ECLI:NL:RBROT:2026:11090

ECLI:NL:RBROT:2026:11090

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 11729102 CV EXPL 25-12971
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De vordering tot het verwijderen van een negatieve review wordt afgewezen. De review is niet onrechtmatig. De tekst is niet smadelijk, lasterlijk en levert ook niet anderszins een ontoelaatbare inbreuk op op de reputatie van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11729102 CV EXPL 25-12971

datum uitspraak: 7 augustus 2026 (bij vervroeging)

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam],

woonplaats: [woonplaats 1] ,

eiser,

gemachtigde: mr. A. Gorthuis,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats 2] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.F. van den Ende.

De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 20 mei 2025, met bijlagen;

het antwoord.

Op 21 juli 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens [eiser] [persoon A] met de gemachtigde van

[eiser] en [gedaagde] met haar gemachtigde.

2. De beoordeling

Wat is de kern?

[gedaagde] heeft op Google een review geplaatst over [eiser] . [eiser] eist in deze procedure dat zij die review verwijdert en verwijderd houdt, op straffe van een dwangsom. [eiser] stelt dat de review smadelijk is, naar laster neigt en tot omzetschade heeft geleden. [gedaagde] wil de review niet verwijderen. Zij vindt dat de door haar geschreven review onder de vrijheid van meningsuiting valt.

Wat is er gebeurd?

Een kennis van [gedaagde] , [persoon B] , huurt van [bedrijf] een ruimte waarin hij woont (hierna ook: woonruimte). [eiser] is door [bedrijf] aangesteld als beheerder van die ruimte.

Op 5 januari 2025 constateerde [persoon B] dat deze ruimte volledig onder water was komen te staan, waarna hij contact heeft opgenomen met [eiser] . [eiser] heeft dezelfde dag deze melding doorgegeven aan de opstalverzekeraar. [persoon B] nam ook contact op met [gedaagde] , vertelde haar over zijn situatie op dat moment, waarop zij [eiser] op dezelfde dag meerdere mails namens [persoon B] heeft gestuurd en telefonisch contact heeft gehad met [eiser] . Namens de opstalverzekeraar van [eiser] is in de avond van van 5 januari 2025 een medewerker van [stichting] bij [persoon B] langs geweest. Hij bood hem een hotelovernachting aan. [persoon B] heeft daar geen gebruik van gemaakt, omdat zijn hond niet welkom zou zijn in dat hotel en hij de volgende dag uiterlijk om 10:00 uur zou moeten uitchecken.

In de paar dagen die volgden mailde [gedaagde] [eiser] dagelijks namens [persoon B] . De strekking van die mails was dat [eiser] vervangende woonruimte voor [persoon B] , zijn hond en minderjarige kind moest regelen en met een plan van aanpak moest komen hoe de schade hersteld zou worden. Uiteindelijk hebben [gedaagde] namens [persoon B] en [eiser] op 9 januari 2025 er overeenstemming over bereikt dat [bedrijf] de hotelkosten voor vijf hotelovernachtingen voor een totaalbedrag van € 650,00 zou betalen. Vervolgens hebben partijen vanaf 13 januari 2026 contact gehad over de uit te voeren herstelwerkzaamheden in de woonruimte, waarbij ook is gemeld dat [eiser] de hotelkosten zou blijven vergoeden totdat de aannemer de woonruimte bewoonbaar zou bevinden.

[eiser] is er vervolgens achter gekomen dat [gedaagde] de volgende review op Google had geplaatst over [eiser] :

“Helaas heb ik een bijzonder negatieve ervaring met [handelsnaam] . Bij een ernstige situatie waarbij een woning volledig onbewoonbaar werd door waterschade, is er nauwelijks actie ondernomen door deze makelaar. Ondanks meerdere pogingen tot contact via e-mail en telefoon, bleef een reactie uit. Er werd slechts één nacht hotelopvang aangeboden, waarna alle verdere verantwoordelijkheid werd vermeden.

Wat de situatie nog schrijnender maakt, is dat het gaat om een gezin met een minderjarig kind en een huisdier, die letterlijk op straat kwamen te staan. Structurele problemen zoals achterstallig onderhoud, geen verwarming en foutieve energiemeters zijn al langere tijd bekend bij de makelaar, maar hier is nooit adequaat op gereageerd.

De communicatie was niet alleen gebrekkig, maar ook onprofessioneel. Telefonische gesprekken werden op dreigende en intimiderende toon gevoerd, zonder enige bereidheid om mee te denken of oplossingen te bieden.

Ik kan deze makelaar helaas niet aanraden en hoop dat zij hun werkwijze serieus onder de loep nemen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Vooralsnog is mijn ervaring met [handelsnaam] teleurstellend en frustrerend.”

[gedaagde] hoeft de review niet te verwijderen

De kantonrechter komt tot het oordeel dat [gedaagde] de review niet hoeft te verwijderen. De eis van [eiser] wordt dan ook afgewezen. De kantonrechter legt hierna uit waarom.

Het plaatsen van een review op het internet, bijvoorbeeld over de ervaring met de dienstverlening van een bedrijf, valt in principe onder de vrijheid van meningsuiting, ook als die review negatief is. De vrijheid van meningsuiting is echter niet onbegrensd. Als er sprake is van een tekst die als onrechtmatig kan worden beschouwd zoals bedoeld in de wet (artikel 6:162 BW) en daarmee niet meer onder de toegelaten vrijheid van meningsuiting valt, dan kan beslist worden dat die tekst verwijderd moet worden. Dat is in ieder geval zo als de tekst smadelijk en/of lasterlijk is, omdat smaad en laster in strijd zijn met de wet, en meer specifiek met wat strafrechtelijk verboden is. Smaad en laster zijn strafbare feiten.

Bij smaad uit iemand opzettelijk beschuldigingen over een ander met als doel de eer of de goede naam van die persoon te schaden. Bij laster is er sprake van smaad, waarbij degene die de beschuldigingen uit, weet dat deze in strijd met de waarheid zijn.

Daarnaast kan het plaatsen van een tekst als onrechtmatig worden beschouwd, als, zonder dat er sprake is van smaad of laster zoals bedoeld in het strafrecht, daarmee een ontoelaatbare inbreuk wordt gemaakt op de goede naam of reputatie van een ander, bijvoorbeeld als de tekst onnodig kwetsend en/of beledigend is, met als doel die ander in een kwaad daglicht te stellen. Aan de hand van de relevante omstandigheden van het concrete geval moet worden beoordeeld of het plaatsen van een negatieve review een onrechtmatige daad oplevert.

De kantonrechter is van oordeel dat de review van [gedaagde] niet onrechtmatig is. De tekst is niet smadelijk, lasterlijk en levert ook niet anderszins een ontoelaatbare inbreuk op op de reputatie van [eiser] . De kantonrechter acht voldoende gebleken dat [gedaagde] oprecht haar ervaringen wilde delen op het internet om anderen te waarschuwen voor [eiser] . Niet gezegd kan worden dat [gedaagde] met de review de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden. Er staan geen evidente onjuistheden of onnodig kwetsende of beledigende uitingen in de review. Weliswaar kan een lezer van de review de indruk krijgen dat [eiser] zich helemaal niet bekommert om huurders, terwijl dit niet zo is, maar dat neemt niet weg dat [gedaagde] dit wel zo kan hebben ervaren. Dat zij dit heeft opgeschreven in een review op het internet was haar goed recht. Op de zitting is specifiek gesproken over de zin waarin staat dat “slechts één nacht hotelopvang aangeboden, waarna alle verdere verantwoordelijkheid werd vermeden”. De kantonrechter begrijpt en kan zich goed voorstellen dat [eiser] daarover gevallen is en dat [eiser] meent dat dit geen recht doet aan wat er uiteindelijk feitelijk is gebeurd, namelijk dat er meerdere hotelovernachtingen zijn vergoed voor [persoon B] . Echter, de kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat [gedaagde] bij het schrijven van de review doelde op het aanbod van één hotelovernachting op 5 januari 2025 en dat zij oprecht van mening was dat als zij zich niet met de betreffende situatie had bemoeid [eiser] geen initiatief zou hebben genomen om snel tot een acceptabele oplossing voor de situatie van [persoon B] te komen. Dat [gedaagde] de review zou hebben geplaatst met als doel om [eiser] schade toe te brengen, acht de kantonrechter niet gebleken.

[eiser] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 288,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 144,00) en € 72,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 360,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de eis van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 360,00;

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

757

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand