Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-048205-25
Datum uitspraak: 16 september 2026
Datum zitting: 2 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. E. Janse
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
Kern van het vonnis
Veroordeling voor artikel 5 en 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden en heeft daarmee een verkeersongeval, dat aan zijn schuld te wijten is, en gevaar en hinder op de weg veroorzaakt. De verdachte heeft op een snelweg ongeveer 100 kilometer per uur gereden, terwijl op dat moment 50 kilometer per uur was toegestaan. Hij heeft zijn aandacht langere tijd niet op het verkeer gehouden, meerdere matrixborden en de filevorming voor hem niet (tijdig) opgemerkt, waardoor hij op zijn voorganger is gebotst. Als gevolg hiervan hebben meerdere slachtoffers lichamelijk letsel opgelopen. De verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 23 augustus 2024 door zijn schuld een verkeersongeluk met (zwaar) lichamelijk letsel tot gevolg heeft veroorzaakt op de A15 in Papendrecht en/of gevaar en hinder op die weg heeft veroorzaakt.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
Feit 1 primair
hij op 23 augustus 2024 te Papendrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A15, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl hij, verdachte, een stilstaande, althans langzaam rijdende, file naderde, terwijl matrixborden een afwijkende maximumsnelheid aangaf/aangaven van 50 kilometer per uur,
- met een snelheid van tenminste 105 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of
- ( aldus) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- één of meer seconden naar links heeft gekeken en/of zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of
- ( aldus) niet (tijdig) heeft gemerkt dat een voor hem rijdende personenauto (Opel) (inmiddels) stil stond en/of langzaam / stapvoets reed en/of
- ( vervolgens) met een (hoge) snelheid tegen die achterzijde van die Opel is aangebotst en/of is aangereden, waardoor die Opel, bestuurd door [slachtoffer 1] , werd opgeduwd tegen een vóór die Opel bevindende personenauto (VW met aanhanger) bestuurd door [slachtoffer 2] , waardoor een ander te weten een passagier van die Opel (genaamd [slachtoffer 3] ) en de bestuurder van die VW ( [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
Feit 1 subsidiair
hij op 23 augustus 2024 te Papendrecht als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, terwijl hij, verdachte, een stilstaande, althans langzaam rijdende, file naderde, terwijl matrixborden een afwijkende maximumsnelheid aangaf/aangaven van 50 kilometer per uur,
- met een snelheid van tenminste 105 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of
- ( aldus) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- één of meer seconden naar links heeft gekeken en/of zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of
- ( aldus) niet (tijdig) heeft gemerkt dat een voor hem rijdende personenauto (Opel) (inmiddels) stil stond en/of langzaam / stapvoets reed en/of
- ( vervolgens) met een (hoge) snelheid tegen die achterzijde van die Opel is aangebotst en/of is aangereden, waardoor die Opel, bestuurd door [slachtoffer 1] , werd opgeduwd tegen een vóór die Opel bevindende personenauto (VW met aanhanger) bestuurd door [slachtoffer 2] , door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
Feit 2
hij op 23 augustus 2024 te Papendrecht als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, terwijl hij, verdachte, een stilstaande, althans langzaam rijdende, file naderde, terwijl matrixborden een afwijkende maximumsnelheid aangaf/aangaven van 50 kilometer per uur,
- met een snelheid van tenminste 105 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of
- ( aldus) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- één of meer seconden naar links heeft gekeken en/of zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of
- ( aldus) niet (tijdig) heeft gemerkt dat een voor hem rijdende personenauto (Opel) (inmiddels) stil stond en/of langzaam / stapvoets reed en/of
- ( vervolgens) met een (hoge) snelheid tegen die achterzijde van die Opel is aangebotst en/of is aangereden, waardoor die Opel, bestuurd door [slachtoffer 1] , werd opgeduwd tegen een vóór die Opel bevindende personenauto (VW met aanhanger) bestuurd door [slachtoffer 2] , door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 primair en feit 2. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feiten 1 en 2 grotendeels gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1 primair en feit 2
Bewezen is dat de verdachte door zijn schuld een verkeersongeluk met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft veroorzaakt op de A15 in Papendrecht en gevaar en hinder op die weg heeft veroorzaakt.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. Ten aanzien van feit 1 is daarnaast een bewijsmotivering opgenomen, ter motivering van de mate van schuld van de verdachte.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3]
6. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring [slachtoffer 3]
7. Proces-verbaal van de politie
8. Proces-verbaal van de politie
Bewijsmotivering feit 1
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld welke gradatie van schuld (in de zin van artikel 6 WVW) de verdachte heeft gehad bij het veroorzaken van het verkeersongeval. De verdediging heeft bepleit dat sprake is van de lichtste gradatie van schuld, namelijk aanmerkelijke schuld. Op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte op 23 augustus 2024 als bestuurder van een bedrijfsauto heeft gereden op de A15 in Papendrecht. Het was op dat moment druk op de snelweg en op rijstrook vier, bestemd voor het verkeer in de richting van afrit 23, had zich een file gevormd. Op 387 en 135 meter voor de plaats van het ongeval bevonden zich elektronische signaleringsborden (hierna: matrixborden) waarop ten tijde van het ongeval voor de rijstrook waarop de verdachte reed een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur respectievelijk 50 kilometer per uur werd aangegeven. Desondanks reed de verdachte voorafgaand aan het ongeval met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur. De verdachte heeft verklaard dat hij geen van de matrixborden met een aangepaste snelheid heeft gezien en dat hij de filevorming te laat heeft opgemerkt. Hieruit volgt dat de verdachte gedurende een aanzienlijke periode zijn aandacht onvoldoende op de weg en het verkeer voor hem heeft gericht. De verdachte reed bovendien met ongeveer tweemaal de ter plaatse toegestane snelheid. Gelet op de duur van de periode waarin de verdachte onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeerssituatie en deze aanzienlijke snelheidsovertreding, is de rechtbank, anders dan de raadsman heeft bepleit, van oordeel dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden.
De rechtbank kan niet vaststellen of de verdachte tijdens of kort voor het ongeval zijn telefoon heeft bediend. Bovendien is deze gedraging niet aan de verdachte tenlastegelegd. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om dit bij de beoordeling van de feiten te betrekken.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1 primair
hij op 23 augustus 2024 te Papendrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A15, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl hij, verdachte, een stilstaande, althans langzaam rijdende, file naderde, terwijl matrixborden een afwijkende maximumsnelheid aangaf/aangaven van 50 kilometer per uur,
- met een snelheid van tenminste 105 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of
- ( aldus) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- één of meer seconden naar links heeft gekeken en/of zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en/of
- ( aldus) niet (tijdig) heeft gemerkt dat een voor hem rijdende personenauto (Opel) (inmiddels) stil stond en/of langzaam / stapvoets reed en/of
- ( vervolgens) met een (hoge) snelheid tegen die achterzijde van die Opel is aangebotst en/of is aangereden, waardoor die Opel, bestuurd door [slachtoffer 1] , werd opgeduwd tegen een vóór die Opel bevindende personenauto (VW met aanhanger) bestuurd door [slachtoffer 2] , waardoor een ander te weten een passagier van die Opel (genaamd [slachtoffer 3] ) en de bestuurder van die VW ( [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
2
hij op 23 augustus 2024 te Papendrecht als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, terwijl hij, verdachte, een stilstaande, althans langzaam rijdende, file naderde, terwijl matrixborden een afwijkende maximumsnelheid aangaven van 50 kilometer per uur,
- met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan heeft gereden en is blijven rijden en
- ( aldus) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
- één of meer seconden naar links heeft gekeken en zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg vóór zich heeft gehouden en
- ( aldus) niet (tijdig) heeft gemerkt dat een voor hem rijdende personenauto (Opel) (inmiddels) stil stond en/of langzaam reed en
- ( vervolgens) met een (hoge) snelheid tegen die achterzijde van die Opel is aangebotst en/of is aangereden, waardoor die Opel, bestuurd door [slachtoffer 1] , werd opgeduwd tegen een vóór die Opel bevindende personenauto (VW met aanhanger) bestuurd door [slachtoffer 2] , door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Eendaadse samenloop van:
Feit 1
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen lichamelijk letsel wordt toegebracht;
Feit 2
overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feit 1 worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Voor feit 2 dient de verdachte schuldig te worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Standpunt van de verdediging
Verzocht is aan de verdachte geen ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen, dan wel deze ontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft op de A15 een verkeersongeval veroorzaakt, waardoor een slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en een ander slachtoffer zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan. Voor één van de slachtoffers is daarnaast een noodzakelijke hartoperatie als gevolg van dit letsel uitgesteld.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 26 augustus 2026 blijkt dat de verdachte in 2022 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een snelheidsovertreding. Hiermee wordt in de strafoplegging rekening gehouden.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is leidinggevende bij een bedrijf dat pijpleidingen verzorgt voor de industrie. Hij heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn van twee jaar is in dit geval gestart op 23 augustus 2024, omdat de verdachte toen is verhoord. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim drie weken verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Hiermee wordt in de strafoplegging rekening gehouden.
Oplegging straffen
Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Gelet op de ernst van feit 1 zal voor dit feit een taakstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen worden opgelegd. De rechtbank zal, zoals door de officier van justitie is geëist, een taakstraf van 120 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van één jaar opleggen. De ontzegging zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is geëist, geheel voorwaardelijke opleggen. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de aard van het werk van de verdachte, waarvoor hij over een rijbewijs dient te beschikken, het tijdsverloop in deze zaak en de omstandigheid dat de verdachte na het verkeersongeval niet meer in aanraking is gekomen met justitie. Bovendien heeft de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet vastgesteld dat de verdachte tijdens het rijden gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Gelet op de eendaadse samenloop van feit 1 en feit 2, waarbij het zwaartepunt ligt bij feit 1 en de daarvoor opgelegde straf, ziet de rechtbank aanleiding om voor feit 2 geen afzonderlijke straf of maatregel aan de verdachte op te leggen.
5. Wettelijke voorschriften
Het opleggen van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 6, 175, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Taakstraf
veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegt de verdachte voor feit 1 de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar;
bepaalt dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Toepassing 9a Sr
bepaalt dat voor feit 2 geen straf of maatregel wordt opgelegd.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en P. Uijtdewillegen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 september 2026.
Mrs. M.J.M. van Beckhoven en P. Uijtdewillegenzijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.