ECLI:NL:RBROT:2026:12171

ECLI:NL:RBROT:2026:12171

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 10-351108-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden en heeft daarmee een verkeersongeval, dat aan haar schuld te wijten is, veroorzaakt. De verdachte is op een kruising rechtdoor gereden, terwijl zij voorgesorteerd stond om linksaf te slaan. Zij heeft daarbij aanzienlijk harder gereden dan toegestaan en heeft onvoldoende gekeken toen zij van baan wisselde, waardoor zij tegen een motorrijder is gebotst. Als gevolg van de aanrijding heeft de motorrijder zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 100 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van één jaar, geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-351108-24

Datum uitspraak: 16 september 2026

Datum zitting: 2 september 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.D.A. Stam

Officier van justitie: mr. M. Vollebregt

Kern van het vonnis

Veroordeling voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden en heeft daarmee een verkeersongeval, dat aan haar schuld te wijten is, veroorzaakt. De verdachte is op een kruising rechtdoor gereden, terwijl zij voorgesorteerd stond om linksaf te slaan. Zij heeft daarbij aanzienlijk harder gereden dan toegestaan en heeft onvoldoende gekeken toen zij van baan wisselde, waardoor zij tegen een motorrijder is gebotst. Als gevolg van de aanrijding heeft de motorrijder zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 100 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van één jaar, geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij - samengevat - op 22 mei 2024 in Rotterdam door haar schuld een verkeersongeluk met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft veroorzaakt dan wel gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt.

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

primair

zij op of omstreeks 22 mei 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Strevelsweg en gekomen nabij of de kruising of splitsing van die weg met de Lange Hilleweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid,

- ( aanvankelijk) heeft gereden over een rijstrook bestemd voor het links afslaand verkeer, waarbij het voor het verkeer op die rijstrook bestemd verkeerslicht rood licht uitstraalde, vervolgens op die kruising of splitsing rechtdoor is gereden, en/of

- ( daarbij) haar aandacht niet voortdurend op het verkeer op die kruising of splitsing heeft gehouden, en/of

- haar snelheid niet zodanig heeft aangepast dat zij in staat was haar voertuig tijdig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte, die kruising of splitsing kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

- ( vervolgens) op die kruising of splitsing is opgebotst of aangereden tegen een aldaar eveneens die kruising of splitsing oprijdende bestuurder van een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] ten val kwam en zwaar lichamelijk letsel, te weten een sleutelbeenbreuk en/of een gebroken schouderblad en/of gekneusde ribben en/of een grote wond op de elleboog, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

zij op of omstreeks 22 mei 2024 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Strevelsweg en gekomen nabij of de kruising met de Lange Hilleweg,

- ( aanvankelijk) heeft gereden over een rijstrook bestemd voor het linksaf slaand verkeer, waarbij het voor het verkeer op die rijstrook rood licht uitstraalde en (vervolgens) op die kruising of splitsing rechtdoor is gereden, en/of

- ( daarbij) haar gedachten niet voortdurend op het verkeer op die kruising of splitsing heeft gehouden, en/of

- haar snelheid niet zodanig heeft aangepast dat zij in staat was haar voertuig tijdig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte, die kruising of splitsing kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

- ( vervolgens) op die kruising of splitsing is opgebotst of aangereden tegen een aldaar eveneens die kruising of splitsing oprijdende bestuurder van een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer] , die daardoor ten val kwam en gewond is geraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primaire feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primaire feit en zich ten aanzien van het subsidiaire feit gerefereerd. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen primaire feit

Bewezen is dat de verdachte door haar schuld een verkeersongeluk met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft veroorzaakt op de Strevelsweg in Rotterdam.

De bewezenverklaring van het primaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Op 22 mei 2024 reed ik met een personenauto, een Volkswagen T-Roc met kenteken [kentekennummer] , op de Strevelsweg in Rotterdam. Bij het kruispunt met de Lange Hilleweg reed ik op de linkerrijstrook om linksaf te slaan. Toen de verkeerslichten op groen sprongen voor het rechtdoorgaand verkeer besloot ik rechtdoor te gaan in plaats van linksaf te slaan. Ik was nog niet tot stilstand gekomen op de linkerrijstrook. Ik gaf gas bij. Ik heb naar rechts gestuurd om op de baan voor rechtdoor rijdend verkeer terecht te komen. Ik kwam toen in aanrijding met een motor. Ik heb de motor op geen enkel moment gezien.

2. Proces-verbaal van de politie

De Strevelsweg vormde ter plaatse van het ongeval een verbinding met de Lange Hilleweg. Deze bestond uit twee rijbanen gescheiden door een verhoogd aangelegde middenberm. De rijbanen bestonden uit een enkele rijstrook. Ter hoogte van het kruispunt met de Lange Hilleweg en de Veldstraat ging de noordelijke rijbaan over in drie voorsorteerstroken. Gezien vanuit de middenberm waren de voorsorteerstroken als volgt ingedeeld: de linker voorsorteerstrook was bestemd voor het links afslaande verkeer richting Veldstraat; de middelste voorsorteerstrook was bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer richting Dordtselaan en de rechter voorsorteerstrook was bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer Dordtselaan en rechtsafslaande verkeer richting Lange Hilleweg. De middenberm aan westelijke zijde van het kruispunt, lag in het verlengde van de voorsorteerstrook voor het links afslaande verkeer. De toegestane maximumsnelheid was daar ter plaatse 50 km/uur voor motorvoertuigen.

3. Proces-verbaal van de politie

Camerabeelden cameratoezicht (D9150 Strevelsweg Lange Hilleweg-2024-05-22_19h37min00s000ms.g64):

Ik, verbalisant, zag om 19:37:02 dat er een motorrijder voor de verkeerslichten stond op de Strevelsweg in de richting van de Groene Hilledijk. Ik zag dat de motorrijder op de linkerbaan voor rechtdoor stond. Ik zag dat er naast de motorrijder aan de linkerzijde een strook lag voor linksaf. Om 19:37:07 zag ik dat de motorrijder vertrok bij het verkeerslicht. Ik zag dat er een Volkswagen T-Roc op de linkerrijstrook voor linksaf reed. Ik zag dat de Volkswagen snelheid verhoogde. Om 19:37:09 zag ik dat de Volkswagen rechtdoor reed in plaats van linksaf. Ik zag dat de Volkswagen naar rechts stuurde. Ik zag dat de Volkswagen zo ver instuurde dat de bestuurder de motorrijder aan de zijkant raakte. Ik zag dat de motorrijder viel en hierna het beeld uit gleed.

4. Proces-verbaal van de politie

Op 23 mei 2024 werd het navolgende toestel, een mobiele telefoon van het merk Apple, iPhone 15 Pro [iPhone16, 1 D83AP], bij het TDO aangeboden voor onderzoek. Het te onderzoeken toestel betreft het toestel van de verdachte, de bestuurder van de personenauto. Lettend op de locatiepunten, de plek van het ongeval en de berekende gereden snelheid kan er gesteld worden dat het ongeval heeft plaatsgevonden tussen 19:37:11 uur en 19:37:14 uur.

Tabel: Berekende gereden snelheid van 22 mei 2024 tussen 19:37:05 uur en 19:37:15 uur:

Tijdsstempel

Snelheid (km/h)

19:37:05

46.86

19:37:06

50.56

19:37:07

50.37

19:37:08

56.86

19:37:09

65.75

19:37:10

74.64

19:37:11

78.9

19:37:12

46.3

19:37:13

21.48

19:37:14

0.37

19:37:15

0

5. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring [slachtoffer]

Er was sprake van een breuk van het linker sleutelbeen evenals van het linker schouderblad.

Het sleutelbeen is operatief behandeld middels fixatie van de breuk.

Bij ongecompliceerd beloop is de geneesduur +/- 6 weken.

6. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]

V: U bent slachtoffer van een verkeersongeval, welke plaatsvond op zaterdag 22 mei

2024 omstreeks 19:40 uur.

A: Ik reed op een motor. De auto heeft mij aangereden. Ik ben nu nog steeds onder behandeling bij de fysiotherapeut. Mijn sleutelbeen is op 3 plekken gebroken. Ik ben op 27 mei geopereerd en toen is er 1 plaat met 10 schroeven in gezet. Mijn schouderblad is gebroken. Mijn ribben zijn gekneusd. Mijn ribben heb ik nog steeds last van. Op mijn elleboog zit een grote schaafwond.

Bewijsmotivering

Op basis van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachte heeft op 22 mei 2024 als bestuurster van een auto over de Strevelsweg gereden. Bij het kruispunt met de Lange Hilleweg heeft zij voorgesorteerd op de linkerrijstrook, die bestemd is voor links afslaand verkeer. Op het moment dat het verkeerslicht voor het rechtdoorgaand verkeer op groen sprong, heeft de verdachte gas bijgegeven. Uit de telefoongegevens blijkt dat zij daarbij een snelheid heeft bereikt van ongeveer 78 kilometer per uur, terwijl ter plaatse een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold. De verdachte heeft vlak voor de middenberm, gelegen in het verlengde van haar rijstrook, vanaf de linkerrijstrook naar rechts gestuurd om op de rijstrook voor het rechtdoorgaand verkeer terecht te komen. Op deze rijbaan bevond zich een motorrijder. De verdachte heeft de motorrijder zowel bij het verkeerslicht als bij het insturen niet opgemerkt en is met hem in botsing gekomen. Als gevolg van deze botsing is de motorrijder ten val gekomen en heeft hij zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Door rechtdoor over de kruising te rijden, terwijl de verdachte voorgesorteerd stond om linksaf te slaan, vervolgens gas bij te geven tot een snelheid die aanzienlijk hoger lag dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid en, zonder zich voldoende te vergewissen van de aanwezigheid van ander verkeer, naar de rijbaan rechts van haar te sturen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden. Het ongeval dat is veroorzaakt is dan ook aan de schuld van de verdachte te wijten. De verweren van de verdediging worden verworpen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

primair

zij op 22 mei 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Strevelsweg en gekomen nabij of de kruising of splitsing van die weg met de Lange Hilleweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

- ( aanvankelijk) heeft gereden over een rijstrook bestemd voor het links afslaand verkeer, vervolgens op die kruising of splitsing rechtdoor is gereden, en

- ( daarbij) haar aandacht niet voortdurend op het verkeer op die kruising of splitsing heeft gehouden, en

- haar snelheid niet zodanig heeft aangepast dat zij in staat was haar voertuig tijdig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte, die kruising of splitsing kon overzien en waarover deze vrij was, en

- ( vervolgens) op die kruising of splitsing is opgebotst of aangereden tegen een aldaar eveneens die kruising of splitsing oprijdende bestuurder van een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] ten val kwam en zwaar lichamelijk letsel, te weten een sleutelbeenbreuk en een gebroken schouderblad en gekneusde ribben en een grote wond op de elleboog werd toegebracht.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 100 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

Bij een strafoplegging dient rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Indien een taakstraf of ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen wordt opgelegd, wordt verzocht deze voorwaardelijk op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft als bestuurster van een auto een verkeersongeval veroorzaakt. De verdachte is op een kruising rechtdoor gereden, terwijl zij voorgesorteerd stond om linksaf te slaan. Zij heeft daarbij aanzienlijk harder gereden dan de daar toegestane snelheid en heeft onvoldoende gekeken toen zij van baan wisselde, waardoor zij tegen een motorrijder is aangebotst. Als gevolg van de aanrijding heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij heeft gedurende een lange periode de gevolgen van het opgelopen letsel ondervonden en zijn geplande vakantie kon door de gevolgen van het ongeval niet doorgaan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 26 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft drie minderjarige kinderen en werkt in de zorg. Zij heeft haar rijbewijs nodig voor haar werk en om voor haar kinderen te zorgen. De verdachte heeft spijt betuigd voor haar gedrag in het verkeer en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Zij heeft verklaard dat het een grote inschattingsfout was.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn van twee jaar is in dit geval gestart op 23 mei 2024, omdat de verdachte toen is verhoord. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en bijna vier maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Hiermee wordt in de strafoplegging rekening gehouden.

Oplegging straffen

Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Gelet op de ernst van het feit zal een onvoorwaardelijke taakstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen worden opgelegd. De rechtbank acht een taakstraf van 160 uur in beginsel passend en geboden maar zal, zoals ook door de officier van justitie is geëist, in verband met de overschrijding van de redelijke termijn en de proceshouding van de verdachte een taakstraf van 100 uur opleggen. Ook zal zij een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van één jaar opleggen. Deze ontzegging zal de rechtbank geheel voorwaardelijk opleggen. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard van het werk van de verdachte en haar dagelijkse bezigheden rondom de verzorging van haar kinderen, waarvoor zij over een rijbewijs dient te beschikken en het tijdsverloop in deze zaak. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar;

bepaalt dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. P.C. Tuinenburg en P. Uijtdewillegen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 september 2026.

Mrs. M.J.M. van Beckhoven en P. Uijtdewillegen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J.M. van Beckhoven

Griffier

  • mr. E.S. Brouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand