ECLI:NL:RBROT:2026:11304

ECLI:NL:RBROT:2026:11304

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer C/10/722797 / JE RK 26-1343
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722797 / JE RK 26-1343

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. I.K. Oosterveen, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 8 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 6 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [minderjarige] met haar advocaat;

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;

- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] .

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan de gedragswetenschapper van [minderjarige] bij [zorginstelling] , [persoon A] , en de gedragswetenschapper ter zitting als informant gehoord.

De kinderrechter heeft [minderjarige] voorafgaand en tijdens de zitting naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting, in het bijzijn van haar advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft op [woongroep] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 13 augustus 2026. Bij diezelfde beschikking is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 10 juni 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2026 een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 13 augustus 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI tot aan haar meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot aan haar meerderjarigheid.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] kan vanwege haar veiligheid niet langer thuis wonen. De afgelopen tijd heeft zij op verschillende crisisplekken verbleven en inmiddels verblijft zij op [woongroep] . Hier ontvangt zij één-op-één begeleiding. Het is belangrijk dat [minderjarige] de nodige ondersteuning en begeleiding krijgt tot haar meerderjarigheid. Het is positief dat [minderjarige] zelf ook achter de plaatsing staat.

4. De standpunten

De GI ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. [minderjarige] heeft de afgelopen periode stappen gezet bij [woongroep] en inmiddels verblijft zij daar op de groep. Alle betrokkenen zijn druk bezig om een passende plek te vinden voor na de meerderjarigheid van [minderjarige] , maar tot nu toe wijzen alle instanties haar af. De GI is in gesprek met Innovazorg. Mogelijk hebben zij een plek voor [minderjarige] , maar dat is nog niet zeker.

De moeder staat achter het verzoek van de Raad. De moeder wil dat [minderjarige] intensief wordt behandeld tot zij 23 jaar oud is. Over twee maanden is [minderjarige] meerderjarig en op dit moment ligt alles stil. [woongroep] zegt dat het goed gaat, maar de moeder denkt daar anders over.

Door en namens [minderjarige] wordt ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. [minderjarige] heeft mooie stappen gemaakt de afgelopen tijd. Zij hoopt dat er snel een vervolgplek voor haar wordt gevonden, waar de hulp kan worden opgestart.

5. De informant

De gedragswetenschapper van [zorginstelling] brengt ter zitting het volgende naar voren. Er ligt al een langere periode een plan voor [minderjarige] . Een langdurige plek binnen een LVB-setting met aanvullend GGZ-behandeling wordt passend geacht. Op dit moment wordt [minderjarige] door alle instanties afgewezen, vanwege hetgeen op papier staat. Het IQ van [minderjarige] is te hoog voor een LVB, maar te laag voor de GGZ. Hierdoor is [zorginstelling] nog verantwoordelijk, maar zij kunnen [minderjarige] niet de klinische dagbehandeling bieden die zij nodig heeft. Het is teleurstellend dat de instanties enkel naar [minderjarige] op papier kijken en niet naar [minderjarige] zelf. Zij wil graag geholpen worden en doet ongelofelijk haar best, dit wordt over het hoofd gezien. Het ontbreken van enig toekomstperspectief is niet helpend voor haar ontwikkeling.

6. De beoordeling

Ondertoezichtstelling

Gelet op het feit dat ter zitting geen verweer is gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek nog aanwezig zijn, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot aan haar meerderjarigheid.

De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Machtiging gesloten jeugdhulp

De kinderrechter is ook van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter legt hierna uit waarom.

Uit de stukken en de zitting blijkt dat [minderjarige] kampt met ernstige en complexe problematiek. Tot op heden is het niet gelukt om hiervoor passende behandeling in te zetten. Uit de verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 6 augustus 2026 volgt dat er sprake is van stabilisatie van [minderjarige] sinds de plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp. Er zijn geen escalaties geweest en [minderjarige] is verhuisd naar een kamer op de gang, tussen andere jongeren in. Ze is meer op de groep en onderneemt meer activiteiten passend bij haar ontwikkelingsleeftijd. Dit alles onder begeleiding. Aangezien er nog geen passende plek is gevonden acht de gedragswetenschapper het noodzakelijk dat de huidige plaatsing wordt voortgezet. Binnen deze setting is er sprake van duidelijkheid en structuur en [minderjarige] voelt zich veilig.

Het is schrijnend dat tot op heden tevergeefs naar een vervolgplek wordt gezocht. Hierdoor verblijft [minderjarige] noodgedwongen bij [woongroep] . De kinderrechter twijfelt niet aan de welwillendheid en inzet maar hoopt dat de betrokken partijen oog blijven houden voor de realiteit van [minderjarige] . Een kwetsbare jongere als [minderjarige] , die niet thuis kan opgroeien heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand. [minderjarige] is gemotiveerd en staat open voor behandeling. Ook is behandeling noodzakelijk gelet op haar complexe problematiek. Het belang van [minderjarige] dreigt te veel uit het oog te worden verloren nu zij vanwege de strikte regels van de zorgaanbieders en financieringsproblematiek, op dit moment nergens terecht kan. De kinderrechter doet een beroep op de instanties om vooral te kijken naar wat het beste is voor [minderjarige] . Op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind dient het belang van het kind immers de eerste overweging te zijn. Het is voor haar ontwikkeling en het op korte termijn bereiken van de meerderjarige leeftijd van groot belang dat voor haar een passende woonplek beschikbaar komt, waar zij behandeling krijgt en een stabiel leven kan opbouwen.

Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter een machtiging verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot haar meerderjarigheid, te weten [datum] 2026.

7. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 7 augustus 2026 tot [datum] 2026;

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 augustus 2026 tot [datum] 2026;

verklaart de beslissing onder 7.1. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 13 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Henschen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand