ECLI:NL:RBROT:2026:10854

ECLI:NL:RBROT:2026:10854

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer ROT 24/9616
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Toekenning omgevingsvergunning voor de sloop van twee binnenwanden in een gemeentelijk monument. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats 1] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/9616

(gemachtigde: [naam 1] ),

en

(gemachtigde: mr. drs. M.A.C. Kooij).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghoudster] uit [vestigingsplaats 2] (vergunninghoudster)

(gemachtigde: [naam 2] ).

Procesverloop

1. Vergunninghoudster heeft een aanvraag ingediend voor de sloop van twee (nietoorspronkelijke en niet dragende) binnenwanden in een gemeentelijk monument op het adres [straatnaam] in [locatie] . Het college heeft hiervoor op 28 maart 2024 een omgevingsvergunning verleend. Met het bestreden besluit van 11 september 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de verlening van de omgevingsvergunning gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] , de gemachtigde van verweerder en mr. D.J. Edelman en mr. C. Harreman en de gemachtigde van vergunninghoudster en [naam 6] .

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

2. Vergunninghoudster heeft op 5 februari 2024 een aanvraag gedaan voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument, te weten de sloop van twee kalkzandsteen binnenwanden zonder monumentale waarde. Na een positief advies van de Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam, waarin gemotiveerd is dat het hier gaat om twee later geplaatste wanden waarvan de sloop geen gevolgen heeft voor de monumentale waarde van het gemeentelijk monument heeft omdat deze geen cultuurhistorische waarde hebben, heeft het college een omgevingsvergunning verleend. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie, de verleende omgevingsvergunning gehandhaafd.

Toetsingskader

3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling van het beroep

De omvang van de aanvraag

4. Volgens eiseres is de vergunningaanvraag beoordeeld als een geïsoleerde activiteit terwijl deze onderdeel is van een groter project en het “knippen” leidt tot een onvolledige beoordeling van de gevolgen voor de huurders en andere belanghebbenden.

Op grond van artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet (Ow) kan een aanvraag om een omgevingsvergunning naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben. Het college dient een aanvraag te beoordelen zoals deze wordt gedaan en dat heeft het college hier gedaan. Van een onvolledige beoordeling is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.

Zorgvuldigheidsbeginsel

5. Eiseres betoogt dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden, omdat de belangen van de huurders onvoldoende zijn meegewogen in de besluitvorming. Eiseres stelt dat het verlenen van de omgevingsvergunning directe gevolgen heeft voor de leefbaarheid en de gebruiksmogelijkheden van het pand.

In artikel 13 van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent erfgoed (de Erfgoedverordening Rotterdam 2020) is bepaald wanneer een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11 van die verordening wordt geweigerd. Dit betekent dat sprake is van een gebonden bevoegdheid waarbij het college de vergunning moet verlenen als er geen sprake is van een weigeringsgrond. Eiseres heeft niet aangevoerd dat er sprake is van een weigeringsgrond en zij heeft ook niet gemotiveerd, dan wel onderbouwd weersproken dat het slopen van de binnenwanden geen gevolgen heeft voor de monumentale waarde van het gemeentelijk monument omdat deze wanden geen cultuurhistorische waarde hebben, zoals de Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam in haar advies heeft gesteld. Nu er sprake is van een gebonden bevoegdheid is er in dit kader geen ruimte voor een belangenafweging zodat wat eiseres hierover heeft aangevoerd niet in de beoordeling wordt betrokken. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.

Afwijking tenderafspraken

6. De rechtbank toetst de verlening van de omgevingsvergunning. De beroepsgrond van eiseres dat vergunninghoudster zich niet heeft gehouden aan de tenderafspraken betreft een civielrechtelijke aangelegenheid en valt buiten de omvang van deze procedure zodat wat partijen hierover hebben aangevoerd buiten beschouwing blijft. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Toetsing op grond van de Wet Bibob

7. Eiseres stelt dat gelet op de afwijkingen van de tenderafspraken en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over de integriteit van de uitvoering van het project, een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) had moeten worden uitgevoerd om te beoordelen of de vergunning op rechtmatige gronden kon worden verleend.

Het college heeft gemotiveerd gesteld dat een Bibob-toets op grond van artikel 1.3, aanhef en onderdeel d, van de Beleidslijn toepassing Wet Bibob Rotterdam 2024 achterwege kon blijven. Het college heeft dit op de zitting nog aangevuld met de mededeling dat er in 2022 al een Bibob-toets heeft plaatsgevonden in het kader van het tenderproces. Naar het oordeel van de rechtbank had het college in de gegeven situatie mogen afzien van een toets aan de Wet Bibob.

Evenredigheidsbeginsel

8. Eiseres doet verder nog een beroep op het evenredigheidsbeginsel, omdat volgens haar de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig groot zijn in verhouding tot het beoogde doel. Eiseres noemt in dit kader overlast en onzekerheid over het voortzetten van huurcontracten. Verder stelt eiseres dat het gestelde doel van het weghalen van de muren, namelijk het terugbrengen van het pand naar de oorspronkelijke staat, niet voldoende onderbouwd is en geen aantoonbaar belang dient voor de huidige gebruikers.

Voor een geslaagd beroep op het evenredigheidsbeginsel bij een gebonden bevoegdheid op grond van een wet in formele zin, zoals aan de orde is bij de artikelen 5.1 en 22.8 van de Ow, moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden die de wetgever bij het vaststellen van de wet niet heeft verdisconteerd. De door eiseres genoemde omstandigheden, zijn niet dergelijke bijzondere omstandigheden. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.

9. De rechtbank concludeert op grond van het bovenstaande dat het college het bezwaar van eiseres terecht ongegrond heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van J.G. Mierop, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Omgevingswet

Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder een omgevingsplanactiviteit valt onder meer een activiteit die in strijd is met (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan.

In artikel 22.8 is bepaald dat voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen, een zodanige bepaling geldt als een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a.

In artikel 2.7, eerste lid, is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur gevallen kunnen worden aangewezen waarin regels over de fysieke leefomgeving alleen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening mogen worden opgenomen.

Omgevingsbesluit

Op grond van artikel 2.1a. eerste lid, aanhef en onder a, worden tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 22.4 van de wet, voor de toepassing van artikel 22.8 van de wet regels in een gemeentelijke verordening die vallen onder artikel 2.1, eerste lid, alleen als regels als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de wet aangemerkt voor zover het gaat om regels over een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die tot de inwerkingtreding van dit besluit gold.

De Erfgoedverordening Rotterdam 2020

In artikel 11, eerste lid, is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument:

a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; of

b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

In artikel 13 is bepaald dat een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11 wordt geweigerd wanneer naar het oordeel van het college het belang van behoud van de monumentale waarden, met het oog op onder andere kwaliteit, schaarste en gaafheid daarvan, groter is dan het met de wijziging of sloop gediende belang van de rechthebbende op het monument.

Beleidslijn toepassing Wet Bibob Rotterdam 2024

In artikel 1.3, aanhef en onder d, is bepaald dat tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 1.2, uitvoering van het eigen onderzoek achterwege blijft, indien de betrokkene in de vijf jaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag, de start van de onderhandelingen over een vastgoedtransactie of de inschrijving voor een overheidsopdracht reeds op grond van de Wet Bibob onderzocht is door de gemeente Rotterdam of haar bestuursorganen en uit het onderzoek geen gevaar als bedoeld in artikel 3 en artikel 9 van de wet is gebleken en de omstandigheden ten opzichte van dat onderzoek ongewijzigd zijn.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand