ECLI:NL:RBROT:2026:11183

ECLI:NL:RBROT:2026:11183

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer 10.071860.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft samen met anderen opzettelijk aangever gegijzeld en gedurende meerdere dagen vastgehouden. Tijdens deze gijzeling heeft hij aangever met geweld en bedreiging met geweld gedwongen toegang tot zijn telefoon en bankrekening te geven en om geld, zijn pinpas en zijn paspoort af te geven. Ook wordt de verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 32 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast wordt een contactverbod opgelegd. De vorderingen tot schadevergoeding worden gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.071860.26

Datum uitspraak: 7 september 2026

Datum zitting: 24 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],

gedetineerd in [naam PI].

Advocaat van de verdachte: mr. P.T.P. van der Made

Officier van justitie: mr. T. van den Bergh

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. M.S.L. Leeflang

Kern van het vonnis

De verdachte heeft samen met anderen opzettelijk aangever gegijzeld en gedurende meerdere dagen vastgehouden. Tijdens deze gijzeling heeft hij aangever met geweld en bedreiging met geweld gedwongen toegang tot zijn telefoon en bankrekening te geven en om geld, zijn pinpas en zijn paspoort af te geven. Ook wordt de verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 32 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast wordt een contactverbod opgelegd. De vorderingen tot schadevergoeding worden gedeeltelijk toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - in de periode

van 6 tot en met 8 maart 2026 samen met anderen aangever heeft gegijzeld, afgeperst en

gedwongen om toegang te verlenen tot zijn telefoon, bankrekening en internetbankieren.

Ook wordt hem het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie ten laste gelegd.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:

1

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [slachtoffer 1] onder schot te houden en/of een vuurwapen op die [slachtoffer 1] te richten

en/of een vuurwapen te tonen aan die [slachtoffer 1], en/of

- een vuurwapen, dan wel een voorwerp, tegen de nek van die [slachtoffer 1] aan te houden en/of te zeggen "moet ik je laten voelen" en "ik schiet je", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] te blinddoeken en/of

- die [slachtoffer 1] vast te houden in een auto en/of een woning en/of een schuur en/of andere locaties, waaronder een of meerdere café/restaurants, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze, verdachte en/of diens mededaders, de familie van die [slachtoffer 1] zouden pakken en/of dat ze zijn huis zouden opblazen, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht, althans tegen het lichaam te slaan, met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of vrienden en/of familie van voornoemd slachtoffer te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten

- een geldbedrag (totale som van 6000,- euro) over te maken via Tikkie(s) en/of contant geld te pinnen en/of een contant geldbedrag naar verdachte en/of diens mededader(s) te komen brengen;

2

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn telefoons en/of (pin)pas(sen) en/of paspoort, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door

- die [slachtoffer 1] onder schot te houden en/of een vuurwapen op die [slachtoffer 1] te richten en/of een vuurwapen te tonen aan die [slachtoffer 1], en/of

- een vuurwapen, dan wel een voorwerp, tegen de nek van die [slachtoffer 1] aan te houden en/of te zeggen "moet ik je laten voelen" en "ik schiet je", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] te blinddoeken en/of

- die [slachtoffer 1] vast te houden in een auto en/of een woning en/of een schuur en/of andere locaties, waaronder een of meerdere café/restaurants, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze, verdachte en/of diens mededaders, de familie van die [slachtoffer 1] zouden pakken en/of dat ze zijn huis zouden opblazen, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht, althans tegen het lichaam te slaan;

3

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander, te weten [slachtoffer 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door

- die [slachtoffer 1] gedurende een aanzienlijke periode tegen zijn wil vast te houden en/of die [slachtoffer 1] meerdere malen te slaan en/of onder bedreiging van een vuurwapen dan wel woordelijk te laten meewerken aan het openen van een bankrekening en/of (daarvoor) voornoemd slachtoffer meermalen te laten meewerken aan een 'face scan' en/of toegang en/of aan het inloggen op de telefoon van verdachte en/of diens mededader(s) op de bankrekening en/of internetbankieren-omgeving van voornoemd slachtoffer;

4

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie III, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1° van die wet in de vorm van een revolver, namelijk een revolver, van het merk Bulldog,

kaliber.320, en/of munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van categorie III te weten

- zes, althans een of meerdere kogelpatro(o)n(en), van het kaliber .320,

voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle vier de feiten. Voor het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde tonen, het onder schot houden of het richten van het vuurwapen op aangever en het blinddoeken van aangever verzoekt de officier van justitie de verdachte partieel vrij te spreken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd. De verdachte heeft de feiten (grotendeels) bekend.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte in de periode van 6 tot en met 8 maart 2026 te Rotterdam en Vlaardingen samen met anderen aangever heeft gegijzeld en vastgehouden, heeft afgeperst en met geweld of bedreiging met geweld heeft gedwongen om toegang te verlenen tot zijn telefoon, bankrekening en internetbankieren. Daarnaast is bewezen dat de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen.

De verdachte heeft feit 4 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Het proces-verbaal van de politie, onderzoek vuurwapen

De bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

3. Verklaring van de verdachte Op 6 maart 2026 was ik samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Wij kregen te horen dat [slachtoffer 1] in Vlaardingen aanwezig was. Ik kreeg nog geld van [slachtoffer 1] en wachtte al lang op mijn geld. Het ging om 6.600 euro. Ik reed in een Golf. We hebben hem meegenomen in deze auto. Onderweg in de auto heeft [slachtoffer 1] gebeld naar familieleden met de vraag of zij geld konden overmaken. Ook heeft hij tikkies verstuurd. Ik heb gezegd dat ik mijn geld wilde en zolang dit niet zou worden geregeld, hij bij mij zou blijven. Op 6 maart 2026, aan het einde van de avond, heeft [naam 1] een geldbedrag en de pinpas van [slachtoffer 1] naar ons gebracht. [slachtoffer 1] heeft vervolgens een deel van de nacht verbleven in de kelder van mijn huis in Rotterdam. De volgende dag, 7 maart 2026, heb ik [slachtoffer 1] bij een huis in Rotterdam afgezet en is hij daar gebleven. Op 8 maart 2026 is er opnieuw door iemand geld gebracht, te weten 750 euro. Ik ben dat geld gaan halen. Vervolgens heb ik [slachtoffer 1] opgehaald en liet ik hem gaan.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte

Het [slachtoffer 1] is mij geld schuldig, een bedrag van 6.600 euro. Dat bedrag heeft hij van mij gestolen. Ik heb hem de tijd gegeven om het geld terug te betalen. Hij heeft het geld niet terugbetaald. Die dag was [slachtoffer 1] bezig op die plek met een opname van een clip. Ik ben daarnaartoe gegaan. Ik hoorde dat hij in een auto zat. Ik ben naar die auto gelopen. Ik heb tegen hem gezegd dat hij moest uitstappen. Ik heb hem toen meegenomen. Ik heb hem naar een huis gebracht en daar heeft hij gebeld. Wij zijn ook nog naar een café geweest. Daar hebben wij gezeten. Wij zijn ook bij de Mac Donalds geweest bij de Kuip. Later zijn wij naar mijn kelder gegaan. Daar heeft hij gezeten, twee of drie uurtjes. Uiteindelijk heb ik geld gekregen maar niet het hele bedrag. De volgende dag heb ik hem weer naar het huis gebracht. Ik ben weggegaan. Later die dag ben ik weer naar het huis gereden. Ik was ongeveer een uurtje bij hem. De volgende dag was er geld geregeld. Niet het hele bedrag maar ik besloot om [slachtoffer 1] te laten gaan. Ik ging [slachtoffer 1] ophalen. Ik kreeg het geld en toen kwam het arrestatieteam van de politie.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever 1] d.d. 8 maart 2026

Ik was op 6 maart 2026 bij een clipshoot. Ik zat in de auto. Toen waren daar [verdachte], [medeverdachte 2], een lange gast van wie ik nu weet dat hij [medeverdachte 1] heet en nog een onbekende jongen. [verdachte] zei met een handgebaar dat ik de auto uit moest komen. [medeverdachte 1] sloeg mij in mijn gezicht voor al die gasten daar. Ik ben toen met ze meegelopen en in de auto gestapt. Tijdens de rit kreeg ik klappen van [verdachte], ook drukte hij iets tegen mijn nek en zei “moet ik je laten voelen” en “ik schiet je”. Ik werd naar een schuur gebracht. Ik moest de eerste nacht in de schuur slapen. De deur zat op slot. De dag erna werd ik mee naar boven genomen en heb ik in een slaapkamer op de bank geslapen. Dit was een gebruikershuis/trap house. Ze zeiden dat ze mijn familie zouden pakken, dat ze ons huis zouden opblazen. Toen ik in de woning zat hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] mijn telefoon leeg getrokken. [medeverdachte 1] heeft mijn ING rekening op zijn telefoon gezet. Hij heeft een Revolut rekening geopend met mijn paspoort. Ze hebben mijn pinpas, mijn paspoort en twee iPhones weggenomen.

6. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1] d.d. 19 maart 2026

Tijdens mijn ontvoering zat ik in de auto van mijn drie ontvoerders. Ik kende de mannen; [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Ik had eerder ruzie met [verdachte]. De ruzie ging over gestolen geld. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben mij vernederd, geslagen en bedreigd. Ik moest mijn paspoort en telefoon afgegeven. Ik moest naar mijn moeder bellen. Ik zei dat ik was ontvoerd en dat zij geld over moest maken. Ik zei dat zij 6.000 euro wilden hebben, anders zou ik niet meer thuiskomen en zij zouden mij dan wat aandoen. Als er niet betaald zou worden, zou mijn familie mij niet meer zien. Ik zag en hoorde dat [verdachte] en [medeverdachte 1] via mijn telefoon tikkies verstuurden naar mijn moeder. Mijn moeder maakte diverse bedragen over. Verder moest ik andere familieleden bellen om geld over te maken. Zelfs een vriendin van mijn tante maakte 1.000 euro over via een tikkie. Daarna wilden ze contant geld en mijn pinpas, maar mijn pinpas lag thuis. Ik hoorde dat mijn moeder met mijn pinpas geld moest opnemen. Dit werd opgehaald door een vriend van mij, [naam 1]. [naam 1] bracht dit geld (2.500 euro) en mijn pinpas. Daarna hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] diverse scans van mijn gezicht genomen. Daarmee hebben zij bankrekeningen geopend en leningen aangevraagd op mijn naam.

7. Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever 1] d.d. 10 maart 2026

Ik was op 6 maart 2026 in Vlaardingen toen ik werd meegenomen. Ik zat in de avond drie of vier uur lang bij een café in Rotterdam samen met [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [verdachte]. Mijn gezicht werd een aantal keer gescand. Ze deden op mijn telefoon dingen met banken.

8. Proces-verbaal van de politie, [aangever 2] d.d. 7 maart 2026

Gisteren, 6 maart 2026, heeft mijn zoon [slachtoffer 1] mij gebeld. Ze bleven maar geld vragen. We hebben toen geld gevraagd aan mensen die contant geld hadden. Vriend van mijn zusje had iets van 1.000 euro en ik iets van 700 euro, een vriendin van mij nog 500 euro. Die jongens zeiden dat het geld gepind moest worden. Ze lieten [slachtoffer 1] bellen naar mij. Zij wilden het geld contant hebben. Waarschijnlijk heeft [slachtoffer 1] een vriend gebeld, die vriend moest dat geld brengen voor die gasten. Ik heb het geld gepind bij de geldmaat. Het is de geldmaat in Vlaardingen. Ik heb toen het geld en de pinpas van [slachtoffer 1] aan die vriend gegeven. Die vriend ging toen met het geld en de pinpas naar die jongens die [slachtoffer 1] hadden meegenomen.

9. Proces-verbaal van de politie, verhoor van [getuige 1] d.d. 7 maart 2026

[slachtoffer 1] belde mij via Whatsapp met zijn eigen telefoonnummer. Hij vroeg mij om geld. Ik hoorde zijn stem. Ik zei dat ik geen geld had omdat ik net terug uit Curaçao was, maar dat ik mijn best ging doen. Ik vroeg: ‘maar [slachtoffer 1] waar ben je dan?’. Hij zei toen: ‘ergens’. Toen werd er opgehangen. Ik was intussen nog een keer gebeld door [slachtoffer 1]. Ik hoorde toen op de achtergrond dat [slachtoffer 1] een platte hand kreeg en dat die [verdachte] geïrriteerd zei ‘je moet stoppen met praten’. Ik herkende de stem van [verdachte]. Ik heb toen via een vriendin duizend euro geregeld. Ik heb toen [slachtoffer 1] teruggebeld en vroeg: ‘kun je een tikkie sturen want ik heb duizend euro geregeld’. Hij stuurde toen een tikkie. Ik heb dit toen overgemaakt naar de rekening van [slachtoffer 1]. Even later belde [slachtoffer 1] mij weer terug en toen hoorde ik dat die [verdachte] riep: ‘ik blijf hem stoten geven, tot je ophoudt met praten’. Ik hoorde dat hij stoten kreeg. [slachtoffer 1] bleef mij bellen met de vraag of ik al meer geld had.

10. Proces-verbaal van de politie, verhoor van [getuige 2] d.d. 7 maart 2026

Ik kreeg gister een belletje van [slachtoffer 1]. Hij zei: ‘ik heb geld nodig’ en achter hem hoorde ik iemand praten over waarom ik zoveel vragen stelde. Ik hoorde diegene zeggen: ‘hij moet gewoon geld geven’. Ik hoorde een stem op de achtergrond. Ik vroeg aan [slachtoffer 1]: ‘waar ben je, wat is er aan de hand, waarom heb je geld nodig’ enzo en toen hoorde ik iemand anders vragen stellen. Toen ik klaar was met werk en ging ik naar mijn zus. Zij zei toen dat zij geld ging pinnen voor een vriend van [slachtoffer 1] zodat hij dat kon meenemen.

Bewijsmotivering

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte en de medeverdachten aangever gedurende meerdere dagen hebben gegijzeld en vastgehouden en aangever, zijn familie en vrienden hebben gedwongen geld af te geven. Daarnaast heeft aangever toegang moeten verlenen (o.a. middels een face scan) tot zijn telefoon, bankrekening en internetbankieren, en is hij gedwongen zijn telefoons, pinpas en paspoort af te geven. Tijdens deze periode is de aangever meermaals geslagen en is er gedreigd met geweld indien hij niet zou meewerken. Aangever heeft een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat er niet is geslagen en er geen dreigende woorden zijn geuit, gelet op de verklaring van aangever en de verklaring van de tante van aangever ([slachtoffer 2]), niet aannemelijk. De rechtbank volgt daarom de lezing van aangever over deze gebeurtenissen.

De rechtbank is, net als de officier van justitie, van oordeel dat er voor het tenlastegelegde tonen, onder schot houden en richten van het vuurwapen op aangever alsmede het blinddoeken van aangever, onvoldoende wettig bewijs is. De verdachte wordt daarom hiervan vrijgesproken.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- een voorwerp, tegen de nek van die [slachtoffer 1] aan te houden en te zeggen "moet ik je laten voelen" en "ik schiet je", en

- die [slachtoffer 1] vast te houden in een auto en een woning en een schuur en een café/restaurant, en

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze, verdachte en/of diens mededaders, de familie van die [slachtoffer 1] zouden pakken en dat ze zijn huis zouden opblazen, en

- die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht te slaan,

met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en vrienden en/of familie van voornoemd slachtoffer te dwingen iets te doen, te weten

- een geldbedrag (totale som van 6000,- euro) over te maken via Tikkies en contant geld te pinnen en een contant geldbedrag naar verdachte en diens mededaders te komen brengen;

2

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn telefoons en (pin)pas(sen) en paspoort, die aan die [slachtoffer 1] toebehoorden door

- een voorwerp, tegen de nek van die [slachtoffer 1] aan te houden en te zeggen "moet ik je laten voelen" en "ik schiet je", en

- die [slachtoffer 1] vast te houden in een auto en een woning en een schuur en een café/restaurant, en

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze, verdachte en/of diens mededaders, de familie van die [slachtoffer 1] zouden pakken en dat ze zijn huis zouden opblazen, en

- die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht te slaan;

3

hij in de periode van 6 maart 2026 tot en met 8 maart 2026 te Vlaardingen en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een ander, te weten [slachtoffer 1], door geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, en te dulden, door

- die [slachtoffer 1] gedurende een aanzienlijke periode tegen zijn wil vast te houden en die [slachtoffer 1] meerdere malen te slaan en woordelijk te bedreigen om hem te laten meewerken aan het openen van een bankrekening en (daarvoor) te laten meewerken aan een 'face scan' en aan het inloggen op de telefoon van verdachte en/of diens mededader(s) op de bankrekening en internetbankieren-omgeving van voornoemd slachtoffer;

4

hij op 8 maart 2026 te Rotterdam, een wapen van categorie III, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1° van die wet in de vorm van een revolver, namelijk een revolver, van het merk Bulldog, kaliber.320, en munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van categorie III te weten

- zes kogelpatronen, van het kaliber .320,

voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

1

medeplegen van gijzeling

2

afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen

3

medeplegen van een ander door geweld en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en te dulden

4

de eendaadse samenloop van

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden (met aftrek van voorarrest) waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast dient een 38v-maatregel aan de verdachte opgelegd te worden, inhoudende een contactverbod met aangever en zijn moeder en de medeverdachten. De maatregel dient dadelijk uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard. Per overtreding van de maatregel kan een week hechtenis worden toegepast.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen gelijk aan de opgelegde straf in de zaak van de [medeverdachte 1].

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan gijzeling, afpersing en dwang. De aangever is gedurende twee dagen en twee nachten vastgehouden en is uiteindelijk pas door de inzet van de politie bevrijd. De verdachten hebben aangever, zijn familie en vrienden gedwongen geld af te geven dat hij volgens hen aan de verdachte verschuldigd was. Hierbij is de aangever ook geslagen en werd gedreigd dat hemzelf of zijn familie iets zou worden aangedaan. Ook hebben de verdachte en de medeverdachten aangever gedwongen toegang te verlenen tot zijn telefoon, bankrekening en internetbankieren-omgeving, en moest hij zijn telefoon, pinpas en paspoort afgeven. Dit zijn zeer ernstige feiten. De verdachte heeft de feiten, zoals hij zelf heeft verklaard, gepleegd vanwege eigen financieel belang omdat aangever hem geld verschuldigd was. Echter rechtvaardigt het financiële geschil op geen enkele manier het handelen van de verdachte. Dit is geen manier om een vermeende schuld te innen. Daarnaast heeft de verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het bezitten van een vuurwapen brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, omdat het bezit van een vuurwapen al snel kan leiden tot het gebruik ervan met alle schadelijke gevolgen van dien.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 22 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 28 juli 2026 staat het volgende.

De verdachte wil in het gesprek met de reclassering niets zeggen over de verdenking. Gelet op de aard van het ten laste gelegde delict zouden eventuele risicoverhogende factoren gelegen kunnen zijn in de leefgebieden financiën, sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren waarbij bij het laatste gedacht moet worden aan het maken van verkeerde keuzes en het onvoldoende nadenken over zijn handelen en de gevolgen ervan. De verdachte heeft een inkomen uit werk en hij lijkt geen financiële problemen te hebben. Hij is niet eerder veroordeeld en heeft geen hulpverleningsverleden. Hij heeft twee jonge kinderen. Voor één van de kinderen draag hij deels de zorg. Deze zorg wordt nu overgenomen door de moeder van de verdachte. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Oplegging straf en maatregel

Gevangenisstraf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en meer concreet, de straf die is opgelegd aan één van de medeverdachten van de verdachte. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank oordeelt dat de verdachte een grotere rol bij de strafbare feiten heeft gespeeld dan zijn medeverdachte(n). De aanleiding daarvoor was immers gelegen in de schuld die het slachtoffer aan de verdachte zou hebben. Uit de verklaringen van het slachtoffer blijkt ook dat de verdachte een leidende rol had tijdens de gijzeling. Daarnaast wordt de verdachte tevens veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat een zwaardere straf dan aan zijn medeverdachte is opgelegd, passend is. Echter houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat de verdachte, anders dan de medeverdachte, openheid van zaken heeft gegeven en ter zitting berouw heeft getoond. Dit alles afgewogen komt de rechtbank op een iets lagere straf uit dan geëist door officier van justitie. Er wordt een gevangenisstraf van 32 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 3 jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 3 jaar. Deze maatregel houdt in:

een contactverbod met;

slachtoffers [benadeelde partij 1] (gb. [geboortedatum 2] 2004) en [benadeelde partij 2] (gb. [geboortedatum 3] 1984)

medeverdachten [medeverdachte 1] (gb. [geboortedatum 4] 2005) en [medeverdachte 2] (gb. [geboortedatum 5] 2006)

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van één week, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte tezamen met zijn medeverdachten opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend zal gedragen ten aanzien van de slachtoffers. De verdachte heeft immers het bedrag waarop hij stelt recht te hebben nog altijd niet geheel van het slachtoffer ontvangen. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het vuurwapen met de munitie en de stoorzenders (op de beslaglijst aangeduid als signaalblokkers) onttrokken worden aan het verkeer. Het aangetroffen geldbedrag bij de verdachte dient verbeurd verklaard te worden. De auto waarin de verdachte reed kan aan de rechthebbende worden teruggegeven. Ook de overige goederen op de beslaglijst kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat het in beslag genomen vuurwapen inclusief munitie en de stoorzenders worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor feit 1 wordt het in beslag genomen geldbedrag van € 225,- verbeurd verklaard.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen auto met kenteken [kenteken] aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Daarnaast beslist de rechtbank tot teruggave van de overige goederen op de beslaglijst aan de verdachte (inhoudende; 4x iPhone, geldtelmachine, 9x metaaldetector, Google Pixel Tablet, 3x router, Fire TV Stick zwart en kabels).

6. Vordering van de benadeelde partijen

Vorderingen

[benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij voor de feiten 1 t/m 3 € 7.770,25 als vergoeding voor materiële schade (zoals volgt uit de toelichting) en € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

[benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij voor de feiten 1 t/m 3 € 3.920,- als vergoeding voor materiële schade en € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen conform de uitspraak van medeverdachte Arrindell. De gepinde bedragen op 14 maart 2026 kunnen niet aan de verdachte worden toegeschreven nu hij op dat moment al gedetineerd was.

Oordeel van de rechtbank

Vordering [benadeelde partij 1]

De rechtbank stelt vast dat de [benadeelde partij 1] rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1, 2 en 3 gepleegde strafbare feiten.

De schadeposten die zien op de drie betaalde bedragen door [slachtoffer 3] (€ 500,-), [slachtoffer 2] (€ 1.000,-) en [naam 2] (€ 320,-) en de contante geldopname op 8 maart 2026 van de rekening van de verdachte (van € 500,-) zijn voldoende onderbouwd. Op de terechtzitting is desgevraagd bevestigd dat [benadeelde partij 1] de eerstgenoemde drie bedragen aan zijn familieleden heeft terugbetaald. Daarom wordt een bedrag van € 2.320,- toegewezen.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat het de verdachte is geweest die op 14 maart 2026 tweemaal € 500,- heeft gepind met de pinpas van de benadeelde partij. De verdachte was destijds immers al gedetineerd. Dit deel van de vordering dient niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Het deel van de vordering dat ziet op de twee telefoons (respectievelijk € 444,42 en € 1005,83) vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling van dit deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom voor dit deel niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan alleen nog bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De gevorderde (toekomstige) verhuiskosten (€ 3.000,-) worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan onderbouwing op dit moment.

De rechtbank stelt vast dat de [benadeelde partij 1] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. De benadeelde partij durft niet meer thuis te zijn, maar ook niet naar buiten te gaan. Ook kampt hij met angstklachten en slaapproblemen. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 3.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen.

Dit betekent dat ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 1] een totaalbedrag van € 5.320,- aan schadevergoeding wordt toegewezen.

Vordering [benadeelde partij 2]

De rechtbank stelt vast dat de [benadeelde partij 2] rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1, 2 en 3 gepleegde strafbare feiten en dat de jegens haar zoon gepleegde strafbare feiten ook een onrechtmatige daad jegens haar opleveren door de wijze waarop zij hierbij is betrokken.

Het gevorderde bedrag aan ‘losgeld’, totaal € 920,- (bestaande uit een betaald tikkie van € 700,- en een bedrag van € 220,00 aan contant geld.), dat de moeder van aangever aan de verdachte en zijn medeverdachten heeft betaald om haar zoon terug te krijgen is voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen. Ter zitting is desgevraagd verklaard dat [benadeelde partij 1] dit bedrag niet aan zijn moeder heeft hoeven terug te betalen zodat de schade door haar is geleden.

De gevorderde (toekomstige) verhuiskosten (€ 3.000,-) worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan onderbouwing op dit moment.

De rechtbank stelt vast dat de [benadeelde partij 2] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. Immers heeft zij moeten vrezen voor het leven van haar zoon. Zij kampt eveneens met angstklachten en slaapproblemen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering aan immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

Dit betekent dat ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2] een totaalbedrag van € 2.420,- aan schadevergoeding wordt toegewezen.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoedingen worden toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoedingen. Als (een van) de mededader(s) de schadevergoeding (voor een deel) heeft/hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partijen te betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 7 maart 2026.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 1] gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 51 dagen. Als dwangmiddel kan met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 2] gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 24 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichtingen niet op.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 38v, 47, 55, 57, 282a, 284 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van Wet Wapens en Munitie.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 32 (tweeëndertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaar, inhoudende:

een contactverbod; dat de verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met [benadeelde partij 1] (gb. [geboortedatum 2]-2004), [benadeelde partij 2] (gb. [geboortedatum 3]-1984), [medeverdachte 1] (gb. [geboortedatum 4]-2005) en [medeverdachte 2] (gb. [geboortedatum 5]-2006);

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van één week, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd;

225 euro [goednummer 7115574]

- verklaart onttrokken aan het verkeer;

Vuurwapen, waaronder de rechtbank tevens verstaat de bij het vuurwapen aangetroffen munitie [goednummer 7114685]

4 signaal blokkers [goednummer 7115142]

- beveelt de teruggave van;

aan de rechthebbende

Volkswagen Polo, [kenteken] [goednummer 6249230]

aan de verdachte

Apple Iphone met Simkaart Lebara [goednummer 7114293]

Apple Iphone met Simkaart [goednummer 7114296]

Apple Iphone met sim kleur groen [goednummer 7114297]

Geldtelmachine [goednummer 7115142]

9 Metaaldetectors [goednummer 7115168]

1. Google Pixel Tablet [goednummer 7115183]

Drie routers [goednummer 7115216]

Fire TV Stick Zwart [goednummer 7115222]

Kabels [goednummer 7119593]

Apple Iphone 13 Pro [goednummer 7114676]

Vorderingen benadeelde partijen

Vordering [benadeelde partij 1]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de [benadeelde partij 1] (feiten 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 5.320,-, bestaande uit € 2.320,- als vergoeding van materiële schade en € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 maart 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering, bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 5.320,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 51 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

Vordering [benadeelde partij 2]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de [benadeelde partij 2] (feiten 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 2.420,-, bestaande uit € 920,- als vergoeding van materiële schade en € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 maart 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering, bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 2.420,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 24 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader(s) de schade aan de benadeelde partijen of aan de staat heeft/hebben vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,

en mrs. M. Timmerman en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F. Koekebakker

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand