ECLI:NL:RBROT:2026:11646

ECLI:NL:RBROT:2026:11646

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 10-042237-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft kinderporno vervaardigd, verworven en in zijn bezit gehad. Daarnaast heeft hij ook kinderporno verworven en in zijn bezit gehad en hiervan een gewoonte gemaakt. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 183 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 240 uur.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-042237-25

Datum uitspraak: 9 september 2026

Datum zitting: 26 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. T. Vernooij

Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon

Benadeelde partij: [benadeelde]

Wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij: [vertegenwoordiger]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft kinderporno vervaardigd, verworven en in zijn bezit gehad. Daarnaast heeft hij ook kinderporno verworven en in zijn bezit gehad en hiervan een gewoonte gemaakt. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 183 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 240 uur.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – kinderporno van [slachtoffer] heeft vervaardigd en verworven, die kinderporno in zijn bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft. Daarnaast heeft de verdachte kinderporno vervaardigd en verworven, die kinderporno in zijn bezit gehad en zich daartoe toegang verschaft en daarvan een gewoonte gemaakt.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 27 december 2024 te Dordrecht, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten

een en/of meerdere video(s) waarop te zien is dat:

- die persoon voor de camera staat waarbij haar kruis prominent in beeld is en daarbij haar broek omlaag schuift waardoor haar vagina, althans haar schaamstreek, te zien is (zie bestanden [naam bestand 1] en [naam bestand 2] ,

op p. 1 en 2 in de toonmap, afkomstig van politie Zeeland-West-Brabant) en/of

- die persoon haar broek en/of haar onderbroek tot onder haar billen schuift en daarbij haar billen naar de camera draait (zie bestanden [naam bestand 3] en [naam bestand 4] , op p. 3 en 4 in de toonmap, afkomstig van politie Zeeland-West-Brabant);

2.

hij in of omstreeks 03 oktober 2024 tot en met 11 februari 2025 te Dordrecht, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een en/of meerdere personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft waarop te zien is dat:

die persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een (stijve) penis (zie p. 178 van de toonmap, afkomstig van politie Rotterdam) en/of

die persoon met ontblote vagina en/of borsten en/of billen te zien is (zie p. 29, 38 en 52 van de toonmap, afkomstig van politie Rotterdam) en/of

die persoon de eigen borsten met de handen en/of tong aanraakt en/of likt (zie p. 70, 81 en 118 van de toonmap, afkomstig van politie Rotterdam)

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor beide ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 en 2 partiële vrijspraak bepleit voor het vervaardigen en het zich toegang verschaffen tot kinderporno. Daarnaast heeft de verdediging ten aanzien van feit 2 partiële vrijspraak bepleit voor het bezit van een afbeelding waarop een persoon is te zien die vaginaal wordt gepenetreerd met een (stijve) penis. Tot slot heeft de verdediging ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat de verdachte van het bezit van kinderporno geen gewoonte heeft gemaakt. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte kinderporno van [slachtoffer] heeft vervaardigd en verworven en in zijn bezit heeft gehad. Daarnaast is bewezen dat de verdachte ook andere kinderporno heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen algehele vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [naam 1]

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

6. Proces-verbaal van de politie

7. Proces-verbaal van de politie

8. Proces-verbaal van de politie

Bewijsmotivering

Op de iPhone 15 van de verdachte is kinderpornografisch beeldmateriaal aangetroffen, waaronder foto’s en filmpjes van de minderjarige [slachtoffer] . Uit het gesprek op Snapchat tussen [slachtoffer] en de verdachte, volgt dat de verdachte aan [slachtoffer] heeft gevraagd om hem foto’s van haarzelf te sturen. De verdachte heeft bekend dat hij via Snapchat contact heeft gehad met [slachtoffer] en met andere slachtoffers en dat zij op zijn verzoek seksueel getinte foto’s en filmpjes van zichzelf naar hem hebben gestuurd. In totaal zijn bij verdachte 2097 kinderpornografische foto’s aangetroffen, waarvan 178 foto’s uniek waren.

Feit 1

De verdediging heeft voor dit feit partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het vervaardigen van kinderporno, omdat niet is gebleken dat de verdachte een dusdanig actieve rol heeft gehad bij de totstandkoming van de naaktbeelden door feitelijk als regisseur op te treden.

Anders dan de verdediging heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier volgt dat de verdachte zich op zo’n manier met de totstandkoming van het beeldmateriaal heeft bemoeid dat hij kinderporno vervaardigde. Uit de gesprekken die de verdachte met het slachtoffer heeft gevoerd blijkt dat de verdachte opdrachten heeft gegeven voor de foto’s en het slachtoffer hierbij heeft aangestuurd. Daar komt bij dat hij zijn opdrachten op een dusdanige manier heeft geformuleerd, dat deze voor een negenjarige te begrijpen waren. Zo vraagt de verdachte het slachtoffer wat voor onderbroek zij draagt, wil hij zien of het slachtoffer ‘wel een meisje is’ en chat hij naar het slachtoffer dat zij ook haar achterkant moet laten zien. Wanneer het slachtoffer dit niet gelijk wil, dringt de verdachte aan. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte een actieve rol aangenomen bij de totstandkoming van de naaktbeelden.

Op basis van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte kinderpornografische weergaven van het slachtoffer [slachtoffer] heeft vervaardigd, verworven en in zijn bezit heeft gehad.

Feit 2

Vervaardigen

De verdediging heeft voor dit feit partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het vervaardigen van kinderporno, omdat niet is gebleken dat de verdachte een dusdanig actieve rol heeft gehad bij de totstandkoming van de naaktbeelden door feitelijk als regisseur op te treden.

Anders dan onder feit 1 volgt uit het dossier niet dat de verdachte zich op zo’n manier met de totstandkoming van het beeldmateriaal zoals ten laste gelegd onder feit 2 bemoeide dat hij kinderporno vervaardigde. Met de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat de verdachte van dit onderdeel van de ten laste legging onder feit 2 moet worden vrijgesproken.

De sticker

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het bezit van een sticker in zijn telefoon waarop een persoon ‘vaginaal wordt gepenetreerd met een (stijve) penis’. De verdachte heeft verklaard de beschreven sticker niet te herkennen. Daarnaast is er op geen van de andere aangetroffen foto’s penetratie te zien.

De officier van justitie bepleit dat genoemde sticker is aangetroffen op de telefoon van de verdachte, terwijl de verdachte daarvoor geen goede verklaring heeft. Door seksuele contacten met minderjarigen te onderhouden en foto’s te ontvangen, heeft de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat ook andere afbeeldingen daarbij meekomen.

Om tot een bewezenverklaring van dit deel van de beschuldiging te komen, moet (ook) worden bewezen dat de verdachte wist, dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat hij de onder het eerste gedachtestreepje genoemde sticker op zijn telefoon had staan. Uit het enkele feit dat op de telefoon van de verdachte kinderpornografisch materiaal is aangetroffen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte ook bewust die aanmerkelijke kans heeft aanvaard genoemde sticker in zijn bezit te krijgen. Uit het dossier volgt dat deze sticker binnen WhatsApp groepen veelvuldig zou zijn gedeeld. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte na ontvangst van de sticker deze bewust heeft opgeslagen of deze heeft bekeken. De verdachte heeft dit ook ontkend. Daarnaast verschilt de aangetroffen sticker naar zijn aard en inhoud van het andere kinderpornografisch materiaal dat op de telefoon van de verdachte is aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de aanwezigheid van de sticker op zijn telefoon. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van dit onderdeel van feit 2.

Gewoonte

De verdediging heeft bepleit dat niet kan worden bewezen dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en bezitten van kinderporno, gelet op de pleegperiode en de hoeveelheid afbeeldingen.

Uit het dossier volgt dat de verwerving van het kinderpornografisch materiaal op meerdere momenten tijdens de ten laste gelegde periode voorafgaand aan de inbeslagneming van de telefoons heeft plaatsgevonden. Daarnaast is slechts een einde aan het handelen van de verdachte gekomen door de aangifte van het slachtoffer en strafrechtelijk ingrijpen. Gelet op de pleegperiode, de hoeveelheid en de frequentie waarmee de verdachte zich bezighield met het verwerven van kinderporno, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en bezitten van kinderporno.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij op of omstreeks 27 december 2024 te Dordrecht, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] was betrokken heeft vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad te weten

meerdere videos waarop te zien is dat:

- die persoon voor de camera staat waarbij haar kruis prominent in beeld is en daarbij haar broek omlaag schuift waardoor haar vagina, althans haar schaamstreek, te zien is (zie bestanden [naam bestand 1] en [naam bestand 2] ) en

- die persoon haar broek en haar onderbroek tot onder haar billen schuift en daarbij haar billen naar de camera draait (zie bestanden [naam bestand 3] en [naam bestand 4] );

2.

hij omstreeks 03 oktober 2024 tot en met 11 februari 2025 te Dordrecht, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken heeft verworven en in bezit heeft gehad waarop te zien is dat:

die persoon met ontblote vagina en/of borsten en/of billen te zien is en

die persoon de eigen borsten met de handen en/of tong aanraakt en/of likt

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 2

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de ten laste gelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de periode die hij in verzekering heeft doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld tot een 38v-maatregel, te weten een contactverbod ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer] , waarbij 2 weken vervangende hechtenis zal worden toegepast voor ieder keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim en dat daarom strafvermindering op zijn plaats is. De geheimhoudingsplicht, zoals neergelegd in artikel 7 lid 1 van de Wet politiegegevens, is geschonden.

De verdediging heeft voorts verzocht aan de verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft verbleven. De verdediging verwijst naar de rapportages die over de verdachte zijn opgemaakt. Daarnaast verzoekt de verdediging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft alle praktische zaken in zijn leven goed op orde, zo heeft hij eigen huisvesting en een vaste baan.

Oordeel van de rechtbank

Strafmaatverweer: vormverzuim

Verbalisanten die niet betrokken waren bij het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte hebben tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte een aanvullend proces-verbaal opgemaakt, waarin zij hun handelen en het handelen van de verdachte tijdens zijn schorsing omschrijven. Uit dit proces-verbaal blijkt dat één van deze verbalisanten informatie uit het onderzoek met een derde heeft gedeeld. De verdediging heeft bepleit dat de geheimhoudingsplicht, zoals neergelegd in artikel 7 lid 1 van de Wet politiegegevens, is geschonden. Daarmee is volgens de verdediging sprake van een vormverzuim en dient de rechtbank te komen tot strafvermindering als gevolg van de schending van de geheimhoudingsplicht.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Het “voorbereidend onderzoek” als bedoeld in artikel 359a Sv heeft uitsluitend betrekking op het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit waarover de rechter die in artikel 359a Sv wordt bedoeld, heeft te oordelen. Artikel 359a Sv is dus niet van toepassing indien het verzuim is begaan buiten het verband van dit voorbereidend onderzoek. Het aanvullend procesdossier ziet niet op de beschuldigingen in de tenlastelegging en is daarmee niet opgemaakt in het voorbereidend onderzoek. Van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is dan ook geen sprake.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verwerven en bezitten van kinderpornografische visuele weergaven van minderjarigen. Hij heeft via Snapchat contact gehad met minderjarigen. Daarbij heeft hij in het geval van het slachtoffer [slachtoffer] haar de opdracht gegeven filmpjes met een seksueel karakter te maken. Hiervan maakte hij opnamen, die hij vervolgens heeft opgeslagen.

Het verwerven en bezitten van kinderpornografische visuele weergaven is over een langere periode gebeurd, zodat gelet op de duur sprake is van een gewoonte. Bovendien is de verdachte pas gestopt met het vervaardigen en verwerven van kinderpornografisch materiaal door de aangifte die is gedaan namens het slachtoffer [slachtoffer] en het daaropvolgend ingrijpen van de politie.

De verdachte heeft op deze wijze grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en de opbouw in hun seksuele ontwikkeling. Het fundamentele vertrouwen dat zij moeten kunnen hebben in volwassenen is op ingrijpende wijze beschadigd. Dat vertrouwen vormt een essentiële basis voor een stabiele en veilige (seksuele) ontwikkeling en de verdachte heeft dat met zijn gedragingen doorkruist.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapporten van de deskundige en de reclassering

In het rapport van psycholoog [naam 2] van 15 december 2025 staat onder meer het volgende.

Bij de verdachte is, en dat was ook ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten, sprake van een autismespectrum stoornis.

Zijn beperkingen in sociale wederkerigheid, Theory of Mind en centrale coherentie maakten dat hij de sociale en morele context, de grenzen en de ongelijkwaardige positie van minderjarigen onvoldoende kon overzien. Ondanks zijn grote cognitieve begrip van regels kon hij zich emotioneel en perspectivisch moeilijk in anderen verplaatsen, waardoor hij de schadelijkheid van zijn handelen niet goed inschatte. Daarnaast zorgden zijn religieuze overtuigingen rondom seksualiteit voor grote interne spanningen en seksuele frustratie. Door rigiditeit, beperkte coping en moeite om hulp te zoeken, kon hij deze spanning niet op een gezonde manier reguleren. In dit samenspel ontwikkelde hij een eigen, beperkte redenering waarin het bezit of vervaardigen van seksueel beeldmateriaal van minderjarigen voor hem tijdelijk een uitlaatklep vormde, terwijl hij de schadelijkheid voor minderjarigen onvoldoende intuïtief begreep. De autismespectrumstoornis heeft in relevante mate doorgewerkt in de wijze waarop de verdachte de situatie heeft ingeschat, zijn seksuele spanningen heeft gereguleerd en de belangen en kwetsbaarheid van minderjarigen onvoldoende heeft kunnen meewegen. Deze beperkingen hebben zijn keuzevrijheid op het moment van de hem ten laste gelegde feiten in zekere mate ingeperkt. Dit alles overziend en wegend, is er sprake geweest van enige doorwerking van de autismespectrumstoornis in het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om de verdachte het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen.

Bij een afweging van de bovenstaande risico en beschermende factoren en op basis van klinische beoordeling wordt het risico op herhaling van soortgelijk gedrag als thans ten laste is gelegd en bij een onbehandelde terugkeer in de maatschappij als laag/matig geduid. Hoewel de verdachte inmiddels schaamte en schuldbesef toont en aangeeft te begrijpen dat zijn gedrag schadelijk en strafbaar is, blijft vanuit de ASS wel een verhoogd risico op herhaling bestaan, vooral wanneer seksuele spanning, rigiditeit en beperkte coping opnieuw samenkomen. De wetenschap dat hij gepakt kan worden, kan extern remmend werken, maar intrinsieke risicofactoren hangen samen met de kernsymptomen van ASS en vereisen begeleiding.

De verdachte toont motivatie om behandeling te volgen en staat inmiddels op de wachtlijst van een forensische ambulante polikliniek . Dit duidt op probleem- en risicobesef, waardoor de veranderingsmotivatie als voldoende tot goed kan worden beschouwd. De verdachte toont gedurende onderhavig onderzoek bereidheid om te leren hoe hij risicosituaties beter kan herkennen en te begrijpen, en staat hij open voor psycho-educatie over gezonde seksualiteit, grenzen en copingstrategieën. Tegelijkertijd zijn er persoonsgebonden interferenties die aandacht behoeven. De invloed van religie op zijn seksuele beleving blijft eveneens een aandachtspunt, aangezien het eerder heeft bijgedragen aan spanningsopbouw en inadequate coping. Contextueel heeft de verdachte beschermende factoren: een steunend gezinssysteem, vaste dagstructuren en motivatie om herhaling te voorkomen.

Gezien de aard van de problematiek en de wijze waarop deze heeft doorgewerkt in de hem ten laste gelegde feiten in combinatie met een laag/matig ingeschat recidiverisico, wordt een ambulante forensische behandeling geadviseerd. De forensische ambulante polikliniek waar hij reeds op de wachtlijst staat, biedt passende middelen om de combinatie van ASS-problematiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag te behandelen. De duur van de interventie zal naar verwachting minimaal twaalf tot achttien maanden bedragen, afhankelijk van de snelheid van internalisatie van vaardigheden en het verloop van risicoreductie.

Gelet op bovengenoemde wordt een ambulante behandeling in het kader van bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel met reclasseringstoezicht geadviseerd.

In het rapport van Stichting Verslavingsreclassering GGZ van 8 juli 2025 en het rapport van Reclassering Nederland van 6 augustus 2026 staat onder meer het volgende.

De diverse leefgebieden van de verdachte lijken stabiel. Zo beschikt de verdachte over een koopwoning, heeft hij werk en inkomen en geen schulden, heeft hij een steunend netwerk en is er geen sprake van middelengebruik of verslavingsproblematiek. Ook is de verdachte niet eerder veroordeeld voor een misdrijf en is hij niet eerder in beeld geweest bij de reclassering. De verdachte is gemotiveerd voor het volgen van een behandeling.

Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, contactverbod met de slachtoffers, het vermijden van contact met minderjarigen, het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik en andere voorwaarden het gedrag betreffende.

Op 14 augustus 2026 is aan het advies per e-mail nog een aanvullende bijzondere voorwaarde toegevoegd: de verplichting het zedenfeit te bespreken met een door de verdachte aan te wijzen meerdere van het kerkgenootschap waarbij hij betrokken is. De verdachte geeft toestemming aan de reclassering contact op te nemen met deze meerdere, teneinde te controleren of de verdachte zijn veroordeling heeft gemeld en om informatie in te winnen over zijn betrokkenheid bij activiteiten binnen het kerkgenootschap.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte is inmiddels gestart met het volgen van een behandeling bij [zorg instelling] .

Oplegging straffen

Straf

Bij de ernst van de strafbare feiten past in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het rapport van de psycholoog en het reclasseringsrapport.

In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de noodzaak voor behandeling die inmiddels bij [zorg instelling] is gestart alsmede het advies om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen ziet de rechtbank aanleiding om van het uitgangspunt van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf af te wijken. In plaats daarvan legt de rechtbank de maximale taakstraf op alsmede een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit alles maakt dat een gevangenisstraf van 183 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, wordt opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de navolgende bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Dit voorwaardelijke strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de verdachte te begeleiden en te behandelen en de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden die worden opgelegd zijn: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer] , het vermijden van één op één contact met minderjarigen, zoals hierna nader omschreven en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.

Een contactverbod met alle slachtoffers wordt niet opgelegd, nu niet alle slachtoffers bekend zijn waardoor dit niet haalbaar is.

Daarnaast ziet de rechtbank geen aanleiding om de aanvullende voorwaarde op te leggen dat de verdachte het zedenfeit dient te bespreken met een meerdere van het kerkgenootschap waarbij de verdachte betrokken is waarna de reclassering bij deze persoon informatie over de verdachte kan inwinnen. De rechtbank is van oordeel dat de medewerking van die meerdere buiten de macht van de verdachte ligt, zodat dit niet als voorwaarde kan worden gesteld. Daarnaast geldt het vermijden van één op één contact met minderjarigen (zonder het bijzijn van een andere volwassene) ook voor de contacten van de verdachte bij de kerk. De rechtbank merkt op dat deze voorwaarde betrekking heeft op één op één contacten tussen de verdachte en (een) minderjarige(n), ook indien dat inhoudt bijvoorbeeld kinderkampen en kinderactiviteiten van de kerkgemeenschap waartoe verdachte behoort. De verdachte heeft dus geen enkel één op één contact met minderjarigen en voor zover dit niet valt te vermijden, is er alleen contact onder toezicht of in het bijzijn van (een) andere volwassene(n).

De rechtbank ziet geen aanleiding om het contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] middels de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Wetboek van Strafrecht op te leggen. Het contactverbod als bijzondere voorwaarde wordt voldoende geacht.

Anders dan de officier van justitie heeft geëist, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren. De verdachte is na de inbeslagneming van de gegevensdragers in februari 2025 niet opnieuw met politie of justitie in aanraking gekomen. Daar komt bij dat de behandeling van de verdachte bij [zorg instelling] reeds is gestart. Gelet hierop is er op dit moment geen sprake van de situatie dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Om dezelfde reden zal geen proeftijd van 3 jaar worden opgelegd, maar een proeftijd van 2 jaar.

Tenslotte wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op basis van artikel 354 van het Wetboek van Strafvordering verzocht de kinderpornografische afbeeldingen, welke zich in de Cloud bevonden, te mogen laten vernietigen. De afbeeldingen zijn op grond van artikel 125o Sv tijdelijk ontoegankelijk gemaakt.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gelast de vernietiging van de kinderpornografische weergaven op grond van het bepaalde in artikel 354, tweede lid,Sv welke zich in de Cloud van de verdachte bevonden. Het betreffen gegevens met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn begaan en de vernietiging is noodzakelijk ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

6. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 9 juli 2025 geschorst. Omdat de onvoorwaardelijke gevangenisstraf die aan de verdachte wordt opgelegd gelijk is aan de duur die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

[benadeelde] heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 2.675,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.675,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering benadeelde partij. De verdachte is bereid de schade van het slachtoffer volledig te vergoeden.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 1 rechtstreeks immateriële schade geleden. De aard en ernst van de normschending brengen mee dat aangenomen kan worden dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast, hetgeen ook volgt uit de slachtofferverklaring die door de moeder (tevens wettelijk vertegenwoordiger) van de benadeelde partij ter zitting is voorgedragen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 2.675,00. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt geheel toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 2.675,00 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 27 december 2024.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 26 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 252, 254 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 183 (honderddrieëntachtig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 180 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 9 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

In beslag genomen voorwerpen

gelast dat de ontoegankelijk gemaakt gegevens met kinderpornografische weergaven, welke zich in de Cloud van de verdachte bevonden worden vernietigd;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde] (feit 1), te betalen een bedrag van € 2.675,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 27 december 2024 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat € 2.675,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 26 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.M. Derijks, voorzitter,

en mrs. H.C. van Vuren en S.M. den Hollander, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. E.F. Meekhof en E.J. den Hollander, griffiers,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 september 2026.

Mrs. H.C. van Vuren en S.M. den Hollander zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Derijks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand