ECLI:NL:RBROT:2026:1118

ECLI:NL:RBROT:2026:1118

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer C/10/649363 / FA RK 22-8865
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

In geschil is onder meer het gezag. Verstandhouding en communicatie van ouders zijn abominabel slecht. Ondanks klemcriterium wordt het verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen omdat het geen oplossing biedt en de andere ouder volledig buiten spel zou zetten. Daar komt bij dat instandhouding van gezamenlijk gezag een duidelijk signaal geeft aan ouders dat er enige vorm van samenwerking van hen wordt verlangd. Zij zijn beiden schuldig aan de situatie. De oproep van bijzondere curatoren aan partijen om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en de last van hun ouderrelatie en het daaruit voortvloeiend loyaliteitsconflict bij hun kinderen weg te nemen, wordt door de rechtbank onderschreven.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/649363 / FA RK 22-8865

Beschikking van 23 januari 2026 over het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats, de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dan wel de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht en de onderhoudsbijdrage

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: voorheen mr. T. Abbo te Middelharnis, maar nu zonder advocaat,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. E.A. Hoogendijk te Rotterdam.

Deze zaak heeft betrekking op de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] , en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] .

De minderjarigen worden in deze zaak vertegenwoordigd door de bijzondere curatoren:

[naam 1] , advocaat te Rotterdam, en

[naam 2] , gedragswetenschapper te Sassenheim.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de beschikking van 17 april 2025 en de daarin opgenomen stukken;

het verslag van de bijzondere curatoren van 25 augustus 2025;

het bericht met bijlagen van de vrouw van 24 november 2025;

het aanvullend zelfstandige verzoek met bijlagen van de man van 24 november 2025;

het aanvullend verslag van de bijzondere curatoren van 1 december 2025.

De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op

4 december 2025. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de bijzondere curatoren;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd.

De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, (opnieuw) in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 2] heeft op 4 december 2025 met de kinderrechter gesproken. Van [minderjarige 1] zijn op 3 en 4 december 2025 brieven ingekomen.

2. De vaststaande feiten

Het huwelijk van partijen is op 8 februari 2016 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2016 in de registers van de burgerlijke stand.

Partijen zijn op 8 januari 2016 een ouderschapsplan overeengekomen. Hierin is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

“(…)

1. Verzorging en opvoeding

Partijen zijn van mening dat het in het belang is van hun minderjarige kinderen, dat zij gezamenlijk

belast blijven met het gezag over hen. De kinderen zullen bij de vrouw woonachtig zijn. Met betrekking tot de verdeling van de kosten van verzorging en opvoeding hebben zij de navolgende regelingen getroffen.

2. Kinderalimentatie

De man zal met ingang van 1 maart 2016 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding

van de kinderen aan de vrouw betalen een bedrag van € 320,00 per kind per maand, bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand te voldoen te vermeerderen met elke wettelijke

kindertoelage waarop de man aanspraak kan maken. Deze kinderalimentatie is een bijdrage in de

volgende kosten: kleding, schoenen, opvangkosten, zwemles, sportclubs, ouderbijdrage school,

voeding, verzorgingsproducten, cadeautjes t.b.v. kinderfeestjes, kindsparen, theaterbezoeken,

uitstapjes, bijdrage woonlasten, bijdrage verzekeringen. De vrouw ontvangt de kinderbijslag voor

beide kinderen.

Deze bijdrage ten behoeve van de kinderen zal jaarlijks, te beginnen m.i.v. 1 maart 2017, worden

verhoogd volgens de op dat moment geldende wettelijke indexering als bedoeld in art. 1:402a BW.

3. Zorgregeling

Ervan uitgaande dat de kinderen bij de vrouw woonachtig zijn, komt partijen de navolgende

zorgregeling met de kinderen wenselijk voor:

-Twee dagen per week heeft de man de zorg voor de kinderen. Hij zal hen hiertoe op zondag tussen 9.00 en 10.00 uur ten huize van de vrouw afhalen en er voor zorgen dat zij op maandagavond uiterlijk om 19.00 uur weer thuis zijn. In geval van verjaardagen en andere bijzondere gebeurtenissen kan hiervan worden afgeweken, zodat de kinderen incidenteel ook op zondag bij de vrouw verblijven. In dit geval zal dit worden gecompenseerd doordat de man in de daaropvolgende week de zorg heeft voor de kinderen op maandag en dinsdag, of het volgende weekend op zaterdag, zondag, maandag. Dit geldt eveneens voor de man; wanneer hij op zaterdag met de kinderen een activiteit wil ondernemen kan deze dag worden geruild met de zondag. In de toekomst zal worden bekeken of er eventueel een uitbreiding mogelijk is van 1 naar 2 nachten waarop de kinderen zullen slapen bij de man. In dit geval zal dit ouderschapsplan op een later moment worden aangepast.

-Voorts heeft de man het recht de kinderen in de grote vakantie gedurende een aaneengesloten periode van 2 weken bij zich te hebben alsmede op 1e Kerst- en 2e Paasdag. Partijen zullen tijdig overleg plegen over de grote vakantie, in ieder geval voor 1 april van het desbetreffende jaar.

De kosten van bovenstaande zorgregeling komen ten laste van de man. Hij is niet gerechtigd deze in

mindering op de door hem verschuldigde kinderalimentatie te brengen.

De vrouw heeft het recht de kinderen in de grote vakantie gedurende een periode van 3 weken

aaneengesloten bij zich te hebben. Bij de overige schoolvakanties geldt dat zij op vakantie gaat in

overleg met de man en zullen zo nodig de zondag en maandag waarop de man normaal gesproken

de kinderen bij zich heeft, op een ander moment worden gecompenseerd.

(…)”

Het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen is na de echtscheiding in stand gebleven.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 februari 2019 is

– voor zover hier van belang – het verzoek van de vrouw tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over de minderjarigen en haar uitsluitend met het gezag te belasten, afgewezen.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 december 2021 is de in het ouderschapsplan opgenomen zorgregeling gewijzigd in die zin dat de man en de minderjarigen éénmaal per twee weken van vrijdag uit school tot de aansluitende dinsdagochtend naar school contact met elkaar hebben, waarbij de man de minderjarigen vrijdag ophaalt van school en dinsdagochtend naar school brengt en de vakanties bij helfte worden verdeeld.

[minderjarige 1] heeft op 14 februari 2022 via de informele rechtsingang bij deze rechtbank (zaak- en rekestnummer: C/10/635254 / FA RK 22-1871) verzocht om de zorgregeling met de man te wijzigen, het gezag van de man over haar te beëindigen en haar geslachtsnaam te wijzigen. In het kader van de informele rechtsingang zijn de volgende beschikkingen gegeven:

 Bij beschikking van 24 augustus 2022 heeft de kinderrechter met ingang van 1 september 2022 voor de duur van vier maanden een gewijzigde contactregeling bepaald tussen [minderjarige 1] en de man;

 Bij beschikking van 20 december 2022 is de vrouw niet ontvankelijk verklaard in haar zelfstandige verzoeken ten aanzien van het gezag over en de zorgregeling met beide minderjarigen, de onderhoudsbijdrage voor [minderjarige 1] en vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige 2] ;

 Bij beschikking van 24 januari 2023 is het verzoek van [minderjarige 1] ten aanzien van de zorgregeling toegewezen, in die zin dat de man het contact met haar wordt ontzegd.

De minderjarigen hebben in de periode van 25 januari 2018 tot 25 oktober 2023 onder toezicht gestaan van Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

3. De beoordeling

Wat er tot nu toe is gebeurd?

Deze zaak is aanhangig gemaakt met de verzoeken van de vrouw van 9 december 2022 en heeft betrekking op het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling dan wel de omgangsregeling en de kinderbijdrage. De man heeft zelfstandige verzoeken geformuleerd. De verzoeken zijn voor het eerst besproken tijdens de mondelinge behandeling op 5 april 2024 en zijn vervolgens aangehouden in afwachting van de gesprekken met de minderjarigen. Alleen [minderjarige 1] is ingegaan op de uitnodiging voor een gesprek met de kinderrechter, dat op 16 april 2024 heeft plaatsgevonden. Hierop volgend is in driemaal een vervolgzitting bepaald en die is telkens (om verschillende redenen) niet doorgegaan. Zoals hiervoor omschreven, heeft [minderjarige 2] op een later moment, op 4 december 2025, alsnog een gesprek met de kinderrechter gevoerd.

De rechtbank heeft partijen bij bericht van 17 maart 2025 geïnformeerd voornemens te zijn om ambtshalve de bijzondere curatoren te benoemen omdat op dat moment al enige tijd sprake is van contactverlies tussen de man en [minderjarige 1] . Partijen hebben hier beiden mee ingestemd.

De rechtbank heeft bij beschikking van 17 april 2025 de bijzondere curatoren benoemd met de opdracht de belangen van de minderjarigen te behartigen en:

 hun wensen en behoeften over de zorgregeling in beeld te brengen en te onderzoeken waarin de weerstand tegen contact met hun vader is gelegen;

 te onderzoeken of er nu of in de nabije toekomst mogelijkheden zijn voor duurzame

contacten tussen de minderjarigen en de man en zo ja, of de bijzondere curatoren het hervatten van dit contact zouden kunnen ondersteunen.

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden in afwachting van het verslag van de bevindingen van de bijzondere curatoren. De rechtbank verwijst naar wat verder is opgenomen in die beschikking.

Op 29 mei 2025 is [minderjarige 2] bij de vrouw thuis weggelopen. Hij verblijft sindsdien bij de man. Hij wijst omgangscontacten met de vrouw af en ziet zijn zussen – naast [minderjarige 1] heeft de vrouw ook een jongere dochter ( [naam 4] ) uit een andere relatie – nauwelijks meer.

De bijzondere curatoren hebben op 25 augustus 2025 verslag gedaan van hun bevindingen en dat verslag op 1 december 2025 aangevuld. Zij hebben met zowel partijen als de minderjarigen afzonderlijk gesproken en er hebben daarop volgend onder meer Whatsapp-contacten met de minderjarigen plaatsgevonden. De bijzondere curatoren hebben geprobeerd om ook gesprekken tussen betrokkenen onderling, met name tussen de vrouw en [minderjarige 2] , te faciliteren maar dat is niet gelukt omdat [minderjarige 2] daar op dat moment niet voor open stond.

De bijzondere curatoren achten het zorgelijk dat er geen contact is tussen [minderjarige 2] en de vrouw, ook omdat dit het contact tussen [minderjarige 2] en zijn zusjes negatief beïnvloedt. De bijzondere curatoren maken zich ook zorgen over [minderjarige 1] . De minderjarigen lijken het gevoel te hebben voor één ouder te moeten kiezen en hebben dit inmiddels ook beiden, ieder voor een andere ouder, gedaan. De bijzondere curatoren achten die loyaliteit aan één ouder een (te) zware last voor de minderjarigen om te dragen. Zij zijn ook te jong voor het nemen van dergelijke beslissingen en deze zullen hen op de lange termijn beschadigen. Tegelijkertijd vinden de bijzondere curatoren die loyaliteit aan één ouder ook begrijpelijk omdat het alternatief, loyaal blijven aan beide ouders, in dit specifieke geval ondraaglijk is voor de minderjarigen.

De bijzondere curatoren stellen zich op het standpunt dat de minderjarigen ontschuldigd moeten worden door hun ouders zodat zij kunnen toekomen aan hun eigen ontwikkeling. Partijen moeten hiervoor erkennen dat de minderjarigen hun last proberen te dragen en samen die last van hun schouders afhalen. Voor [minderjarige 1] is dit laatste op dit moment het hoogst haalbare. Er is bij haar geen ruimte om ondersteund te worden door hulpverlening. Voor [minderjarige 2] ligt dat anders. Hij heeft het contact met de vrouw recentelijk verbroken en bewoog zich tot voor kort tussen beide ouders. Er zou hulp moeten worden ingezet voor hem, maar hij staat daar op dit moment niet voor open en heeft weinig vertrouwen meer in volwassenen. De bijzondere curatoren achten het in het belang van [minderjarige 2] dat zijn ouders gaan samenwerken en hem laten weten dat zij de situatie willen verbeteren zodat hij niet meer actief hoeft te kiezen. Partijen wordt in dat kader deelname aan een traject met een systeemtherapeutische benadering geadviseerd.

Gezag

De vrouw verzoekt primair het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen te beëindigen en haar met het eenhoofdig gezag te belasten. Zij voert daartoe – kort gezegd – aan dat de verstandhouding van partijen al jarenlang zeer gespannen is en het niet mogelijk is op een normale manier met elkaar te communiceren. Volgens de vrouw maakt de man stelselmatig misbruik van zijn gezagspositie door zijn toestemming te onthouden voor verhuizing, vakanties, de aanvraag van paspoorten en medische behandelingen.

De man voert gemotiveerd verweer. Hij stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat het juist de vrouw is die misbruik maakt van haar gezag. De man verwijt de vrouw hem niet te informeren en te consulteren en hem buiten spel te zetten. Het belang van de minderjarigen is niet gediend bij een beëindiging van het gezamenlijk gezag, omdat zij dan volledig geïsoleerd worden van hun vader. Dit laatste geldt met name voor [minderjarige 1] , met wie de man al meerdere jaren geen contact meer heeft. De man beseft dat het niet haalbaar is de redenen hiervan te onderzoeken. Het geeft hem een machteloos gevoel en hij maakt zich zorgen over haar. Zijn gezag over [minderjarige 1] vormt voor hem het enige houvast om nog betrokkenheid bij haar leven te behouden.

Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is dan het criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt.

Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 2.4. is opgenomen, is een eerder verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag bij beschikking van 12 februari 2019 afgewezen. Om toe te komen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek, moet sprake zijn van een wijziging van omstandigheden van na die datum.

Omdat de voor het gezag relevante omstandigheden van de minderjarigen onderling verschillen, zal het verzoek ten aanzien van hen hierna afzonderlijk worden beoordeeld.

Gezag over [minderjarige 1]

Vooropgesteld wordt dat [minderjarige 1] op 14 februari 2022 via de informele rechtsingang (zie ook rechtsoverweging 2.6.) heeft gevraagd om het gezag van de man over haar te beëindigen. Tijdens het kindgesprek op 17 maart 2022 is door de kinderrechter aan [minderjarige 1] uitgelegd dat een kind niet de plek van de ouders moet overnemen en dat zorgen over het gezag niet door een kind moet worden aangebracht maar door een ouder. De wens van [minderjarige 1] dat het gezag van de man over haar wordt beëindigd, is daarom niet als een verzoek in behandeling genomen. In de beschikking van 24 augustus 2022 heeft de kinderrechter de informele rechtsingang dan ook alleen ingezet ten aanzien van de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de man. De vrouw heeft vervolgens op 9 december 2022, in overeenstemming met [minderjarige 1] ’s wens, een verzoek tot eenhoofdig gezag ingediend. Zelfs al zou [minderjarige 1] ’s verzoek over beëindiging van het gezag in behandeling zijn genomen, dan zou dat verzoek als overgenomen worden beschouwd door haar moeder en dus niet meer voorliggen als informele rechtsingang. Het verzoek van de vrouw is dus het enige verzoek over gezag dat thans voorligt. Dat daar op enig moment wellicht onduidelijkheid over is ontstaan is vooral voor [minderjarige 1] zelf vervelend en lijkt vooral veroorzaakt omdat de vrouw in haar brief van 18 maart 2024, en ook later, steeds opnieuw verwijst naar het zaaknummer van de informele rechtsingang met de opmerking dat het verzoek van [minderjarige 1] nog open staat. Dat is ten onrechte. Alle na de afgesloten informele rechtsingang ingestuurde brieven van [minderjarige 1] , en ook het kindgesprek waarin zij heeft verteld dat zij wil dat haar vader geen gezag meer over haar heeft, zijn geen nieuwe of herhaalde informele rechtsingangen, maar is informatie van de minderjarige die wordt betrokken in de procedure van haar moeder.

Het staat vast dat zich ten aanzien van [minderjarige 1] een rechtens relevante wijziging heeft voorgedaan. Begin 2023 heeft [minderjarige 1] het contact met de man volledig verbroken en zij wijst sindsdien elke vorm van contactherstel af. Zij heeft daarin tijdens gesprekken met de kinderrechter en in haar brieven volhard. Ook de bijzondere curatoren hebben vastgesteld dat er geen enkele ruimte voor contactherstel is bij [minderjarige 1] en zij adviseren de rechtbank hier dan ook niet op aan te sturen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook in behandeling nemen.

Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na echtscheiding het gezag over hun kinderen gezamenlijk uitoefenen. De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen en dit toekennen aan één ouder als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Het belang van [minderjarige 1] moet in die belangenafweging voorop staan. Bij beëindiging van het gezag zou zij niet meer zo zwaar belast worden met de strijd van haar ouders. Voor de vrouw zou beëindigen van het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] verlichting kunnen geven, in die zin dat zij belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] niet meer met de man hoeft te bespreken. Het belang van de man is er in gelegen om nog enigszins betrokken te kunnen blijven bij het leven van [minderjarige 1] .

De rechtbank overweegt dat de verstandhouding tussen partijen en hun communicatie abominabel slecht is. Gedurende deze procedure zijn meerdere pogingen gedaan om hier wijziging in te brengen maar dit is ondanks een ondertoezichtstelling van de minderjarigen en de inzet van verschillende andere professionele hulpverleners niet gelukt. Aangenomen wordt dat deze procedure aanzienlijke spanningen meebrengt voor partijen, maar ook dat het met name de minderjarigen zwaar heeft belast. Deze situatie is schadelijk voor hen, maar zij kunnen zich er niet aan onttrekken. Anders dan partijen zelf, hebben de minderjarigen geen invloed op de complexe problematiek van de ouderrelatie. Zoals ook de raad heeft uitgesproken tijdens de mondelinge behandeling, tonen beide partijen weinig tot geen zelfreflectie en wijzen vooral naar de andere ouder. Er is een patroon ontstaan waarin zij elkaar voortdurend van hetzelfde beschuldigen, zoals het misbruiken van het gezag, en de schuld daarvan steeds bij de ander leggen. Naar het oordeel van de rechtbank maken beide partijen zich schuldig aan het frustreren van de ander in de uitoefening van het gezag. Zo reageren zij niet of niet tijdig op elkaars verzoeken of verbinden ze voorwaarden aan de te geven toestemming. Zij schromen daarbij niet de kinderen daarin te betrekken, bijvoorbeeld in de aanloop naar vakanties en het verkrijgen van de daarvoor noodzakelijke documenten.

Hoewel de rechtbank ziet dat [minderjarige 1] klem zit tussen haar ouders, is naar het oordeel van de rechtbank beëindiging van het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] niet in haar belang en niet de oplossing in deze. [minderjarige 1] wil haar vader uit haar leven wegstrepen en ziet het gezag als ongerechtvaardigde inmenging van hem. Daarin speelt voor haar een angst dat hij de inhoud van hulpverlening aan haar te weten komt, wat zij absoluut niet wil. Het behoud van gezamenlijk gezag betekent dat de man nog betrokken kan zijn, op afstand omdat er geen contact meer is. Omdat bij [minderjarige 1] de angst vooral is dat de man inzage kan krijgen in de inhoud van hulpverleningstrajecten, overweegt de rechtbank dat de man (en ook de vrouw) dat recht niet heeft. Ouders moet als gezaghebbende ouder toestemming geven voor behandelingen, zolang [minderjarige 1] nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. De inhoud van dat contact met hulpverleners is vertrouwelijk, ook bij een minderjarige. Een ouder kan op de hoogte gehouden worden van voortgang. Dat ziet op het verkrijgen van handvatten of aanwijzingen aan die ouder over hoe de minderjarige te helpen. Als gezagsouder heeft de man recht op informatie en dient hij niet volledig buiten spel te komen te staan. Dat kan echter wel gebeuren als het gezag zou worden beëindigd. Indien het gezag in stand blijft, is de man op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen in [minderjarige 1] ’s leven, wat helpend kan zijn mocht bij [minderjarige 1] (ooit) ruimte ontstaan voor een gesprek met de man. De rechtbank verwacht niet dat dit een gesprek moet zijn in het kader van contactherstel, maar eerder in het kader van herstel van het vaderbeeld dat zij heeft. Daar heeft [minderjarige 1] recht op, maar is geen verplichting. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat er nog enige betrokkenheid van de man blijft bestaan, hoe beperkt de mogelijkheid daartoe op dit moment voor de man ook is.

Daar komt bij dat instandhouding van het gezamenlijk gezag een duidelijk signaal geeft aan partijen dat er enige vorm van samenwerking van hen wordt verlangd. Partijen zijn dit aan [minderjarige 1] verplicht. Partijen leggen ieder de schuld steeds bij de ander, maar de rechtbank acht, net als de raad en de bijzondere curatoren, beide ouders verantwoordelijk voor de huidige situatie. De oproep van bijzondere curatoren aan partijen om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen als ouders en de last van hun ouderrelatie en het daaruit voortvloeiend loyaliteitsconflict bij hun kinderen weg te nemen, wordt dan ook door de rechtbank onderschreven.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] dan ook afwijzen, zodat het gezamenlijk gezag van de ouders in stand blijft.

De rechtbank benadrukt dat het niet de bedoeling is dat het behoud van gezamenlijk gezag tot nieuwe procedures zal leiden. Indien en voor zover bij [minderjarige 1] de angst bestaat dat de man vanwege zijn gezag inzage krijgt in eventuele vertrouwelijke gesprekken tussen haar en behandelaar geeft de rechtbank aan partijen het volgende mee. Hulpverlening aan [minderjarige 1] is in haar belang. Zij heeft daar recht op. De rechtbank drukt de man op het hart dan ook toestemming te verlenen, zonder daar voorwaarden aan te verbinden. Hulpverlening kan immers mogelijk in de toekomst leiden tot rust en ruimte bij [minderjarige 1] . Het hebben van gezag brengt niet mee dat de man recht heeft op inzage in vertrouwelijke informatie tussen [minderjarige 1] en een behandelaar, maar kan hooguit strekken tot verkrijgen van handvatten hoe [minderjarige 1] te ondersteunen. Bovendien is [minderjarige 1] vanaf het moment dat zij zestien jaar is handelingsbekwaam voor het aangaan van een behandelingsovereenkomst en heeft zij dus geen toestemming meer nodig.

Met deze beslissing over het gezag over [minderjarige 1] komt op dit punt een einde aan de onderhavige procedure die al in 2022 is gestart. De rechtbank hoopt dat deze beslissing rust zal geven aan alle betrokkenen. De rechtbank sluit zich volledig aan bij wat de kinderrechter al in de beschikking 24 januari 2023 duidelijk heeft beschreven, namelijk dat [minderjarige 1] knel zit tussen haar ouders en dat de enige reële oplossing hiervoor is dat partijen als ouders de verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen, hun relatie verbeteren en stoppen met ruziën. Zoals hiervoor al uiteengezet, deze conclusie wordt gedeeld door de bijzondere curatoren en de raad.

Gezag over [minderjarige 2]

De rechtbank is van oordeel dat er ten tijde van de indiening van het verzoek van de vrouw ten aanzien van [minderjarige 2] geen sprake was van een rechtens relevante wijziging. De rechtbank ziet echter in de recente ontwikkelingen, te weten het huidige verblijf van [minderjarige 2] bij de man en het gebrek aan contact sindsdien met de vrouw, redenen om het verzoek inhoudelijk te beoordelen zodat er ook op dit punt duidelijkheid is voor partijen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] te beëindigen. Nog daargelaten dat [minderjarige 2] sinds mei 2025 bij de man woont en sindsdien geen contact wil met de vrouw, is de rechtbank er geenszins van overtuigd geraakt dat een beëindiging van het gezamenlijk gezag een oplossing biedt voor de voortdurende strijd tussen ouders over alles. Het verzoek van de vrouw wordt daarom ook ten aanzien van [minderjarige 2] afgewezen.

De vrouw heeft haar subsidiaire verzoek tot vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 2] al op 18 maart 2024 ingetrokken, zodat dit verzoek zonder verdere bespreking wordt afgewezen.

Hoofdverblijfplaats, inschrijving BRP en beheer van paspoort en ID van [minderjarige 2]

De man verzoekt te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij hem zal zijn. Bij aanvullend verzoek heeft de man verzocht om hem daarbij vervangende toestemming te verlenen voor het inschrijven van [minderjarige 2] in de Basisregistratie Personen (BRP) op zijn adres. Daarnaast verzoekt de man te bepalen dat, indien [minderjarige 2] zijn hoofdverblijf bij hem heeft, het paspoort van [minderjarige 2] onder beheer van de man blijft en dat de vrouw het identiteitsbewijs van [minderjarige 2] onder zich houdt.

Hoofdverblijfplaats

De vrouw voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] te wijzigen. Zij vindt de situatie – kort gezegd – op dit moment onvoldoende bestendig voor een definitieve beslissing over de verblijfplaats van [minderjarige 2] . In haar optiek moet eerst contactherstel tussen haar en [minderjarige 2] plaatsvinden onder begeleiding van professionele hulpverlening.

Het verzoek van de man ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] dateert van 15 maart 2024. Er was op dat moment geen sprake van een gewijzigde omstandigheid die relevant was voor dit verzoek. Dat [minderjarige 2] in mei 2025 heeft besloten om naar de man te vertrekken en sindsdien daar te verblijft zonder contact met de vrouw, maakt het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden niet anders. Het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de man te bepalen zal worden afgewezen.

De bijzondere curatoren achten het van belang dat partijen zich samen zullen inzetten om de onderlinge verhoudingen te verbeteren door deel te nemen aan een traject met een systeemtherapeutische benadering. Zolang de huidige situatie ongewijzigd blijft, staan de minderjarigen onder een zware druk om voor een ouder te kiezen. Hoewel [minderjarige 2] zelf recentelijk voor verblijf bij de man heeft gekozen, valt niet uit te sluiten dat hij daar op termijn zal vastlopen in zijn gevoel over deze genomen stap. Zoals [minderjarige 1] zich genoodzaakt voelt de man volledig te blokkeren om uit het loyaliteitsconflict te komen, heeft [minderjarige 2] het contact op dit moment met zijn moeder verbroken. Bovendien heeft dit ook tot een breuk tussen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] geleid, wat voor beide kinderen intens verdrietig is. De noodzaak van de door de bijzondere curatoren aangewezen therapie is daardoor nog sterker aanwezig.

De rechtbank heeft het advies van de bijzondere curatoren voor een systeembehandeling uitgebreid met partijen besproken tijdens de mondelinge behandeling. Het is helaas niet gelukt om tot afspraken hierover te komen, maar er is voor nu wel consensus tussen partijen dat [minderjarige 2] op dit moment feitelijk bij de man verblijft. Dit is in overeenstemming met het advies van de raad om de huidige situatie van [minderjarige 2] te handhaven en hem op dit moment niet te dwingen terug te gaan naar de vrouw.

Vervangende toestemming voor Inschrijving BRP

Het verzoek van de man om hem vervangende toestemming te verlenen tot inschrijving van [minderjarige 2] op zijn adres in de BRP hangt samen met zijn verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats. Omdat dat verzoek wordt afgewezen, wordt ook het verzoek ten aanzien van de inschrijving van [minderjarige 2] op het adres van de man afgewezen.

Beheer paspoort en ID

De man heeft zijn verzoek over het beheer van het paspoort en ID-bewijs voorwaardelijk gedaan, namelijk indien [minderjarige 2] zijn hoofverblijfplaats bij de man heeft. Zoals hiervoor overwogen, zal de rechtbank het verzoek over de hoofdverblijfplaats afwijzen. Desalniettemin zal de rechtbank het voorwaardelijk verzoek van de man toewijzen. De rechtbank komt hiertoe omdat [minderjarige 2] nu feitelijk verblijft bij de man en partijen op dit moment hierin berusten. De rechtbank acht het dan ook van belang dat de man het beheer heeft over het paspoort van [minderjarige 2] en dat onder zich houdt en de vrouw hetzelfde doet met de identiteitskaart van [minderjarige 2] . Op die manier heeft [minderjarige 2] bij ieder van partijen een identiteitsbewijs en neemt dit een mogelijk discussiepunt tussen partijen weg. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Zorgregeling

Omdat het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen in stand blijft, wordt verder gesproken over een zorgregeling.

De vrouw verzoekt de bij beschikking van 22 december 2021 bepaalde zorgregeling tussen de man en [minderjarige 2] te wijzigen op de door haar voorgestelde wijze.

De man voert gemotiveerd verweer. Het verweer was aanvankelijk op het in stand laten van de bestaande zorgregeling gericht, maar bij aanvullend verzoek heeft de man eerst verzocht om een wijziging van de regeling en vervolgens (op 24 november 2025) om het opschorten hiervan, waarbij onder begeleiding en met systemische hulpverlening wordt onderzocht of, en zo ja op welke wijze, het contact tussen de vrouw en [minderjarige 2] kan worden hersteld, op een manier die voor [minderjarige 2] haalbaar, veilig en passend is.

De bijzondere curatoren achten een definitieve beslissing over de zorgregeling op dit moment niet aangewezen. Daarvoor is nodig dat partijen zich samen inzetten om [minderjarige 2] te ontlasten en een veilige situatie voor hem te creëren, zodat er binnen dat kader contactherstel met de vrouw kan plaatsvinden.

Vooropgesteld wordt dat alleen de zorgregeling ten aanzien van [minderjarige 2] nog ter beoordeling voorligt. Zoals hiervoor reeds overwogen, is bij beschikking van 24 januari 2023 de man het contact met [minderjarige 1] ontzegd. De man heeft vervolgens geen verzoek gericht op contactherstel ingediend, omdat hij zich er uiteindelijk bij heeft neergelegd dat [minderjarige 1] geen enkel contact met hem wil. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij desgevraagd bevestigd dat dat onveranderd is.

De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getrokken zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Naar het oordeel van de rechtbank was ten tijde van de indiening van het verzoek van de vrouw in december 2022 – anders dan zij stelde – geen sprake van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden. Dat geldt ook voor het oorspronkelijke verzoek van de man. In de daaropvolgende periode zijn de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling met [minderjarige 2] aangepast en geherformuleerd. Die aanvullingen hangen samen met verschillende nadien ontstane wijzigingen in de omstandigheden die mogelijk wel als rechtens relevant kunnen worden beschouwd. Dit geldt in ieder geval voor het feit dat [minderjarige 2] in mei 2025 bij de man is gaan wonen en sindsdien geen contact meer wil met de vrouw. De rechtbank ziet in deze laatste ontwikkelingen rondom [minderjarige 2] voldoende aanleiding om de verzoeken te behandelen.

De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling uitvoerig met partijen gesproken over de zorgregeling. Zoals hiervoor reeds overwogen zijn partijen het er in de kern over eens dat [minderjarige 2] voor nu feitelijk bij de man verblijft en dat moet worden toegewerkt naar contactherstel met de vrouw, al dan niet onder begeleiding van professionele hulpverlening. Verder staat niet tussen partijen ter discussie dat vervolgens zal worden toegewerkt naar de zorgregeling zoals die is opgenomen in de beschikking van 21 december 2021, zij het dat de regeling niet per se geldt tussen [minderjarige 2] en de man maar tussen [minderjarige 2] en de ouder bij wie hij niet zijn hoofdverblijf heeft. Dat is op dit moment de vrouw. De regeling waarnaar toegewerkt zal worden houdt dus in dat [minderjarige 2] éénmaal per twee weken van vrijdag uit school tot de aansluitende dinsdagochtend naar school bij die andere ouder verblijft, waarbij de vakanties bij helfte worden verdeeld.

De rechtbank zal op grond van het vorenstaande de tussen partijen ontstane consensus dan ook als overeenstemming in de beschikking opnemen, onder afwijzing van de gedane verzoeken hierover.

Onderhoudsbijdrage en de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1]

De vrouw verzoekt wijziging van het in de beschikking van 3 februari 2016 opgenomen ouderschapsplan van 8 januari 2016 in die zin, dat de man, naast de in

die beschikking vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage), met ingang van 1 september 2022 mee dient te betalen aan de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] bestaande uit reiskosten van € 206,45 per maand en een ouderbijdrage voor school van € 18,75 per maand, waaraan de man voor de helft zou moeten bijdragen.

De man voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek van de vrouw en doet een zelfstandig wijzigingsverzoek ten aanzien van de kinderbijdrage. Hij verzoekt, na wijziging, te bepalen dat de door hem aan de vrouw verschuldigde kinderbijdrage voor [minderjarige 2] met ingang van 1 juni 2025, althans met ingang van 8 juli 2025 of van een datum die de rechtbank redelijk acht, op nihil wordt gesteld. Tevens verzoekt de man te bepalen dat de door de vrouw te betalen kinderbijdrage voor [minderjarige 2] wordt vastgesteld op hetzelfde bedrag als de man verschuldigd is aan de vrouw voor [minderjarige 1] , thans € 425,57 per maand, met ingang van 1 juni 2025, dan wel een datum die de rechtbank redelijk acht.

Daarnaast verzoekt de man te bepalen dat de door hem reeds gemaakte kosten voor [minderjarige 2] , welke onder de regeling van de kosten van verzorging en opvoeding vallen en derhalve voor rekening van de vrouw dienen te komen, door de vrouw aan de man worden vergoed tot een bedrag van € 307,53.

De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man.

Een rechterlijke uitspraak of overeenkomst over levensonderhoud kan bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.Deze wettelijke maatstaven zijn de behoeften van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige.Niet elke wijziging van omstandigheden is voldoende voor wijziging van de onderhoudsbijdrage. Alleen die wijzigingen waardoor het aanvankelijk vastgestelde of overeengekomen bedrag niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven, zijn in dit opzicht rechtens relevant.

Volgens vaste jurisprudentie moet in geval van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden een volledige herbeoordeling plaats vinden aan de hand van alle op dat moment bestaande omstandigheden.

Verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1]

Vast staat dat [minderjarige 1] sinds 1 september 2022 naar een middelbare school in Rotterdam gaat. De man heeft onweersproken gelaten dat daarmee de door de vrouw opgevoerde kosten zijn gemoeid.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een rechtens relevante wijziging per

1 september 2022. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de man aan de bedoelde kosten moet bijdragen.

De man stelt zich op het standpunt dat zijn aandeel in de kosten van [minderjarige 1] reeds in het vastgestelde alimentatiebedrag is opgenomen en dat hij niet tot een extra bijdrage kan worden gehouden. Hiertoe voert hij aan dat dat alleen zou kunnen wanneer in het ouderschapsplan expliciete afspraken over de verblijfsoverstijgende kosten zijn gemaakt, wat niet het geval is.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen. De rechtbank overweegt hiertoe dat partijen in 2016 afspraken hebben gemaakt over de kinderbijdrage, passend bij de leeftijd van de minderjarigen destijds, en de inhoud daarvan hebben neergelegd in een ouderschapsplan. Er is met ingang van 1 maart 2016 een bijdrage van € 320,- per maand per kind overeengekomen, welke bijdrage jaarlijks wordt geïndexeerd. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen hiermee voorzien hebben in een bijdrage die meegroeit met de leeftijd van de minderjarigen. De rechtbank ziet dit bevestigd doordat in de opsomming van de verblijfsoverstijgende kosten in het ouderschapsplan bepaalde kosten worden genoemd, zoals zwemlessen en opvangkosten, die hoogstwaarschijnlijk al geruime tijd niet meer worden gemaakt. Ten aanzien van ouderbijdrage voor school geldt daarnaast nog – zoals ook de man terecht heeft opgemerkt – dat partijen deze kostenpost expliciet hebben genoemd in bedoelde opsomming.

Kinderbijdrage en gemaakte kosten voor [minderjarige 2]

Indien en voor zover het verzoek van de man ten aanzien van de kinderbijdrage van [minderjarige 2] en de voor hem door de man gemaakte kosten niet als een voorwaardelijk verzoek moet worden gelezen, wordt de man hierin niet ontvangen omdat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank brengt geen wijziging in de (juridische) hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] (rechtsoverweging 3.3.3). Deze blijft voor nu bij de vrouw, zodat zij in beginsel de kosten van [minderjarige 2] voor haar rekening neemt. Het feit dat [minderjarige 2] nu feitelijk bij de man verblijft, maakt dat niet anders. Partijen dragen samen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] en de daarmee gemoeide kosten. Er wordt dan ook van hun verlangd dat zij hier samen afspraken over maken.

Dergelijke afspraken hadden ook de door de man gemaakte extra kosten kunnen voorkomen. Het bedrag van € 307,53 heeft betrekking op het vervangen van school- en gymspullen van [minderjarige 2] die in mei 2025 bij de vrouw zijn achtergebleven. De aanschaf van nieuwe schoolbenodigdheden was niet nodig geweest indien partijen een manier hadden gevonden om genoemde spullen van de vrouw naar de man over te brengen.

Inzage in spaarrekeningen van de minderjarigen

De man verzoekt te bepalen dat de vrouw hem inzage verschaft in de spaarrekeningen van de minderjarigen door overlegging van een jaaroverzicht voor alle jaren vanaf 2016 tot heden.

De rechtbank wijst het verzoek van de man af. De man verzoekt te bepalen inzage te geven omdat hij vermoedt dat de vrouw mutaties heeft gedaan. Niet althans onvoldoende is onderbouwd wat het belang van de man is bij dit verzoek. Het ouderlijk gezag omvat ook het vermogen van het kind. Niet is gebleken dat en waarom de man geen inzage heeft in het vermogen van de minderjarige(n). Het enkele feit dat dit kennelijk een bron van onenigheid is tussen partijen, maakt niet dat dit een belang oplevert.

Terugkoppeling aan de minderjarigen

[minderjarige 1] heeft op meerdere momenten contact gehad met de kinderrechter in deze procedure. Aan haar zal daarom de volgende terugkoppeling verstuurd worden op het adres van haar moeder.

“Beste [minderjarige 1] ,

Je hebt hier lang naar uitgekeken. We hebben een beslissing genomen op alle verzoeken die voorlagen. De beslissing is per post naar jouw ouders verstuurd. In deze brief vertellen we jou over die beslissingen.

We hebben het verzoek over het beëindigen van het gezamenlijk gezag afgewezen. Dat betekent dat jouw vader nog gezag heeft over jou en over [minderjarige 2] . Dit is niet zoals jij het zelf wil. We hebben hier goed over nagedacht.

Eerst een praktisch punt. De informele rechtsingang was al afgesloten in 2022, toen de kinderrechter jou in het gesprek van 17 maart 2022 dat heeft verteld. Jouw moeder heeft daarom zelf dat verzoek bij de rechtbank ingediend. Omdat dit hetzelfde verzoek is, snappen we dat daar onduidelijkheid over kan bestaan. Uiteraard hebben we wel alles wat jij hebt verteld meegenomen. Jouw brieven en gesprekken zijn in het kader van de procedure van jouw moeder betrokken.

Dan de inhoud. Naar ons oordeel is het in jouw belang dat jouw vader samen met jouw moeder gezag houdt. Op deze manier is het mogelijk voor hem om te weten hoe het met jou gaat. Dat is bedoeld voor als jij ook ruimte voelt om te werken aan herstel van het vaderbeeld. Wij verwachten niet dat jij nu of in de nabije toekomst ruimte voelt om contactherstel aan te gaan. Maar herstel van wat er is gebeurd en leren omgaan met alles en herstel van het beeld dat je hebt van jouw vader, daar heb jij recht op. Door het gezag bij allebei jouw ouders te houden, zijn en blijven zij verantwoordelijk. Dat is de reden dat we het gezag in stand laten. Ook het gezag over [minderjarige 2] blijft bij allebei jouw ouders. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat jouw ouders ruzie krijgen over gezagsbeslissingen. De bijzondere curatoren adviseren bepaalde hulpverlening aan allebei jouw ouders. Dat hebben we ook op de zitting besproken. Dat vinden allebei jouw ouders niet makkelijk en denken ze nog over na.

Je hebt verteld dat je bang bent om hulp te vragen, omdat jouw vader dan de inhoud van die hulp te weten kan komen. Weet dat hij dat recht niet heeft, jouw moeder trouwens ook niet. Ieder mens, dus ook een kind, heeft recht op een vertrouwelijke behandelrelatie. Een ouder met gezag heeft geen recht op inzage in die behandelrelatie. Een ouder heeft alleen recht op informatie van een behandelaar over hoe een kind (beter) te helpen. Bijvoorbeeld hoe een ouder het beste met een kind kan praten over een gebeurtenis. Jouw vader zou dus hooguit kunnen vragen: “wat kan ik doen om [minderjarige 1] te helpen als zij in de toekomst ruimte voelt om in contact te komen?”. Je vader (of moeder) kan niet vragen “wat heeft [minderjarige 1] allemaal verteld?”. Hopelijk neemt dit jouw angst weg. Bovendien is het goed als je weet dat jij vanaf dat jij zestien jaar bent het recht hebt om zelf een behandelrelatie aan te gaan. Dan heb je geen toestemming van jouw ouders meer nodig.

Het verzoek de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij jullie vader te bepalen, hebben we afgewezen. Dat betekent dat zijn hoofdverblijfplaats officieel bij jullie moeder blijft. Dat betekent niet dat hij onmiddellijk weer contact zal hebben met jullie moeder. We snappen dat jij ontzettend veel verdriet hebt dat [minderjarige 2] nu bij jullie vader woont en geen contact heeft met jou en met jouw moeder. Hij heeft tijd nodig om dingen te verwerken en tot rust te komen. Hij wil als eerste stap om het contact met jouw moeder en met jou te herstellen is om iets doen te met alleen jou en [naam 4] samen, bijvoorbeeld een keer naar bioscoop. Het helpt hem als hij niet te veel hoeft te praten over jullie situatie met jullie ouders, maar het eerst over wat luchtigere dingen gaat.

De strijd tussen jouw ouders heeft gezorgd dat jouw leven zo ongeveer stil heeft gestaan. Je bent veel bezig met hun conflict. We hopen dat door de beslissingen die we hebben genomen, rust ontstaat. We hebben geluisterd naar de raad van de kinderbescherming en naar de bijzondere curatoren. Zij adviseren bepaalde therapie voor jouw ouders. Het is belangrijk dat zij een manier vinden om jou en jouw broertje uit hun strijd te halen en weer gewoon kind te mogen laten zijn.

Ik wens je het allerbeste.

Met vriendelijke groet,

mr. S. Wierink

kinderrechter”

[minderjarige 2] heeft op een gesprek gehad met de kinderrechter. Aan hem zal daarom de volgende terugkoppeling verstuurd worden op het adres van zijn vader.

“Beste [minderjarige 2] ,

Op 3 december 2025 hebben wij elkaar gesproken. We hebben gepraat over de procedure tussen jouw ouders. Op 4 december 2025 heeft de zitting bij de meervoudige kamer plaatsgevonden. Meervoudig betekent dat we met drie rechters naar de zaak hebben gekeken. Jouw moeder was op de zitting, jouw vader met zijn advocaat en ook de bijzondere curatoren en de raad voor de kinderbescherming. We hebben naar iedereen geluisterd en een beslissing genomen. In deze brief vertellen we jou over die beslissingen.

We hebben het verzoek over het beëindigen van het gezamenlijk gezag afgewezen. Dat betekent dat jouw vader nog gezag heeft over jou en over [minderjarige 1] . We vinden het belangrijk dat jouw ouders allebei verantwoordelijk en betrokken zijn en blijven over jullie allebei. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat jouw ouders ruzie krijgen over gezagsbeslissingen. De bijzondere curatoren adviseren bepaalde hulpverlening aan allebei jouw ouders. Dat hebben we ook op de zitting besproken. Dat vinden allebei jouw ouders niet makkelijk en denken ze nog over na.

In mei 2025 ben je naar jouw vader gegaan. Sindsdien heb je geen contact met jouw moeder. Het is belangrijk dat je hulp krijgt, maar jouw ouders ook, om het contact te herstellen. Het is belangrijk dat dat op jouw tempo gebeurt. Het verzoek jouw hoofdverblijfplaats officieel bij jouw vader te bepalen, hebben we afgewezen. Dat betekent dat dit officieel bij jouw moeder blijft, ook al woon je op dit moment bij jouw vader. Dat betekent niet dat je onmiddellijk weer contact zal hebben met jouw moeder. Je hebt daar tijd voor nodig. En waarschijnlijk ook wat hulp, net als jouw ouders. Tijdens het kindgesprek heb je mij verteld hoe jij daarover denkt. Dat hebben we besproken op zitting. We hebben in de brief aan [minderjarige 1] geschreven dat voor jou een eerste stap kan zijn om eerst iets te doen met [minderjarige 1] en [naam 4] samen, bijvoorbeeld een keer naar de bioscoop. Ook hebben we verteld tijdens de zitting en aan [minderjarige 1] geschreven dat het dan jou helpt als je niet te veel hoeft te praten over jullie situatie met jullie ouders. Praat eerst over wat luchtigere dingen.

De strijd tussen jouw ouders heeft veel gevolgen voor jou en jouw zus. We hebben geluisterd naar de raad van de kinderbescherming en naar de bijzondere curatoren. Zij adviseren bepaalde therapie voor jouw ouders. Het is belangrijk dat zij een manier vinden om jou en jouw zus uit hun strijd te halen zodat jullie weer gewoon kind kunnen zijn. We hopen dat door de beslissingen die we hebben genomen, rust ontstaat.

Ik wens je het allerbeste.

Met vriendelijke groet,

mr. S. Wierink

kinderrechter”

Bijzondere curatoren

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curatoren in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curatoren. De rechtbank zal op die manier beslissen.

Proceskosten

Het uitgangspunt in familierechtelijke zaken is dat de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Zowel de vrouw als de man verzoekt in afwijking hiervan de andere partij in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank wijst deze verzoeken af. Daartoe overweegt de rechtbank dat deze procedure en de daarin gedane verzoeken niet op conto van één partij kan worden geschreven. De voedingsbodem van het conflict, van deze procedure, is de ernstig verstoorde relatie van partijen waarin, zo is hiervoor al herhaaldelijk overwogen, beiden een aandeel hebben.

4. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt in het kader van de zorgregeling met [minderjarige 2] het volgende:

er zal, al dan niet onder begeleiding van professionele hulpverlening, worden toegewerkt naar contactherstel met de vrouw;

vervolgens zal worden toegewerkt naar de zorgregeling zoals die is opgenomen in de beschikking van 21 december 2021, met dien verstande dat deze ziet op het omgangscontact tussen [minderjarige 2] en de ouder bij wie hij niet (feitelijk) zijn hoofdverblijf heeft;

bepaalt dat de man het paspoort van [minderjarige 2] onder zich houdt en dat de vrouw het identiteitsbewijs van [minderjarige 2] onder zich houdt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

beschouwt – voor zover geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curatoren voor deze procedure met ingang van de datum van deze beschikking als beëindigd;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Wierink, voorzitter en (kinder)rechter, mr. S.A. van Egmond, (kinder)rechter en mr. C.C.B. Boshouwers, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M. Ligthart, griffier, op 23 januari 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Wierink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?