Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-139898-23, 10-222129-23, 10-052377-24, 10-208609-24,
10-407922-24 en 10-086393-25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 16-041696-23
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Datum zitting: 13 augustus 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.M.J. Nuijten
Officier van justitie: mr. J. Spaans
Benadeelde partij (parketnummer 10-052377-24): [verbalisant 1]
1. Tenlasteleggingen
De volledige tenlasteleggingen houden in dat
Onder parketnummer 10-139898-23
hij op of omstreeks 8 april 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro
heeft uitgegeven;
Onder parketnummer 10-222129-23
Primair.
hij op of omstreeks 29 juni 2023, tussen 01.00 uur en 03.00 uur, zijnde een voor de nachtrusst bestemde tijd, te Papendrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een of meerdere (voordeur)sleutels en/of
- een autosleutel van een personenauto Peugeot 108 met kenteken [kentekennummer 1] en/of
- een of meerdere (gouden) siera(a)d(en)
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
Subsidiair.
hij op of omstreeks 29 juni 2023 op de A16 ter hoogte van hectometerpaal 32.0 te Zwijndrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Peugeot 108 met kenteken [kentekennummer 1] , althans een goed heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), dan wel redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Onder parketnummer 10-052377-24
hij op of omstreeks 13 februari 2024 te Dordrecht, opzettelijk een ambtenaar, te weten
[verbalisant 1] (aspirant bij de politie Eenheid Rotterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: ''hoerenmoeder'' en/of ''Dit zijn de mocro's van tegenwoordig die ons verraden hebben'' en/of ''kanker dikke'' en/of ''kanker lelijkerd'' en/of ''Jouw kankerhoerenmoeder die vroeger op station werd geneukt'' en/of ''Geef aan witte mensen je kont'', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Onder parketnummer 10-208609-24
hij op of omstreeks 26 juni 2024 te Rotterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 2] , handhaver in dienst van Stadsbeheer van de Gemeente Rotterdam, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, standplaats Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:
- " je bent een kankerlijer" en/of
- " ga je moeder neuken, ik neuk je kankermoeder" en/of
- " je bent gewoon een kankerflikker"
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Onder parketnummer 10-407922-24
hij op of omstreeks 29 december 2024 te Delft, opzettelijk [slachtoffer 2] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in het gezicht, althans in de richting, van die [slachtoffer 2] te spugen;
Onder parketnummer 10-086393-25
Primair.
hij, op of omstreeks 13 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een contant geldbedrag (in totaal €10,-), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door meermalen, althans eenmaal:
- het lichaam van die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of
- in het gezicht, althans tegen het hoofd, van die [slachtoffer 3] te slaan en/of
- een kopstoot te geven in het gezicht, althans tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] ;
Subsidiair.
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door
- in het gezicht, althans tegen het hoofd, van die [slachtoffer 3] te slaan en/of
- een kopstoot te geven in het gezicht, althans tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] .
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit onder parketnummer 10-222129-23 wordt vrijgesproken.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten onder de parketnummers 10-139898-23, 10-052377-24, 10-208609-24 en
10-407922-24 en voor het onder parketnummer 10-086393-25 primair ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten onder de parketnummers
10-139898-23, 10-222129-23, 10-208609-24, 10-407922-24 en het onder parketnummer
10-086393-25 primair ten laste gelegde feit.
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit onder parketnummer 10-052377-24 en het onder parketnummer 10-086393-25 subsidiair ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De standpunten van de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De beschuldiging onder parketnummer 10-222129-23, zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde, is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
Onder parketnummer 10-139898-23
hij op 8 april 2023 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een vals bankbiljet van 50 euro heeft uitgegeven;
Onder parketnummer 10-052377-24
hij op 13 februari 2024 te Dordrecht, opzettelijk een ambtenaar, te weten
[verbalisant 1] (aspirant bij de politie Eenheid Rotterdam), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: ''hoerenmoeder'' en ''Dit zijn de mocro's van tegenwoordig die ons verraden hebben'' en ''kanker dikke'' en ''kanker lelijkerd'' en/ ''Jouw kankerhoerenmoeder die vroeger op station werd geneukt'' en ''Geef aan witte mensen je kont'', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Onder parketnummer 10-208609-24
hij op 26 juni 2024 te Rotterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 2] , handhaver in dienst van Stadsbeheer van de Gemeente Rotterdam, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, standplaats Rotterdam, ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:
- " je bent een kankerlijer" en
- " ga je moeder neuken, ik neuk je kankermoeder" en
- " je bent gewoon een kankerflikker",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Onder parketnummer 10-407922-24
hij op 29 december 2024 te Delft, opzettelijk [slachtoffer 2] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in het gezicht van die [slachtoffer 2] te spugen;
Onder parketnummer 10-086393-25 subsidiair
hij op 13 februari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door
- in het gezicht van die [slachtoffer 3] te slaan en
- een kopstoot te geven tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] .
De bewezenverklaring van het feit onder parketnummer 10-052377-24 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft dit feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van aangifte, aangifte [verbalisant 1]
3. Proces-verbaal van de politie, proces-verbaal bevindingen aanhouding
De bewezenverklaring de feiten onder de parketnummers 10-139898-23, 10-208609-24,
10-407922-24 en 10-086393-25 is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Bewijsmotivering
2.3.3.1. Onder parketnummer 10-139898-23
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft geen uitgiftehandelingen verricht en er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten. De verdachte moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Uit het onderzoek op de terechtzitting en de onderliggende dossierstukken volgt dat de verdachte actief betrokken was bij het betalen met een vals bankbiljet van 50 euro. Het gegeven dat de verdachte weet heeft gehad van de valsheid van het bankbiljet waarmee een van zijn medeverdachten uiteindelijk betaalde, volgt niet alleen uit de in de bewijsmiddelen opgenomen beschrijving van de camerabeelden, maar vindt bovendien steun in de omstandigheid dat de verdachte zo’n twee maanden eerder ook al is aangehouden en toen in het bezit was van valse bankbiljetten van 50 euro, die waren voorzien van dezelfde serienummers als de valse bankbiljetten in de onderhavige zaak. Ook zijn in een jas op de achterbank dergelijke biljetten gevonden en de verdachte heeft verklaard dat dit zijn jas betrof. Uit de verklaring van getuige [getuige] en het forensisch onderzoek aan het biljet concludeert de rechtbank bovendien dat de eigenschappen van het biljet dusdanig waren dat het voor eenieder nagenoeg direct duidelijk moet zijn geweest dat er sprake was van een vals biljet. Het verweer wordt verworpen.
2.3.3.2. Onder parketnummer 10-208609-24
Standpunt van de verdediging
De verdachte dient van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Het dossier bevat geen verklaringen van objectieve getuigen die kunnen bevestigen wat de aangever in zijn proces-verbaal van bevindingen heeft opgenomen. Er zal vast geen leuk gesprek hebben plaatsgevonden tussen de verdachte en de aangever, maar of de verdachte ook daadwerkelijk de aan hem ten laste gelegde bewoordingen heeft gebezigd, is niet zonder meer duidelijk.
Oordeel van de rechtbank
Het bewijs dat de verdachte de belediging jegens de aangever heeft begaan, bestaat – in dit geval – uit het door de aangever, ten tijde van de belediging in functie als buitengewoon opsporingsambtenaar, ambtsedig opgemaakte proces-verbaal, waarin de aangever relateert wat hij zelf heeft waargenomen en ondervonden. Gelet op de bijzondere bewijskracht van een proces-verbaal zoals bedoeld in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de inhoud hiervan om tot wettig en overtuigend bewijs te komen van het tenlastegelegde. Het verweer wordt verworpen.
2.3.3.3. Onder parketnummer 10-407922-24
Standpunten van de verdediging
Artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht een klachtdelict. Die klacht is wat onduidelijk in het dossier verwerkt, het dossier bevat in ieder geval geen door de aangeefster ondertekende, formele klacht. Dit maakt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging van dit feit. Voor zover dit niet slaagt, geldt het navolgende. De situatie tussen de aangeefster en de verdachte liep weliswaar een beetje uit de hand en de verdachte heeft in haar richting – en daarmee op haar broek – gespuugd, maar hij had niet de bedoeling om haar te beledigen. Het door de verdachte spugen in het gezicht van de aangeefster kan niet worden bewezen.
Oordeel van de rechtbank
Het verweer omtrent de klacht, verstaat de rechtbank als een ontvankelijkheidsverweer ten aanzien van het Openbaar Ministerie vanwege het ontbreken van een formele klacht.
Uit de jurisprudentie volgt dat het ontbreken van een (formele) klacht bij klachtdelicten niet zonder meer tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie hoeft te leiden, indien de klachtgerechtigde te kennen heeft gegeven vervolging te wensen. Bij klachtdelicten gaat het erom dat vervolging van de verdachte de instemming geniet van degene die aangifte doet. Doorslaggevend is of op grond van het strafdossier en/of het onderzoek ter terechtzitting komt vast te staan dat het ook de uitdrukkelijke wens is van degene die aangifte heeft gedaan dat het Openbaar Ministerie vervolging instelt tegen de verdachte ten aanzien van het feit.
De aangifte van [slachtoffer 2] van 29 december 2024 houdt onder meer in dat zij zich door het feit, ten overstaan van andere treinreizigers, in haar waardigheid ernstig voelde aangetast. Uit deze aangifte leidt de rechtbank af dat het de uitdrukkelijke wens van de aangeefster was dat het Openbaar Ministerie vervolging zou instellen tegen de verdachte ten aanzien van dit feit. Dat het dossier niet een door de aangeefster expliciet ondertekende klacht bevat, doet daar niet aan af. Het verweer wordt verworpen, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van het feit.
Ook het verweer omtrent het ontbreken van voldoende bewijs wordt verworpen. Het bewijs dat de verdachte de aangeefster in haar gezicht heeft gespuugd, blijkt uit enerzijds de verklaring van aangeefster en anderzijds de verklaring van de verdachte bij de politie van
29 december 2024, onder meer inhoudende dat hij, nadat hij uit de trein was gezet, naar de aangeefster spuugde. Er is geen enkele indicatie dat de aangeefster – zowel bij de politie als onder ede bij de rechter-commissaris – niet de waarheid zou hebben gesproken over de plaats waar het speeksel van de verdachte terecht is gekomen teneinde de situatie ernstiger voor te doen komen. Dit geldt te meer nu de aangeefster bij haar verklaring bij de rechter-commissaris ondubbelzinnig heeft verklaard dat zij in haar gezicht is gespuugd.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Onder parketnummer 10-139898-23
medeplegen van opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven;
Onder parketnummer 10-052377-24
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
Onder parketnummer 10-208609-24
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
Onder parketnummer 10-407922-24
eenvoudige belediging;
Onder parketnummer 10-086393-25, subsidiair
medeplegen van mishandeling.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de bewezen feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 151 dagen voorwaardelijk, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering bij rapport van
13 juni 2025 geadviseerd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de hiervoor onder 3.1 genoemde strafbare feiten. Dit zijn ernstige feiten. Met het uitgeven van een vals bankbiljet heeft de verdachte niet alleen de ontvanger van het valse bankbiljet financieel benadeeld, maar heeft hij, meer in het algemeen, ook het vertrouwen geschonden dat men moet kunnen hebben in chartaal geld. Het uitgeven van vals geld — ook als het eenmalig met één vals bankbiljet gebeurt — wordt aangemerkt als ernstige inbreuk op de rechtsorde, omdat het een wezenlijke bedreiging vormt voor betrouwbaar betalingsverkeer dat een essentiële voorwaarde vormt voor een goed functionerende economie. Met de beledigingen heeft de verdachte de aangevers in hun waardigheid aangetast. Met de mishandeling heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Hij heeft geen enkel respect getoond voor zijn slachtoffers en/of de functies die enkelen van hen op dat moment bekleedden.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer soortgelijke strafbare feiten.
Rapporten van de reclassering
In het rapport van Leger des Heils Reclassering van 13 juni 2025 staat, voor zover hier van belang, het volgende.
Het risico op recidive en het risico op letsel worden ingeschat als gemiddeld-hoog.
Bij veroordeling wordt geadviseerd aan de verdachte en (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden:
meldplicht bij reclassering;
ambulante behandeling;
begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
dagbesteding;
meewerken aan schuldhulpverlening;
meewerken aan middelencontrole.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van honderdvijftig dagen opgelegd. De straf is lager dan geëist door de officier van justitie, aangezien de rechtbank minder bewezen acht.
De gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte in het kader van deze strafzaken niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, zoals hiervoor onder 4.2.2. weergegeven. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
5. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
[verbalisant 1] heeft als benadeelde partij voor het onder parketnummer 10-052377-24 thans bewezenverklaarde feit € 275,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 275,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft als gevolg van het onder parketnummer
10-052377-24 thans bewezenverklaarde feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk in zijn eer of goede naam geschaad.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 100,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 100,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen. Het overige deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 13 februari 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij deels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal een (1) dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6. Vordering tot tenuitvoerlegging
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van twintig uur, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
Oordeel van de rechtbank
De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.
De rechtbank ziet toch af van de tenuitvoerlegging, omdat dit, gelet op de aan de verdachte op leggen bijzondere voorwaarden, niet opportuun is.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 213, 266, 267 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
De rechtbank:
Voorvraag
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van het feit onder parketnummer 10-407922-24;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummer 10-222129-23 en
10-086393-25 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder de parketnummers 10-139898-23,
10-052377-24, 10-208609-24, 10-407922-24 en 10-086393-25 subsidiair, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de onder 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 150 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 101 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 6 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte in de zaak onder parketnummer 10-086393-25; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 16-041696-23)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 25 april 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij] (het feit onder parketnummer 10-052377-24), te betalen een bedrag van € 100,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 februari 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit onder parketnummer 10-052377-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat € 100,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. D.F. Smulders en J.L. Luiten, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 augustus 2026.
Bijlage 1 – Bewijsmiddelen
Onder parketnummer 10-139898-23
1. Proces-verbaal van aangifte
Op 8 april 2023 is er is met een nep biljet van vijftig euro betaald in mijn eethuis in Dordrecht.
Er zijn camerabeelden beschikbaar, deze stel ik beschikbaar aan de politie.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring getuige [getuige]
Op 8 april 2023 omstreeks 15.03 uur was ik aan het werken in [eethuis] . Ik zag dat er drie mannen mijn zaak binnen kwamen.
De mannen bestelden eten voor 31,50 euro. De mannen hebben het eten opgegeten. Ik zag dat de mannen naar buiten liepen. Ik zag dat de man met het zwarte baardje in een auto ging zitten. Ik zag dat het een grijze auto betrof voorzien van het kenteken: [kentekennummer 2] .
Ik zag dat de man met de bril mij een briefje van vijftig euro overhandigde. Ik overhandigde de man zijn wisselgeld. Ik zag dat de man met de bril naar buiten liep. Ik keek nog eens goed naar het geld en zag dat het een nep biljet van vijftig euro betrof. Ik voelde dat het een nep biljet betrof, het voelde zachter en dunner dan een normaal biljet van vijftig euro. Ik zag dat de kleuren flets waren.
Ik zag dat de mannen in de auto voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] stapten. Ik floot op
mijn vingers. Ik zag dat het raam van de bestuurder naar beneden was. Ik weet zeker dat zij mijn fluiten gehoord hebben. Ik zag namelijk dat de bestuurder mij aankeek. Ik zag dat de auto heel hard weg reed. Ik hoorde dat er flink gas werd gegeven. Ik ging naar mijn buurman van de tabak winkel. Ik weet dat hij een apparaat heeft om de echtheid van geldbiljetten te testen. Ik heb het biljet drie keer door het apparaat gehaald. Ik zag dat alle drie de keren het apparaat het biljet teruggaf. Dit betekent dat het biljet nep is.
3. Proces-verbaal van bevindingen
Op 8 april 2023, omstreeks 16.00 uur, kregen wij, verbalisanten, de opdracht om te gaan naar [eethuis] in Dordrecht, waar een klant met vals geld zou hebben betaald.
Ter plaatse bekeek ik, verbalisant [verbalisant 3] , op de telefoon van de eigenaar de camerabeelden. Ik zag dat er drie mannen het eethuis binnen kwamen. zag dat de mannen er als volgt
uitzagen:
(…)
Man drie:
- man,
- getinte huidskleur,
- normaal postuur,
- zwarte snor en sik,
- zwart petje,
- zwart t-shirt,
- zwarte trainingsbroek,
- zwarte sokken,
- zwarte badslippers van het merk Adidas.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , hoorde dat de medewerker [getuige] verklaarde dat de man
met de bril hem een vijftig euro biljet overhandigde. Hij verklaarde dat hij zag dat de mannen in een grijs voertuig, voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] , stapten en hard wegreden. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , bekeek het vijftig euro biljet. Ik zag dat het een nep biljet betrof. Ik zag dat het volgende serienummernummer op het biljet stond: [nummer 1] .
Op 8 april 2023 omstreeks 20.05 uur, hoorde ik, verbalisant [verbalisant 3] dat de eenheid [nummer 2] een melding kreeg waarbij het voertuig [kentekennummer 2] bij betrokken was. Ik sloeg aan op het kenteken door de melding bij [eethuis] eerder op de dag. Wij sloten aan bij de controle. Ik , verbalisant [verbalisant 3] , zag dat er een man met een bril met een goud montuur naast het voertuig stond. Na controle bleek dit te zijn [medeverdachte 1] . Ik zag dat er nog twee personen bij waren. Na controle bleken deze te zijn [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] .
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , herkende alle drie de personen als zijnde de personen op de camerabeelden van de melding eerder op de dag. Ik herkende [medeverdachte 1] als zijnde man één. Ik herkende [medeverdachte 2] als zijnde man twee. Ik herkende [verdachte] als zijnde man drie.
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , fouilleerde [medeverdachte 1] voorafgaande aan vervoer. Ik hoorde van collega [verbalisant 3] dat er een vijftig euro biljet in de binnenzak moest zitten. Ik zag dat er geen biljet van vijftig euro meer in de binnenzak van [medeverdachte 1] zat. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , keek in de omgeving van waar [medeverdachte 1] daarvoor had gestaan. Ik zag dat er een verfrommeld biljet van 50 euro in het gras lag. Gezien de feiten en omstandigheden is het zeer aannemelijk dat dit het biljet was wat eerder bij [medeverdachte 1] in zijn binnenzak zat. Ik bekeek het biljet en zag dat het een nep biljet betrof . Ik zag dat het volgende serienummernummer op het biljet stond: [nummer 1] . Ik zag dat dit serienummer overeen kwam met het biljet waarmee eerder op de dag bij [eethuis] betaald was. Dit biljet is in beslag genomen onder 2023109850.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , hoorde van collega [verbalisant 5] dat hij in het portiek (de rechtbank begrijpt en leest: portier) van het voertuig twee biljetten van vijftig euro aantrof en in een jaszak op de achterbank ook een biljet van vijftig euro aantrof. Ik bekeek de andere drie in beslag genomen biljetten. Ik zag dat het volgende serienummernummer op alle drie de biljetten stond: [nummer 3] . Deze biljetten zijn in beslag genomen onder 2023109850.
4. Proces-verbaal van bevindingen
In het vakje in het portier aan de bijrijderszijde zag ik 2 briefjes van 50 euro liggen. Ik zag dat deze biljetten vals waren.
Verder lag er op de achterbank een jas van het merk Moncler. In de binnenzak van deze jas zat ook een briefje van 50 euro. Ook dit briefje was vals.
Later hoorde ik [medeverdachte 2] zeggen dat de jas van [verdachte] was.
5. Proces-verbaal van politie, verklaring verdachte
O: Op de achterbank lag een jas van het merk Moncler.
V: Van wie is die jas?
A: Die is van mij.
6. Proces-verbaal van bevindingen
Op 11 april 2023 ontving ik, verbalisant, bankbiljetten waarvan vermoed werd dat ze vals of vervalst waren, namelijk:
Goednummer PL1700-2023109850-6557259
Aantal bankbiljetten 1
Valuta coupure Euro 50
Serienummer [nummer 4]
Modeljaar 2017
Goednummer PL1700-2023109850-6557382
Aantal bankbiljetten 1
Valuta coupure Euro 50
Serienummer [nummer 3]
Modeljaar 2017
Goednummer PL1700-2023109850-6557385
Aantal bankbiljetten 1
Valuta coupure Euro 50
Serienummer [nummer 3]
Modeljaar 2017
Goednummer PL1700-2023109850-6557390
Aantal bankbiljetten 1
Valuta coupure Euro 50
Serienummer [nummer 4]
Modeljaar 2017
Bij het door mij ingestelde onderzoek aan de bankbiljetten, zag ik, onder andere, dat
Conclusie
Het onderzoek wees uit dat de bankbiljetten vals waren.
7. Proces-verbaal van bevindingen
Op 27 april 2023 was ik verbalisant [verbalisant 6] , belast met het uitkijken van camerabeelden
naar aanleiding van een betaling welke met vals geld zou zijn gedaan op 8 april 2023 bij [eethuis] te Dordrecht.
Door de eigenaar werden camerabeelden ter beschikking gesteld van het onderzoek.
Op de camerabeelden is te zien dat drie mannen het eethuis binnen komen.
Persoon 1 is genaamd [verdachte] , geboren [geboortedatum] -2004 en deze is op de camerabeelden herkenbaar. Ik zal [verdachte] verder [verdachte] blijven noemen
Persoon 2 is genaamd [medeverdachte 2] .
Persoon 3 is genaamd [medeverdachte 1] .
08-04-2023 15:05:02 zag ik dat [verdachte] , die al meerdere keren in het eethuis heen en weer loopt, iets roept richting [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [verdachte] maakt tijdens het heen en weer lopen een nerveuze indruk.
08-04-2023 15:26:35 zag ik dat [verdachte] weer met snelle pas het eethuis binnen komt
lopen nadat hij deze om 15:25:45 kort had verlaten.
Opvallend is dat [verdachte] nu in zijn rechterhand een briefje vast heeft. Dit had [verdachte] niet in zijn hand toen hij om 15:25:45 het eethuis kort verliet. Het briefje welke [verdachte] nu in zijn hand vast heeft is vermoedelijk een geldbiljet.
08-04-2023 15:27:09 zag ik dat [verdachte] weer het eethuis verlaat en vlak daarna volgen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hem ook naar buiten. Ik zag nu dat [verdachte] niets meer in zijn
rechterhand vast had.
08-04-2023 15:29:45 zag ik duidelijk dat tijdens het naar binnenlopen [medeverdachte 2] iets bij [medeverdachte 1] in zijn hand stopt.
08-04-2023 15:29:51 zag ik dat [medeverdachte 1] een bundeltje met vermoedelijk geldbiljetten
in zijn handen had. Ik zag dat [medeverdachte 1] ook het briefje welke hij vlak daarvoor van [medeverdachte 2] in zijn handen had gedrukt erbij bovenop stopte. Ik zag dat [medeverdachte 1] vlak daarna met dat briefje betaalde bij de man welke eerder achter de toonbank werkzaam was.
08-04-2023 15:30:41 zag ik dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] snel nadat [medeverdachte 1] het wisselgeld van de man hadden ontvangen het eethuis verlieten.
8. Proces-verbaal van bevindingen
In de politiesystemen zag ik ook dat verdachte [verdachte] op 3 februari 2023 in Rotterdam was aangehouden ter zake de Wet ID. Hij bleek toen in het bezit te zijn van:
Onder parketnummer 10-208609-24
9. Proces-verbaal van aanhouding
Ik, [verbalisant 2] , handhaver in dienst van Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar,, standplaats Rotterdam, verklaar het
navolgende.
Op 26 juni 2024 bevond ik mij in uniform gekleed en met handhaving belast op de openbare weg te Rotterdam. Ik zag dat er een manspersoon bovenop een witte bestelbus zat. Ik riep de man aan die op het dak zat en dat hij er af moest komen. Ik verbalisant zag dat de man hier gehoor aan gaf. Ik zag dat de man direct op mij in kwam lopen en hoorde hem schreeuwen: "Je bent een kankerlijer. Ga je moeder neuken. Ik neuk je kankermoeder." Ik gaf de man te kennen dat ik hier niet van gediend was van dat soort taalgebruik. Ik hoorde de man nogmaals zeggen: "Je bent gewoon een kankerflikker." Ik voelde mij aangetast in mijn goede naam en eer, aangezien de man deze belediging deed ten aanzien ten minste tien personen.
Onder parketnummer 10-407922-24
10. Proces-verbaal van aangifte
Ik doe aangifte van belediging. Door dit feit voelde ik me ten overstaan van andere mensen in de trein ernstig in mijn waardigheid aangetast. Ik wist niet waar ik kijken moest van schaamte. Ik voelde mij vies en vuil.
Ik ben hoofdconducteur van de NV Nederlandse Spoorwegen. Op 29 december 2024 was ik bezig met een controleronde op vervoerbewijzen in de trein. Ter hoogte van station Delft trof ik twee reizigers en vroeg hen naar hun vervoerbewijs.
Ik zag dat beide mannen uitstapten op het perron. Ik hoorde dat de man die mij later beledigde terug kwam en zei dat hij toch mee wilde naar Hollands Spoor. Hij kwam weer de trein in en ging heel dicht in mijn aura staat op ongeveer 15 centimeter van mijn gezicht met de zijne. Ik herhaalde nogmaals dat hij niet mee mocht met de trein. Ik zag en hoorde dat de man zijn keel schraapte en kennelijk zijn mond vulde met speeksel. Ik zag en voelde dat de man mij kennelijk opzettelijk krachtig in mijn gezicht spuugde. Ik zag en voelde dat er klodders speeksel op de huid van mijn gezicht kwamen en op mijn kleding rond mijn schouders.
11. Proces-verbaal van politie, verklaring verdachte
V: Vanochtend, zondag 29 december 2024, bent u aangehouden voor belediging van een
conductrice tijdens de uitoefening van haar functie. Wat kunt u hierover verklaren?
A: Ik ben uit de trein gezet. Ik moest de trein uit en toen spuugde ik.
Onder parketnummer 10-086393-25
12. Proces-verbaal van aangifte
Op 13 februari 2025 liep ik richting metrostation Coolhaven te Rotterdam.
Verdachte 2 stond voor mij. Ik voelde dat ik uit het niets een harde vuistslag in mijn gezicht kreeg. Ik voelde pijn, een branderige pijn aan mijn gezicht. Dader 2 stond voor mij. Ik zag dat verdachte 2 zijn hoofd iets naar achteren trok. Ik zag dat verdachte 2 met snelheid zijn hoofd naar voor bracht. Ik kreeg een harde kopstoot van verdachte 2. Ik voelde pijn.
13. Proces-verbaal van politie, verklaring verdachte
Op 13 februari 2025 heb ik de man een kopstoot gegeven.