ECLI:NL:RBROT:2026:11763

ECLI:NL:RBROT:2026:11763

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer ROT 25/4139
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres heeft compensatie ontvangen voor de toeslagjaren 2007 en 2008 en een tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) voor het toeslagjaar 2009 op grond van de Wht. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen de compensatie juist heeft vastgesteld en alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/4139

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

1. Eiseres heeft compensatie ontvangen voor de toeslagjaren 2007 en 2008 en een tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) voor het toeslagjaar 2009 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij is het niet eens met de hoogte van de compensatie en vindt dat de Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen de compensatie juist heeft vastgesteld en alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met de besluiten van 14 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wht afgewezen.

Met het besluit van 7 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen een O/GS-tegemoetkoming aan eiseres toegekend op grond van de Wht.

Met het besluit van 22 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen de bezwaren tegen de besluiten van 14 juli 2022 en 7 september 2022 gegrond verklaard en aan eiseres compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2007 en 2008.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Toeslagjaar 2009

3. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen voor het toeslagjaar 2009 vooringenomen heeft gehandeld door het recht op kinderopvangtoeslag te herzien buiten de in artikel 19 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) gestelde termijn. De rechtbank oordeelt anders. Het enkele feit dat de in artikel 19 van de Awir gestelde termijn zou zijn geschonden, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld. De Dienst Toeslagen heeft daarom terecht vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op compensatie voor het toeslagjaar 2009. De beroepsgrond slaagt niet.

Toeslagjaar 2010

4. Eiseres betoogt dat zij ook voor het toeslagjaar 2010 recht heeft op compensatie. De kinderopvangtoeslag werd tot en met 31 december 2009 aan haar uitbetaald en had vervolgens automatisch moeten worden gecontinueerd. Het uitblijven daarvan is het gevolg van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. De rechtbank oordeelt anders. Het enkele feit dat de kinderopvangtoeslag niet automatisch is gecontinueerd, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat sprake was van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. Eiseres heeft geen andere omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen wijzen op vooringenomen handelen. De Dienst Toeslagen heeft daarom terecht vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op compensatie voor het toeslagjaar 2010. De beroepsgrond slaagt niet.

Hoogte compensatie

5. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen de hoogte van de compensatie onjuist heeft berekend voor de toeslagjaren 2007 en 2008. De Dienst Toeslagen had moeten uitgaan van het bedrag aan kinderopvangtoeslag waarop eiseres destijds recht had. Eiseres heeft destijds te weinig kinderopvangtoeslag gekregen, zodat de Dienst Toeslagen niet mocht uitgaan van de vastgestelde beschikkingen over de toeslagjaren 2007 en 2008.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de compensatie juist vastgesteld. De berekening van de hoogte van de compensatie is wettelijk voorgeschreven in de artikelen 2.2 en 2.3 van de Wht. De Dienst Toeslagen heeft daarbij geen beoordelings- of beleidsruimte. Uit het dossier blijkt dat de Dienst Toeslagen de hoogte van de compensatie in overeenstemming met de artikelen 2.2 en 2.3 van de Wht heeft vastgesteld. De compensatieregeling is niet bedoeld om eventuele administratieve fouten te herstellen die in het verleden bij de besluitvorming over het recht op kinderopvangtoeslag zouden kunnen zijn gemaakt. Als de werkelijk geleden schade hoger is dan het compensatiebedrag dat is toegekend op grond de artikelen 2.2 en 2.3 van de Wht, kan eiseres een aanvraag doen om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade. De beroepsgrond slaagt niet.

Op de zaak betrekking hebbende stukken

6. Eiseres stelt dat zij niet kan controleren of het bestreden besluit op juiste gronden is genomen, omdat zij niet over alle relevante gegevens beschikt. Zij voert aan dat de stukken die zien op het onderzoek naar de O/GS-kwalificatie en de registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) op de zaak betrekking hebbende stukken zijn in de zin van artikel 8:42 van de Awb en door de Dienst Toeslagen overgelegd hadden moeten worden. Zij verwijst daarvoor naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Ten slotte stelt eiseres dat documenten uit de recent ontdekte datakluis met 64 miljoen bestanden een ander licht op de situatie zouden kunnen werpen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stukken over de O/GS-kwalificatie in dit geval geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Eiseres heeft voor het toeslagjaar 2009 een O/GS-tegemoetkoming ontvangen. Voor de toeslagjaren 2007 en 2008 heeft eiseres compensatie ontvangen, zodat zij voor die jaren niet meer in aanmerking komt voor een O/GS-tegemoetkoming. Eiseres heeft niet gesteld dat zij ten aanzien van andere toeslagjaren recht zou hebben op een O/GS-tegemoetkoming. Eiseres kan met deze procedure dus niet meer krijgen dan zij al heeft wat betreft de O/GS-tegemoetkoming. Dat betekent dat de stukken over de O/GS-kwalificatie niet relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.

De Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat eiseres niet staat vermeld in de FSV. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stukken die aan die vaststelling ten grondslag liggen geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Uit het dossier blijkt reeds welke beschikkingen zijn genomen, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke gevolgen deze beschikkingen hebben gehad. Daarmee is duidelijk op welke wijze de Dienst Toeslagen uitvoering heeft gegeven aan de kinderopvangtoeslag in het geval van eiseres. Op basis van die stukken kan worden beoordeeld of eiseres recht heeft op compensatie en of de hoogte van de compensatie juist is vastgesteld.

Gegeven de in het dossier aanwezige stukken, is naar het oordeel van de rechtbank de kans dat er stukken van eiseres in de datakluis zitten die een ander licht op de beoordeling werpen zo klein dat dit niet aannemelijk is. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor aanhouding van deze beroepszaak. Mocht uit onderzoek blijken dat er wel stukken van eiseres in de datakluis zitten, dan zijn haar rechten niet verspeeld. De staatssecretaris heeft namelijk in de brief van 15 april 2026 toegezegd zorg te dragen voor transparantie en openheid. In een nieuwsbericht van 16 april 2026 op de website van Dienst Toeslagen is daaraan toegevoegd dat er in het geval dat bij het doorzoeken van de datakluis alsnog nieuwe informatie naar voren zou komen die in het voordeel van de gedupeerde ouder zou uitpakken, er maatregelen zullen worden genomen om dat te herstellen.

De slotsom is dat de rechtbank geen aanleiding ziet voor het oordeel dat stukken die relevant zijn voor de beoordeling van de zaak, ontbreken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.P. Ferwerda

Griffier

  • mr. A.J. Huisman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand