Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/030194-26
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Datum zitting: 19 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode 1] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. B.M.C.F. de Groen
Officier van justitie: mr. N.J. Jacobs
Kern van het vonnis
Onderzoek Umbria. Verlengde invoer van cocaïne. Bewezenverklaring hoeveelheid terugplaatsmonster. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (verlengde) invoer van cocaïne dan wel het verrichten van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
1
primair
hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2026 tot en met 29 januari 2026 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 506 kilo, althans een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 13 december 2025 tot en met 29 januari 2026 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen, waaronder zoals
bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,
- het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- een transformator, met daarin verborgen blokken cocaïne, te importeren en/of binnen het grondgebied van Nederland te (laten) brengen en/of
- het bedrijf [naam bedrijf 1] als ontvanger op te geven dan wel ter beschikking te stellen en/of
- contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken met (deels onbekend gebleven) medeverdachten over het invoeren en/of afleveren en/of ophalen van voornoemde transformator en/of
- de ramen van de loods af te plakken met folie en/of
- ( vervolgens) de container met de transformator in Harderwijk te laten afleveren en/of te ontvangen en/of
- de container te (laten) lossen en/of de lading in de loods te plaatsen en/of de transformator te openen.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft integraal vrijspraak bepleit van feit 1, zowel primair als subsidiair.
Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2026 tot en met 29 januari 2026 te Rotterdam en/of Harderwijk, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 506 kilo, althans een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Europees onderzoeksbevel
Op 19 januari 2026 is cargo vlucht [vluchtnummer] gepland van Brazilië naar Luxemburg. Op deze vlucht is een transformator van 3.300 kilo aangemeld. De ontvanger van de transformator is [naam bedrijf 1] in Nederland. Dit bedrijf wordt in Nederland verdacht van betrokkenheid bij de import van verdovende middelen. Het vermoeden bestaat dan ook dat er verdovende middelen in de transformator zitten. Met de Luxemburgse autoriteiten is afstemming bereikt over een gecontroleerde aflevering van de verdovende middelen in Nederland. Het geplande afleveradres is voor zover thans bekend de [adres 2] te Rotterdam.
Op 20 januari 2026 is de eerdergenoemde transformator inbeslaggenomen en doorzocht. In de transformator werd 506 kilo vermoedelijk cocaïne aangetroffen en inbeslaggenomen. Er werd 10 gram teruggeplaatst in de transformator. Verder werd er een registrerend baken, camera-apparatuur en apparatuur voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) geplaatst door Nederlandse opsporingsambtenaren. Vervolgens is de transformator vrijgegeven voor transport naar Nederland. Op 21 januari 2026 is de transformator per vrachtwagen via België naar Nederland getransporteerd, waar hij op 22 januari is aangekomen.
2. Proces-verbaal van de politie Letzebuerg
Nadat de volledige partij cocaïne was verwijderd, is deze vervangen door zandzakken om het gewicht te compenseren. Bovendien is op verzoek van de Nederlandse autoriteiten een kleine hoeveelheid van 17,4 gram (bruto) cocaïne in de bergplaats teruggeplaatst. Het verborgen compartiment is vervolgens in de
oorspronkelijke staat hersteld, opnieuw gesloten en verpakt. Na in de oorspronkelijke staat hersteld te zijn, is de transformator teruggeplaatst in de
houten kist voor de verdere opvolging. De verzegelingen zijn nagemaakt.
3. Proces-verbaal van de politie
Het volgende onderzoeksitem is aangeboden voor onderzoek:
SIN/UVN
AASZ2252NL
Object omschrijving
1 plastic zak met daarin wit poeder en brokjes
Kleur
Wit
Aantal
1
Nettogewicht
13,8 gram
Categorie
Goed
4. Proces-verbaal van de politie
De volgende onderzoeksitems zijn aangeboden voor onderzoek:
30 gripzakjes met monsters, aangeboden voor verdovende middelenonderzoek bij de Forensische Opsporing in Rotterdam. Deze monsters zijn afkomstig van een partij cocaïne welke op 20 januari 2026 in Luxemburg is aangetroffen en inbeslaggenomen. Om softwarematige redenen zijn de SINs AARI7801NL tot
en met AARI7830NL komen te vervallen en is dit goed opgesplitst in twee nieuwe SIN-nummers met elk 15 monsters.
SIN/UVN
AATQ5277NL
Object omschrijving
15 gripzakjes met daarin wit poeder en brokjes. De monsters zijn afkomstig van een partij cocaïne welke op 20 januari 2026 in Luxemburg is aangetroffen en inbeslaggenomen.
Het gewicht betreft het netto gewicht van de monsters.
Kleur
Wit
Aantal
15
Nettogewicht
99 gram
Categorie
Goed
SIN/UVN
AATQ5278NL
Object omschrijving
15 gripzakjes met daarin wit poeder en brokjes. De monsters zijn afkomstig van een partij cocaïne welke op 20 januari 2026 in Luxemburg is aangetroffen en inbeslaggenomen.
Het gewicht betreft het netto gewicht van de monsters.
Kleur
Wit
Aantal
15
Nettogewicht
99 gram
Categorie
Goed
5. Schriftelijk stuk
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AASZ2252NL
Poeder en brokvormig wit, uit 13,8 gram: aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Bevat cocaïne
6. Schriftelijk stuk
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AATQ5277NL
Poeder en brokvormig wit, uit 99 gram: aantal bemonsteringen in onderzoek: vijftien
Bevat cocaïne
7. Schriftelijk stuk
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AATQ5278NL
Poeder en brokvormig wit, uit 99 gram: aantal bemonsteringen in onderzoek: vijftien
Bevat cocaïne
8. Proces-verbaal van de politie
Na aanhouding van de verdachte [verdachte] werd zijn woning doorzocht. Daar werd een Samsung telefoon gevonden en inbeslaggenomen. Vanuit de telefoon blijkt dat er mailverkeer is geweest met het mailadres [mailadres 1] . Vanuit dit mailadres zijn er ook berichten verstuurd. In bijna alle gevallen van de verstuurde mailtjes stond de naam [naam bedrijf 1] of die van [verdachte] hieronder.
Websites:
Vanuit de opgezochte websites via de telefoon is te zien dat er gezocht is op de website: [naam website] . Een zoekslag op deze website gaf aan dat dit een bedrijf betrof in het leveren van onder andere transformators. Het bedrijf is gevestigd in Brazilië. Deze website is verder op 16, 17, 18, 19, 24 en 27 november 2025 bezocht. Daarnaast is de website op 1 en 6 december 2025 bezocht.
Vervolgens stuurt verdachte [verdachte] het volgende mailtje op 14 november 2025:
Dear Sales Team,
We are writinq to express our strong interest in purchasing a transformer.
Sincerely,
[naam bedrijf 1]
Ondertussen mailt verdachte [verdachte] met het bedrijf [naam bedrijf 2] . Hierbij mailt verdachte [verdachte] het volgende:
Beste heer, mevrouw,
Kan uw bedrijf helpen bij het· importeren en logistieke proces hoogspanning apparatuur. Heb begrepen dat uw bedrijf hier ervaring mee heeft om dit voor ons te kunnen afhandelen. Hoor als het kan en wat de mogelijkheden hiervoor zijn
Mvg
[naam bedrijf 1]
Op 19 november 2025 om 19:31 uur werd er vanuit [naam bedrijf 3] het volgende gemaild:
'Good afternoon, please find attached the pro forma invoice with the shipping and equipment costs for payment. We have just received the shipping quote.
Hieruit valt op te maken dat de factuur en de kosten gemaild werden. Hierop reageert verdachte [verdachte] met de volgende mail, waarin hij aangeeft dat de factuur direct gemaild mag worden aan [mailadres 2] :
Hallo best sir
Mail the invoice that should be paid directly to [mailadres 2] [naam bedrijf 1]
Op 24 november 2026 ontvangt verdachte [verdachte] vanuit [naam bedrijf 3] met daarin benoemd dat ze de factuur naar het genoemde adres gestuurd hebben en dat ze bezig zijn met het inklaren van de douanedocumenten:
Good morning the document with the payment details has already been sent to the requested email address. We are proceeding with the Brazilian customs clearance for the flight reservation.
Op 28 november 2025 stuurt verdachte [verdachte] dan de bedrijfsgegevens die op de factuur kunnen komen als afleveradres:
Hi sir
Company info Company name: [naam bedrijf 1]
Address: [adres 2]
[vestigingsplaats]
Zip: [postcode 2]
VAT: [VAT-nummer]
Contact phone: [telefoonnummer 1]
Waiting for your response
Best regards
[naam bedrijf 1]
In tussenliggende tijd is er mailcontact met diverse bedrijven, waaronder [naam bedrijf 4] (Luxemburg). Zij moeten de betaalbevestiging hebben, voordat de transformator in Brazilië op transport ging. Uiteindelijk stuurt [verdachte] op 12 december 2025 een betaalbevestiging van een bedrag van 1759 euro.
9. Proces-verbaal van de politie
Telefoonnummer [telefoonnummer 2] is in gebruik bij [verdachte] . Op 27 januari 2026 voert [verdachte] een gesprek met ene [persoon A] :
J: Met [persoon A] .
S: Hoi, goeiemiddag, je spreekt met [verdachte] . Met [voornaam verdachte] .
S: Ik dacht ik laat, laat ik gebruik maken van de korting die je me had toegezegd.
J: Ja, ja, ja, ja, heb je er eentje nodig?
S: Ja, ik heb er eentje nodig. Heb je iets beschikbaar?
J: Voor vandaag?
S: Ja.
J: Uhhh, ja, zeker, zeker, ik heb die Ford weer hé.
S: Oké, maar ik zit met dit, ik zit met 214 hoog, 230 breed en 3300 kilo.
J: 3300? 3000 300?
S: Yes
J: Nou, als je 3300 wil, kijk je mag maximaal 3500 kilo rijden.
S: Ja, klopt.
J: Dus, ja, als je 3300 kilo gaat vervoeren, dan moet je ook die bus erbij op tellen. Nou dan kom je
aan bijna de, uh, 5,5 ton kom je dan uit.
S: Oei, je moet die 3500 moet je die, uh, ding erbij rekenen?
J: Ja, in totaal
Daarnaast zag ik dat telefoonnummer [telefoonnummer 2] , in gebruik bij [verdachte] , op 27 januari 2026 om 15:01 uur een gesprek heeft gevoerd met tegennummer [telefoonnummer 3] , in gebruik bij een autoverhuur.
S: Ik heb een bakwagen nodig, ik moet 3300 kilo vervoeren
A: 3310 kilo vervoeren?
S: Ja, 3300 kilo
A: Dan valt u in een vrachtwagen voor c rijbewijs en die heb ik niet beschikbaar
10. Proces-verbaal van de politie
In de ochtend van 28 januari 2026 zag ik dat [verdachte] samen met een man de Action, gelegen in Harderwijk inliep. Nader te noemen NN1. Ik zag dat [verdachte] en NN1 rollen afplakfolie hadden gekocht. Ik zag dat [verdachte] en NN1 met een lichtkleurige plastic tas uit de Action liepen in de richting van de AUDI [kentekennummer 1] . Wij zagen dat de AUDI [kentekennummer 1] voor het hek werd geparkeerd van het terrein van de Storage Share gelegen aan de [adres 3] te Harderwijk. Wij zagen dat de AUDI [kentekennummer 1] werd geparkeerd bij een personenauto van het merk Volkswagen, type T-ROC, kleur grijs/zwart en voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] Volkswagen. Wij zagen dat [verdachte] en NN1 spullen uit de AUDI [kentekennummer 1] haalde en vervolgens de loods in brachten. Wij zagen dat de achterklep van de AUDI [kentekennummer 1] openstond. Wij zagen dat [verdachte] met 2 zwarte gereedschapskoffers de loods binnenging. Ik zag dat de ramen van de loods van de Storage Share door personen werden afgeplakt. Ik zag dat een vrachtwagen van het merk Scania, type 164LA6X2NA480, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kentekennummer 3] reed over de Newtonweg te Harderwijk. Ik zag dat de vrachtwagen was voorzien van een oplegger, kleur wit en voorzien van het kenteken [kentekennummer 4] . Ik zag dat de SCANIA [kentekennummer 3] aan de achterzijde werd geparkeerd. Ik zag dat [persoon B] als bestuurder in de heftruck zat en dat de houten kist uit de laadruimte werd geladen. Ik zag dat [verdachte] rechts naast de heftruck stond en aan het meekijken was. Ik zag dat de heftruck met de grote houten kist via de garagedeur aan de achterzijde het pand van de Storage Share naar binnen werd gereden. Ik zag om 13:12 dat [verdachte] via de deur het pand van de Storage Share verliet en dat hij de deur op slot draaide.
11. Proces-verbaal van de politie
Op 29 januari 2026 werd de zending geopend en werd de transformator uit de
bak getild. Vervolgens werd de ruimte onder de transformator geopend. In deze ruimte zat de eerder inbeslaggenomen cocaïne. Na de aanhouding van de twee mannen, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die bezig waren met de transformator, werd door ons een onderzoek ingesteld in de ruimte onder de transformator. In deze ruimte troffen wij, na het verwijderen van enkele zakken zand het zogenoemde "doorvoer monster" aan.
Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij het invoeren van een transformator uit Brazilië via Luxemburg naar Nederland. De transformator is besteld met de telefoon van de verdachte en op naam van zijn bedrijf, [naam bedrijf 1] . Het contact over de bestelling en distributie verliep via het e-mailadres en telefoonnummer van de verdachte en de inklaringskosten zijn betaald vanaf zijn bankrekening.
Ook blijkt dat in de zending 506 kilo cocaïne is aangetroffen en dat daarvan een doorvoermonster is teruggeplaatst op de verborgen plek waar de cocaïne was aangetroffen. De zending is vervolgens gecontroleerd verder vervoerd naar de plek van bestemming en hierdoor is er uiteindelijk een hoeveelheid cocaïne in Nederland ingevoerd. De verdachte was ook aanwezig in de loods waar de transformator werd opgeslagen na aankomst en hij heeft de ramen van deze loods afgeplakt. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte betrokken is geweest bij het transport van de transformator waarin 506 kilo cocaïne is aangetroffen. Daarmee staat vast dat de verdachte betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne in Nederland.
De verdachte heeft ontkend dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne. Volgens hem hebben anderen zijn bedrijf gebruikt voor activiteiten in de zonne-energiesector en hebben zij, met gebruikmaking van zijn gegevens, de communicatie gevoerd en de betalingen verricht. De telefoontjes over het verdere transport die in het dossier aan de verdachte worden toegeschreven, heeft hij wel zelf gepleegd en ook heeft hij bij de loods de transformator uitgeladen en de loods binnengereden, dit alles op verzoek van die andere personen. De namen van die anderen kan de verdachte om veiligheidsredenen niet noemen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet had op de invoer van cocaïne.
Dit alternatieve scenario van de verdachte is zo ongeloofwaardig, inconsistent en oncontroleerbaar dat de rechtbank hieraan voorbij gaat. Uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, leidt de rechtbank af dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat in de transformator cocaïne was verborgen. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat de verdachte opzettelijk betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit
Feit 1 primair
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feit 1 primair worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar.
Standpunt van de verdediging
Bij een bewezenverklaring moet een lagere gevangenisstraf worden opgelegd dan zoals door de officier van justitie geëist want de verdachte is een first offender en uit niets blijkt dat de cocaïne door hem is geregeld.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van een hoeveelheid cocaïne in Nederland. Het bewezenverklaarde ziet op de kleine hoeveelheid cocaïne die op dat moment als doorvoermonster in de transformator zat. Bij de strafoplegging zal de rechtbank echter rekening houden met de beoogde invoer van een hoeveelheid van in totaal 506 kilogram cocaïne. Dat de verdachte niet als doel had een geringe hoeveelheid cocaïne in te voeren, maar wel degelijk rekening hield met een grote hoeveelheid van dit verboden middel, leidt de rechtbank af uit de omvangrijke logistieke operatie rondom het transport van de cocaïne. Zo werd er opslag geregeld, een chauffeur voor het transport, een door de verdachte afgeplakte loods om de lading in op te slaan en werden nog twee uithalers vanuit het buitenland geregeld om de cocaïne uit de lading te verwijderen.
Door de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne heeft de verdachte zich begeven op het terrein van de grootschalige internationale handel in verdovende middelen. Hij heeft aldus een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Harddrugs leiden direct en indirect tot vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin. De rechtbank acht voor de invoer van grote hoeveelheden cocaïne, zoals in deze zaak aan de orde, een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.
Rolverdeling en strafmaat
De rechtbank is van oordeel dat er een zekere rolverdeling is geweest tussen de verschillende verdachten in deze zaak. De verdachte lijkt op basis van het dossier de initiatiefnemer van deze operatie en is daarmee een belangrijke spin in het web geweest. Hij heeft de transformator besteld en het contact met alle partijen onderhouden die erbij betrokken waren de transformator naar Nederland te krijgen. Hieruit blijkt dat hij een leidinggevende rol heeft vervuld. De rechtbank acht het daarom passend om hem een hogere gevangenisstraf op te leggen dan zijn medeverdachten.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Oplegging straf
Gezien de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Enerzijds dient dit als vergelding voor de ontwrichting in de samenleving waar de verdachte indirect aan heeft bijgedragen. Anderzijds heeft het als doel hem en anderen ervan te weerhouden zich met drugscriminaliteit in te laten. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en gekeken naar de rol van de verdachte in deze zaak. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar passend en geboden.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder 1 primair zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. J.C. Oord en E.K.A. van den Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.D. van der Veeke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 juli 2026.
Mr. E.K.A. van den Bos is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.