ECLI:NL:RBROT:2026:10870

ECLI:NL:RBROT:2026:10870

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL:TZ:2605581:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek WSNP afgewezen. Bij de rechtbank bestaat gegronde vrees dat verzoekster haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling gelet op de onstabiele situatie niet kan nakomen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 5 juni 2026

[verzoekster]

wonende te [adres],

[postcode] [plaatsnaam].

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:

2. De feiten

[verzoekster] ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 10.649,89.

3. De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat [verzoekster] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de schuldsaneringsregeling moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. In het voorliggende geval is het niet aannemelijk dat [verzoekster] aan die verplichtingen zal voldoen. Dat komt door het volgende.

De woonsituatie van [verzoekster] is niet stabiel. Zij heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats. Zij verblijft op dit moment in de winteropvang en staat op de wachtlijst voor een dak- en thuislozenopvang. Het is op dit moment nog niet duidelijk of zij hiervoor wordt toegelaten. Verder is de financiële situatie van [verzoekster] ook niet stabiel. Zij werkt twee dagen in de week, op zaterdag en zondag, bij de kringloop. Haar inkomsten zijn circa

€ 1.000,00 per maand. Bij de rechtbank bestaat gegronde vrees dat [verzoekster] haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling gelet op de onstabiele situatie niet kan nakomen.

Daarnaast heeft [verzoekster], ondanks het uitdrukkelijk verzoek daartoe in de bijlage bij de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling van haar verzoek, geen sollicitaties overgelegd. [verzoekster] heeft ter zitting verklaard wel fulltime te willen werken maar vanwege gebeurtenissen uit het verleden is haar mentale situatie niet stabiel genoeg om meer te werken dan wat zij nu doet. Er zijn door [verzoekster] geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is.

Ten slotte heeft [verzoekster] ter zitting verklaard nieuwe schulden te hebben laten ontstaan. [verzoekster] heeft namelijk de zorgpremie over de maanden april en mei 2026 niet betaald. [verzoekster] heeft verklaard dat het niet in haar systeem zit om de zorgpremie maandelijks te betalen. Er is dan ook een gegronde vrees dat [verzoekster] de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen, meer in het bijzonder de verplichting om geen nieuwe bovenmatige schulden te laten ontstaan.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

Wanneer de woon- en financiële situatie van [verzoekster] is gestabiliseerd, heeft een nieuw Wsnp-verzoek wellicht meer kans van slagen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand