ECLI:NL:RBROT:2026:11099

ECLI:NL:RBROT:2026:11099

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL:TZ:2615935:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wsnp toegewezen. Verzoekster is ontvankelijk in haar verzoek. Verlenging van de regeling in verband met het volgen van een opleiding.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Zittingsplaats Rotterdam

Rekestnummer: [rekestnummer]

Vonnis van 27 augustus 2026 (bij vervroeging)

op het verzoek van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteland] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

verzoekster.

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 augustus 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoekster] , verzoekster,

- de heer mr. P.A. Loeff, werkzaam bij Advocatenkantoor Loeff, advocaatverzoekster,

- de heer J.W. Koedan, schuldhulpverlener van de gemeente Nissewaard, schuldhulpverlening.

Op 24 augustus 2026 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. Daardoor is door de advocaat van [verzoekster] , tezamen met een verzoekschrift 287, vierde lid Faillissementswet (hierna: Fw) in verband met de dreigende gedwongen verkoop van haar auto, direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat het minnelijk traject bij schuldhulpverlening inmiddels al anderhalf jaar loopt, zonder dat een aanbod aan de schuldeisers is gedaan. Ook beschikt [verzoekster] niet over enige afloscapaciteit en bezit zij geen vermogensbestanddelen die te gelde gemaakt kunnen worden voor de schuldeisers. [verzoekster] zou haar schuldeisers dan ook alleen kunnen verzoeken hun vordering kwijt te schelden. Daarnaast heeft [verzoekster] een achterstand in de betaling van de kosten van de kinderopvang. Doordat de achterstand niet wordt betaald en ook geen voorstel vanuit schuldhulpverlening wordt gedaan, mag [verzoekster] haar kinderen niet naar de kinderopvang brengen. [verzoekster] mag haar kinderen pas weer naar de kinderopvang brengen, wanneer zij wordt toegelaten tot de Wsnp.

Schuldhulpverlening heeft ter zitting aangevoerd dat zij geen reden zien een Wsnp- verzoek in te dienen. Het dossier is bij schuldhulpverlening te lang blijven liggen, waarvoor excuses zijn gemaakt aan [verzoekster] . Het schuldenoverzicht is recent binnengekomen en budgetbeheer is, sinds februari 2026, opgestart. Schuldhulpverlening wil alsnog eerst een poging wagen om tot een buitengerechtelijke schuldregeling met de schuldeisers te komen. Uit de aanvullende stukken van 24 augustus 2026 blijkt een ander standpunt, namelijk dat schuldhulpverlening de verwachting heeft dat het minnelijk traject niet zal slagen in verband met de studie die [verzoekster] volgt en omdat zij niet beschikt over enige afloscapaciteit.

[verzoekster] heeft haar Wsnp-verzoek tezamen met een verzoekschrift 287, vierde lid Fw ingediend. Op dat moment was het Wsnp-verzoek van [verzoekster] nog incompleet. In dat geval kan de rechtbank de voorlopige voorziening toewijzen voor de duur van één maand, waarbinnen (alsnog) een volledig Wsnp-verzoek zal moeten worden overgelegd. De rechtbank heeft [verzoekster] bij brief van 16 juli 2026 hiertoe in de gelegenheid gesteld. [verzoekster] heeft haar Wsnp-verzoek aangevuld en heeft naar het oordeel van de rechtbank – gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting – duidelijk de intentie om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Ook is de rechtbank van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Het is in de eerste plaats niet aan [verzoekster] te wijten dat het schuldhulpverleningstraject anderhalf jaar lang heeft stilgelegen. Ook beschikt [verzoekster] niet over enige afloscapaciteit en bezit zij geen vermogensbestanddelen die te gelde gemaakt kunnen worden voor de schuldeisers. [verzoekster] zou haar schuldeisers dan ook alleen kunnen verzoeken hun vordering kwijt te schelden. Nu [verzoekster] nog een studie volgt is niet aannemelijk dat het mogelijk is om tot een minnelijke schuldregeling te komen. Naar het oordeel van de rechtbank is het minnelijk traject op goede gronden overgeslagen. [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

De toelating

[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De rechtbank ziet aanleiding om (op grond van artikel 349a, eerste lid, van de Fw) daarvan af te wijken en de duur van het Wsnp-traject vast te stellen op dertig maanden. [verzoekster] volgt op dit moment twee opleidingen. Voor haar MBO niveau twee opleiding moet [verzoekster] nog twee examens doen. Voor haar MBO niveau vier opleiding moet [verzoekster] nog een stage afronden, die naar haar eigen zeggen, tussen de zes maanden en anderhalf jaar zal duren. De duur van de stageperiode is afhankelijk van het aantal uren dat [verzoekster] stage kan lopen. Hoewel, [verzoekster] haar kansen op de arbeidsmarkt vergroot, kan zij in de maanden van haar stage niet (volledig) deelnemen aan het arbeidsproces dan wel solliciteren. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de looptijd van de Wsnp te verlengen met twaalf maanden, waarbij zij tegelijkertijd [verzoekster] voor twaalf maanden (de eerste twaalf maanden van de Wsnp) zal vrijstellen van haar sollicitatieverplichting, indien en voor zolang zij de opleiding volgt. Met [verzoekster] is verder besproken dat als zij haar opleidingen niet binnen twaalf maanden kan afronden, zij rekening moet houden met de mogelijkheid dat de rechter-commissaris de termijn van de Wsnp nogmaals kan verlengen. Ook kan de rechter-commissaris de regeling verkorten, indien blijkt dat [verzoekster] haar opleidingen eerder dan de twaalf maanden van de verlenging heeft afgerond. De vrijstelling van de sollicitatieverplichting zal dan komen te vervallen, voor de maanden dat de regeling zal worden verkort.

De ingangsdatum

De Fw bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster] .

Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteland] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] te [woonplaats] ;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout

en tot bewindvoerder A. Noordzij,

gevestigd te [postadres]

;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C. Snel-van den Hout

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand