ECLI:NL:RBROT:2026:10859

ECLI:NL:RBROT:2026:10859

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer ROT 24/11258
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

BC; Wet dieren; overtreding Transportverordening. In deze zaak oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft bewezen dat eiseres een dier liet vervoeren dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport omdat het dier een ernstige open wond vertoonde. Bij zijn inspectie heeft de toezichthoudende dierenarts hechtmateriaal gevoeld en granulatieweefsel aangetroffen. Dit duidt erop dat de wond al voor het transport aanwezig moet zijn geweest. De door eiseres overgelegde verklaring van de eigen dierenarts en de patholoog leiden niet tot een ander oordeel. Beide verklaringen zijn uitsluitend gebaseerd op een beoordeling van de foto’s van het varken. De rechtbank ziet aanleiding voor een matiging van de boete met 5% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

[eiseres 1] en [eiseres 2] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: [naam 1] ),

en

de minister voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, thans: de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.M. de Vries)

en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een boete van € 1.500,- die verweerder haar met het besluit van 28 juni 2024 heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren.

Met het bestreden besluit van 4 november 2024 op het bezwaar van eiseres heeft

verweerder de boete gehandhaafd.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan

hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 2] , de gemachtigde van verweerder en [naam 3] , toezichthoudend dierenarts bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op

25 januari 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. De toezichthoudende dierenarts schrijft in het rapport onder meer het volgende.

Bevinding(en) :

Datum en tijdstip van de bevinding : 10 januari 2024, omstreeks 16.59 uur

“Tijdens mijn inspectie bevond ik mij bij de losbruggen in de stal van

bovengenoemd slachthuis. Ik was belast met de AM-keuring (antemortemkeuring)

van de varkens die dag. Rond 16.45 uur zag ik dat een chauffeur van

[bedrijf 1] varkens bracht en loste (zie VKI aanvoerdocument).

Ik zag dat er een varken gelost werd met op de staart een ernstige open wond

(zie foto 1 en 2). Het betrof het varken met het gebruiksmerk met UBN [kenmerk 1]

en slachtbliknummer [kenmerk 2] . Ik zag dat het UBN op het gebruiksmerk van dit

varken overeenkwam met het UBN op het VKI aanvoerdocument (zie VKI

aanvoerdocument). Ook heb ik een foto gemaakt van het nummerbord van de

voorwagen [kenteken] (zie foto 3). Dit komt overeen met wat er op de VKI staat.

Bij nadere inspectie van bovengenoemd varken in het RL hok (In het RL hok

worden alle varkens die iets mankeren apart gelegd) zag ik dat op de plek van de

staart van bovengenoemde varken een diepe wond zat. Ik zag dat het een

ernstige open wond betrof, omdat de wond zo groot was dat de botten van de

staart niet meer te zien waren, de wond was rood en was ongeveer 8 cm in

doorsnede.

Ik merkte ook een hechtdraad op in de wond (zie foto 1 en 2). Dit wijst erop dat

er hechtingen zijn aangebracht, voordat het varken op transport ging.

De aanwezigheid van de hechtdraad duidt erop dat de wond al aanwezig was vóór

het transport en dat er geprobeerd is om de wond dicht te hechten.

Ik zag granulatieweefsel in de wond. Dit is helder rood van kleur en ontstaat als er

een open wond is en het lichaam dan probeert de wond weer te sluiten.

Granulatieweefsel ontstaat vanaf dag 5 na het ontstaan van een wond (zie grafiek

wondgenezing). Dit varken is op 10 januari 2024 om 09:15 uur geladen bij de

veehouder en om 16:40 uur gelost bij [bedrijf 2] (zie VKI

Aanvoerdocument). Dit betekent dat de wond al voor het transport aanwezig was.

Dit soort wonden ontstaan door ontsteking van de staart en het dan uiteindelijk

afsterven van weefsel, waardoor de staart verdwijnt. Er blijft dan een open wond

over, die normaal gesproken veel tijd nodig heeft om weer dicht te groeien.

Vanuit mijn expertise als dierenarts kan ik verklaren dat de ernstige open wond

op de staart pijn veroorzaakt tijdens transport. Doordat er andere dieren

tegenaan lopen, levert dit extra pijn op tijdens transport. Ook het zichzelf

overeind houden en daardoor tegen de wand of deur lopen met de achterzijde van

het varken, levert extra pijn op.

Op het bij het varken behorende VKI Aanvoerdocument (zie bijlage) en op het

gebruiksmerk van het varken staat vermeld dat het varken afkomstig was van

UBN [kenmerk 1] . Bij het raadplegen van het identificatie- en registratiesysteem van

dieren bleek dit UBN te zijn van [eiseres 1] en [eiseres 2] te

[vestigingsplaats] (zie bijlage I&R raadplegen meldingseenheden en relaties).”

Bij dit rapport van bevindingen zijn onder meer drie foto’s als bijlagen opgenomen.

3. Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd:

“De houder op de plaats van vertrek liet een dier vervoeren dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport omdat het dier een ernstige open wond vertoonde.”

Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, en met artikel 3, aanhef en onder b, artikel 6, derde lid, en Bijlage I, hoofdstuk I, paragraaf 1 en paragraaf 2, onder b, van de Transportverordening.

Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 1.500,-.

Beoordeling door de rechtbank

4. Eiseres voert aan dat verweerder niet heeft bewezen dat eiseres een overtreding heeft begaan. De wond die bij het dier aanwezig was, kan niet al voor het transport aanwezig zijn geweest. Het betreffende varken is volgens eiseres van een andere leverancier of het is tijdens het transport gewond geraakt. Zij verwijst in dit verband naar de verklaring van haar eigen dierenarts, er zijn geen bijzonderheden geconstateerd en het gewicht van het dier was evenmin afwijkend. Ook op het aanvoerdocument of de losbon is niet vermeld dat het dier verwondingen had. Eiseres verwijst verder naar informatie van een veterinair patholoog die zij heeft geraadpleegd. De patholoog heeft gesteld dat het wel om een verse wond gaat, de zichtbare witte draden lijken eerder peesdraden en zijn te dik voor hechtdraad. Volgens eiseres wordt door de toezichthoudende dierenarts geïnsinueerd dat de boer de staartwond op locatie gehecht zou hebben, waardoor de wond niet meer zichtbaar zou zijn en het varken dus gewoon geleverd zou mogen worden als slachtvarken. Dit vindt eiseres onaanvaardbaar.

Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een toezichtrapport, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.

Anders dan eiseres heeft gesteld, is voldoende duidelijk dat het om een varken van het bedrijf van eiseres gaat. Uit het boeterapport blijkt dat het betreffende varken rond 16.45 uur is gelost van een wagen met nummerbord [kenteken] . Het varken had een gebruiksmerk met UBN [kenmerk 1] en slachtbliknummer [kenmerk 2] . Het UBN op het gebruiksmerk kwam overeen met het UBN op het VKI-aanvoerdocument. Dit is het UBN van het bedrijf van eiseres. Ook het nummerbord van de wagen komt overeen met wat er op het VKI-aanvoerdocument staat.

De toezichthoudende dierenarts heeft in een e-mail van 17 september 2024 nogmaals bevestigd dat het betreffende varken uit de vrachtwagen met kenteken [kenteken] kwam. Het dier liep volgens hem goed, waardoor ervoor is gekozen het varken lopend naar de bedwelming te laten gaan. De toezichthoudende dierenarts heeft nog een foto aangeleverd waarop het UBN-nummer en het slachtbliknummer staan, zoals deze door een medewerker van het bedrijf [bedrijf 2] (slachterij) zijn genoteerd.

Het betoog dat het varken niet van het bedrijf afkomstig is, omdat uit de informatie van het slachthuis niet is gebleken dat er iets mis was met het dier, volgt de rechtbank niet. Zoals verweerder in het bestreden besluit en ter zitting heeft toegelicht, zegt informatie van een slachthuis over slachtwaardigheid niets over de bevindingen van de toezichthoudende dierenarts met betrekking tot de transportwaardigheid van het varken.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder, die betrekking hebben op de constatering van de wond bij het varken. In het rapport is beschreven dat de toezichthoudende dierenarts op 10 januari 2024 bij het betreffende varken heeft geconstateerd dat op de plek van de staart een diepe wond zat. Hij zag dat het een ernstige open wond betrof, omdat de wond zo groot was dat de botten van de staart niet meer te zien waren. Deze wond was rood en was ongeveer 8 cm in doorsnede. Hij beschrijft verder in het rapport dat er een hechtdraad in de wond zat. Dit wijst er volgens hem op dat er hechtingen zijn aangebracht, voordat het varken op transport ging en dat de wond dus al aanwezig was vóór het transport, omdat er geprobeerd is om de wond dicht te hechten. Verder zag hij tijdens de inspectie granulatieweefsel in de wond. Dit is volgens de toezichthoudende dierenarts helder rood van kleur en ontstaat als er een open wond is en het lichaam dan probeert de wond weer te sluiten. Dit granulatieweefsel ontstaat volgens hem vanaf de vijfde dag na het ontstaan van een wond. De bevindingen van de toezichthoudende dierenarts worden ondersteund door de (kleuren)foto’s en een grafiek wondgenezing die als bijlagen bij het boeterapport zijn opgenomen.

In de hiervoor genoemde mail van 17 september 2024 heeft de toezichthoudende dierenarts de bevindingen nog nader toegelicht. Hij heeft het hechtmateriaal bij zijn inspectie zelf gevoeld en de draad liep langs de buitenkant van de huid naar buiten. Daarnaast was er granulatieweefsel aanwezig. Dit weefsel was helder rood van kleur, wat volgens hem duidt op de vorming van nieuwe cellen. De aanwezigheid van zowel de hechtdraad als het granulatieweefsel betekent volgens de toezichthoudende dierenarts dat de wond al voor het transport aanwezig was.

In de overgelegde e-mail van de eigen dierenarts van eiseres, [naam 4] , van

26 april 2024 ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om aan de bevindingen van de toezichthoudende dierenarts te twijfelen.

In de - zeer summiere - verklaring van de eigen dierenarts staat het volgende:

“Mij is gevraagd over een verklaring te geven hetgeen te zien is op de foto’s:

De laesie te zien op de foto is zeer waarschijnlijk niet het gevolg van staartbijten. Het lijkt erop dat de complete staart van het varken is afgerukt mechanisch?? Dit lijkt een verse wond van maximaal 24 uur oud.”

Deze dierenarts heeft de beoordeling alleen op basis van de foto’s kunnen verrichten en heeft het dier dus niet zelf onderzocht. Ook schrijft de dierenarts dat het om een verse wond van maximaal 24 uur oud lijkt (cursivering rechtbank) te gaan. Hij weet dit dus niet zeker.

Ook voor de in beroep overgelegde verklaring van 3 februari 2026 van de veterinair patholoog, [naam 5] , geldt dat deze is gebaseerd op een beoordeling van uitsluitend de foto’s van het dier. De patholoog geeft zelf aan dat de foto’s onduidelijk zijn. Zij schrijft in haar e-mail onder meer het volgende:

“Niet alle foto’s zijn even duidelijk, maar één foto heeft zoveel detail dat duidelijk is dat dit een hele verse wond is (foto onder bijgevoegd). Wat daarin opvalt is dat er nog geen zwelling is van het omringende weefsel en de randen zijn rafelig en helder bloedend. Een wond van 5 dagen is deels ingedroogd, zwart verkleurd met een dof aspect door

fibrine uittreding (bloedstolling) en bezoedeld. Het naastgelegen weefsel is dan rood en gezwollen vanwege de ontstekingsmediatoren die in het beschadigde weefsel worden gevormd. De witte draden lijken inderdaad peesstructuren. Ze zijn te dik voor hechtdraad. Het zou kunnen lijken op catgut hechtdraad, maar dat is niet zo dik en kan al die spanning niet eens aan waardoor het zal gaan rafelen en breken. Een dergelijke draad is niet geschikt

voor een wond van die grootte. Bovendien ziet na 5 dagen ziet een catgutdraad er niet meer zo schoon en wit uit, maar wordt roze en glaziger door de inwerking van het bloed. Ook lopen de draden op exact de locatie waarde peesjes van de staart zich bevinden. De staartwervels ontbreken zo te zien en dit verwacht je zo niet bij staartbijten.

Bij staartbijten gaat aantasting van buiten naar binnen en hier steekt de huid uit ten opzichte van het bot. Omdat de huid zachter is dan bot, verwacht je bij staartbijten dat de huid korter is omdat dit sneller en verder verdwijnt bij knagen/bijten/sabbelen”.

De patholoog erkent dat op basis van de foto’s nooit volledig uitsluitsel kan worden gegeven en dat macroscopisch en histologisch onderzoek nodig zijn om een definitieve diagnose te kunnen geven. Zij adviseert een veterinair patholoog met forensische erkenning van het Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum (VPDC) in te schakelen. Ter zitting heeft verweerder nog een reactie van een senior toezichthouder ( [naam 6] ) op de verklaring van de patholoog van 3 februari 2026 overgelegd die de rechtbank heeft toegevoegd aan het dossier en bij de beoordeling zal betrekken.

In deze verklaring wordt onder meer opgemerkt dat bij een wond, zoals beschreven in het boeterapport, dik synthetisch hechtmateriaal, zoals Serafil wordt gebruikt. Volgens deze toezichthouder kan Catgut niet worden gebruikt om een grote wond bij elkaar te trekken. In de verklaring wordt verder bevestigd dat de toezichthoudende dierenarts die de inspectie heeft verricht in de wond heeft gevoeld en dat hij toen hechtmateriaal voelde zitten. Hij had geen twijfel dat de aangetroffen wond bij het varken ouder was en al langer aanwezig was. Om deze reden had de toezichthoudende dierenarts ook geen materiaal naar het VPDC gestuurd om de wond te laten antidateren.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende bewezen dat eiseres de onder 3 genoemde overtreding heeft begaan. Uit de bevindingen in het rapport en de aanvullende informatie van de toezichthoudende dierenarts blijkt immers in voldoende mate dat de wond bij het varken al vóór het transport aanwezig was en dus niet tijdens het transport kan zijn ontstaan.

Ambtshalve beoordeling van de overschrijding van de redelijke termijn

Volgens vaste rechtspraak geldt bij bestraffende sancties als uitgangspunt dat de redelijke termijn van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden als, behoudens bijzondere omstandigheden, de rechtbank niet binnen twee jaar nadat deze termijn is aangevangen uitspraak doet. De termijn vangt aan op het moment dat het bestuursorgaan een handeling heeft verricht waaraan eiser de verwachting kon ontlenen dat het bestuursorgaan haar een boete zou opleggen. Dit is in de regel het moment van het voornemen tot boeteoplegging. Er vindt een matiging plaats met 5% voor ieder half jaar overschrijding, met een maximum van € 2.500,-. Als de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, handelt de rechtbank naar bevind van zaken.

In dit geval is de redelijke termijn aangevangen met het uitbrengen van het voornemen op 19 april 2024. De redelijke termijn is dus verstreken op 19 april 2026. Op het moment van deze uitspraak is de redelijke termijn met ongeveer vier maanden overschreden. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de boete te matigen met 5% tot een bedrag van € 1.425,-

Conclusie en gevolgen

Uit het voorgaande volgt dat verweerder de boete terecht heeft opgelegd maar dat het boetebedrag moeten worden verlaagd omdat de redelijke termijn is overschreden. Omdat de rechtbank de boete verlaagt, wordt het bestreden besluit in zoverre vernietigd en wordt het boetebesluit in zoverre herroepen. De rechtbank zal de boete vaststellen op € 1.425,-. Het beroep is dus gegrond, maar alleen voor wat betreft de hoogte van de boete.

Omdat het beroep gegrond wordt verklaard ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat het door eiseres betaalde griffierecht moet worden vergoed. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn volledig aan de rechtbank is toe te rekenen, zal de rechtbank de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) opdragen het griffierecht te vergoeden. Eiseres heeft geen verzoek gedaan om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Van proceskosten die zijn gemoeid met zo’n verzoek die voor vergoeding in aanmerking komen, is dus geen sprake. Eiseres krijgt dus geen vergoeding voor door haar gemaakte proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 4 november 2024, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit;

- herroept het besluit van 28 juni 2024, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete en stelt de boete vast op € 1.425,-.

- bepaalt dat de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, rechter, in aanwezigheid van P. Deinum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Verordening (EG) nr. 1/2005 (Transportverordening)

Artikel 3, aanhef en onder b

Het is verboden dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.

Bovendien moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

b) de dieren zijn geschikt voor het voorgenomen transport.

Artikel 6, derde lid

De vervoerders vervoeren de dieren in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage I.

Bijlage I TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN

Hoofdstuk I GESCHIKTHEID VOOR VERVOER

1. Alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd, en de vervoersomstandigheden moeten van dien aard zijn dat de dieren geen letsel of onnodig lijden kan worden berokkend.

2. Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, met name in de volgende gevallen:

b) wanneer zij ernstige open wonden of een prolaps vertonen.

Wet dieren

Artikel 6.2, eerste lid

Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.

Artikel 8.7

Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

Artikel 8.8, eerste lid

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding of voor categorieën van overtredingen kan worden opgelegd.

Regeling houders van dieren

Artikel 4.8

Als voorschriften als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet, worden aangewezen de artikelen 3 tot en met 9 en 12, van verordening (EG) nr. 1/2005.

Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren

Artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid

1. De hoogte van de bestuurlijke boete die Onze Minister aan een overtreder voor een overtreding kan opleggen wordt overeenkomstig de volgende boetecategorieën vastgesteld:

b. categorie 2: € 1500,-.

3. Bij ministeriële regeling worden de bepalingen waarvoor in geval van overtreding een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, ingedeeld overeenkomstig de daarbij aangewezen boetecategorie.

Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren

Artikel 1.2

De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig de bedragen die horen bij de boetecategorieën die in de bijlage bij deze regeling voor desbetreffende overtredingen zijn vastgelegd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand