ECLI:NL:RBROT:2026:12176

ECLI:NL:RBROT:2026:12176

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer C/10/693429 / FA RK 25-672
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwikkeling huwelijksvermogensregime naar Braziliaans recht. Niet terugkomen van bindende eindbeslissing in tussenbeschikking over rechtsmacht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/693429 / FA RK 25-672 (afwikkeling huwelijksvermogensregime)

Beschikking van 7 september 2026 over de echtscheiding

in de zaak van:

[de man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. G. Bloem te Bergschenhoek,

t e g e n

[de vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. M. Dorgelo te Amsterdam.

1. De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 18 maart 2025 (hierna: de echtscheidingsbeschikking);

het bericht van de man van 18 juni 2026 met bijlagen, tevens inhoudende een aanvullend verzoek;

het bericht van de vrouw van 19 juni 2026 met bijlagen.

Buiten de toegestane termijn is het volgende overgelegd:

- het bericht van de vrouw van 24 juni 2026 met bijlagen J en K, tevens inhoudende aanvullende verzoeken.

De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de vrouw, bijgestaan door mr. N.S. van Es, advocaat te Amsterdam, als waarnemer van mr. M. Dorgelo.

De man heeft op 25 juni 2026 bezwaar gemaakt tegen de late indiening door de vrouw van de stukken van 24 juni 2026. De vrouw heeft op 26 juni 2026 gereageerd op dat bezwaar. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man duidelijk gemaakt dat zijn bezwaar ook betrekking heeft op de stukken van de vrouw van 19 juni 2026. Volgens de man zijn die stukken ook buiten de toegestane termijn overgelegd. De rechtbank heeft vervolgens mondeling beslist dat de stukken van de vrouw van 19 juni 2026 binnen de toegestane termijn zijn overgelegd, zodat op dat punt wordt voorbijgegaan aan het bezwaar van de man.

Ten aanzien van de aanvullende verzoeken van de vrouw van 24 juni 2026, die bestaan uit drie onderdelen, heeft de rechtbank mondeling beslist dat het verzoek onder de derde bullet buiten beschouwing zal worden gelaten. Dit verzoek had veel eerder gedaan kunnen worden. Door daarmee te wachten en het verzoek pas een paar dagen voor de zitting in te dienen, heeft de vrouw gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde.

De verzoeken ten aanzien van het Wise-account (eerste en tweede bullet) vloeien voort uit stellingen die partijen al in een eerder stadium van de procedure hebben ingenomen. Deze aanvullende verzoeken worden daarom toegelaten. Hetzelfde geldt voor bijlage J, omdat die een reactie is op het bericht van de man van 18 juni 2026. Bijlage K wordt slechts toegelaten voor zover die ziet op de verzoeken ten aanzien van het Wise-account.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten elk een pleitnotitie overgelegd.

Na de mondelinge behandeling is op verzoek van de rechtbank door de man nog toegestuurd:

- de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 18 februari 2026.

2. De verdere vaststaande feiten

Bij de echtscheidingsbeschikking is, voor zover hier relevant:

de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2004 te [plaats] , Brazilië, uitgesproken;

ten laste van de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud (hierna: partnerbijdrage) toegekend van € 766,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen voor het eerst op de dag dat de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;

de zaak voor de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

Verder is het primaire verzoek van de vrouw ten aanzien van de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime, inhoudende te bepalen dat de verdeling van de partiële gemeenschap wordt overgelaten aan de Braziliaanse rechter, omdat het grootste gedeelte van de gemeenschapsgoederen gelegen is in Brazilië en het Braziliaans Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de Braziliaanse rechter de exclusieve bevoegdheid geeft bezittingen die zich in Brazilië bevinden te verdelen, afgewezen.

Het huwelijk van partijen is ontbonden op [datum 2] 2025 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 18 februari 2026 is, voor zover hier relevant:

de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar appel met betrekking tot de rechtsmacht ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel;

de echtscheidingsbeschikking vernietigd voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 3 juli 2025 als partnerbijdrage € 870,- per maand zal betalen.

Partijen hebben allebei de Braziliaanse en Portugese nationaliteit. Ten tijde van de huwelijkssluiting hadden partijen alleen de Braziliaanse nationaliteit.

3. De verdere beoordeling

Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime

De man verzoekt de verdeling en afwikkeling van de tussen partijen bestaande partiële gemeenschap vast te stellen als volgt:

te bepalen dat de vrouw aan de man dient te betalen een bedrag ad € 728,42, zijnde de helft van de kosten van het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: IJI);

te bepalen dat het pensioen van de vrouw over de huwelijkse jaren bij helfte dient te worden verdeeld;

primair: de vrouw te veroordelen tot terugbetaling aan de man van al hetgeen de vrouw aan huur en pensioenpremie heeft voldaan dan wel heeft onttrokken van de gezamenlijke Braziliaanse bankrekening dan wel het gezamenlijke vermogen over de periode vanaf de datum beschikking voorlopige voorzieningen tot 1 augustus 2025 voor 50%, zijnde een bedrag ad 51.135,09 Braziliaanse real (hierna: BRL) / € 8.590,- te vermeerderen met de helft van de waarde van eventuele door de vrouw gedane onttrekkingen vanaf 1 augustus 2025 tot de datum van deze beschikking.

Subsidiair verzoekt de man de rechtbank vast te stellen dat deze onttrekkingen door de vrouw worden verrekend in het kader van de vaststelling van de verdeling en dat deze onttrekkingen in mindering strekken op het gedeelte van de vrouw in het kader van de vaststelling van de verdeling van de gemeenschap, althans een zodanige beslissing door de rechtbank in goede justitie te nemen;

- de verdeling van de beperkte gemeenschap (aanvullend) vast te stellen volgens productie 9 van de man, pagina 3 en 4, inhoudende de lijst met Property in Brazil subject to division met uitzondering van de deelbetalingen van USSV na de peildatum en partijen te gelasten de huidige saldi over en weer te verrekenen op basis van 50/50 ofwel de verdeling van:

a. 4,9% van het appartement op [adres] ;

b. drie fondsen bij Banco do Brasil - [nummer 1] ;

c. Itau [nummer 2] (deposit & savings);

d. Nu Bank account [nummer 3] (vier fondsen, vroeger genaamd Easy Invest);

e. huurschuld voormalig huurder;

f. Nu Bank [nummer 4] ;

g. Bradesco bank [nummer 5] ;

h. pensioen vrouw;

i. [rekeningnummer 1] ;

j. [nummer 6] ;

k. [rekeningnummer 2] ;

l. Pensioen Damen.

De vrouw voert gemotiveerd verweer. Zij verzoekt de verdeling en afwikkeling van de tussen partijen bestaande partiële gemeenschap vast te stellen als volgt:

IX. primair:

a. te bepalen dat de verdeling van de partiële gemeenschap wordt overgelaten aan de Braziliaanse rechter;

subsidiair:

aan partijen komt ieder de helft van de saldi op peildatum 26 februari 2024 van alle in de brief van 12 augustus 2024 (II t/m XIX) genoemde bank-, spaar-, beleggings-, pensioenrekeningen, investeringen, effecten en aandelen toe;

de schuld op de creditcardrekening (Cart︣ao Petrobras) van de man in Brazilië wordt toegedeeld aan de man, zonder nadere verrekening;

primair, indien de stelling van de vrouw wordt gevolgd dat de USSV aandelen niet verkocht zijn, de USSV aandelen toe te delen aan de man, onder de verplichting de helft van de (door een onafhankelijke taxateur te bepalen) waarde van de aandelen op de peildatum te vergoeden aan de vrouw, subsidiair, indien de stelling van de man wordt gevolgd dat de USSV aandelen wel verkocht zijn, te bepalen dat de man de helft van de verkoopopbrengst zijnde 100.000 reais en de helft van de rentes en boetes voor de te late betalingen ter hoogte van tenminste 22.000 reais aan de vrouw dient te voldoen;

aan partijen komt ieder de helft van de op peildatum openstaande huurinkomsten van de vijf verhuurde appartementen in Brazilië toe;

aan partijen komt ieder de helft van de waardevermeerderingen van de privé-eigendommen van de man (onroerende goederen in Brazilië) toe op grond van artikel 1660 item IV van het Braziliaanse Burgerlijk Wetboek, waarbij geldt dat de onroerende goederen eerst getaxeerd moeten worden door een onafhankelijke makelaar-taxateur in Brazilië onder de voorwaarden zoals genoemd achter punt g;

primair de verdeling van het gezamenlijke appartement aan [adres] over te laten aan de Braziliaanse rechter, subsidiair te bepalen dat het appartement wordt verkocht aan een derde, waarbij de verkoopopbrengst tussen partijen bij helfte wordt gedeeld, meer subsidiair te bepalen dat het appartement aan de man wordt toegedeeld onder de verplichting de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen, waarbij in het subsidiaire en meer subsidiaire geval geldt dat de woning eerst getaxeerd dient te worden door een onafhankelijke makelaar-taxateur in Brazilië onder de volgende voorwaarden: de vrouw zal drie in Brazilië als onafhankelijk erkende makelaar-taxateurs voorstellen aan de man, waaruit de man er vervolgens binnen één week één kiest, waarna partijen vervolgens binnen één week gezamenlijk opdracht aan deze makelaar-taxateur zullen verstrekken om tussen partijen bindend de waarde van het appartement vast te stellen;

te bepalen dat de inboedel van de echtelijke woning in de echtelijke woning blijft, behoudens de persoonlijke spullen van de partij die de woning zal moeten verlaten;

de fiets van de vrouw aan de vrouw toe te delen en de fiets van de man aan de man toe te delen, zonder nadere verrekening;

inzage stukken

X. te bepalen dat de man inzage dient te verschaffen in:

de saldi of waarden op peildatum 26 februari 2024 van alle bank-, spaar-, beleggings-, pensioenrekeningen, investeringen, effecten en aandelen waarvan de vrouw nog geen inzage heeft verschaft bij brief van 12 augustus 2024, alsmede over de periode primair vanaf datum huwelijk tot heden, subsidiair vanaf maart 2023, meer subsidiair vanaf zes maanden voor peildatum tot heden;

alle wereldwijde (en Braziliaanse) belastingaangiften van de man, primair vanaf datum huwelijk tot heden, subsidiair vanaf 2023 tot heden;

de inkomsten uit verhuur van de appartementen in Brazilië middels bankafschriften en huurovereenkomsten vanaf januari 2023 tot heden;

e gang van zaken met betrekking tot de gestelde verkoop van de USSV aandelen middels in ieder geval: (indicatieve) waardebepaling van de aandelen, een uittreksel uit het Junta Comercial do Estado [plaats] , incassobrieven aan schuldenaar [persoon A] , bewijzen dat/of [persoon A] rente en boetes heeft betaald vanwege te late betalingen;

de creditcardschuld (Cart︣ao Petrobras) op peildatum en vanaf maart 2023;

de bron van de overschrijving van 11.715,87 reais van [persoon A] op de gezamenlijke rekening (uitleg en bewijsstukken);

benadeling gemeenschap

XI. te bepalen dat de man de gemeenschap heeft benadeeld voor een bedrag van 80.000 reais in juli 2024 en dat de man de gemeenschap voor dit bedrag moet vergoeden, in die zin dat hij de helft van dit bedrag moet betalen aan de vrouw;

XII. te bepalen dat de man, indien wordt aangenomen dat de man de USSV aandelen heeft verkocht, de gemeenschap heeft benadeeld voor een bedrag van tenminste 22.000 reais door geen rente en boetes van [persoon A] te innen voor de te late betaling van de gestelde verkoopprijs van de USSV aandelen, in die zin dat hij de helft van dit bedrag moet betalen aan de vrouw;

XIII. te bepalen dat de man, indien wordt aangenomen dat de man de USSV aandelen heeft verkocht, de gemeenschap heeft benadeeld als uit de waardebepaling van een in Brazilië te benoemen onafhankelijke taxateur blijkt dat de verkoopwaarde van de aandelen in werkelijkheid hoger lag dan 200.000 reais, in die zin dat hij de helft van dat hogere bedrag moet betalen aan de vrouw;

XIV. te bepalen dat de man vanaf maart 2023 de gemeenschap heeft benadeeld door zonder toestemming van de vrouw privéuitgaven met de creditcard (Cart︣ao Petrobras) te doen, die werden geïncasseerd van de gezamenlijke rekening en dat de man de helft van deze bedragen vanaf maart 2023 dient te vergoeden aan de gemeenschap;

en verder (zoals aanvullend verzocht op 24 juni 2026):

o te bepalen dat de man inzage dient te verschaffen in het Wise-account sinds januari 2024, waaronder het saldo op peildatum;

o het Wise-account te betrekken in de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

Rechtsmacht

De vrouw stelt zich tijdens de voortgezette mondelinge behandeling wederom op het standpunt dat de Braziliaanse rechter op grond van het Braziliaanse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de exclusieve bevoegdheid heeft de bezittingen die zich in Brazilië bevinden te verdelen. Zij verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar twee uitspraken van het Braziliaans Hooggerechtshof.

De man is het niet eens met het standpunt van de vrouw. Hij stelt dat uit het advies van zijn Braziliaanse advocaat volgt dat het Braziliaanse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering buitenlandse rechtbanken niet belet om kwesties met betrekking tot een boedelscheiding waar ter wereld dan ook te analyseren. Bovendien is in de tussenbeschikking al een beslissing genomen op dit punt, aldus de man.

Uitgangspunt is dat als de rechter in een tussenbeschikking op één of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, daar in het verdere verloop van de procedure niet op mag worden terugkomen. Voor aanvaarding van een uitzondering is slechts plaats in het geval dat bijzondere omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan een dergelijke eindbeslissing zou zijn gebonden.

Dit kan met name het geval zijn indien sprake is van een evidente feitelijke (of juridische) misslag van de rechter of indien de desbetreffende beslissing blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag. Gelet op de ratio van deze regel – de beperking van het processuele debat – dient de rechter bij het aanvaarden van dergelijke uitzonderingen evenwel grote terughoudendheid in acht te nemen.

In de echtscheidingsbeschikking is al uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist op het primaire verzoek van de vrouw ten aanzien van de rechtsmacht. Rechtsoverweging 3.7.5. in die beschikking laat zich niet anders lezen dan dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen. In hetgeen de vrouw aanvoert ziet de rechtbank geen reden om van die beslissing terug te komen. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de stelling van de vrouw.

Toepasselijk recht

Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (hierna: het Verdrag) van toepassing. Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Zij hadden bij de huwelijksvoltrekking dan wel kort daarna alleen de Braziliaanse nationaliteit gemeenschappelijk in de zin van artikel 15, lid 1 van het Verdrag. Zij hebben na de huwelijksvoltrekking hun eerste gewone verblijfplaats in Brazilië gevestigd, en dus op het grondgebied van dezelfde staat. Brazilië is een woonplaatsland in de zin van het Verdrag.

Nu geen van de uitzonderingen van artikel 4, lid 2 van het Verdrag zich heeft voorgedaan, is krachtens het bepaalde in artikel 4, lid 1 van het Verdrag vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking het recht van de eerste gewone verblijfplaats, te weten het Braziliaanse recht, van toepassing op het huwelijksvermogensregime. Dit recht is daarop nog steeds van toepassing.

Braziliaans huwelijksvermogensrecht

Het Braziliaanse huwelijksvermogensrecht is geregeld in boek IV, Familierecht, titel II, eigendomsrecht, subtitel I, vermogensstelsel tussen echtgenoten van het Burgerlijk Wetboek (hierna: Braziliaans BW). Ten aanzien van het huwelijksvermogensrecht staat de partijautonomie van partijen voorop. Partijen zijn voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden aangegaan. Bij gebreke van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden geldt op grond van artikel 1.640 Braziliaans BW het wettelijk stelsel van een beperkte gemeenschap van goederen op grond van artikel 1.658 Braziliaans BW (de “Comunhão Parcial de Bens”). Tot de beperkte gemeenschap van goederen behoren onder meer goederen die de echtgenoten (of een van hen) tijdens het huwelijk onder bezwarende titel hebben verkregen, verbeteringen aan het privévermogen van ieder van de echtgenoten en vruchten van het gemeenschappelijk vermogen en het privévermogen die tijdens het huwelijk zijn verworven. Schulden die zijn aangegaan ten behoeve van de kosten van het gezin en schulden die worden aangegaan voor het beheer van het gemeenschappelijk vermogen, worden voldaan uit de beperkte gemeenschap van goederen.

Voorhuwelijks vermogen en verkrijgingen door schenking, erfstelling en goederen die daarvoor in de plaats komen zijn uitgezonderd en behoren niet tot de beperkte gemeenschap van goederen evenals vermogensbestanddelen die zijn verkregen met privévermogen, persoonlijke bezittingen en boeken en gereedschappen voor de beroepsuitoefening.

Voorhuwelijkse schulden en schulden ontstaan uit onrechtmatig handelen, pensioen en periodieke uitkeringen maken evenmin deel uit van de beperkte gemeenschap van goederen. Op grond van artikel 1.666 Braziliaans BW komen schulden die door (een van) de echtgenoten worden aangegaan voor het beheer van hun privévermogen of ten behoeve van één van hen, niet ten laste van het gemeenschappelijk vermogen.

In geval van echtscheiding verdelen de echtgenoten in onderling overleg het

gemeenschappelijk vermogen bij helfte en indien zij onderling niet tot overeenstemming

kunnen komen, neemt de rechter een beslissing.

Wettelijke peildatum

Tussen partijen is niet in geschil dat 26 februari 2024 (de datum van indiening van het verzoekschrift) geldt als peildatum voor de omvang en samenstelling van de beperkte gemeenschap.

Waardering

Voor de waardering van de bestanddelen van de beperkte gemeenschap gaan partijen uit van de datum van deze beschikking, tenzij hierna anders vermeld.

De rechtbank bespreekt hierna de bestanddelen die volgens partijen dan wel één van hen tot de beperkte gemeenschap behoren.

Appartement [adres]

Partijen zijn het erover eens dat het appartement moet worden verkocht.

Tussen partijen is in geschil op welke wijze de overwaarde moet worden verdeeld. De man stelt dat de vrouw slechts recht heeft op 2,45% (de helft van 4,9%) van de waarde van het appartement, omdat het appartement grotendeels is gefinancierd met zijn privévermogen. Niet in geschil is dat het appartement op [datum 3] 2010 is gekocht voor 820.000 BRL. De man stelt dat dit als volgt is gefinancierd:

BRL 450.000 door middel van een schenking van de moeder van de man (54,9%);

BRL 330.000 door middel van de inbreng van de overwaarde van het appartement van de man in de wijk [wijk] , dat door de man is verkocht op [datum 4] 2008 (40,2%);

BRL 40.000 door middel van gezamenlijk spaargeld (4,9%).

De vrouw stelt dat de verdeling van de overwaarde bij helfte dient te gebeuren. De vrouw betwist dat de man met privévermogen heeft geïnvesteerd in het appartement. Het bedrag van BRL 450.000 betreft een lening en het restant (BRL 370.000) is betaald met gezamenlijk spaargeld, aldus de vrouw.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man in het licht van de gemotiveerde betwisting van de vrouw onvoldoende onderbouwd dat het bedrag van BRL 450.000 aan hem is geschonken. De man heeft weliswaar een cheque van zijn moeder overgelegd, maar een bankafschrift waaruit volgt dat het bedrag ook aan hem is overgemaakt, ontbreekt. Daarnaast heeft de man in zijn belastingaangifte van 2023 zelf aangegeven dat het bedrag van BRL 450.000 een lening betreft. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. Dat de man nu stelt dat dit uitsluitend is gedaan voor fiscale doeleinden, namelijk het ontlopen van schenkbelasting, komt voor zijn rekening en risico.

Ten aanzien van het bedrag van BRL 330.000 geldt het volgende. Tussen de verkoop van het appartement van de man in [plaats] en de aankoop van het gezamenlijke appartement in die stad zit ruim anderhalf jaar. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aangetoond dat hij de verkoopopbrengst van zijn appartement heeft gebruikt voor de aankoop van het gezamenlijke appartement. Die opbrengst kan ook zijn besteed aan andere zaken.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat het gezamenlijke appartement is gefinancierd met een lening van BRL 450.000 en gezamenlijk spaargeld van BRL 370.000. Nu niet is komen vast te staan dat de man met privévermogen heeft geïnvesteerd in dit appartement moet de overwaarde, na aftrek van de verschuldigde belasting, bij helfte worden verdeeld. De man heeft onbetwist gesteld dat de vermogenswinstbelasting 15% bedraagt. De rechtbank zal de wijze van verdeling van het appartement gelasten als hierna in het dictum vermeld. De verdeling zal plaatsvinden conform het gebruikelijke spoorboekje, aangezien de man daartegen geen verweer heeft gevoerd.

Huurinkomsten onroerend goed man in Brazilië

Tussen partijen is niet in geschil dat de huurinkomsten van het onroerend goed van de man in Brazilië naar Braziliaans recht in de beperkte gemeenschap vallen. De man stelt dat de huurinkomsten al aan de vrouw ten goede zijn gekomen in het kader van de partnerbijdrage en dat deze verder zijn opgesoupeerd.

De rechtbank gaat aan dat verweer voorbij. De huurinkomsten die in het kader van de partnerbijdrage zijn meegenomen, zijn de huurinkomsten die de man vanaf 3 juli 2025 ontvangt. De huurinkomsten die voor verdeling in aanmerking komen zijn de bedragen die zijn ontvangen tot de peildatum, 26 februari 2024. Verder geldt dat het voor de verdeling niet uitmaakt of de man de ontvangen huurinkomsten na de peildatum heeft opgemaakt.

De man stelt dat de huurinkomsten tijdens het huwelijk werden ontvangen op de Itau-bankrekening ten name van de man. De vrouw heeft aangegeven dat zij niet weet naar welke bankrekening de huur werd overgemaakt. De rechtbank gaat ervan uit dat de huurinkomsten op een bankrekening zijn gestort die in de verdeling wordt betrokken. Daarmee worden de huurinkomsten dus al betrokken in de verdeling, zodat een aparte beslissing alleen maar kan leiden tot een dubbeltelling. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden afgewezen.

Achterstallige huur op de peildatum

Partijen zijn het erover eens dat er op de peildatum nog een vordering op een huurder bestond ten bedrage van BRL.3.073. Deze vordering is inmiddels voldaan. De vrouw heeft recht op de helft van het bedrag. De man stelt dat alle huurinkomsten, dus ook voornoemd bedrag, werden ontvangen op de Itau-bankrekening. Omdat deze bankrekening op naam staat van de man, en deze aan de man wordt toegedeeld (zie verder vanaf rechtsoverweging 3.1.23), zal de rechtbank bepalen dat de man de helft van het bedrag, ofwel BRL 1.536,50 aan de vrouw moet voldoen.

Waardevermeerdering privé onroerend goed man in Brazilië

De vrouw heeft haar verzoek op dit punt tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken. De rechtbank hoeft hier dus niet meer op te beslissen.

Beleggingen/saldi op bankrekeningen

Partijen zijn het erover eens dat voor de hoogte van de saldi op de bankrekeningen moet worden uitgegaan van 26 februari 2024 als peildatum.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen met de over en weer gedane verzoeken ten aanzien van de verdeling van de banksaldi ook bedoelen dat de bankrekeningen worden voortgezet door degene op wiens naam ze staan. Op dat punt is dus geen beslissing van de rechtbank nodig.

De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het door de man opgestelde overzicht van bankrekeningen (productie 9 bij het bericht van 23 januari 2025). Zij stelt daarnaast dat het overzicht niet volledig is.

De volgende bankrekeningen/beleggingen zijn volgens de vrouw niet opgenomen in het overzicht maar wel in de Braziliaanse belastingaangifte van de man, zodat die nog moeten worden betrokken in de verdeling:

Nu Invest [nummer 7]

Usinas Savings account

Legacy Capital IFC

2400 USIM5 Shares

Tesouro Direto IPCA investments

De man heeft ten aanzien van de door de vrouw genoemde bankrekeningen/ beleggingen het volgende aangevoerd. Nu Invest heet inmiddels Nu Bank, zodat het saldo van die rekening wel degelijk in de verdeling wordt betrokken. Verder is het Usinas account vóór de peildatum opgeheven en zijn de beleggingen al verkocht voor de peildatum. De rechtbank kan niet vaststellen dat deze bankrekeningen/beleggingen er nog waren op de peildatum, maar ziet in hetgeen de man aanvoert ook geen aanleiding voor nader onderzoek.

Gelet op voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de saldi van de bankrekeningen op naam van één van partijen zoals vermeld op het overzicht van de man per 26 februari 2024 bij helfte moeten worden verdeeld.

Partijen zijn het erover eens dat de gezamenlijke bankrekening bij Banco do Brasil, [nummer 8] , [nummer 1] , wordt opgeheven en dat het te verdelen saldo BRL 3.608,24 bedraagt voor het “account” en BRL 100.587,86 voor het “investment” deel. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Creditcardschuld Cart︣ao Petrobras

Voor zover deze schuld bestaat, hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling afgesproken dat de man die schuld betaalt zonder verrekening met de vrouw. De rechtbank zal deze afspraak opnemen in het dictum.

Wise-account

De vrouw stelt dat de man een bankrekening aanhoudt bij Wise Brasil Corretora, waarvan hij inzage moet verschaffen. De man stelt dat dit Wise-account slechts een verzendservice is voor overboekingen van Brazilië naar Nederland en dat er geen saldo op deze bankrekening staat. De rechtbank gaat er, gelet op de overgelegde stukken, vanuit dat er een bankrekening is. Een eventueel saldo moet bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Aandelen USSV

Uit de overgelegde stukken (annex R van de man) volgt dat de overdracht van de aandelen heeft plaatsgevonden op 14 november 2023 en dat de overeenkomst op 23 november 2023 is geregistreerd bij het Braziliaanse handelsregister. De verkoopprijs (BRL 200.000) moest worden voldaan in twee termijnen, waarvan het eerste deel (BRL 100.000) door de man is ontvangen vóór de peildatum.

De aandelen waren op de peildatum al overgedragen, zodat deze niet verdeeld hoeven te worden. Het gedeelte van de koopprijs dat is voldaan voor de peildatum wordt al tussen partijen verdeeld via de verdeling van de banksaldi.

De man heeft de tweede termijn van de koopprijs (BRL 100.000) ontvangen na de peildatum. Daarvoor geldt naar het oordeel van de rechtbank dat de man de helft aan de vrouw moet voldoen, aangezien de vordering in de gemeenschap is gevallen.

De vrouw stelt dat deze termijn vermeerderd moet worden met rente en boetes omdat de koper de tweede termijn te laat heeft voldaan. De tweede termijn was echter pas op 2 mei 2024 verschuldigd. Naar het oordeel van de rechtbank had de man op 26 februari 2024 dus nog geen vordering op de koper ten aanzien van rente of boetes. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de man van het bedrag van de tweede termijn van de koopprijs de helft, zijnde BRL 50.000, aan de vrouw moet voldoen, met inachtneming van wat is vermeld in rechtsoverweging 3.1.44. De door de vrouw verzochte vermeerdering met rente en boetes zal worden afgewezen.

Pensioen man bij Embraer Prev, Brazilië

Partijen zijn het erover eens dat de vrouw recht heeft op de helft van het door de man opgebouwde buitenlandse pensioen in de periode vanaf 2007 tot 26 februari 2024.

Dit pensioen moet bij helfte worden gedeeld. De rechtbank zal de onderlinge regeling die partijen dienaangaande hebben getroffen opnemen in deze beschikking.

Pensioen man bij Pensioenfonds Metaal en Techniek (hierna: PME), Nederland

Partijen zijn het erover eens dat het door de man in Nederland opgebouwde pensioen bij PME moet worden verevend. Dit is in lijn met het gestelde in artikel 1 lid 7 van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (hierna: WVPS). In Nederland opgebouwde pensioenrechten worden verevend conform de WVPS. Daarvoor is geen beslissing van de rechtbank nodig. Partijen hebben dus geen belang bij een beslissing op dit punt.

Pensioen vrouw bij Brasilprev, Brazilië

Partijen zijn het erover eens dat het door de vrouw vanaf de huwelijksdatum tot 26 februari 2024 in het buitenland opgebouwde pensioen verdeeld moet worden. De man heeft de waarde op de peildatum geschat op BRL.35.000. De rechtbank acht het redelijk de door de vrouw tijdens de mondelinge behandeling voorgestelde berekenmethode te volgen om de waarde op de peildatum vast te stellen, waarbij de waarde van het pensioen van januari 2025 wordt verminderd met de waarde in januari 2024 en het saldo vervolgens wordt gedeeld door twaalf maanden. Vervolgens kan de vermeerdering tot de peildatum berekend worden. De rechtbank berekent de waarde van het pensioen op de peildatum als volgt:

waarde januari 2025: BRL 38.172,28

waarde januari 2024: BRL 33.472,75 -/-

BRL 4.699,53 per jaar

Waardevermeerdering per maand: BRL 4.699,53 / 12 = BRL 391,63.

Waarde op de peildatum (uitgaande van 2 maanden tot 26 februari 2024): BRL 33.472,75 + (BRL 391,63 × 2) = BRL 34.256,01. De rechtbank zal bepalen dat de man recht heeft op de helft van laatstgenoemd bedrag, ofwel afgerond BRL 17.128,01.

Inboedel

Partijen zijn het erover eens dat de inboedel in onderling overleg wordt verdeeld.

De rechtbank zal de onderlinge regeling die partijen hebben getroffen opnemen in deze beschikking.

Fietsen

De man heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de vrouw, waarbij de fiets van de vrouw aan haar wordt toegedeeld en de fiets van de man aan hem wordt toegedeeld zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Conclusie verdeling huwelijksgemeenschap

De rechtbank zal de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen gelasten overeenkomstig de voorgaande rechtsoverwegingen.

Overige nevenvoorzieningen.

Op grond van artikel 827 lid 1 onder g Rv kan de rechtbank op verzoek een andere voorziening dan bedoeld in de onderdelen a tot en met f bij de echtscheiding treffen, mits deze voldoende samenhang vertoont met het verzoek tot echtscheiding en niet te verwachten is dat de behandeling daarvan tot onnodige vertraging van het geding zal leiden.

De rechtbank vindt dat aan deze voorwaarden is voldaan, zodat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken van partijen.

Inzage in stukken

De rechtbank ziet in hetgeen partijen naar voren hebben gebracht geen aanleiding om conform het verzoek van de vrouw onder X. te bepalen dat de man nog inzage moet verschaffen in stukken, zoals bankafschriften, belastingaangiften en huurovereenkomsten. Het is naar het oordeel van de rechtbank tijd om deze langlopende echtscheidingsprocedure af te ronden. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.

Benadeling van de gemeenschap

De vrouw stelt onder XI. tot en met XIV. dat de man de gemeenschap op verschillende manieren heeft benadeeld, dan wel mogelijk heeft benadeeld, zodat de man deze bedragen aan de gemeenschap of de vrouw moet vergoeden.

De vrouw stelt dat het Braziliaanse recht een equivalent van de Nederlandse benadeling van de gemeenschap kent. De man heeft dit niet betwist. Volgens artikel 1:164 BW kan er sprake zijn van benadeling van de gemeenschap in een periode van 6 maanden voorafgaand aan de indiening van het echtscheidingsverzoek.

Verzoek onder XI.

De vrouw stelt ten aanzien van de benadeling van de gemeenschap in

juli 2024 dat de termijn van zes maanden naar Braziliaans recht zowel voor als ná de peildatum geldt. De rechtbank heeft hiervoor echter geen aanknopingspunten gevonden. Aangezien het Braziliaanse recht van toepassing is en niet het Nederlandse recht had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van de vrouw gelegen om dit standpunt te onderbouwen met een concrete verwijzing naar de toepasselijke bepaling of jurisprudentie. Dit heeft de vrouw nagelaten zodat het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.

Verzoek onder XII. en XIII.

Om de gestelde benadeling ten aanzien van de USSV aandelen – die zijn verkocht voor de peildatum – vast te stellen verzoekt de vrouw te bepalen dat de waarde van de aandelen wordt vastgesteld door een deskundige. De rechtbank heeft echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de aandelen voor een te lage prijs zijn verkocht. Derhalve wordt het verzoek van de vrouw afgewezen.

Zoals onder rechtsoverweging 3.1.29 staat vermeld is evenmin gebleken dat op de peildatum of zes maanden daarvoor rente en boetes waren verschuldigd met betrekking tot de USSV aandelen, zodat ook het verzoek van de vrouw ten aanzien van benadeling op dit punt zal worden afgewezen.

Verzoek onder XIV.

Voor zover het verzoek van de vrouw ziet op de periode van zes maanden voor de peildatum ontbreekt de juridische grondslag. In wat de vrouw aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat de man met de gedane betalingen de gemeenschap heeft benadeeld. Sterker nog, de betalingen kunnen ten goede zijn gekomen aan de gemeenschap. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen.

Terugbetalen van huur en pensioenpremie

De man stelt dat de vrouw in de periode van 6 augustus 2024 tot 1 augustus 2025 haar verschuldigde huur en pensioenpremie heeft voldaan uit gemeenschappelijk vermogen, zodat hij een bedrag van BRL 51.135,09 terugvordert van de vrouw, te vermeerderen met de helft van de waarde van eventuele door de vrouw gedane onttrekkingen vanaf 1 augustus 2025 tot aan de datum van deze beschikking.

De vrouw ontkent niet dat haar huur en pensioenpremie in de door de man genoemde periode zijn voldaan van de gemeenschappelijke bankrekening, terwijl zij na de peildatum geen bedragen meer op de gezamenlijke bankrekening heeft gestort. Na de peildatum kwam daarop alleen het geld dat de man overmaakte vanwege de verkoop van de USSV aandelen binnen. Naar het oordeel van de rechtbank had de vrouw haar huur en pensioenpremie in de door de man genoemde periode niet meer van de gemeenschappelijke bankrekening horen te voldoen, zodat dit deel van het verzoek van de man zal worden toegewezen. De man heeft immers door de gang van zaken feitelijk de huur en pensioenpremies van de vrouw betaald, terwijl niet vaststaat dat hij daartoe gehouden was.

De vrouw heeft de hoogte van de door de man gestelde vordering niet betwist, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Voor het overige zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen. De man heeft geen concreet bedrag verzocht over de periode vanaf 1 augustus 2025 en daarmee is dit deel van het verzoek te onbepaald.

Zoals vermeld in rechtsoverweging 3.1.29 heeft de vrouw recht op BRL 50.000 vanwege de door de man – na de peildatum – ontvangen koopprijs in verband met de USSV aandelen. Na aftrek van wat de vrouw in verband met de huur en pensioenpremie aan de man moet terugbetalen, namelijk BRL 51.135,09, resteert een bedrag van BRL 1.135,09 dat de man onverschuldigd heeft betaald. De rechtbank zal bepalen dat de vrouw laatstgenoemd bedrag nog aan de man moet voldoen.

Kosten IJI

De man stelt dat het redelijk is dat de kosten die hij heeft gemaakt voor het inwinnen van advies bij het IJI ten bedrage van € 1.456,84 door partijen gezamenlijk worden gedragen. De vrouw is het daarmee niet eens. Ook de rechtbank ziet hiervoor geen reden. Het betreft hier kosten van een door de man ingebracht advies die onderdeel uitmaken van zijn proceskosten. In een procedure als de onderhavige is het uitgangspunt dat elk van partijen de eigen proceskosten draagt. Het verzoek van de man zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

gelast de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt:

appartement [adres]

a. het appartement aan de [adres] moet worden verkocht. Die verkoop moet geschieden op de volgende manier:

- verkoop vindt plaats door een door partijen gezamenlijk in te schakelen makelaar. Ingeval partijen niet tot overeenstemming kunnen komen, selecteert de vrouw drie bij de Conselho Regional de Corretores de Imóveis (CRECI) geregistreerde makelaarskantoren en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de verkopende makelaar;

- partijen werken mee aan het bepalen van de verkoopprijs en/of de vraag- en laatprijs, een en ander in overleg met de makelaar en binnen de door de makelaar gestelde termijn;

- partijen werken mee aan geplande bezichtigingen;

- partijen zorgen dat het appartement verzorgd oogt voor iedere bezichtiging;

- partijen verrichten alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en oplevering van het appartement, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen;

- partijen werken mee aan het tekenen van de koopovereenkomst;

- partijen werken mee aan de levering van het appartement via de notaris, waaronder het tekenen van de transportakte of een volmacht binnen de door de notaris gestelde termijn.

Bij dit alles geldt nog het volgende:

- voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en/of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs ingeval verkoop uitblijft;

- ingeval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van het appartement aan een derde;

- als de makelaar de opdracht tot verkoop van het appartement teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het appartement aan kopers;

b. de overwaarde van het appartement bestaat uit de verkoopopbrengst (na aflossing van een eventueel restant van de lening bij de moeder van de man) minus de vermogenswinstbelasting van 15%. De restant verkoopopbrengst wordt tussen partijen bij helfte verdeeld. Mocht na aflossing bij verkoop toch een schuld resteren, dan dragen partijen deze gelijkelijk;

c. de kosten verbonden aan verkoop en levering van het appartement worden door partijen bij helfte gedragen;

achterstallige huur op de peildatum

- bepaalt dat de man ter zake van de huurinkomsten die waren verschuldigd op de peildatum een bedrag van BRL 1.536,50, zijnde de helft van

BRL 3.073, aan de vrouw moet voldoen;

beleggingen/saldi op bankrekeningen

- bepaalt dat de banksaldi van de bankrekeningen op naam van één van partijen die zijn vermeld op het door de man als productie 9 bij zijn bericht van 23 januari 2025 overgelegde overzicht bij helfte moeten worden verdeeld;

- bepaalt dat de gezamenlijke bankrekening bij Banco do Brasil, [nummer 8] , [nummer 1] , moet worden opgeheven en dat het saldo BRL 3.608,24 van het “account” en het saldo BRL 100.587,86 van het “investment” deel bij helfte moeten worden verdeeld;

Wise-account

- bepaalt dat een eventueel saldo op deze bankrekening bij helfte moet worden verdeeld, waarbij als peildatum 26 februari 2024 geldt;

aandelen USSV en terugbetalen van huur en pensioenpremie

- bepaalt dat de man ter zake van de verkoop van de aandelen USSV een bedrag van BRL 50.000 aan de vrouw moet voldoen en dat de vrouw ter zake van huur en pensioenpremie een bedrag van BRL 51.135,09 aan de man moet voldoen, zodat de vrouw per saldo BRL 1.135,09 aan de man moet voldoen;

pensioen vrouw bij Brasilprev, Brazilië

- bepaalt dat de man recht heeft op de helft van het door de vrouw opgebouwde buitenlandse pensioen, zijnde afgerond BRL 17.128,01;

fietsen

- deelt de fiets van de vrouw toe aan haar en de fiets van de man toe aan hem, zonder nadere verrekening;

neemt op de onderlinge regelingen die partijen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap hebben getroffen:

creditcardschuld Cartão Petrobras

- voor zover er op 26 februari 2024 sprake was van een schuld op deze Braziliaanse creditcard, betaalt de man die gehele schuld zonder nadere verrekening met de vrouw;

pensioen man bij Embraer Prev, Brazilië

- het door de man in de periode vanaf 2007 tot 26 februari 2024 opgebouwde buitenlandse pensioen wordt bij helfte gedeeld;

inboedel

- de inboedel wordt in onderling overleg verdeeld;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.B. van den Enden, mr. drs. J. van den Bos en mr. C.C.B. Boshouwers, (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J.C. Vogel, griffier, op 7 september 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.C. Vogel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand