ECLI:NL:RBROT:2026:10834

ECLI:NL:RBROT:2026:10834

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 31-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer C/10/723055 / JE RK 26-1371
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Aanhouding. Belangrijke informatie ontbreekt en nog niet alle hulpverleningstrajecten zijn doorlopen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/723055 / JE RK 26-1371

Datum uitspraak: 31 juli 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.R. van Laar, kantoorhoudende in Arnhem,

[de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. M. Metin, kantoorhoudende in Arnhem,

[de oma mz] .

hierna te noemen: de oma moederszijde (mz), wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 juli 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum;

het gezinsplan van 16 juli 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

de oma mz;

een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .

De advocaat van de moeder heeft de zitting via een digitale verbinding bijgewoond.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de oma mz.2.3. Bij beschikking van 10 februari 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 4 augustus 2026. Bij diezelfde beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 4 augustus 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI handhaaft het verzoek op de zitting en licht het als volgt toe. Het forensisch onderzoek naar het letsel van [minderjarige 2] door het NFI is afgerond. De GI heeft de officier van justitie om toestemming gevraagd om het rapport in te zien, maar omdat de officier van justitie met vakantie is, is er nog geen reactie ontvangen. Volgens informatie van de politie gaat het waarschijnlijk om toegebracht letsel. De GI kan hierover nog geen definitieve conclusies trekken. De ouders hebben het NIKA-traject afgerond. Uit het traject bij de vader zijn zorgen naar voren gekomen over zijn aansluiting bij de behoeften van [minderjarige 2] . Het Werken met Beeld-traject is bij de moeder gestagneerd en moet bij de vader nog starten. Zodra er voor de moeder werkbare doelen zijn vastgesteld, kan zij met SPAM starten. Zij hoeft hiervoor niet te wachten tot het Werken met Beeld-traject bij de vader is afgerond. De omgang tussen [minderjarige 1] en de ouders verloopt goed. Voor de omgang met [minderjarige 2] geldt nog het vierogen-principe. De GI heeft ingestemd met begeleide omgang bij de tweede moeder van de vader, maar de vader wil niet dat hierbij een jeugdbeschermer aanwezig is. De samenwerking met de ouders verloopt moeizaam. Een terugplaatsing is nu nog niet verantwoord.

4. De standpunten

De ouders verzoeken primair om het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. Subsidiair verzoeken zij om deze machtiging voor een korte periode te verlengen. Voor wat betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling refereren de ouders zich aan het oordeel van de rechtbank.

Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het verzoek is onvoldoende onderbouwd met schriftelijke stukken. Het klopt niet dat het Werken met Beeld-traject is gestagneerd. Het traject bevindt zich juist in de afrondende fase, waarbij alleen de eindevaluatie nog moet plaatsvinden. De vertraging is veroorzaakt door de medische situatie van de moeder, die recent tweemaal aan haar hart is geopereerd. De omgang met de kinderen verloopt goed. De moeder wil zo snel mogelijk weer zelf voor hen zorgen. De ouders hebben hun relatie hervat en wonen weer samen, maar vinden relatietherapie niet meer nodig. De moeder staat wel open voor verdere hulpverlening.

Door en namens de vader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader herkent zich niet in de conclusie uit het NIKA-traject dat hij onvoldoende aansluit bij de behoeften van [minderjarige 2] . Hij staat open voor het Werken met Beeld-traject en SPAM. Het Werken met Beeld-traject is bij hem nog niet gestart als gevolg van onvoldoende contact en miscommunicatie met de GI. De vader wil dat de begeleide omgang bij zijn tweede moeder plaatsvindt. Tijdens de zitting is gebleken dat de GI deze locatie heeft goedgekeurd, maar de vader is hiervan niet op de hoogte gesteld. Hij is bereid mee te werken aan de noodzakelijke hulpverlening.

De oma mz brengt ter zitting naar voren dat het goed gaat met de kinderen. [minderjarige 2] is aangemeld voor gespecialiseerde opvang. De kinderen missen hun ouders. Er moet worden onderzocht of de omgang kan worden uitgebreid en of een gefaseerde terugplaatsing mogelijk is. De oma mz wil niet blijvend de opvoeding van de kinderen overnemen. De communicatie met de GI verloopt moeizaam.

5. De beoordeling

De ondertoezichtstelling

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Daartegen is ook geen verweer gevoerd. De rechtbank zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom voor de verzochte duur van een jaar verlengen.

De machtiging tot uithuisplaatsing

Ook is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

In november 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met spoed uit huis geplaatst nadat bij [minderjarige 2] ernstig letsel was geconstateerd. Er is tot op heden geen duidelijkheid over de oorzaak van het letsel van [minderjarige 2] . Het forensisch onderzoek door het NFI is afgerond, maar het rapport is nog niet beschikbaar. De GI heeft op de zitting verklaard dat volgens de politie waarschijnlijk sprake is van toegebracht letsel, maar dit is niet officieel bevestigd.

Zoals de rechtbank eerder heeft besloten, moet worden uitgezocht wat de mogelijkheden zijn voor (gedeeltelijke) terugplaatsing van de kinderen bij de ouders, zonder dat zij gevaar lopen. De ouders hebben beiden het NIKA-traject gevolgd en afgerond. De omgang tussen [minderjarige 1] en de ouders verloopt volgens de oma mz sinds januari 2026 zonder incidenten. Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar de zorgen zijn nog niet voldoende weggenomen. Voor de omgang met [minderjarige 2] geldt nog steeds het vierogen-principe. Uit het NIKA-traject bij de vader zijn zorgen gekomen over zijn aansluiting bij de signalen en het tempo van [minderjarige 2] , maar de vader herkent zich niet in deze conclusie. De rechtbank beschikt niet over de verslagen van de NIKA-trajecten en kan de uitkomsten daarvan daarom niet volledig beoordelen. Het Werken met Beeld-traject bevindt zich bij de moeder in de afrondende fase, terwijl het bij de vader nog moet starten. Ook over de voortgang en de resultaten van deze trajecten heeft de rechtbank geen stukken ontvangen. Hierdoor bestaat nog onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de ouders. Het valt te betreuren dat de samenwerking tussen de ouders, de oma mz en de GI moeizaam verloopt.

Onder de huidige omstandigheden vindt de rechtbank terugplaatsing nog niet verantwoord. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven inmiddels geruime tijd bij de oma mz en ontwikkelen zich daar goed. [minderjarige 2] krijgt daar ook de medische en ontwikkelingsgerichte begeleiding die zij nodig heeft. De plaatsing bij de oma mz moet daarom voorlopig worden voortgezet. De eindevaluatie van het Werken met Beeld-traject bij de moeder dient, rekening houdend met haar gezondheid, zo spoedig mogelijk plaats te vinden. Aan de hand van de uitkomsten daarvan dienen werkbare doelen voor SPAM te worden vastgesteld, zodat dit traject bij de moeder kan starten. Het Werken met Beeld-traject bij de vader dient eveneens zo spoedig mogelijk te starten, gevolgd door SPAM. De GI dient daarnaast samen met de ouders duidelijke afspraken te maken over de (on)begeleide omgang en te beoordelen of uitbreiding van de omgang mogelijk is. Nu de ouders hun relatie hebben hervat, dient de GI te beoordelen of relatietherapie of een andere vorm van ondersteuning nodig is. Van alle betrokkenen wordt verwacht dat zij zich inspannen om de samenwerking te verbeteren.

De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor een kortere periode te verlengen dan is verzocht. Belangrijke informatie ontbreekt en nog niet alle hulpverleningstrajecten zijn doorlopen. De rechtbank zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van vier maanden, te weten tot 4 december 2026. De beslissing op het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.

De rechtbank verzoekt de GI om uiterlijk twee weken vóór de nader te bepalen zitting de rechtbank (met afschrift aan de belanghebbenden en hun advocaten) te rapporteren over de laatste stand van zaken. De rechtbank verzoekt de GI in ieder geval informatie te verstrekken (ondersteund door de brondocumenten) over:

de uitkomst van het forensisch onderzoek door het NFI en informatie over het eventuele vervolg van het politie- en strafrechtelijk onderzoek;

de afronding van het Werken met Beeld-traject bij de moeder;

de start en voortgang van SPAM bij de moeder;

de start en voortgang van het Werken met Beeld-traject bij de vader;

de start en voortgang van SPAM bij de vader;

het verloop van de omgang tussen de ouders en de kinderen;

de samenwerking tussen de GI, de ouders en de oma mz;

de ondersteuning die de ouders nog nodig hebben;

de mogelijkheden voor uitbreiding van de omgang en een eventuele gefaseerde terugplaatsing.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 4 augustus 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 4 december 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;en alvorens verder te beslissen:6.4. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder en mr. S.R. van Laar, de vader en mr. M. Metin en de oma mz op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100-125 in Rotterdam, op 26 november 2026 om 13:00 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord;6.5. de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, mr. D.I. Hendriks-van Wel en mr. R. van der Wal, kinderrechters;6.6. bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep van GI, de belanghebbenden en hun advocaten;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken vóór 26 november 2026 de rechtbank (met afschrift daarvan aan de belanghebbenden en hun advocaten) de verzochte rapportage onder 5.7. te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, voorzitter, tevens kinderrechter, enmr. A.M.I. van der Does en mr. R. van der Wal, kinderrechters, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.A.J. de Nijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand