ECLI:NL:RBROT:2026:10957

ECLI:NL:RBROT:2026:10957

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-06-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer FT RK 24-192
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Toewijzing verzoek tussentijdse beëindiging. Schuldenares is in staat om haar betalingen te hervatten. Daarnaast is er niet voldaan aan haar inspanningsplicht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

tussentijdse beëindiging

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 11 juni 2026

Bij vonnis van deze rechtbank van 3 juli 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenares] ,

[straatnaam]

[postcode] [woonplaats],

schuldenares,

bewindvoerder: J.M. Hoogland.

1. De procedure

De rechter-commissaris heeft op 30 maart 2026 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

De rechtbank heeft de mondelinge behandeling bepaald op 11 mei 2026. Schuldenares heeft de bewindvoerder in een e-mail van 10 mei 2026 bericht dat zij niet is geïnformeerd over de zitting en niet op de hoogte was hiervan. In dit e-mailbericht heeft zij verzocht om aanhouding van de zitting. De rechtbank heeft vervolgens een nieuwe mondelinge behandeling bepaald op 28 mei 2026.

Schuldenares heeft voorafgaand aan de zitting van 28 mei 2026 de bewindvoerder een aanvullend e-mailbericht toegezonden.

Ter zitting van 28 mei 2026 zijn verschenen en gehoord:

De uitspraak is bepaald op heden.

2. De standpunten

Standpunt rechter-commissaris

De rechter-commissaris is van oordeel dat de schuldsaneringsregeling tussentijds dient te worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a dan wel b, van de Faillissementswet (Fw). Bij toelating tot de schuldsaneringsregeling was volgens het verzoekschrift sprake van een concurrente schuldenlast van € 122.486,02 verdeeld over achttien schuldeisers. Uit het proces-verbaal van de verificatievergadering blijkt dat er twee preferente schulden zijn geverifieerd voor een bedrag van € 8.372,00 en zes concurrente schulden voor een bedrag van € 98.138,95. De totale schuldenlast is bij de verificatievergadering vastgesteld op € 106.510,95.

Tijdens de schuldsaneringsregeling is gebleken dat de woning van schuldenares overwaarde had. De rechter-commissaris heeft schuldenares in de gelegenheid gesteld om te onderzoeken of het mogelijk is om haar woning te herfinancieren zodat zij de woning niet hoeft te verkopen, maar de overwaarde toch in de boedel vloeit. Op 28 januari 2025 is de woning getaxeerd, waaruit bleek dat de marktwaarde € 330.000,00 bedroeg. Daarnaast was er een polis aan de woning gekoppeld met een waarde van € 51.435,85. Het restant van de hypotheekschuld bedroeg op dat moment € 248.000,00. De overwaarde bedroeg daarom € 133.435,85.

De hypotheekhouder heeft de herfinanciering akkoord bevonden. Schuldenares heeft echter niet de volledige overwaarde gefinancierd maar slechts een gedeelte, namelijk € 82.000,00. Daarmee kwam het boedelsaldo op € 113.004,91. Met dit boedelsaldo kan schuldenares de geverifieerde schuldenlast voldoen, maar het boedelsaldo is onvoldoende om de schuldenlast genoemd in het verzoekschrift te voldoen. De rechter-commissaris stelt zich op het standpunt dat door het niet volledig financieren van de overwaarde schuldenares nog vermogen heeft om schuldeisers die eventueel nog kunnen opkomen te voldoen.

Verder heeft schuldenares gedurende de looptijd van de regeling niet aantoonbaar (aanvullend) gesolliciteerd naar een fulltime dienstbetrekking. Zij is hiermee een van de kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet volledig nagekomen.

Gelet op het bovenstaande is de rechter-commissaris van oordeel dat de schuldsaneringsregeling tussentijds dient te worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, aanhef en onder a dan wel b, Fw.

Standpunt bewindvoerder

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 15 januari 2026 geadviseerd de schuldsaneringsregeling te beëindigen door middel van een schone lei. De bewindvoerder is van oordeel dat er geen benadeling van de schuldeisers is omdat er 100% wordt uitgedeeld aan de schuldeisers.

Standpunt schuldenares

Schuldenares heeft verzocht haar de schone lei te verlenen. Zij stelt zich op het standpunt dat zij aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan door structureel 24 uur per week te werken. Om deze stabiele baan te behouden wordt van haar grote flexibiliteit verwacht. Daarnaast heeft zij de zorg voor haar vier minderjarige kinderen waardoor urenuitbreiding niet mogelijk is. Schuldenares stelt dat de schuldeisers niet worden benadeeld door haar urenomvang omdat de schuldenlast voor 100% kan worden uitbetaald. Tot slot stelt schuldenares dat het buiten haar macht ligt dat niet alle schuldeisers een vordering hebben ingediend ter verificatie. Door haar geen schone lei te verlenen, loopt zij het risico dat de schuldeisers die hun vordering niet hebben ingediend alsnog hun vordering op haar zullen (proberen te) verhalen.

3. De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het boedelactief voldoende is om alle geverifieerde schuldvorderingen te voldoen. Het huidige boedelactief bedraagt, volgens het boedeloverzicht van de bewindvoerder van 17 februari 2026, € 113.004,91, terwijl de geverifieerde schuldenlast € 106.510,95 bedraagt. Schuldenares verkeert dan ook in een zodanige financiële positie dat zij in staat is de betalingen te hervatten. Er is dan ook voldaan aan de vereisten van artikel 350, derde lid, onder b, Fw. De schuldsaneringsregeling van schuldenares komt daarom in aanmerking voor een tussentijdse beëindiging.

Schuldenares heeft verzocht haar de schone lei te verlenen. Zij wijst erop dat tien schuldeisers hun vorderingen niet hebben ingediend in haar schuldsaneringsregeling. Als de schone lei niet wordt verleend, kunnen die schuldeisers mogelijk opnieuw hun vorderingen op haar verhalen nadat de schuldsaneringsregeling is geëindigd.

Op grond van artikel 358 Fw wordt de schone lei verleend als de schuldsaneringsregeling eindigt met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst zoals bedoeld in artikel 356, tweede lid, Fw. Die situatie is in dit geval niet aan de orde. Voordat de bewindvoerder een slotuitdelingslijst opmaakt, wijst de rechtbank vonnis op grond van artikel 354 Fw, waarin staat of de schuldenaar is tekortgeschoten in zijn of haar verplichtingen tijdens de schuldsaneringsregeling. Een dergelijk vonnis is in de schuldsaneringsregeling van schuldenares niet gewezen. Schuldenares heeft gedurende de schuldsaneringsregeling niet voldaan aan haar inspanningsverplichting. Zij heeft tijdens de schuldsaneringsregeling 24 uur per week gewerkt. Zij heeft niet aangetoond dat zij heeft geprobeerd haar uren uit te breiden naar 36 uur per week. Ook heeft zij niet aangetoond dat zij heeft gesolliciteerd naar een andere dienstbetrekking, ofwel van 12 uur per week als aanvulling op haar huidige baan ofwel van 36 uur per week. Deze tekortkoming staat op dit moment aan het verlenen van de schone lei in de weg. Dat deze tekortkoming schuldenares niet te verwijten is, is onvoldoende aannemelijk geworden. Schuldenares is namelijk in de brief van de rechter-commissaris van 15 oktober 2024 en tijdens het verhoor door de rechter-commissaris op 27 oktober 2025 gewezen op de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling. Zij heeft echter ook na deze momenten niet gesolliciteerd, terwijl dat wel van haar verwacht mocht worden.

Daar komt bij dat het criterium van artikel 350, derde lid, onder b, Fw is dat de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten. Die situatie doet zich hier voor. Zoals hiervoor is genoemd is het boedelsaldo op dit moment toereikend om alle geverifieerde schulden te betalen. Schuldenares heeft bovendien niet alle overwaarde gerealiseerd via de herfinanciering. Dat betekent dat de woning van schuldenares nog altijd overwaarde heeft. Die overwaarde is toereikend om de vorderingen van de tien schuldeisers die hun vorderingen niet hebben ingediend te voldoen. In het geval dat deze schuldeisers, na jarenlang niets van zich te hebben laten horen, zich alsnog melden bij schuldenares, is zij dus in staat ook die vorderingen te voldoen. Ook om die reden is voldaan aan de vereisten van een tussentijdse beëindiging. Er is daarmee geen aanleiding voor het verlenen van de schone lei.

De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder b, Fw.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.451,65.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand