RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
vonnis van 5 juni 2026
op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De procedure
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
De beschermingsbewindvoerder heeft voorafgaand aan de zitting, op 28 april 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw P. Schollaart, schuldhulpverlener van Geldplein,
- mevrouw S. Mohlen, begeleidster stichting Jan Arends.
Ter zitting is telefonisch gehoord:
- mevrouw E. Gijssen, beschermingsbewindvoerder.
2. De beoordeling
De toelating
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan het CJIB en de NS inzake boetes, die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten deze schulden, onder controle heeft gekregen. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard sinds kort gebruik te maken van personenvervoer via Valys. Hierdoor hoeft hij niet meer met het openbaar vervoer te reizen. Bij de rechtbank is er voldoende vertrouwen dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
Ter zitting is met [verzoeker] besproken dat een deel van de schuld aan het CJIB ziet op een schadevergoedingsmaatregel. Deze schadevergoedingsmaatregel valt op grond van artikel 358 lid 4 Fw niet onder de werking van de schone lei. Dit betekent dat deze vordering na afloop van de schuldsaneringsregeling weer op [verzoeker] verhaald kan worden. [verzoeker] heeft dit begrepen.
[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.
3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4. De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum]-1971 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam]
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 5 juni 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
5 december 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.