RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723795 / JE RK 26-1453
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. Daarbij was niemand aanwezig.
De GI heeft van te voren laten weten niet fysiek bij de zitting aanwezig te kunnen zijn, maar indien nodig wel telefonisch bereikbaar te zijn. De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld haar mening te geven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een [afdeling] van Enver.
Bij beschikking van 22 juli 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 maart 2027.
Bij beschikking van 20 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 29 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 maart 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
Tijdens de zitting van 22 juli 2026 waarop het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] werd behandeld, werd duidelijk dat de GI per abuis geen verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing had ingediend terwijl het wel de bedoeling is dat de plaatsing van [minderjarige] bij [afdeling] wordt voortgezet. Daags na de zitting heeft de GI alsnog een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] ingediend.
Gelet op de late indiening van dat verzoek was het niet mogelijk om het voor afloop van de maatregel, te weten voor 29 juli 2026, te behandelen. Dat betekent dat de machtiging tot uithuisplaatsing niet kan worden verlengd. Op basis van de stukken en onder verwijzing naar de beschikking van 22 juli 2026 is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] nog steeds noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter verleent daarom (opnieuw) een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, ditmaal tot aan haar meerderjarigheid.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 25 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 17 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.