RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719441 / JE RK 26-886
Datum uitspraak: 31 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Dordrecht,
over de minderjarigen:
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] ,
geboren op [geboortedatum 4] 2018 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 4] ,
[minderjarige 5] ,
geboren op [geboortedatum 5] 2019 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam miderjarige] ,
[minderjarige 6] ,
geboren op [geboortedatum 6] 2020 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 5] .
De minderjarigen worden hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudend in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonend in [woonplaats 2] .
[persoon A] en [persoon B],
namens de gemeente Zwijndrecht (hierna: de gemeente) en van het Expertteam passende hulp (hierna: het Expertteam),
[persoon C] en [persoon D],
orthopedagoog en uitvoerend hulpverlener van ZenoZorg, hierna te noemen: ZenoZorg.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 augustus 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de foto’s van de woning van het gezin, ingezonden door mr. Hoogerwerf, ontvangen door de rechtbank op 30 augustus 2026;
de brief met het standpunt van de gemeente, op zitting overhandigd en voorgelezen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de vader;
[persoon E] en [persoon F] , namens de GI,
[persoon A] en [persoon B] , namens de gemeente en het Expertteam,
[persoon C] en [persoon D] , namens ZenoZorg.
Verder heeft de kinderrechter bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [persoon G] , begeleider van de moeder in het programma “Help ik wil mijn huis terug”, ter zitting is zij gehoord als informant.
De oudste vier kinderen hebben voorafgaand aan de vorige zitting in deze zaak (op 11 augustus 2026) in een brief laten weten dat zij niet uithuisgeplaatst willen worden. De advocaat van de moeder heeft bevestigd dat dit nog steeds het standpunt van de kinderen is. Gelet op het korte tijdsbestek sinds hun brief zijn de kinderen niet opnieuw opgeroepen voor een gesprek met de kinderrechter.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
De kinderen wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 5 november 2025 heeft de kinderrechter de kinderen onder toezicht gesteld tot 26 november 2026.
3. Het aangehouden verzoek
De GI heeft verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De behandeling van het verzoek is op 1 juni 2026 en 13 augustus 2026 in zijn geheel aangehouden.
4. De standpunten
De GI heeft op de zitting het verzoek gehandhaafd en verwezen naar het verzoekschrift. Verder heeft de GI het volgende naar voren gebracht. De gemeente heeft de financiering van ZenoZorg na 31 augustus 2026 met één maand verlengd, zodat de hulpverlening niet abrupt stopt na de zitting van heden. Tijdens de zitting van 1 juni 2026 heeft de GI een document overlegd waarin de voorwaarden zijn opgenomen waardoor de kinderen thuis kunnen blijven wonen. Aan deze voorwaarden is, ondanks de zeer intensieve hulpverlening, nog steeds niet voldaan. Sterker nog, er zijn inmiddels aanvullende zorgen ontstaan. Dit is zorgelijk. Er is op dit moment echter nog geen gezinshuis gevonden waar alle kinderen terecht kunnen. Een plaatsing binnen het netwerk is niet mogelijk. Er moet verder worden gezocht naar een passende en beschikbare plek.
Door en namens de moeder wordt het volgende naar voren gebracht. De kinderen zijn vandaag voor het eerst weer naar school gegaan. Zij waren op tijd aanwezig en hadden eten bij zich. Het is onduidelijk welke resultaten de gemeente verwachtte van de ingezette hulpverlening. De gemeente heeft onvoldoende onderbouwd waarom de hulpverlening op dit moment (of over een maand) moet worden beëindigd. De woning is inmiddels opgeruimd en de kinderen gaan weer naar school. Het is dan ook niet logisch dat de kinderen, nu het juist beter lijkt te gaan, alsnog uit huis zouden worden geplaatst. De overgang van veertien uur hulpverlening naar nul uur is te groot. Dit is niet redelijk van de gemeente. ZenoZorg heeft aangegeven dat de hulpverlening op termijn kan worden afgebouwd. Dit moet eerst geprobeerd worden alvorens een uithuisplaatsing plaatsvindt. De moeder moet de kans krijgen om te laten zien dat het goed gaat.
5. De informatie van de informanten
Door de vader wordt het volgende naar voren gebracht. De vader wil de moeder graag ondersteunen. Dit wordt bemoeilijk doordat de vader niet bij de moeder thuis mag komen. Hierdoor kan hij haar onvoldoende helpen. De kinderen zijn getraumatiseerd door de eerdere uithuisplaatsing. Dit moet niet nog een keer gebeuren.
Door ZenoZorg wordt het volgende naar voren gebracht. Er is geleidelijke afbouw van de hulpverlening nodig om een uithuisplaatsing te voorkomen. De kinderen gaan inmiddels overdag naar school. Daardoor is veertien uur hulpverlening per dag niet meer nodig. Er is nog wel hulp nodig in de ochtend en in de middag, wanneer de kinderen uit school thuiskomen. Het uiteindelijk doel is dat de moeder de zorg voor de kinderen weer zelfstandig kan dragen. ZenoZorg kan niet met zekerheid zeggen dat dit doel bereikt kan worden.
Door het Expertteam is op de zitting het standpunt van de gemeente naar voren gebracht en toegelicht. De gemeente verwacht niet dat verdere hulpverlening vanuit ZenoZorg zal leiden tot een structurele oplossing. Naast ZenoZorg is ook veel andere hulpverlening ingezet voor de kinderen. Uiteindelijk richtte de hulpverlening zich met name op de moeder en het leefbaar maken van de woning. Ondanks de intensieve hulpverlening bestaan er op dit moment nog steeds grote zorgen. De gemeente heeft er geen vertrouwen meer in dat de huidige aanpak tot een duurzame verbetering zal leiden. Daar komt bij dat binnen het aangekocht aanbod geen zorgverlener beschikbaar is die op dezelfde intensieve schaal hulp kan bieden.
Door de begeleider van ‘Help ik wil mijn huis terug’ – een WMO-programma voor ‘hoarders’ – is het volgende naar voren gebracht. Vorige week is zij begonnen met de begeleiding van de familie. De bedoeling is dat de moeder eenmaal per week begeleiding krijgt vanuit ‘Help ik wil mijn huis terug’. Vorige week is de begeleider de hele week met het gezin bezig geweest, dit ter voorbereiding op de zitting. De begeleiding van ‘Help ik wil mijn huis terug’ richt zich niet op de opvoeding van de kinderen, maar op het leefbaar houden van de woning. De woning is inmiddels opgeruimd, maar er zijn nog losse eindjes. Zo lag er nog natte, beschimmelde kleding in de woning en was een onderdeel van de stofzuiger weggooit, waardoor er veel stof in de woning lag. De komende periode zal worden ingezet op het creëren van meer structuur.
6. De beoordeling
De kinderrechter overweegt het volgende. Er zijn in de afgelopen periode zeker positieve stappen gezet. De woning is (eindelijk) opgeruimd en het gedrag van de kinderen is blijkens de weekrapportages verbeterd. Het is echter ook duidelijk dat dit alleen maar mogelijk is geweest doordat de gemeente zeer fors heeft ingezet op ondersteuning van het gezin. Zo is ZenoZorg ingehuurd gedurende drie maanden voor 14 uur per dag, zeven dagen per week. In de eerste twee maanden ontlastte ZenoZorg de moeder door de aansturing van de kinderen over te nemen, terwijl ZenoZorg de moeder instructies gaf om het huis op te ruimen. De aansturing van de kinderen door ZenoZorg behelsde het opstaan, verzorging, naar school gaan, het opvangen bij thuiskomst, er op toezien dat de kinderen ’s avonds aan tafel aten en hun bord leegaten (of in ieder geval een te veel aan eten niet op de grond gooiden), wassen en weer naar bed gaan etc. ZenoZorg is zich in de derde maand gaan inzetten in daadwerkelijke opvoedondersteuning. Dit gaat dus heel ver. Dit zijn taken die de moeder normaal gesproken moet doen en zou moeten kunnen doen. Daarbij is de staat van de woning nog niet zonder meer goed te noemen. De WMO-ondersteuning voor ‘hoarders’ is vorige week begonnen en die trof nog ergens in de woning een mand met natte was (kleding) aan. Het is voor de kinderrechter zonder meer duidelijk dat zonder steun, dit gezin weer afglijdt. Zo bezien zijn er dus nog steeds grote zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en de opvoedvaardigheden van de moeder. Dit moet snel verbeteren, want dit kan niet zo door gaan.
Op zitting is uitvoerig gesproken over de vraag hoe nu verder te gaan. De oorspronkelijke bedoeling van de gemeente was om de hulpverlening van ZenoZorg te laten eindigen per 31 augustus 2026. Met het oog op de zitting heeft de gemeente de huidige inzet van ZenoZorg verlengd voor de duur van één maand. Dit met de kanttekening dat de gemeente geen vertrouwen meer heeft in de moeder en de hulpverlening uitsluiteind nog te willen financieren als overbrugging naar een uithuisplaatsing. ZenoZorg heeft ter zitting aangegeven dat het aantal uren hulpverlening de komende periode stapsgewijs kan worden afgebouwd. Zo is op dit moment geen 14 uur per dag meer nodig, naar de kinderrechter begrijpt: omdat de ‘grote schoonmaak’ inmiddels is afgerond en de kinderen nu naar school gaan. Een eerste stap zou volgens ZenoZorg kunnen zijn om terug te gaan naar negen uur per dag, voor de periode tot aan de schoolvakantie in oktober. ZenoZorg kan niet aangeven hoe de verdere afbouw eruit zou zien, dat hangt er sterk vanaf hoe de komende maanden verlopen.
De kinderrechter benadert het probleem / de problemen van dit gezin als volgt. De kinderrechter verwacht dat dit gezin nooit zal kunnen functioneren zonder enige vorm van ondersteuning. Tegelijkertijd is een uithuisplaatsing van de kinderen zeer ingrijpend en schadelijk voor de kinderen en is er op dit moment geen acute noodzaak. De vraag is voor de kinderrechter dus niet of het gezin het ooit zelf kan, maar of (met een redelijke afbouw van de huidige ondersteuning) er gekomen kan worden tot een situatie waarin een redelijk te achten ondersteuning van de gemeente ervoor zorgt dat de ontwikkeling van de kinderen niet in gevaar is. Omdat voor de kinderrechter niet duidelijk is geworden dat dit doel niet bereikt kan worden, is de kinderrechter nu niet bereid om een machtiging uithuisplaatsing te verlenen. Anders gezegd: het is de kinderrechter nog niet duidelijk dat we hier aan een dood paard zitten te trekken.
De kinderrechter acht het daarom van belang dat in de komende maanden wordt ingezet op een geleidelijke afbouw van de huidige inzet van ZenoZorg. Dus niet nog één maand 14 uur per dag, 7 dagen per week, maar iets langer en dan minder tijd per week. Het doel is om te kijken of met een geleidelijke(re) afbouw gekomen kan worden tot een situatie waarin het gezin met een redelijk te achten ondersteuning zodanig kan functioneren dat de kinderen niet uithuisgeplaatst hoeven worden. Daarbij is ook van belang dat de kinderen sinds 31 augustus 2026 weer naar school gaan en dat in de komende periode kan worden bezien hoe dit verloopt. De kinderrechter is van oordeel dat deze ontwikkelingen eerst verder moeten worden afgewacht en onderzocht voordat een verdere beslissing kan worden genomen over een eventuele uithuisplaatsing van zes kinderen. Daar komt bij dat de GI nog geen geschikte plek voor de kinderen heeft gevonden. Net als tijdens de zitting van 13 augustus 2026 kon de GI niet toezeggen dat de kinderen gezamenlijk in één gezinshuis kunnen worden geplaatst. Dit brengt het risico met zich dat de kinderen over meerdere locaties moeten worden verdeeld.
Concreet vraagt de kinderrechter de gemeente om de inzet van ZenoZorg voor negen uur per dag tot de komende schoolvakantie. Dan kan op de volgende zitting gekeken worden naar een verdere afbouw. Het Expertteam heeft bij de uitspraak gevraagd of ZenoZorg wat de kinderrechter betreft vervangen zou kunnen worden door regulier ingekochte hulp. De kinderrechter heeft daar geen bezwaar tegen, maar wijst er wel op dat het weinig zin heeft om nu vier weken te zoeken naar een alternatief terwijl de volgende zitting op korte termijn zal plaatsvinden. Maar als onderdeel van een aanpak op een wat langere termijn is dit wat de kinderrechter betreft zeker een optie.
De kinderrechter wil benadrukken dat hij niet vindt dat de gemeente probeert voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. De inzet van de gemeente voor dit gezin in de afgelopen maanden is zonder meer te prijzen. De kinderrechter accepteert ook dat het niet haalbaar is voor de gemeente om de huidige inzet van de hulpverlening voor onbepaalde tijd te financieren. De kinderrechter vindt wel dat de hulpverlening in stappen gereduceerd moet worden, tenzij duidelijk wordt dat er geen resultaat te bereiken valt (in de zin van een situatie waarin met een redelijk te achten ondersteuning een uithuisplaatsing vermeden kan worden). Tegelijkertijd merkt de kinderrechter op dat het is niet aan de gemeente is om te bepalen of er een uithuisplaatsing moet plaatsvinden.
Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter opnieuw aanleiding de beslissing uit te stellen en de zaak aan te houden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
De GI wordt verzocht om uiterlijk op de hierna te noemen zittingsdatum, met afschrift aan de belanghebbenden, te rapporteren over de stand van zaken en aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd. De kinderrechter wil in het bijzonder weten hoe het dan met de woning en het gedrag en de schoolgang van de kinderen gaat en of er nieuwe klachten uit de buurt zijn over het gezin. Verder wil de kinderrechter een vooruitblik voor de periode na de komende zitting en hoe een verdere afbouw van de ondersteuning van het gezin vorm zou moeten krijgen.
De kinderrechter vraagt de gemeente, het Expertteam en ZenoZorg om bij de komende zitting weer aanwezig te zijn als informant.
Indien de GI voornemens is om een verlenging te vragen van de ondertoezichtstelling, dan is het verzoek van de kinderrechter dat dit tijdig voor de komende zitting wordt ingediend bij de rechtbank. Dan kan dit verzoek op dezelfde zitting behandeld worden.
7. De beslissing
De kinderrechter:
houdt de behandeling van het verzoek opnieuw aan;
roept de GI, de moeder en mr. Hoogerwerf, de vader, ZenoZorg en de gemeente op voor de zitting van mr. N. Doorduijn op 2 november 2026 om 11:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.