ECLI:NL:RBROT:2026:10850

ECLI:NL:RBROT:2026:10850

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 31-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer C/10/674732 / FA RK 24-1639
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

echtscheiding, partneralimentatie (verdiencapaciteit), afwikkeling huwelijksvermogensrecht

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummers:

C/10/674732 / FA RK 24-1639 (echtscheiding en nevenvoorzieningen)

C/10/679769 / FA RK 24-4016 (afwikkeling huwelijksvermogensregime)

Beschikking van 31 juli 2026 over de echtscheiding

in de zaak van:

[de vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. W.M. Smeets te Hellevoetsluis,

t e g e n

[de man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2] ,

nu zonder advocaat, voorheen [persoon A] te [plaats 1] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 29 februari 2024;

het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 28 mei 2024;

het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 juli 2024;

het bericht van de vrouw met bijlage tevens aanvullend verzoekschrift, ingekomen op

23 januari 2026;

het verweerschrift op zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 27 januari 2026;

het verweerschrift op de aanvullende verzoeken met bijlagen van de man, ingekomen op 27 februari 2026;

het bericht van de vrouw met bijlagen tevens wijziging (vermindering/aanvulling) van het eerdere aanvullend verzoekschrift van 7 april 2026;

het bericht van de man met bijlagen van 7 april 2026;

het bericht van de man met bijlagen van 16 april 2026.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 17 april 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn voormalige advocaat [persoon A] .

Zoals afgesproken tijdens de mondelinge behandeling hebben de man en de vrouw nog stukken aan de rechtbank toegezonden, te weten:

het bericht van de man met bijlagen van 20 april 2026;

het bericht van de vrouw van 13 mei 2026.

Bij bericht van 26 mei 2026 heeft [persoon A] te kennen gegeven zich te onttrekken als de advocaat van de man. De man is bij bericht van de rechtbank van 26 mei 2026 twee weken in de gelegenheid gesteld om een andere advocaat in te schakelen.

2. De beoordeling

Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 2] op [datum 1] 1999.

Scheiding

Partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

De verzochte echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden uitgesproken.

Voortgezet gebruik woning

De man verzoekt het voortgezet gebruik van de woning gelegen aan [adres 1]

te [plaats 2] voor de duur van zes maanden.

De vrouw verzet zich niet tegen dit verzoek.

De rechtbank zal beslissen volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond.

Onderhoudsbijdrage

De vrouw verzoekt een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partnerbijdrage) van € 6.000,- bruto per maand vast te stellen.

De man verweert zich tegen dit verzoek.

Ingangsdatum

De partnerbijdrage wordt vastgesteld met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Behoefte

De vrouw heeft, ter onderbouwing van de door haar gestelde behoefte, een behoeftelijst in het geding gebracht waaruit een behoefte blijkt van € 5.810,- netto per maand. De man stelt dat het verzoek van de vrouw in zijn geheel moet worden afgewezen, omdat de vrouw haar behoeftelijst niet met stukken heeft onderbouwd.

De rechtbank volgt dit verweer niet. Dat de vrouw de door haar gestelde behoefte niet met stukken heeft onderbouwd, leidt ertoe dat de gestelde kostenposten, rekening houdende met het verweer van de man ten aanzien van die posten, in redelijkheid door de rechtbank worden geschat. De rechtbank begroot de behoefte van de vrouw, als alleenstaande, in redelijkheid als volgt:

de vrouw stelt: de man voert aan: de rechtbank schat:

1. Huur € 2.000,- € 600,- € 1.850,-

2. Gas/water/licht € 260,- € 0,- € 200,-

3. Boodschappen € 800,- € 200,- € 600,-

4. Abonnementen € 70,- € 0,- € 70,-

5. Mobiel abonnement € 55,- € 55,- € 55,-

6. Zorgkosten € 320,- € 200,- € 250,-

7. Overige verzekeringen € 120,- € 0,- € 60,-

8. Auto (vaste lasten) € 1.200,- € 0,- € 700,-*

9. Elektriciteit auto € 130,- € 0,- € 0,-*

10. Hond € 50,- € 50,- € 50,-

11. Vakantie € 400,- € 400,- € 400,-

12. Kleding € 200,- € 200,- € 200,-

13. Self care € 75,- € 75,- € 75,-

14. Vrije tijd € 130,- € 130,- € 130,-

Totaal (afgerond) € 5.810,- € 1.910,- € 4.640,-

* De rechtbank is voor post 8 en 9 uitgegaan van een middelklasse auto waarvan de vaste en variabele kosten samen neerkomen op € 700,- per maand.

Op de door de rechtbank begrote huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw van € 4.640,- netto per maand moet haar inkomen in mindering worden gebracht, zodat haar aanvullende behoefte (haar behoeftigheid) kan worden berekend.

Behoeftigheid

De man voert aan dat de vrouw in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Volgens de man kan haar een verdiencapaciteit worden toegekend van € 48.500,- bruto per jaar, uitgaande van een dienstverband van 32 uur per week in de functie van administratief medewerkster. Daarnaast beschikt zij over vermogen, aldus de man.

De vrouw betwist dit gemotiveerd. Zij stelt dat zij een aangeboren Autisme Spectrum Stoornis (hierna: ASS) heeft. Volgens de vrouw is zij als gevolg van deze aangeboren beperking niet inzetbaar op de arbeidsmarkt. Volgens de vrouw moet geen rekening worden gehouden met een verdiencapaciteit uit arbeid en vermogen.

De rechtbank zal eerst beoordelen of de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw verminderd moet worden met een te ontvangen Wajong-uitkering of een inkomen uit arbeid.

Gebleken is dat de vrouw vanwege haar ASS een aanvraag bij het UWV heeft ingediend voor een Wajong-uitkering. De aanvraag is in eerste instantie afgewezen. De vrouw is tegen deze beslissing in bezwaar gekomen. Op een datum die voor de mondelinge behandeling is gelegen, heeft in de bezwaarprocedure bij het UWV een hoorzitting bij het UWV plaatsgevonden. De vrouw is na de mondelinge behandeling vier weken in de gelegenheid gesteld om de beslissing van het UWV in het geding te brengen. De vrouw heeft bij bericht van 13 mei 2026 te kennen gegeven dat zij de beslissing van het UWV nog niet heeft ontvangen en dat niet bekend is wanneer de beslissing verwacht kan worden. Dit heeft tot gevolg dat bij de beoordeling van de behoeftigheid van de vrouw onbekend is of zij in de toekomst een Wajong-uitkering ontvangt. De rechtbank zal het geschil tussen partijen over de verdiencapaciteit van de vrouw dan ook beoordelen aan de hand van de wel overgelegde stukken.

De vrouw heeft vanwege privacyredenen ervoor gekozen om geen medische stukken in het geding te brengen ter onderbouwing van de door haar gestelde ASS. In het bericht van

13 mei 2026 vraagt de vrouw niet om extra tijd om haar medische stukken alsnog in het geding te brengen. Gelet op de betwisting van haar beperking door de man en het ontbreken van stukken ter onderbouwing daarvan, staat in deze procedure niet vast dat de vrouw ASS heeft en dat zij daardoor niet inzetbaar is op de arbeidsmarkt.

De rechtbank overweegt dat, gezien de leeftijd van de vrouw (58 jaar), haar beperkte opleidingsniveau (VWO diploma) en de omstandigheid dat zij niet eerder aan het arbeidsproces heeft deelgenomen, van de vrouw slechts verwacht kan worden dat zij een inkomen ter hoogte van het minimumloon kan gaan verdienen. Het minimum uurloon bedraagt in 2026 € 14,50 bruto per uur. De man voert aan dat de vrouw 32 uur per week kan werken. Zoals al is geoordeeld, is niet gebleken dat dit voor de vrouw niet mogelijk is. De rechtbank komt op grond van deze gegevens uit op een verdiencapaciteit van afgerond € 2.011,- bruto per maand (€ 14,50 per uur x 32 uur per week x 52 weken per jaar : 12 maanden). Tevens wordt rekening gehouden met 8% vakantietoeslag, wat neerkomt op een inkomen van € 26.063,- bruto per jaar.

De rechtbank zal vervolgens beoordelen of de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw verminderd moet worden met inkomen uit vermogen.

Tussen partijen is in geschil of rekening moet worden gehouden met inkomen uit sparen en beleggen vanwege het rendement uit overige bezittingen en aftrekbare schulden, te weten de inkomsten uit verhuur voor de panden die partijen samen in bezit hebben en de daaraan verbonden schulden. Partijen zijn het erover eens dat de panden in het kader van de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen verkocht moeten worden. In de aanbevelingen opgenomen in het Alimentatierapport staat dat inkomen uit vermogen bestendig beschikbaar moet zijn. De rechtbank zal vanwege de verkoop van deze panden, zoals uit rechtsoverweging 2.27 blijkt bij de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen, zowel bij de berekening van de aanvullende behoefte van de vrouw als bij de draagkracht van de man geen rekening houden met inkomen uit verhuur. Het is in het belang van partijen om een beslissing te nemen die toekomstbestendig is. Door geen rekening te houden met inkomen uit verhuur wordt voorkomen dat een nieuwe berekening voor de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man moet worden gemaakt als de panden zijn verkocht of één van de panden mogelijk is toegedeeld aan de man om te dienen als eigen woning waardoor verhuur niet meer mogelijk is.

Tussen partijen is ook in geschil of rekening moet worden gehouden met inkomen uit sparen en beleggen vanwege banktegoeden. Uit rechtsoverweging 2.34 blijkt dat de saldi van de gezamenlijke bankrekeningen bij helfte gedeeld zullen worden. De rechtbank zal zowel bij de berekening van de aanvullende behoefte van de vrouw als bij de draagkracht van de man geen rekening houden met inkomen uit sparen en beleggen vanwege banktegoeden. Onbekend is op welke manier ieder van partijen na echtscheiding het geld op de bankrekening gaat besteden. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen of het gaat om bestendige inkomsten uit banktegoeden. Daar komt bij dat de werkelijke inkomsten uit banktegoeden op dit moment, gelet op de lage spaarrente bij de bank, waarschijnlijk lager zijn dan de inkomstenbelasting die over het inkomen uit banktegoeden moet worden betaald.

Rekening houdende met de verdiencapaciteit uit arbeid zoals overwogen in rechtsoverweging 2.14 en de heffingskortingen, bedraagt het NBI van de vrouw € 2.097,- per maand. Wanneer dit NBI in mindering wordt gebracht op de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw van € 4.640,- netto per maand, resteert een aanvullende behoefte van € 2.543,- netto per maand.

Draagkrachtberekening

De man betwist dat hij draagkracht heeft om de gevraagde bijdrage te voldoen.

De rechtbank zal de draagkracht van de man berekenen aan de hand van de aanbevelingen opgenomen in het Alimentatierapport, rekening houdende met de tarieven 2026-2.

De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het huidige NBI van de man aan de hand van de jaaropgave over het jaar 2025, waarop een jaarloon staat vermeld van € 30.555,-, op € 2.217,- per maand.

De rechtbank heeft het jaarloon niet verminderd met het bedrag aan bijtelling voor de auto van de zaak, maar op dit punt de berekening van de man gevolgd. De rechtbank realiseert zich dat dit niet volgens de aanbevelingen is zoals opgenomen in het Alimentatierapport, maar de man heeft tijdens de mondelinge behandeling (terecht) aangegeven dat dit in het voordeel van de vrouw is.

Geen rekening is gehouden met:

- de fiscale gevolgen van het zijn van eigenaar van een woning (eigen woningforfait, fiscale aftrek van hypotheekrente etc.);

- overige netto-inkomsten uit rekening-courant, omdat daar een schuld tegenover staat die afgelost moet worden en daardoor niet gezien wordt als inkomen;

- inkomen uit sparen en beleggen vanwege het rendement uit overige bezittingen en aftrekbare schulden, te weten de inkomsten uit verhuur voor de panden die partijen samen in bezit hebben en de daaraan verbonden schulden. De rechtbank verwijst voor de beoordeling naar rechtsoverweging 2.15;

- inkomen uit sparen en beleggen vanwege het rendement uit banktegoeden. De rechtbank verwijst voor de beoordeling naar rechtsoverweging 2.15;

- een bedrag uit management fee, omdat in de jaarstukken geen sprake lijkt te zijn van opgepotte winst. Het eigen vermogen lijkt gevormd te worden door vorderingen.

Rekening is gehouden met:

- de algemene heffingskorting;

- de arbeidskorting;

- op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor een DGA.

De draagkracht van de man wordt, vastgesteld aan de hand van de volgende formule: 60% x [NBI – (0,3xNBI + 1.365)] en bedraagt € 112,- per maand.

Conclusie

Er resteert een bedrag van € 112,- netto per maand, ofwel € 174,- bruto per maand, waarbij de rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening. Derhalve is een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van € 174,- bruto per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het verzoek van de vrouw zal tot dit bedrag worden toegewezen.

Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime

Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 2] op [datum 1] 1999 onder het maken van huwelijkse voorwaarden. Op [datum 2] 2011 hebben zij de huwelijkse voorwaarden gewijzigd in die zin dat zij iedere gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. In artikel

7 sub b van de huwelijkse voorwaarden zijn zij bij het einde van het huwelijk een finaal verrekenbeding overeengekomen.

De vrouw verzoekt:

in haar verzoekschrift:

te bepalen dat partijen dienen over te gaan tot afwikkeling van de tussen hen bestaande huwelijkse voorwaarden;

in haar verweerschrift op zelfstandige verzoeken tevens houdende zelfstandige verzoeken:

vaststelling van de vermogensrechtelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aan te houden en te bepalen dat de man zijn medewerking verleent aan de waardering van de aandelen van de ondernemingen en de taxatie van de in privé eigendom aan partijen toebehorende panden, waarna de vrouw haar visie op de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden kan geven;

in haar bericht met bijlagen tevens wijziging (vermindering/aanvulling) van het eerdere aanvullende verzoek van 7 april 2026:

A. te bepalen dat de man zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen drie weken na de

dagtekening van de te wijzen beschikking de navolgende stukken en informatie in het geding zal brengen:

- de jaarcijfers 2023 tot en met 2025 van [bedrijf 1] B.V. en de jaarcijfers 2022 tot en met 2025 van alle deelnemingen;

- de laatste drie aangiften en aanslagen inkomstenbelasting, waaronder in ieder geval die van 2022 tot en met 2024 en in concept ook die van 2025;

- de managementovereenkomst;

- een met stukken onderbouwde toelichting op het verloop van de rekening-courantschuld van 2020 tot en met heden aan [bedrijf 1] B.V. en aan de deelnemingen van [bedrijf 1] B.V, inclusief de grootboekrekeningen;

- de door de man met [bedrijf 2] aangegane overeenkomst van geldlening met bewijs van de hieruit door de man ontvangen gelden (bewijs van storting — omvang van het bedrag / de bedragen en op welke rekening(en) ontvangen), bewijs van het doel / de besteding van het ontvangen bedrag / de ontvangen bedragen, en een compleet en gedocumenteerde overzicht van de hierop betaalde aflossingen en eventuele rente;

- de door de man met [persoon B] aangegane overeenkomst van geldlening met bewijs van de hieruit door de man ontvangen gelden (bewijs van storting — omvang van het bedrag / de bedragen en op welke rekening(en) ontvangen), bewijs van het doel / de besteding van het ontvangen bedrag / de ontvangen bedragen, en een compleet en gedocumenteerde overzicht van de hierop betaalde aflossingen en eventuele rente;

- de administratieve gang en stand van zaken met betrekking tot de gelden die vanaf 2018 vanuit privé [bedrijf 1] B.V. en/of een deelneming daarvan in zijn gevloeid en een gedocumenteerde toelichting op wat de actuele status is van de vordering van privé op de onderneming(en);

- alle relevante stukken en informatie met betrekking tot het project [projectnaam 1] in [bedrijf 3] B.V. en de actuele stand van zaken daarvan, waaronder - doch niet limitatief - de actuele stand van zaken in het vergunnings- en bouwproces en een gedocumenteerd overzicht van de inkomsten vanuit [projectnaam 2] aan [bedrijf 3] B.V. en/of [bedrijf 1] B.V. en [projectnaam 3] aan [bedrijf 1] B.V., alsook de onderliggende huurovereenkomsten;

- alle relevante stukken en informatie m.b.t. het project in [land] in [bedrijf 1] B.V., waaronder ook - doch niet limitatief - gedocumenteerd de wijze van financiering van dit project, zowel zakelijk als in privé, en de zekerheden en/of garanties die in dit verband zowel zakelijk als in privé zijn verstrekt;

- alle eigendoms- en hypotheekakten en, indien van toepassing, huurovereenkomsten met betrekking tot al het zakelijk onroerend goed, alsook de jaaropgaven van de hypotheken;

- alle eigendoms- en hypotheekakten en, indien van toepassing, huurovereenkomsten en vergunningen m.b.t. al het privé onroerend goed, alsook de jaaropgaven van de hypotheken;

- de relevante stukken met betrekking tot de bij het onroerend goed betrokken VVE(s), zoals de

splitsingsakte, het huishoudelijk reglement en meerjarig onderhoudsplan en een gedocumenteerde onderbouwing van de vordering vanuit privé op de V.V.E met betrekking tot [adres 2] , [adres 3] en [adres 1] in verband met een voorziening voor onderhoud;

- het huidige BRP-adres van de man;

- het antwoord op de vraag of [adres 1] leeg staat of (onbevoegd) verhuurd wordt met bijbehorende bewijs / documentatie;

- de juridische stand van zaken van de gewezen en eventuele lopende geschillen/procedures m.b.t. de huurder(s) van de [adres 2] , [adres 3] en [adres 1] ;

- de rekeningafschriften van alle rekeningen ten name van de man van 2020 tot en met heden, ook van de tussentijds opgeheven rekeningen;

- de rekeningafschriften van alle rekeningen ten name van [bedrijf 1] B.V. en van de deelnemingen van 2020 tot en met heden;

- de polis van de kapitaalverzekering ten name van de man bij [verzekeringsmaatschappij] en bewijs van [verzekeringsmaatschappij] van de waarde daarvan;

- de tenaamstelling en de marktwaarden van de bij de man in het bezit en gebruik zijnde

vervoermiddelen.

B. Te bepalen dat de man zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van een daartoe strekkend verzoek van de deskundigen aan de deskundigen, en in afschrift aan de vrouw, al de door de deskundige(n) gevraagde stukken en informatie dient te verstrekken.

C. Ten aanzien van zowel A. als B.: op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 500,- voor elke dag (of dagdeel) dat de man hiermee in gebreke blijft.

De man voert verweer en verzoekt de verzoeken van de vrouw af te wijzen. Hij verzoekt de vermogensrechtelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen conform hetgeen hij uiteengezet heeft in de punten 20 tot en met 27 van zijn verweerschrift en partijen te verplichten hier uitvoering aan te geven binnen de door de man voorgestelde termijnen.

De verdeling van de eenvoudige gemeenschappen

Voor de eenvoudige gemeenschap is in de wet geen peildatum bepaald. De peildatum van de omvang en waardering van een eenvoudige gemeenschap is in beginsel de datum van feitelijke verdeling. Uit hetgeen door partijen is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat van deze datum wordt afgeweken. Hiervan is niet gebleken. De rechtbank gaat daarom uit van de datum van feitelijke verdeling, te weten de datum van deze beschikking.

Partijen hebben geen overeenstemming over de verdeling van de tussen hen bestaande eenvoudige gemeenschappen. De rechtbank zal daarom de wijze van verdeling gelasten, rekening houdende naar billijkheid zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang op grond van artikel 3:185 BW.

De woning aan [adres 4] , de woning aan [adres 3] , de woning aan [adres 5] en de tuin gelegen tussen [straat 1] en [straat 2]

Partijen zijn het erover eens dat deze onroerende goederen eenvoudige gemeenschappen tussen hen vormen en dat deze verkocht moeten worden. De rechtbank zal bepalen dat de verkoop moet plaatsvinden zoals hierna in het dictum onder rechtsoverweging 3.7.1 is vermeld.

De woning aan [adres 1]

Partijen verschillen van mening over de vraag of de woning wordt toegedeeld aan de man of wordt verkocht aan een derde. Gebleken is dat de man in deze woning verblijft als hij in Nederland is. De rechtbank is van oordeel dat de man de mogelijkheid geboden moet worden om te onderzoeken of hij de financiering van de woning kan bewerkstelligen. Op welke termijn dit plaats moet vinden, zal uit het dictum blijken. Als de man niet in staat is om de toedeling te financieren, dan moet de woning worden verkocht. De rechtbank zal bepalen dat de toedeling van de woning aan de man of de verkoop van de woning aan een derde moet plaatsvinden zoals hierna in het dictum onder rechtsoverweging 3.7.2 is vermeld.

De inboedelgoederen

De man stelt dat partijen na het feitelijk uiteengaan in onderling overleg de inboedel met gesloten beurzen hebben verdeeld. De vrouw betwist dit.

De vrouw verzoekt in haar bericht tevens aanvullend verzoekschrift van

23 januari 2026:

1. dat zij uit de woning aan [adres 1] nog toegedeeld wil krijgen: de helft van het zilver, de gouden armband en de ketting uit Cuba, de houten maskers en de oude houten salontafel;

2. de inboedel van het in verhuur staande onroerend goed aan [adres 5] , aan [adres 4] , aan [adres 3] en in de tuin met kas bij helfte te delen;

3. de ronde tafel uit de woning aan [adres 5] toegedeeld te krijgen;

4. verdeling of verrekening van de helft van de waarde van de in de door haar in productie 10 opgesomde kunst die in het bezit is van de man en verdeling of verrekening van de helft van de waarde van de kunst die in het bezig is van de vrouw.

De man heeft tijdens de mondelinge behandeling ten aanzien van verzoek 3 van de vrouw te kennen gegeven dat zij de ronde tafel uit de woning aan [adres 5] toegedeeld kan krijgen, maar dat de tafel pas opgehaald kan worden als de huurders uit [adres 5] de woning hebben verlaten. Hier heeft de vrouw geen verweer tegen gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat partijen over de toedeling van de ronde tafel overeenstemming hebben bereikt. De rechtbank zal de afspraak tussen partijen opnemen in het dictum.

De rechtbank is van oordeel dat de man zijn stelling dat de inboedelgoederen al in onderling overleg zijn verdeeld, in het licht van de gemotiveerde betwisting niet heeft onderbouwd. De rechtbank zal daarom beslissen op de verzoeken 1., 2. en 4. van de vrouw. Gebleken is dat er gemeenschappelijke inboedelgoederen zijn, maar voor de rechtbank is niet vast te stellen of de inboedelgoederen een eenvoudige gemeenschap tussen partijen vormen of dat de inboedelgoederen behoren tot het te verrekenen vermogen. De rechtbank zal bij gebrek aan informatie bij de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen beslissen over de inboedelgoederen.

De rechtbank is van oordeel dat als er gemeenschappelijke inboedelgoederen zijn, deze op de peildatum bij helfte gedeeld moeten worden zonder verrekening van de waarde. De rechtbank wil partijen als advies meegeven om voor de verdeling van de inboedelgoederen een lijst te maken met alle te verdelen inboedelgoederen, waarna zij om en om een door hen gewenst goed kiezen. Wie van partijen begint met kiezen, kan bijvoorbeeld worden bepaald door het opgooien van een muntstuk nadat partijen de voorkeur hebben uitgesproken voor kop of munt.

De saldi op de bankrekeningen

Partijen zijn het erover eens dat de saldi op de betaal- en spaarrekeningen bij de KNAB met de eindcijfers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] eenvoudige gemeenschappen tussen hen vormen en op de peildatum bij helfte gedeeld moeten worden. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

De vordering van partijen op hun zoon [de zoon] en zijn partner [partner van de zoon]

Partijen zijn het erover eens dat deze vordering een eenvoudige gemeenschap tussen hen vormt. De vrouw stelt dat de vordering onverdeeld moet blijven. De man voert aan dat de vordering aan de vrouw moet worden toegedeeld en dat zij de helft van de waarde aan hem moet voldoen.

De rechtbank vindt dat de vrouw geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat haar belang bij het onverdeeld laten van de vordering aanmerkelijk groter is dan het belang van de man bij verdeling daarvan. De rechtbank zal de waarde van de vordering op de peildatum, dus de datum van deze beschikking, toedelen aan de vrouw onder verrekening van de helft van de waarde met de man. Gebleken is dat partijen deze vordering aan hun zoon en zijn partner [partner van de zoon] hebben verstrekt ten behoeve van de aankoop en financiering van hun woning. Gebleken is dat de vrouw na het uiteengaan van partijen bij hun zoon en zijn partner [partner van de zoon] is gaan wonen. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw vanwege haar verblijf bij hun zoon en zijn partner in hun woning de meest gerede partij is om de vordering toegedeeld te krijgen. Na toedeling en verrekening van deze vordering licht het op de weg van de vrouw om in de toekomst de inkomsten (rente en aflossing) voortkomend uit deze vordering te innen.

De man heeft als productie 21 bij zijn bericht van 7 april 2026 de leningsovereenkomst tussen de man, de vrouw, hun zoon en zijn partner overgelegd. Hieruit blijkt dat op 1 december 2022 een leningsovereenkomst is aangegaan voor een bedrag van € 274.000,-. De lening zal annuïtair worden afgelost in 360 maanden tegen een jaarlijkse rente van 6%. Op basis van deze gegevens bedraagt de rente, over de oorspronkelijke vordering van € 274.000,- x 0,5% per maand (6% : 12 = 0,5%), de eerste maand € 1.370,- en de aflossing € 272,77.Voor de hoogte van de vordering op de datum van deze beschikking gaat de rechtbank uit van een (rest)vordering na 44 betalingen van € 260.616,-. De vrouw moet de helft van dit bedrag aan de man voldoen. Partijen wordt meegegeven om de verrekening van deze vordering plaats te laten vinden bij de verrekening van de overwaarde van de verkoop- en of toedeling van de onroerende goederen zoals genoemd in de rechtsoverwegingen 2.27 en 2.28.

Conclusie

De wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen zal in het dictum gelast worden zoals hierboven is weergegeven.

De afwikkeling van het finaal verrekenbeding

Peildatum

Partijen zijn het erover eens dat als peildatum voor de samenstelling en waardering van het te verrekenen vermogen heeft te gelden de datum waarop de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Te verrekenen vermogensbestanddelen

Op het moment van inschrijving van deze echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, is de peildatum voor de samenstelling van het te verrekenen vermogen bekend.

Partijen worden verzocht om binnen twee maanden na ontvangst van het bericht van de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, de hierna in het dictum genoemde informatie aan de rechtbank te verstrekken.

De rechtbank houdt de beslissing ten aanzien van de afwikkeling van het finaal verrekenbeding aan tot 1 december 2026 PRO FORMA in afwachting van deze informatie.

Inzage stukken

Het verzoek van de vrouw genoemd in rechtsoverweging 2.23 onder A. ziet op stukken die volgens haar van belang zijn bij de beslissingen die genomen moeten worden ten aanzien van de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen en de beslissingen die genomen moeten worden ten aanzien van de afwikkeling van het finaal verrekenbeding.

De rechtbank ziet geen belang meer in de verzochte stukken die zien op de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen, aangezien de rechtbank hierover een beslissing kan nemen zonder in het bezit te zijn van deze stukken.

De stukken die de vrouw heeft verzocht ten aanzien van de afwikkeling van het finaal verrekenbeding, moeten zoals genoemd in rechtsoverweging 2.41 in het geding worden gebracht zover deze nodig zijn voor de berekening van de waarde van het te verrekenen vermogen. Omdat in deze beschikking (nog) geen deskundige wordt benoemd, wordt het verzoek van de vrouw genoemd in rechtsoverweging 2.23 onder B. aangehouden. Ook het verzoek onder C. wordt aangehouden.

Vergoedingsrecht Tesla

De man heeft zijn verzoek tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken. De rechtbank hoeft dus niet meer te beslissen op dit verzoek.

Proceskosten

in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/674732 / FA RK 24-1639:

Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/679769 / FA RK 24-4016:

Omdat ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.

3. De beslissing

De rechtbank:

in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/674732 / FA RK 24-1639:

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 1999 te [plaats 2] ;

bepaalt dat de man, als hij ten tijde van de inschrijving van de echtscheidings-beschikking in de registers van de burgerlijke stand de woning aan [adres 1] te [plaats 2] , die aan de vrouw uitsluitend of onder andere toebehoort of ten gebruike toekomt, bewoont, jegens de vrouw bevoegd is de bewoning voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van de beschikking, zulks tegen een redelijke vergoeding, die nu op nihil wordt gesteld;

kent ten laste van de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud toe van € 174,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen voor het eerst op de dag dat de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/679769 / FA RK 24-4016:

stelt de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen als volgt vast:

de onroerende goederen gelegen aan [adres 4] , [adres 3] , [adres 5] , de tuin gelegen tussen [straat 1] en [straat 2] en de eventueel daarop rustende hypothecaire geldleningen:

binnen twee weken na deze beschikking selecteert de vrouw drie makelaarskantoren die aangesloten zijn bij een brancheorganisatie voor makelaars in Nederland en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de verkopende makelaar;

daarna verrichten partijen zo spoedig mogelijk de volgende handelingen:

invullen en ondertekenen van door de makelaar geleverde formulieren ten behoeve van de opdracht tot verkoop,

aanleveren van door de makelaar verzochte documenten;

betaling van hun deel van de aanbetaling aan de makelaar, binnen de gestelde betalingstermijn van de makelaar;

leveren van een set sleutels aan de makelaar, binnen de door de makelaar gestelde termijn;

meewerken aan het bepalen van de verkoopprijs of de vraag- en laatprijs, binnen de door de makelaar gestelde termijn;

meewerken aan geplande bezichtigingen;

zorgen dat de onroerende goederen verzorgd ogen voor iedere bezichtiging;

alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en oplevering van de onroerende goederen, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen;

het tekenen van de koopovereenkomst(en);

het meewerken aan de levering van de onroerende goederen via de notaris, waaronder het tekenen van (de) transportakte(n) of (een) volmacht(en)en binnen de door de notaris gestelde termijn.

bij dit alles geldt nog het volgende:

voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft;

in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de onroerende goederen aan een derde;

partijen dragen de aan de verkoop verbonden kosten ieder bij helfte;

als de makelaar de opdracht tot verkoop van de onroerende goederen teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van de onroerende goederen aan kopers;

met de verkoopopbrengst van de onroerende goederen en de opbrengst van de polissen die zijn gekoppeld aan de hypothecaire leningen worden de hypothecaire leningen afgelost. Als na aflossing een hypothecaire schuld resteert, dragen partijen deze gelijkelijk. Als na aflossing een overwaarde resteert, verdelen partijen deze gelijkelijk;

de woning gelegen aan [adres 1] te [plaats 2] en de eventueel daarop rustende hypothecaire geldlening:

a. de woning moet worden getaxeerd door een makelaar die aangesloten is bij een brancheorganisatie voor makelaars in Nederland of door een taxateur die aangesloten is bij het NRVT. Als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de aan te stellen makelaar of taxateur, bepaalt de rechtbank dat dit geschiedt op de volgende manier: binnen twee weken na deze beschikking selecteert de vrouw drie makelaars of taxateurs en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de makelaar of taxateur die een taxatierapport zal uitbrengen;

b. de woning wordt toegedeeld aan de man voor de in het taxatierapport vermelde waarde onder de voorwaarde dat de man uiterlijk binnen vier maanden na de datum van het taxatierapport schriftelijk aan de vrouw bericht of hij de woning over kan nemen en de man uiterlijk binnen drie maanden na dit bericht aan de vrouw de financiering rond krijgt zodanig dat de vrouw de helft van de eventuele overwaarde ontvangt en indien van toepassing wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening;

c. als vier maanden na de datum van het taxatierapport blijkt dat de man de woning niet over kan nemen (of na zeven maanden alsnog blijkt dat de man de vrouw de helft van de overwaarde niet heeft betaald en indien van toepassing de vrouw niet is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening), dan moet direct gestart worden met de verkoop van de woning aan een derde. Die verkoop aan een derde moet geschieden op de volgende manier:

- verkoop vindt plaats door een door partijen gezamenlijk ingeschakelde makelaar. Als partijen niet tot overeenstemming kunnen komen, selecteert de vrouw drie makelaarskantoren die aangesloten zijn bij een brancheorganisatie voor makelaars in Nederland en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de verkopende makelaar;

- partijen werken mee aan het eventueel opnieuw bepalen van de verkoopprijs of de vraag- en laatprijs, een en ander in overleg met de makelaar en binnen de door de makelaar gestelde termijn;

- partijen werken mee aan geplande bezichtigingen;

- partijen zorgen dat de woning verzorgd oogt voor iedere bezichtiging;

- partijen verrichten alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en oplevering van de woning, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen;

- partijen werken mee aan het tekenen van de koopovereenkomst;

- partijen werken mee aan de levering van de woning aan een derde via de notaris, waaronder het tekenen van de transportakte of een volmacht binnen de door de notaris gestelde termijn, waarbij de termijn genoemd onder rechtsoverweging 3.2 in acht wordt genomen;

d. bij dit alles geldt nog het volgende:

- voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft;

- in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de woning aan een derde;

- als de makelaar de opdracht tot verkoop van de woning teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het huis aan kopers;

d. de overwaarde van de woning bestaat uit het verschil tussen het bedrag waarvoor de man de woning overneemt enerzijds en de (eventuele) hypothecaire schuld anderzijds, dan wel de verkoopopbrengst minus de verkoopkosten en de hiervoor bedoelde (eventuele) schuld.

Bij toedeling van de woning aan de man moet hij de helft van de overwaarde voldoen aan de vrouw. Bij verkoop van de woning wordt de (restant) verkoopopbrengst tussen partijen bij helfte verdeeld. Mocht na aflossing bij verkoop toch een hypothecaire schuld resteren, dan dragen partijen deze gelijkelijk;

e. de kosten verbonden aan de verdeling en levering of verkoop en levering van de woning worden door partijen bij helfte gedragen;

neemt op de afspraak tussen partijen dat de ronde tafel uit de woning aan [adres 5] wordt toegedeeld aan de vrouw, waarbij geldt dat de vrouw de ronde tafel kan ophalen uit de woning als de huurders uit [adres 5] de woning hebben verlaten;

bepaalt dat voor zover er gemeenschappelijke inboedelgoederen op de datum van de beschikking zijn, deze bij helfte gedeeld worden zonder verrekening van de waarde;

bepaalt dat de saldi op de betaal- en spaarrekeningen bij de KNAB met de eindcijfers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] op de datum van deze beschikking bij helfte gedeeld worden;

bepaalt dat de vordering van partijen op hun zoon en zijn partner wordt toegedeeld aan de vrouw voor een waarde van € 260.616,-, waarbij de vrouw de helft van dit bedrag aan de man moet voldoen, te weten € 130.308,-;

wijst het meer of anders verzochte ten aanzien van de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen af, waaronder is begrepen de door de vrouw in rechtsoverweging 2.23 onder A. verzochte stukken die zien op de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen;

bepaalt dat de beslissing op de verzoeken behorende bij de afwikkeling van het finaal verrekenbeding en de beslissing over de proceskosten worden aangehouden tot 1 december 2026 PRO FORMA, met het verzoek aan partijen uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het bericht van de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, in het geding te brengen:

een vermogensoverzicht van het privévermogen van ieder van partijen op de peildatum (datum inschrijving echtscheidingsbeschikking) dat verrekend moet worden, te weten de samenstelling van het te verrekenen vermogen, en de waarde van elk tot het te verrekenen vermogen behorend goed, onderbouwd met verifieerbare bewijsstukken;

als de waarde van een tot het te verrekenen vermogen behorend goed voor partijen niet vast te stellen is, dan moeten partijen zich schriftelijk uitlaten over de wijze waarop de waarde moet worden vastgesteld;

bepaalt dat, als partijen of één van hen bij het standpunt blijven of blijft dat de waarde van de aandelen van de man in de onderneming [bedrijf 4] BV op de peildatum (datum inschrijving echtscheidingsbeschikking) tot het te verrekenen vermogen behoort en het voor partijen niet mogelijk is om – bijvoorbeeld aan de hand van de intrinsieke waarde – deze waarde zelf vast te stellen:

- partijen zich uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het bericht van de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, moeten uitlaten over de benoeming van de persoon van de deskundige (wel of niet [deskundige] van [adviesbureau] wiens naam is genoemd tijdens de mondelinge behandeling en zo nee, welke deskundige dan wel), de te stellen vragen aan de deskundige, de waarderingsmethode en de betaling van de deskundige.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.B. van den Enden, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. N.A.J.M. Rasenberg, griffier, op 31 juli 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. van den Enden

Griffier

  • mr. N.A.J.M. Rasenberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand