Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-122838-26
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
Datum zitting: 14 augustus 2026
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats.
Advocaat van de verdachte: mr. R. Tetteroo
Officier van justitie: mr. S.I. Eijfferts
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor winkeldiefstal. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan hem een ISD-maatregel wordt opgelegd. De rechtbank wijst deze vordering af en acht op basis van de beschikbare informatie een dergelijke maatregel, nadat deze hem als ongewenst vreemdeling in 2023 al eerder werd opgelegd ten behoeve van een mogelijke terugkeer naar [geboorteland] , niet passend. Zij legt een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf op van 70 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij twee koptelefoons van het merk JBL van de Mediamarkt in Rotterdam heeft gestolen.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 24 april 2026 te Rotterdam
een of meer koptelefoons van het merk JBL, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan de Media Markt, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte twee koptelefoons van het merk JBL van de Mediamarkt in Rotterdam heeft gestolen. De volledige bewezenverklaring is hieronder vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij op 24 april 2026 te Rotterdam
koptelefoons van het merk JBL, die aan de Media Markt toebehoorden heeft weggenomen,
met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: diefstal.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om aan de verdachte geen ISD-maatregel op te leggen. Primair is hierbij aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 38m lid 4 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Het rapport van de reclassering informeert de rechtbank onvoldoende over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de mogelijke invulling van een ISD-maatregel, met name als het gaat over concrete mogelijkheden tot uitzetting van de verdachte. Bij de eerder in 2023 opgelegde ISD-maatregel is dit wel onderzocht, maar dit rapport is ouder dan een jaar. Er is dus geen rechtsgeldige rapportage beschikbaar, zodat oplegging van een ISD-maatregel wettelijk niet mogelijk is. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat oplegging van een nieuwe ISD-maatregel niet passend is voor de verdachte, omdat dit naar verwachting zou neerkomen op een kale detentie. De raadsman heeft verzocht om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een hinderlijk en veel voorkomend strafbaar feit dat schade en overlast veroorzaakt bij de gedupeerde bedrijven, in dit geval de Mediamarkt. Daarnaast heeft de verdachte met zijn handelen geen respect getoond voor de eigendommen van dit bedrijf.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 juli 2026 blijkt dat de verdachte meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Op het moment dat de verdachte in deze zaak werd aangehouden, was hij pas drie dagen vrij uit detentie, ook wegens winkeldiefstal. Dit heeft hem er niet van weerhouden om weer een winkeldiefstal te plegen. Het strafblad van de verdachte leidt daarom tot een hogere straf. Daarnaast volgt uit het strafblad van de verdachte dat hij in 2023 een ISD-maatregel heeft opgelegd gekregen voor de duur van één jaar.
Reclasseringsadvies
De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van Reclassering Nederland van
10 augustus 2026. Hieruit volgt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
De verdachte heeft een uitgebreid justitieel verleden op het gebied van vermogensdelicten. De afgelopen jaren is hij meerdere keren per jaar veroordeeld voor winkeldiefstal. Zijn situatie is op vrijwel alle leefgebieden instabiel. De verdachte verblijft al ongeveer 40 jaar onrechtmatig in Nederland en staat geregistreerd als ongewenst vreemdeling. Hierdoor kan hij geen aanspraak maken op reguliere sociale voorzieningen en kan hij niet legaal werken. Daarnaast is hij dak- en thuisloos. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog.
De mogelijkheden om binnen een reclasseringstoezicht te werken aan een stabiele en delict vrije toekomst zijn vanwege zijn verblijfsstatus en het ontbreken van toegang tot vrijwel alle sociale voorzieningen zeer beperkt.
De reclassering acht een onvoorwaardelijke ISD-maatregel mogelijk en wenselijk. Omdat de verdachte onrechtmatig in Nederland verblijft, zal een ISD-maatregel in het kader van VRIS (Vreemdelingen in de Strafrechtketen) in eerste instantie zijn gericht op een gecontroleerde terugkeer naar het land van herkomst. Als terugkeer niet mogelijk blijkt, kan de verdachte worden geplaatst in het reguliere ISD-programma, gericht op het doorbreken van zijn patroon van delict gedrag.
NIFP voorgeleidingsconsult
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het voorgeleidingsconsult van het NIFP van 27 mei 2026, in welk kader kort met de verdachte werd gesproken. Uit het rapport volgt – kort gezegd – dat er geen contra-indicaties worden gezien voor het opleggen van een ISD-maatregel (VRIS) en dat in deze maatregel kan worden ingezet op stabilisatie, medicatie, terugvalpreventie en herstel van het contact met familie, voor zover mogelijk.
Oplegging straf
Formele vereisten ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de vereisten die artikel 38m Sr stelt aan het opleggen van een ISD-maatregel en verwerpt het op dit punt door de raadsman gevoerde verweer. Lid 4 van genoemd artikel bepaalt dat een ISD-maatregel slechts kan worden opgelegd als er een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van deze maatregel is overgelegd van niet ouder dan een jaar. Aan dit advies worden geen verdere vormvereisten gesteld. De rechtbank beschikt over een voorgeleidingsconsult van het NIFP en een reclasseringsrapport, waarin geen contra-indicaties worden gezien voor oplegging van een ISD-maatregel (VRIS). Hoewel het NIFP slechts kort met de verdachte heeft kunnen spreken, omdat hij binnen de PI te laat op de afspraak verscheen, en de reclassering na zijn invrijheidstelling geen contact met de verdachte heeft kunnen krijgen en haar advies daarom noodgedwongen heeft gebaseerd op eerdere dossierinformatie en contact met ketenpartners, ziet de rechtbank hierin geen formele gebreken om eventueel een ISD-maatregel te kunnen opleggen. Dat onduidelijkheid bestaat over de vraag of de verdachte als ongewenst vreemdeling kan worden uitgezet naar [geboorteland] , raakt niet de formele geldigheid van het hiervoor bedoelde advies. Deze omstandigheid zal wel worden betrokken bij de verdere beoordeling of het ook wenselijk is om hem (opnieuw) een ISD-maatregel op te leggen.
Doelmatigheid ISD-maatregel
Uit een door de verdediging ter zitting overgelegd reclasseringsadvies van het Leger des Heils van februari 2023 volgt dat terugkeer van de verdachte naar het land van herkomst op dat moment volgens de Dienst Terugkeer en Vertrek niet mogelijk was. In een proces-verbaal van de Vreemdelingenpolitie van mei 2023 wordt bevestigd dat een gedwongen terugkeer van de verdachte naar [geboorteland] niet mogelijk was, maar werd ook geconcludeerd dat een vrijwillige terugkeer wel mogelijk zou zijn. De rechtbank heeft geen concrete aanknopingspunten dat deze situatie inmiddels wezenlijk is veranderd en acht het door de verdediging ingenomen standpunt dat dit mogelijk wel het geval is, onvoldoende onderbouwd.
Een en ander neemt niet weg dat de rechtbank met de verdediging vaststelt dat de in 2023 voor de duur van één jaar opgelegde ISD-maatregel niet heeft geleid tot een terugkeer van de verdachte naar [geboorteland] en ook anderszins niet heeft kunnen voorkomen dat hij daarna opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. Een nieuwe ISD-maatregel (VRIS) zal naar verwachting in belangrijke mate neerkomen op een ‘kale’ vrijheidsbeneming, nu uit de beschikbare rapportage geen concrete aanknopingspunten voor zorg, hulp of begeleiding naar voren komen. Dat staat op zichzelf niet aan de oplegging van een ISD-maatregel in de weg, indien het primaire doel van de maatregel - beveiliging van de maatschappij en het voor langere tijd voorkomen van recidive - de oplegging hiervan noodzakelijk maakt.
Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een nieuwe ISD-maatregel in dit geval niet passend en acht zij het beveiligingsbelang van de samenleving onder de hiervoor geschetste omstandigheden voldoende gediend met de oplegging aan de verdachte van een (gelet op zijn strafblad hogere) gevangenisstraf.
Gevangenisstraf
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 70 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest, passend en geboden is.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 310 Sr.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 70 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. S.W.H. Bootsma en M. Bakhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D.W.G. Bakker en D.C. van Beek, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 augustus 2026.
De jongste rechter, mr. Bakhuis, en de griffier mr. Van Beek zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.