ECLI:NL:RBROT:2026:10892

ECLI:NL:RBROT:2026:10892

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer ROT 25/3864
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), compensatie, beroep ongegrond. De aanvraag van eiseres voor compensatie op grond van de Wht is afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de Dienst Toeslagen deze aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat eiseres een aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/3864

(gemachtigde: mr. L.A. Alderlieste),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen deze aanvraag terecht afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat eiseres een aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Het beroep is ongegrond.

Procesverloop

2. Met het besluit van 11 april 2023 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie afgewezen op grond van de Wht.

Eiseres heeft herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen het besluit van 11 april 2023.

Met het besluit van 31 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 11 april 2023 ongegrond verklaard. Het beroep heeft van rechtswege betrekking op het bestreden besluit.

Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij een zitting niet nodig vinden. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, is niet ontvankelijk, omdat de Dienst Toeslagen met het bestreden besluit alsnog op het bezwaar van eiseres heeft beslist. De Dienst Toeslagen moet wel het griffierecht en de proceskosten vergoeden die eiseres heeft gemaakt in verband met het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.

4. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat niet is gebleken dat eiseres kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Met het bestreden besluit is de Dienst Toeslagen daarbij gebleven.

5. Eiseres betoogt dat zij wel kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Blijkbaar is daarop nooit een beslissing gekomen. Dit duidt op vooringenomen handelen. Omdat de kinderen van eiseres naar een kinderopvang gingen en eiseres een traject volgde bij de gemeente, heeft zij recht op compensatie. Verder is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en ontbreken er bepaalde stukken in het ouderdossier, in het bijzonder de door eiseres ingediende aanvraag kinderopvangtoeslag.

6. Voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende regels van belang. Compensatie kan op grond van de Wht alleen worden toegekend aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering. Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag om compensatie terecht afgewezen. Eiseres heeft vijf kinderen, waarvan de jongste is geboren op [geboortedatum] 1991. Het recht op kinderopvangtoeslag is vastgelegd in de Wet kinderopvang (Wko), die op 30 oktober 2004 in werking is getreden. Het jongste kind van eiseres was toen dertien jaar oud. Er bestaat geen recht op kinderopvangtoeslag voor kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan. Reeds om die reden is het niet aannemelijk dat eiseres een aanvraag kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Bovendien bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt dat eiseres wel een dergelijke aanvraag heeft gedaan. De Dienst Toeslagen heeft de vaststelling dat eiseres geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, onderbouwd met schermafbeeldingen van de zoekopdrachten in de systemen van de Dienst Toeslagen, waarbij op het bsn van eiseres is gezocht en niets is aangetroffen. Er is dus nooit kinderopvangtoeslag toegekend of teruggevorderd. Eiseres kan daarom geen recht hebben op compensatie op grond van de Wht. Het betoog van eiseres over de schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel is niet onderbouwd en kan daarom niet slagen.

8. Eiseres heeft verzocht de hoogte vast te stellen van de verbeurde rechterlijke dwangsom op grond van de uitspraak van deze rechtbank van 6 augustus 2024. De bestuursrechter is daartoe niet bevoegd. Eiseres kan deze vordering uitsluitend bij de burgerlijke rechter instellen.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank is niet bevoegd te beslissen over het verzoek van eiseres om de hoogte van de verbeurde rechterlijke dwangsom vast te stellen. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, is niet ontvankelijk. Het beroep is voor het overige ongegrond.

10. De Dienst Toeslagen moet het betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen verder in de proceskosten die eiseres in verband met het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de zaak, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, van licht gewicht is, omdat het beroep in zoverre alleen zag op de vraag of de beslistermijn is overschreden.Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Vernee, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.P. Ferwerda

Griffier

  • mr. M.D. Vernee

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand