ECLI:NL:RBROT:2026:11911

ECLI:NL:RBROT:2026:11911

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer C/10/712998 / FA RK 26-171
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Nederlandse rechter onbevoegd o.g.v. HKBV 1996. Nederlandse rechter onbevoegd te beslissen op verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats van de minderjarige. De minderjarige is ernstig ziek en wordt in Nederland behandeld. Het feitelijk verblijf van de minderjarige in Nederland draagt (vooralsnog) een tijdelijk karakter. De minderjarige heeft van medio 2021 tot medio 2025 in Marokko verbleven. Minderjarige heeft ook de Marokkaanse nationaliteit. De minderjarige is bij een Marokkaanse onderwijsinstelling ingeschreven. De familie vaderskant van de minderjarige woont in Marokko. Onvoldoende gebleken dat de minderjarige zich langdurig in Nederland zal gaan vestigen Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Marokko ligt, komt de internationale bevoegdheid om te beslissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid op grond van artikel 5 lid 1 van het HKBV 1996 exclusief toe aan de Marokkaanse autoriteiten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/712998 / FA RK 26-171

Beschikking van 1 september 2026 over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige

in de zaak tussen:

[vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [plaats] ,

advocaat mr. D.Z. Peters te Zoetermeer,

en

[man] , hierna: de man,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

advocaat mr. M.H. van den Berg te Zeist.

1. De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de tussenbeschikking van deze rechtbank van 16 juli 2026;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 10 augustus 2026;

het bericht van de vrouw van 11 augustus, met aanvullend verzoek en met bijlagen;

het verweerschrift op de aanvullende verzoeken en het zelfstandig verzoek met bijlagen van de man van 13 augustus 2026.

De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door een waarnemer van haar advocaat, mr. J.B. Peters;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

[minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft hier schriftelijk gebruik van gemaakt.

2. De verdere vaststaande feiten

De eerdere mondelinge behandeling in deze zaak heeft op 25 juni 2026 plaatsgevonden. De man is toen niet verschenen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de man voor die mondelinge behandeling niet juist was opgeroepen. De rechtbank heeft desondanks inhoudelijk geoordeeld, omdat er sprake was van een spoedeisend belang in verband met de gezondheid van [minderjarige] . Bij tussenbeschikking van 16 juli 2026 heeft de rechtbank bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] voorlopig bij de vrouw zal zijn. Daarnaast is aan de vrouw vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven in de Basisregistratie personen (hierna: Brp) op haar adres. Ook is bepaald dat deze toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man. De behandeling van de zaak is aangehouden om de man in de gelegenheid te stellen gehoord te worden.

3. Rechtsmacht

De rechtbank heeft over haar rechtsmacht in de tussenbeschikking van 16 juli 2026 geoordeeld dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Brussel II-ter voorlopig bevoegd is om van de verzoeken kennis te nemen, omdat de rechtbank voorlopig oordeelde dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland had op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig werd gemaakt. Daarbij is ook overwogen dat de rechtbank na een juiste oproeping van de man een definitieve beslissing moet nemen over de rechtsmacht.

Op grond van de hoofdregel van zowel het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996) (art. 5) als Brussel II-ter (art. 7) is de rechter van de verdragsstaat respectievelijk lidstaat waar het kind ten tijde van het aanhangig maken van de zaak zijn gewone verblijfplaats heeft internationaal bevoegd om kennis te nemen van kwesties inzake ouderlijke verantwoordelijkheid.

De man is thans verschenen en heeft aangevoerd dat de minderjarige ten tijde van de indiening van het verzoekschrift zijn gewone verblijfplaats niet in Nederland had maar (nog steeds) in Marokko en dat dit met zich brengt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 lid 1 HKBV 1996 niet bevoegd is. De man heeft ter onderbouwing van deze stelling aangevoerd dat de minderjarige van juli 2021 tot juni 2025 feitelijk in Marokko verbleef en dat de minderjarige vanwege zijn ernstige ziekte voor behandeling naar Nederland moest. De minderjarige verblijft volgens de man alleen vanwege deze behandeling tijdelijk in Nederland. In Marokko woont de familie van de minderjarige en daar heeft hij ook zijn sociale leven. Hoewel de minderjarige op dit moment geen onderwijs kan volgen als gevolg van zijn ziekte, staat hij nog wel ingeschreven bij een onderwijsinstelling in Marokko. De minderjarige heeft op afstand onderwijs gevolgd bij die school, maar vanwege zijn gezondheidssituatie is dit gestopt. Volgens de man is de minderjarige op dit moment niet in staat om onderwijs te volgen. De man stelt dat de toekomst van de minderjarige in Marokko ligt en dat hij, indien hij niet meer voor zijn behandeling in Nederland hoeft te verblijven, terug zal gaan naar Marokko. Desgevraagd heeft de man tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de vrouw de minderjarige goed verzorgt. De behandeling van de minderjarige in Nederlandse ziekenhuizen wordt door zijn internationale zorgverzekering vergoed. De man heeft ter onderbouwing van deze stelling de verzekeringspapieren en de zorgpolis ingebracht in de procedure.

De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De minderjarige verblijft fysiek al meer dan een jaar in Nederland. De vrouw draagt de zorg voor minderjarige. De vrouw heeft bij de mondelinge behandeling aangegeven dat de minderjarige op dit moment geen onderwijs kan volgen bij een Nederlandse onderwijsinstelling omdat hij niet in Nederland staat ingeschreven. De vrouw vindt het belangrijk dat de minderjarige in Nederland naar school gaat zodat hij meer sociale contacten kan krijgen.

De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren om van de verzoeken van partijen kennis te nemen. Dat zal zij hierna uitleggen.

Volgens vaste rechtspraak moet het begrip ‘gewone verblijfplaats’ in internationale verdragen en verordeningen worden uitgelegd als de plaats waarmee het kind maatschappelijk de nauwste bindingen heeft. Tot de voor de bepaling van de gewone verblijfplaats van het kind in aanmerking te nemen factoren kunnen, naast fysieke aanwezigheid van het kind in een verdrags- c.q. lidstaat, in het bijzonder worden gerekend omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat deze aanwezigheid niet tijdelijk of toevallig is en dat de verblijfplaats van het kind een zekere integratie in een sociale en familiale omgeving tot uitdrukking brengt. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met de duur, de regelmatigheid, de omstandigheden en de redenen van het verblijf op het grondgebied van een verdrags- c.q. lidstaat en van de verhuizing naar die staat, de nationaliteit van het kind, de plaats waar en de omstandigheden waaronder het naar school gaat, de talenkennis en de familiale en sociale banden van het kind in die staat.

De rechtbank oordeelt dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige zich in Marokko bevindt. Alhoewel de minderjarige al ruim een jaar in Nederland verblijft, draagt het verblijf van de minderjarige (vooralsnog) een tijdelijk karakter. Van juli 2021 tot juni 2025 heeft de minderjarige feitelijk met de man in Marokko verbleven. De minderjarige is naar Nederland gekomen in verband met de behandeling voor zijn ziekte. De familie van vaderskant, de broertjes en vrienden van de minderjarige wonen in Marokko. De minderjarige staat in Marokko ingeschreven bij een onderwijsinstelling en heeft tot kort geleden (op afstand) onderwijs gevolgd bij de desbetreffende onderwijsinstelling. Onvoldoende is gebleken dat de minderjarige zich langdurig (zodra de behandelingen zijn afgerond) in Nederland zal gaan vestigen. De minderjarige is ingeschreven in Marokko, heeft een internationale zorgverzekering en heeft naast de Nederlandse ook de Marokkaanse nationaliteit.

Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Marokko ligt, komt de internationale bevoegdheid om te beslissen over de ouderlijke verantwoordelijkheid op grond van artikel 5 lid 1 van het HKBV 1996 exclusief toe aan de Marokkaanse autoriteiten.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd om op de verzoeken te beslissen;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Lunenberg, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M. de Groot, griffier, op 1 september 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. de Groot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand