ECLI:NL:RBROT:2026:12120

ECLI:NL:RBROT:2026:12120

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 16-09-2026
Zaaknummer 10-034437-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing dan wel brandstichting aan de Coolsingel in Rotterdam tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk. De verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-034437-26

Datum uitspraak: 19 augustus 2026

Datum zitting: 19 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats]

geen vaste woon- en verblijfplaats,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [verblijfsplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. L. Huigsloot

Officier van justitie: mr. T. van den Bergh

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - heeft geprobeerd brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen aan de Coolsingel te Rotterdam. Dit is subsidiair ten laste gelegd als het voorbereiden van zo’n feit.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

primair

hij op of omstreeks 1 februari 2026 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen bij een woning, althans een gebouw, gelegen aan de [adres] , terwijl daarvan

subsidiair

hij op of omstreeks 1 februari 2026 te Rotterdam, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primaire feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primaire feit. De verdediging heeft zich ten aanzien van het subsidiaire feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

subsidiair

hij op 1 februari 2026 te Rotterdam, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen van een ontploffing en/of het stichten van brand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is opzettelijk voorwerpen, stoffen en vervoersmiddelen, te weten

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

voorbereiding van het opzettelijk brand stichten of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en aftrek van het voorarrest. Daarnaast moeten de volgende bijzondere voorwaarden worden opgelegd: opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, meldplicht en locatieverbod voor een gebied van 500 meter rondom [adres] met elektronische monitoring. Tevens dient het locatieverbod als 38v-maatregel te worden opgelegd. De officier van justitie heeft gevorderd dat zowel de bijzondere voorwaarden als de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven de eis met de officier van justitie besproken te hebben en zich daarin te kunnen vinden.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig feit. Hij heeft het voornemen gehad om – naar eigen zeggen als wraakactie omdat hij door iemand die daar zou wonen was opgelicht - bij een pand op de Coolsingel in Rotterdam een ontploffing teweeg te brengen dan wel brand te stichten en heeft daartoe verschillende voorwerpen voorhanden gehad die geschikt waren om een explosief mee samen te stellen. Van bijzonder gewicht acht de rechtbank dat de verdachte zich reeds met deze voorwerpen op de koopzondag op een heel drukke straat in Rotterdam bevond, op een locatie waar een restaurant is gevestigd en winkelend publiek aanwezig was. Daarmee heeft de verdachte zich willens en wetens begeven in een situatie waarin zijn handelen grote gevolgen had kunnen hebben. Een dergelijke gedraging kan leiden tot gewonden of dodelijke slachtoffers en tot aanzienlijke materiële schade. Daarnaast kan een dergelijk incident grote gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaken bij omwonenden, winkelend publiek en ondernemers.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

- Rapporten van deskundigen en de reclassering

In het rapport van psycholoog [naam psycholoog] van 10 juli 2026 staat het volgende. De verdachte is lijdende aan psychische stoornissen in de zin van zwakbegaafdheid, van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, van een stoornis in het gebruik van cannabis (in gedwongen remissie) en van een depressieve stoornis (in remissie). Ook ten tijde van het ten laste gelegde was er bij de verdachte sprake van deze stoornissen. De psycholoog meent dat er bij een bewezenverklaring sprake is van een verband tussen het feit en de bij de verdachte bestaande psychische stoornissen. Zo wordt het aannemelijk geacht dat de verdachte het feit dat hij was opgelicht - vanwege zijn persoonlijkheidsstoornis, met name zijn overgevoeligheid voor onrecht, zijn rigiditeit en zijn beperkte frustratie-tolerantie - niet heeft kunnen verdragen en dat hij de daardoor bij hem opgeroepen gevoelens van boosheid - vanwege zijn persoonlijkheidsstoornis, met name zijn vergeldingsdrang, zijn beperkte coping, zijn egocentrisme en zijn gebrek aan invoelend vermogen - niet adequaat heeft kunnen hanteren maar deze via het hem ten laste gelegde heeft geuit. Ook de bij de verdachte bestaande depressieve stemmingsproblematiek lijkt een rol te hebben gespeeld bij de totstandkoming van het ten laste gelegde, in die zin dat hij ten einde raad was en het gevoel had dat hij niets meer had te verliezen. De psycholoog adviseert het ten laste gelegde hem daarom in verminderde mate toe te rekenen en dat wordt ingezet op een klinische behandeling in een forensisch-psychiatrische kliniek met voldoende stevige structuur. Aansluitend kan een ambulante behandeling worden opgelegd.

In het rapport van Reclassering Leger des Heils van 12 augustus 2026 staat het volgende. De verdachte toont geen berouw en heeft herhaaldelijk aangegeven de oplichter pijn te willen doen. Hij verwacht dat het nog steeds uit de hand kan lopen als hij zich niet, aansluitend op detentie, buiten Rotterdam en omstreken kan vestigen en voor nazorg afhankelijk blijft van gemeente Rotterdam. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog en daarom zijn diverse bijzondere voorwaarden noodzakelijk. De verdachte moet klinisch worden opgenomen en het is daarbij van belang dat deze opname direct aansluit op de detentie. Als dit niet het geval is, ziet de reclassering onvoldoende mogelijkheden om met toezicht en voorwaarden de risico’s te beperken. De reclassering adviseert het opleggen van de volgende bijzondere voorwaarden: opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, meldplicht bij reclassering (inclusief eventuele beschermde woonvorm), contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod voor de Coolsingel te Rotterdam. Het advies is deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Op basis van de rapporten van de psycholoog [naam psycholoog] , stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit beïnvloedde. Het feit wordt daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij moeite heeft met het vertrouwen van mensen. Hij realiseert zich dat de oplichter waarschijnlijk niet woonachtig is op het adres aan de Coolsingel, maar zou wel nog steeds deze persoon iets aan willen doen. De verdachte heeft twintig jaar gewerkt bij de gemeente Rotterdam en is inmiddels afgekeurd wegens zijn gezondheid. De verdachte hoeft niet meer in Rotterdam te zijn en wil heel graag geholpen worden.

Oplegging straf en maatregel

- Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd. Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat wordt ingezet op de klinische behandeling en bijpassende nazorg van de verdachte. De gevangenisstraf wordt daarom gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd voor de duur van twee maanden. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf deels de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. Het contactverbod met de slachtoffers zal niet worden opgelegd omdat onvoldoende duidelijk is wie de beoogde slachtoffers in deze zaak zijn. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, meldplicht bij reclassering (inclusief eventuele beschermde woonvorm) en een locatieverbod voor een gebied van 500 meter rondom de [adres] te Rotterdam met elektronische monitoring.

Gelet op het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om de maatschappij te beveiligen en om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren. Deze maatregel houdt in:

- een gebiedsverbod voor een straal van 500 meter rondom de [adres] te Rotterdam.

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er gelet op de houding van de verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 46 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

3. de verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak. Binnen de meldplicht kan de verdachte in principe worden toegeleid naar een forensische beschermde woonvorm, waaraan hij naar verwachting zal meewerken, als er een passende beschermde woonvorm beschikbaar is. Voor de uitvoerbaarheid en stimulans is er geen afzonderlijke voorwaarde nodig;

4. de verdachte zich niet bevindt in een straal van 500 meter rondom de [adres] te Rotterdam. De verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. De verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen. De aansluiting van het elektronische monitoringsmiddel kan plaatsvinden vanaf de 10e werkdag nadat de reclassering is geïnformeerd over het locatieverbod. De aansluiting zal plaatsvinden in de Penitentiaire Inrichting. De verdachte mag de Penitentiaire Inrichting niet verlaten zonder elektronisch monitoringsmiddel;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hierboven genoemde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor het feit op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 (twee) jaar, inhoudende dat de verdachte: zich niet bevindt in een straal van 500 meter rondom de [adres] te Rotterdam;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee (2) weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. I. Bezemer en I. Boggia, griffiers,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand