RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/719406 / JE RK 26-878 en C/10/719495 / JE RK 26-905
Datum uitspraak: 10 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaken van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. P.V. Hübner, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[voogden 1] en [voogden 2],
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen de voogden.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de tussenbeschikking van 13 mei 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de briefrapportage van de GI van 3 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 8 augustus 2026, ontvangen op 10 augustus 2026.
Op 10 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] met zijn advocaat;
de voogden;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 3].
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
Op 22 december 2015 heeft de rechtbank Den Haag het ouderlijk gezag van de biologische ouders van [minderjarige] beëindigd en hem onder voogdij gesteld van de voogden, die toen als pleegouders voor [minderjarige] zorgden.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [instelling] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 mei 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 augustus 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 mei 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 17 augustus 2026.
3. De aangehouden verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/719495 / JE RK 26-905
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Van dit verzoek resteert de periode tot aan 19 juni 2027.
Het verzoek met zaaknummer C/10/719406 / JE RK 26-878
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier maanden. Van dit verzoek resteert de periode van een maand.
De GI heeft beide verzoeken ter zitting gehandhaafd. De GI heeft de zaak pas medio juli jl. formeel overgenomen van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De GI is dus nog maar zeer kort betrokken. Er is al wel een zorglogistiek overleg geweest over een vervolgplek voor [minderjarige] . Daaruit kwam naar voren dat er nieuwe aanmeldingen gedaan moesten worden. [minderjarige] is nu aangemeld bij [naam 1] en bij [naam 2] , maar daarvan heeft de GI nog geen terugkoppeling gehad. Op dit moment is er dus nog geen zicht op een plek voor [minderjarige] . Binnen [instelling] gaat het iets beter met hem. Hij mag nu vier keer per week naar buiten en laat zien dat hij open staat voor begeleiding.
4. De standpunten
De voogden hebben ter zitting aangegeven zich veel zorgen te maken over een vervolgplek voor [minderjarige] . De voogden waren ook niet op de hoogte van het feit dat er nog maar een maand resteert voor de gesloten machtiging. Het is absoluut niet de bedoeling om hem langer dan noodzakelijk bij [instelling] te hebben, maar een willekeurige open plaatsing of crisisplaatsing is absoluut niet in zijn belang. De voogden zien verbetering bij [minderjarige] sinds hij bij [instelling] verblijft. Hij is gebaat bij duidelijke afspraken.
Door en namens [minderjarige] is geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. [minderjarige] wil heel graag naar een open groep, maar begrijpt ook dat die nog niet beschikbaar is. Het is belangrijk dat hij naar een groep kan waar er gespecialiseerde hulpverlening beschikbaar is en een-op-n begeleiding. De GI zal heel hard aan de bak moeten om ervoor te zorgen dat er over een maand een geschikte plek beschikbaar is.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Er zijn al langere tijd op meerdere gebieden zorgen over de gezondheid en ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] heeft diabetes, een stofwisselingsziekte en een hartafwijking. [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis, heeft te kampen met trauma en een reactieve hechtingsstoornis. Hij vertoont ernstige gedragsproblematiek en brengt zichzelf in gevaarlijke en risicovolle situaties. [minderjarige] gaat niet altijd zorgvuldig om met zijn gezondheid en hij is met enige regelmaat betrokken geweest bij geweldsincidenten. Vanwege deze zorgen, in combinatie met het feit dat [minderjarige] erg gebaat is bij duidelijke grenzen en kaders, is [minderjarige] op een gesloten groep van [instelling] geplaatst. Bij de beschikking van de kinderrechter van 17 december 2025 is reeds geoordeeld dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk overgeplaatst moet worden naar een passende vervolgplek. Bij de beschikking van de kinderrechter van 13 mei 2026 is dit nogmaals met klem benadrukt. Om die reden is het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp niet voor de gehele duur toegewezen. De kinderrechter concludeert helaas dat er nog steeds geen passende vervolgplek voor [minderjarige] beschikbaar is. Extra kwalijk is het daarbij dat er de afgelopen maanden zeer weinig is gebeurd. De GI geeft aan pas op 11 juli 2026 te zijn gestart, terwijl de beschikking waarin de uitvoering van de ondertoezichtstelling is overgedragen dateert van 13 mei 2026 en op 26 mei 2026 aan de GI is verstrekt. Hiermee is zeer belangrijke tijd onnodig verloren gegaan. [minderjarige] is daar nu de dupe van. De kinderrechter complimenteert [minderjarige] daarbij voor het feit dat hij ondanks de onzekerheid over zijn vervolgplaatsing verbetering laat zien bij [instelling] .
Gelet op het feit dat een passende vervolgplek op dit moment nog steeds ontbreekt, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [minderjarige] de komende maand nog bij [instelling] blijft. Het is aan de GI om de komende maand alles op alles te zetten om een geschikte vervolgplek voor [minderjarige] te vinden, te meer nu de gedragswetenschapper heeft overwogen dat de noodzaak van de geslotenheid minder evident is dan eerst. [minderjarige] loopt niet meer weg en kan een aanzienlijke periode buiten de instelling verblijven zonder zich aan het toezicht te onttrekken. De gedragswetenschapper heeft daarbij overwogen dat hier tegenover staat dat deze ontwikkeling plaatsvindt vanuit een sterk gestructureerde setting en dat [minderjarige] nog altijd laat zien dat onvoldoende in staat lijkt de noodzakelijke zorg (zelfverzorging), dagbesteding en behandeling zelfstandig te aanvaarden en vol te houden. Dit alles laat zien dat [minderjarige] gebaat is om door te stromen naar een passende vervolgplek met enerzijds meer vrijheden en anderzijds ook nog voldoende structuur en begeleiding. Een en ander betekent dat [minderjarige] niet terug kan naar de voogden, dat een overplaatsing naar een crisisplek allerminst in zijn belang is en dat hij zeker niet op straat kan worden gezet. De kinderrechter verwacht van instanties als [naam 1] en [naam 2] dat zij hun verantwoordelijkheid nemen voor de plaatsing van [minderjarige] en hem beoordelen aan de hand van de recente, positieve ontwikkelingen. Ook de financiering van zijn plaatsing kan en mag hierbij geen belemmering opleveren.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot 19 juni 2027. De kinderrechter zal de GI machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van een maand.
De kinderrechter zal de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad verklaren , zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 juni 2027;
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad;
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 augustus 2026 tot 17 september 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 18 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.