Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
VI-zaaknummer: 89-000073-45
Parketnummer: 10-316482-21
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak betreffende de veroordeelde
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1969,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres], [postcode] te [plaatsnaam],
raadsman mr. M. de Reus, advocaat te Capelle aan den IJssel.
1. Procesverloop
Voorgaande veroordeling
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 januari 2024 is de veroordeelde een
gevangenisstraf van vier jaar opgelegd. Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 mei
2022 is de veroordeelde een gevangenisstraf van tien weken opgelegd. De opgelegde
straffen zijn aaneengesloten ten uitvoer gelegd en worden daarom voor de voorwaardelijke
invrijheidstelling als één straf aangemerkt.
Voorwaardelijke invrijheidstelling
Op 28 oktober 2024 is de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Hieraan zijn voor zover hier van belang de volgende voorwaarden verbonden:
algemene voorwaarden
de veroordeelde zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan enig strafbaar feit;
de veroordeelde zal ten behoeve van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 op de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden
de veroordeelde zal zich niet binnen een straal van 10 meter van Siebel Juweliers Rotterdam Alexandrium bevinden;
de veroordeelde zal zich bij Reclassering Nederland melden, zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt;
de veroordeelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd op lijst 1 en 2 van de Opiumwet noch alcohol, en werkt bij de controle daarop mee aan urineonderzoek, een speekseltest en/of ademonderzoek;
de veroordeelde laat zich behandelen door een door de reclassering nader te bepalen forensische polikliniek op tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener wordt aangegeven. De veroordeelde houdt zich daarbij aan de huisregels en aanwijzingen van de behandelaar. Bij een terugval kan de veroordeelde kortdurend klinisch worden opgenomen;
de veroordeelde spant zich actief in voor het verkrijgen en behouden van een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding, en toont een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de gestelde bijzondere voorwaarden. Daarnaast werkt de veroordeelde mee aan het aflossen van schulden, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
De proeftijd vanaf de hierboven genoemde dag van voorwaardelijke invrijheidstelling bedraagt 451 dagen. De proeftijd loopt af op 22 januari 2026.
Vordering
Op 20 januari 2026 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de opgelegde gevangenisstraf.
Bij de vordering is het rapport van 3 december 2025 van GGZ Reclassering Fivoor (hierna: de reclassering) overgelegd. Het advies is om de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen met 12 maanden. Gedurende de v.i. periode is de verslaving hardnekkig gebleken en is het ambulant niet gelukt om dit onder controle te krijgen. De veroordeelde is daarom vanaf 20 juni 2025 gedurende drie maanden klinisch opgenomen geweest bij de Hoop. Hierna leek het goed met hem te gaan en is hij drie maanden abstinent geweest. Echter heeft de Hoop de veroordeelde na de opname afgewezen voor een beschermd wonen traject, daar hij niet voldoende inzicht heeft in zijn risico’s met betrekking tot middelengebruik. De veroordeelde is na de klinische opname daardoor vrij snel teruggevallen in gebruik, miste zijn afspraken bij het ambulant centrum van Fivoor en is slecht bereikbaar geweest voor de reclassering. De reclassering ziet dat de veroordeelde nog steeds open staat voor begeleiding van Homerun Humanitas voor ondersteuning bij praktische zaken en voor behandeling bij Fivoor om de leefgebieden te
stabiliseren. De doelen op het gebied van middelengebruik, psychosociaal functioneren en dagbesteding zijn niet behaald. Middels ambulante behandeling en een beschermd wonen traject buiten zijn oude omgeving ziet de reclassering nog mogelijkheden om aan de doelen te werken en het recidiverisico te verminderen.
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2026.
De officier van justitie, mr. S.E. Poutsma, en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, zijn gehoord. Voorts is de deskundige, [naam], als reclasseringswerker verbonden aan GGZ Reclassering Fivoor, gehoord.
De deskundige heeft – onder meer – het volgende verklaard.
Op 22 januari 2026 heeft de veroordeelde een intake bij De Ontmoeting in Epe voor beschermd wonen daar. Voordat de veroordeelde hier terecht kan, is er een detox-opname nodig. De reclassering ziet mogelijkheden voor verdere ondersteuning, als de veroordeelde meewerkt aan een beschermd woontraject dat verder verwijderd is van Rotterdam. Daarbij is van belang dat er aanvullende bijzondere voorwaarden worden opgelegd binnen de voorwaardelijke invrijheidsstelling.
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot verlenging van de proeftijd met 365 dagen. De officier van justitie heeft daarbij het advies van de reclassering en hetgeen de veroordeelde op de zitting heeft verklaard in aanmerking genomen. Het ging goed met de veroordeelde, maar hij heeft een terugval gehad in middelengebruik. Indien het toezicht per 22 januari 2026 zou eindigen, eindigt daarmee ook de mogelijkheid tot begeleid wonen. De verlenging met een jaar is nodig zodat de veroordeelde deze positieve stappen op verschillende leefgebieden kan continueren.
De veroordeelde en de raadsman hebben verzocht de vordering tot verlenging van de proeftijd toe te wijzen. De veroordeelde acht het noodzakelijk en is bereid om mee te blijven werken aan de opgelegde voorwaarden om stabiliteit op meerdere leefgebieden te realiseren en te behouden. Een verlenging van de proeftijd is daarbij nodig.
2. Beoordeling
Bevoegdheid
De rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de vordering omdat de meervoudige kamer van deze rechtbank in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de straf is opgelegd waarvoor aan de veroordeelde voorwaardelijke invrijheidstelling is verleend en waarvan thans de verlenging van de proeftijd wordt gevorderd.
Ontvankelijkheid
De laatste dag van de proeftijd is 21 januari 2026. Deze beslissing wordt genomen voor het einde van de proeftijd. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in de vordering.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is op grond van het advies van de reclassering, de daarop ter zitting gegeven toelichting door mevrouw Boer en de verklaring van de veroordeelde van oordeel dat het noodzakelijk en proportioneel is de proeftijd te verlengen met 365 dagen. De veroordeelde heeft zich positief ontwikkeld op meerdere leefgebieden, maar heeft een terugval gehad in middelengebruik. De verlenging van de proeftijd is nodig zodat de veroordeelde langer middels ambulante behandeling en beschermd wonen kan worden ondersteund, zodat hij zijn positieve ontwikkeling kan voortzetten en stabiliteit op de diverse leefgebieden kan herpakken, behouden en verstevigen.
3. Beslissing
De rechtbank
wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met 365 dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. A. Boer en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 20 januari 2026.
Mr. L.N. Foppen is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.