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand