RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711992 / JE RK 25-2623
Datum uitspraak: 22 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.S. Boonstra, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlage van 17 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] .
De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er is sprake van een onrustige en instabiele thuissituatie. Er zijn veel incidenten geweest met de moeder en [naam] , de oudere halfbroer van [voornaam minderjarige] , waarbij [voornaam minderjarige] mogelijk getuige is geweest van geweld door de moeder en oudere halfbroers richting [naam] . [voornaam minderjarige] heeft verteld dat zij (ook) door de moeder is geslagen. De moeder heeft op 12 januari 2026 contact opgenomen met de hulpverlening (van [naam] ) en aangegeven emotioneel overbelast te zijn. Uit onmacht heeft de moeder [voornaam minderjarige] een klap gegeven. De onderlinge relaties zijn verstoord en het lukt niet om goed zicht te krijgen op de thuissituatie. [voornaam minderjarige] vertoont grensoverschrijdend gedrag en er is onderlinge strijd tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . Het is belangrijk dat er een jeugdbeschermer komt, zodat [voornaam minderjarige] de hulp krijgt die zij nodig heeft. Daarnaast is ondersteuning en hulpverlening voor de moeder noodzakelijk, zodat zij weer de regie kan nemen. De moeder staat open voor hulp, waardoor er naar verwachting in zes maanden al veel bereikt kan worden.
4. De standpunten
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder heeft na het incident meteen de hulpverlening op de hoogte gesteld. De moeder staat ook open voor de hulpverlening en het wijkteam is betrokken. [voornaam minderjarige] heeft op school een opmerking gemaakt over kindermishandeling. De moeder heeft dit ook besproken met de school en zij kunnen aan de bel trekken als er bijzonderheden worden gezien. De moeder geeft aan dat op 12 januari 2026 de maat vol was, [voornaam minderjarige] haar enorm uitdaagde en zij haar daarom een klap heeft gegeven. Zij vraagt zich af wat er de afgelopen tijd gebeurd is met [voornaam minderjarige] , waardoor zij zich zo is gaan gedragen. Normaal gaat de moeder de confrontaties uit de weg en praten zij en [voornaam minderjarige] veel. De moeder snapt de zorgen, wil overal aan meewerken en heeft een duidelijke hulpvraag. Door en namens de moeder wordt dan ook verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling (artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek) is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[voornaam minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De afgelopen periode is er sprake geweest van een onveilige opvoedomgeving. [voornaam minderjarige] is (mogelijk) blootgesteld aan fysiek geweld in de thuissituatie. Zij heeft op school aangegeven ook zelf door de moeder te zijn geslagen. Daarnaast werd het de moeder op 12 januari 2026 allemaal te veel, waardoor zij (in ieder geval) op dat moment fysiek geweld heeft gebruikt richting [voornaam minderjarige] . De kinderrechter benadrukt dat het zorgelijk is als de verhalen van [voornaam minderjarige] over andere soortgelijke incidenten kloppen, maar ook als de verhalen niet kloppen is het zorgelijk dat zij deze uitspraken doet.
Het is positief dat de moeder na de gebeurtenis op 12 januari 2026 zelf de hulpverlening heeft gebeld en ook ter zitting heeft aangegeven open te staan voor hulpverlening. Tegelijkertijd constateert de kinderrechter dat met de betrokken hulpverlening (van [naam] ) geen verandering in de situatie is gekomen. De moeder is deels bereid, maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen. De moeder erkent deels de zorgen, maar verschilt ook van mening met de Raad over wat toelaatbaar is en niet, waarbij zij een hele eigen visie heeft over opvoedkundig handelen en hetgeen er speelt in de opvoedsituatie. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat er zicht komt op de thuissituatie. Het is nodig dat de GI regie gaat voeren om ook passende hulp voor [voornaam minderjarige] in te kunnen zetten. De kinderrechter acht het met de Raad van belang dat er een nauwe samenwerking komt tussen alle betrokken hulpverleners, ook die van [naam] . De kinderrechter benadrukt dat een ondertoezichtstelling er is om [voornaam minderjarige] , en dus ook de moeder, te ondersteunen.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een ondertoezichtstelling nodig is. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de GI voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 22 januari 2026 tot 22 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.