RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11844737 CV EXPL 25-18273
datum uitspraak: 18 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 14 augustus 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek;
de reactie van [gedaagde] ;
het tussenvonnis van 30 januari 2026.
Op 25 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1] namens [eiseres] met [naam 2] namens haar gemachtigde en [gedaagde] .
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
In september 2022 is tussen partijen op afstand een overeenkomst gesloten voor de levering van elektriciteit en gas met een looptijd van één jaar, ingaande op 26 oktober 2022. Het maandelijkse voorschotbedrag is door [eiseres] vastgesteld op € 815,-. Omdat [gedaagde] de maandelijkse termijnnota’s niet heeft betaald, heeft [eiseres] de overeenkomst wegens wanbetaling per 3 januari 2023 voortijdig beëindigd en een eindafrekening opgemaakt. [eiseres] vordert in deze procedure betaling van € 2.910,19 aan achterstallige energiekosten met € 416,02 aan buitengerechtelijke incassokosten en rente, die tot 14 augustus 2025 € 477,99 bedraagt. Als de kantonrechter de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigt vanwege een schending van de informatieplichten of vanwege een tekortkoming in het bestelproces
van [eiseres] , stelt zij zich op het standpunt dat [gedaagde] op grond van onverschuldigde betaling gehouden is een vergoeding te betalen voor de door [eiseres] geleverde energie.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Hij voert aan dat de in rekening gebrachte bedragen niet kloppen, dat het voorschotbedrag van € 815,- buitenproportioneel hoog is en dat hij niet akkoord is gegaan met een dergelijk bedrag.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] wel moet betalen voor de energie die hij heeft verbruikt, maar niet het volledige bedrag, omdat [eiseres] bepaalde consumentenbeschermende bepalingen niet heeft nageleefd. Het gevolg daarvan is dat 80% van de gevorderde hoofdsom, dus een bedrag van € 2.328,15, zal worden toegewezen. Hierna zal de kantonrechter deze beslissing verder uitleggen.
Verbruik
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het voorschotbedrag van € 815,- en de daarop gebaseerde facturen onjuist zijn. Hierin wordt hij niet gevolgd. Een voorschotnota is een voorlopige inschatting van het verwachte jaarverbruik, gebaseerd op historische verbruiksgegevens van de betreffende aansluiting. Bij de eindafrekening wordt het werkelijke verbruik definitief verrekend. Omdat [gedaagde] aanvankelijk geen meterstanden had doorgegeven, mocht [eiseres] de meterstanden schatten. Op de zitting heeft [eiseres] een
e-mail van [gedaagde] van 30 oktober 2022 overgelegd met daarin foto’s van de elektriciteitsmeter. Een vergelijking tussen de beginstanden die [gedaagde] heeft gefotografeerd (7473 kWh normaal / 7918 kWh dal) en de eindstanden die [eiseres] op de eindnota heeft gebruikt (7510 kWh normaal / 7993 kWh dal) maakt duidelijk dat het werkelijke verbruik maar weinig afwijkt van de schatting van [eiseres] . Niet kan dan ook worden vastgesteld dat het berekende verbruik onjuist is. Er wordt daarom van uit gegaan dat het klopt wat in rekening is gebracht. Dit betekent dat [gedaagde] in beginsel € 2.910,19 aan energiekosten moet betaling. Hier gaat echter nog een bedrag af, zoals hieronder wordt uitgelegd.
Informatieverplichtingen
De overeenkomst is gesloten op afstand tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is namelijk telefonisch gesloten.
Bij of voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomsten moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verstrekken en deze informatie bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
De Hoge Raad heeft beslist dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of aan een aantal informatieverplichtingen is voldaan. Het gaat dan om de informatie waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt als deze niet wordt gegeven en om de informatie waaraan extra gewicht moet worden toegekend. Dit zijn de essentiële informatieverplichtingen. De Hoge Raad heeft ook beslist dat de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk moet vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting.
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld. Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting wordt verminderd met 20% bij maximaal drie voldoende ernstige schendingen en met 40% bij meer dan drie voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken. Voor zover dat in deze zaak aan de orde is zullen eerst de informatieverplichtingen met een specifieke sanctie worden beoordeeld. Daarna zullen de essentiële informatieverplichtingen zonder specifieke sanctie worden beoordeeld. Bij deze laatste categorie wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van de informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst en het bevestigen van de informatie op een duurzame gegevensdrager.
De essentiële informatieverplichtingen: verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst
De duur van de overeenkomst en opzegtermijn na verlenging
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in
de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. [eiseres] heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
De periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p BW moet voor de consument duidelijk zijn voor welke periode zij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. In dit geval dient te worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mag opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument – als dat is overeengekomen – dan wel een opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dat de informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Alleen de hoogte van een eventuele opzegvergoeding mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. [eiseres] heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
Bevestiging van de informatie op een duurzame gegevensdrager
De duur van de overeenkomst en de opzegtermijn na verlenging
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt beëindigd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld met welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. [eiseres] heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
De periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd voor welke periode de consument ten minste aan de overeenkomst gebonden is. In dit geval moest worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mocht opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument – als dat is overeengekomen – bij tussentijdse opzegging wel een opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. [eiseres] heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
Conclusie
De kantonrechter zal op grond van wat hiervoor staat de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 20%. Er is in dit geval namelijk sprake van drie voldoende ernstige schendingen. Dat betekent dat € 2.328,15 aan hoofdsom wordt toegewezen (80% van € 2.910,19). Dit bedrag moet [gedaagde] dus nog betalen.
Geen onverschuldigde betaling
[eiseres] heeft subsidiair en meer subsidiair, voor het geval de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigd wordt, een beroep gedaan op onverschuldigde betaling. Omdat de levering van energie en gas niet ongedaan kan worden gemaakt is [gedaagde] , volgens [eiseres] , een vergoeding verschuldigd ter hoogte van de op de nota’s in rekening gebrachte bedragen. Bij een onverschuldigde betaling is vereist dat de prestatie is verricht zonder rechtsgrond (artikel 6:203 lid 1 BW). Tussen partijen bestond wel een rechtsgrond voor het leveren van energie, te weten de gesloten energieovereenkomst. [gedaagde] is op basis van de gesloten energieovereenkomst de gevorderde voorschotnota’s en eindnota verschuldigd geworden. Het verschuldigde bedrag zal slechts verminderd worden. Er kan dan ook niet worden gezegd dat de rechtsgrond voor de geleverde energie is ontvallen, zodat de vordering niet op deze grondslag kan worden toegewezen.
Geen ongerechtvaardigde verrijking
[eiseres] heeft subsidiair en meer subsidiair, voor het geval de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigd wordt, een beroep gedaan op ongerechtvaardigde verrijking. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2016, waarin een verrijkingsvergoeding onredelijk wordt geacht omdat zij in strijd zou komen met de strekking van de consument beschermende bepalingen, komt de vordering op die grondslag niet voor toewijzing in aanmerking.
Incassokosten en rente
[eiseres] heeft recht op buitengerechtelijke incassokosten op basis van de toewijsbare hoofdsom. Daarom wordt € 349,22 aan buitengerechtelijke kosten toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen steeds over het openstaande saldo aan hoofdsom voor zover [gedaagde] in verzuim is. Daarbij wordt opgemerkt dat als er meerdere termijnen verschuldigd zijn, steeds elke termijn met een gelijk percentage is verminderd.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.267,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.677,37 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het saldo dat aan hoofdsom telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.267,28;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954