Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-113896-26; 10-093006-26; 10-102925-26; 10-103013-26;
10-332119-25; 10-345398-25
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
Datum zitting: 19 augustus 2026
Tegenspraak
Verdachte: [verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in [verblijfsplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.I. van Haneghem
Officier van justitie: mr. J.P.G. du Chatinier
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zich schuldig heeft gemaakt aan verschillende strafbare feiten. Het gaat om een belediging van verbalisanten, twee winkeldiefstallen, huisvredebreuk bij de Jumbo, diefstal met geweld, twee bedreigingen en diefstal van een fiets.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) luidt:
Parketnummer 10-113896-26
1.
hij op of omstreeks 14 april 2026 te Dordrecht, in uit een (winkel)pand, gelegen aan het [straat 1] , fruit en/of koffie en/of aanstekers en/of babyvoeding, in elk geval enig(e)
goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
hij op of omstreeks 14 april 2026 te Dordrecht, in/uit een (winkel)pand, gelegen aan het [straat 1] babyvoeding, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door dreigend
3.
hij op of omstreeks 14 april 2026 te Dordrecht [verbalisant] (zijnde verbalisant van politie Eenheid Rotterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [verbalisant] dreigend de woorden toe te voegen ‘Als jij buiten bent, ben je dood. Ik onthoud jouw gezicht’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Parketnummer 10-093006-26
hij op of omstreeks 28 maart 2026 te Dordrecht en/ of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [agent 1] (werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam) en/of [agent 2] (werkzaam als aspirant bij de Eenheid Rotterdam) en/of [agent 3] (werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen:
Parketnummer 10-102925-26
hij op of omstreeks 29 maart 2026 te Dordrecht een of meerdere Red Band Swedish Fish, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] (gevestigd op [adres 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Parketnummer 10-103013-26
hij op of omstreeks 1 april 2026 te Dordrecht in het besloten lokaal gelegen aan/op de [adres 2] bij [bedrijf 4] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 8 oktober 2025 schriftelijk de toegang tot die [bedrijf 4] ontzegd voor de duur van 12 maanden.
Parketnummer 10-332119-25
hij op of omstreeks 6 december 2025 te Dordrecht, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:
Parketnummer 10-345398-25
hij op of omstreeks 17 september 2025 te Gorinchem, althans in Nederland een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Bewijs
Parketnummer: 10-093006-26
Parketnummer: 10-103013-26
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-113896-26
1.
hij op 14 april 2026 te Dordrecht, uit een (winkel)pand, gelegen aan het [straat 1] , fruit en koffie en aanstekers en babyvoeding, die geheel aan [bedrijf 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
hij op 14 april 2026 te Dordrecht, in een (winkel)pand, gelegen aan het [straat 1] babyvoeding, die geheel aan [bedrijf 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken door dreigend
3.
hij op 14 april 2026 te Dordrecht [verbalisant] (zijnde verbalisant van politie Eenheid Rotterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [verbalisant] dreigend de woorden toe te voegen ‘Als jij buiten bent, ben je dood. Ik onthoud jouw gezicht’.
Parketnummer 10-093006-26
hij op 28 maart 2026 te Dordrecht en/of Rotterdam opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten [agent 1] (werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam) en [agent 2] (werkzaam als aspirant bij de Eenheid Rotterdam) en [agent 3] (werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen:
Parketnummer 10-102925-26
hij op 29 maart 2026 te Dordrecht meerdere Red Band Swedish Fish, die geheel aan [bedrijf 3] (gevestigd op [adres 1] ) toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Parketnummer 10-103013-26
hij op 1 april 2026 te Dordrecht in het besloten lokaal gelegen op de [adres 2] bij [bedrijf 4] wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 8 oktober 2025 schriftelijk de toegang tot die [bedrijf 4] ontzegd voor de duur van 12 maanden.
Parketnummer 10-332119-25
hij op 6 december 2025 te Dordrecht [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door:
Parketnummer 10-345398-25
hij op 17 september 2025 te Gorinchem een fiets die geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
Parketnummer: 10-113896-26
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie
5. Verklaring van de verdachte
6. Proces-verbaal van de politie
7. Proces-verbaal van de politie
Parketnummer: 10-102925-26
8. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
9. Proces-verbaal van de politie
10. Verklaring van de verdachte
11. Proces-verbaal van de politie
Parketnummer: 10-332119-25
12. Verklaring van de verdachte
13. Proces-verbaal van de politie
Parketnummer: 10-345398-25
14. Verklaring van de verdachte
15. Proces-verbaal van de politie
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer: 10-113896-26
Parketnummer: 10-093006-26
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam/een openbaar lichaam/een openbare instelling
Parketnummer: 10-102925-26
diefstal
Parketnummer: 10-103013-26
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
Parketnummer: 10-332119-25
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Parketnummer: 10-345398-25
diefstal
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren. Daarnaast dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden opgelegd en dienen deze dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft een reeks strafbare feiten gepleegd, waaronder vermogensdelicten. Door zich goederen toe te eigenen die aan anderen toebehoren, heeft hij geen respect getoond voor het eigendomsrecht van anderen. Ook heeft hij meermaals anderen bedreigd en agenten beledigd. Bedreigingen kunnen bij slachtoffers gevoelens van angst en onzekerheid veroorzaken. De belediging van verbalisanten getuigt bovendien van gebrek aan respect voor personen die belast zijn met de uitvoering van de publieke taak. Verder heeft de verdachte zich niet aan een winkelverbod gehouden. Ook dit onderstreept dat hij grenzen van anderen onvoldoende heeft gerespecteerd. De veelheid aan strafbare feiten maakt dat de verdachte een zorgwekkend patroon van grensoverschrijdend en strafbaar gedrag laat zien en dat sprake is van een aanzienlijke inbreuk op de rechtsorde.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
- Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 30 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
- Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 13 augustus 2026 staat het volgende. Bij de verdachte is sprake van een delictpatroon ten aanzien van vermogensdelicten en delicten met een geweldscomponent. De verdachte is gediagnosticeerd met stoornissen in het gebruik van middelen en ADHD en de reclassering beschouwt dit als direct delict gerelateerd. Daarnaast kampt de verdachte met een langdurige verslaving, traumaproblematiek en is hij uitgebreid bekend bij de hulpverlening. Zo doorliep de verdachte meerdere klinische en ambulante trajecten die hem niet hebben weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. Ook heeft de verdachte geen stabiele huisvesting, wat de reclassering als risicoverhogend beschouwt. De verdachte is per 11 augustus 2026 op de wachtlijst van zorginstelling Mondriaan te [plaats] geplaatst. Hij is gemotiveerd voor een klinische behandeling en een abstinent leven zonder justitiecontacten. De reclassering adviseert wegens het hoge recidiverisico justitiële interventies op te leggen. De bijzondere voorwaarden die worden geadviseerd zijn: meldplicht bij de reclassering, opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, begeleid wonen, dagbesteding en beheersing in middelengebruik.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van acht maanden opgelegd. De gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd, omdat de verdachte in de gelegenheid moet worden gesteld een behandeling te ondergaan en aan zichzelf te werken. Alleen op deze manier kan het recidiverisico worden verlaagd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Van de gevangenisstraf worden drie maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank heeft de hoop dat de gevangenisstraf op deze wijze naadloos kan aansluiten aan de opname in de zorginstelling in Heerlen.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, begeleid wonen, dagbesteding en beheersing in middelengebruik. Deze bijzondere voorwaarden zullen niet dadelijk uitvoerbaar worden verklaard omdat de rechtbank van oordeel is dat er ondanks het hiervoor genoemde delictpatroon op dit moment geen ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf begaat dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 138, 266, 267, 285, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 3 (drie) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hierboven genoemde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. R.H. Kroon en Y. Peters, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. I. Bezemer en I. Boggia, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 augustus 2026.