Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-129005-26, 10-147270-24, 10-249538-25 en 10-187584-26
Datum uitspraak: 18 augustus 2026
Datum zitting: 4 augustus 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
ingeschreven op het adres:
[adres 1] , [postcode] in [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. D.A.W. Dekker
Officier van justitie: mr. N.A. van Manen
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 5]
Gemachtigde van de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] : [benadeelde partij 6]
Gemachtigde van de [benadeelde partij 1] : [benadeelde partij 7]
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich zes keer schuldig gemaakt aan afpersing en twee keer aan oplichting. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en witwassen en heeft hij 2,6 kilogram lachgas voorhanden gehad. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden en de dadelijke uitvoerbaarheid hiervan.
1. Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging staat in bijlage 1.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
Parketnummer 10-187584-26
De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 (oplichting) geen bewijsverweer gevoerd. Ten aanzien van feit 2 (witwassen) stelt de verdediging zich enkel op het standpunt dat sprake is van eendaadse samenloop.
Parketnummer 10-147270-24
De verdediging refereert zich ten aanzien van feit 1 (afpersing [slachtoffer 1] ), feit 3 (afpersing [slachtoffer 2] ), feit 4 (afpersing [slachtoffer 3] ), feit 5 (afpersing [slachtoffer 4] ) en feit 6 (afpersing [slachtoffer 5] ) aan het oordeel van de rechtbank, maar verzoekt om partiële vrijspraak voor die feiten voor zover de tenlastelegging ziet op de toepassing van geweld of de dreiging met geweld. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] (feit 2).
Parketnummer 10-249538-25
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het opzettelijk aanwezig hebben van 2,6 kilogram lachgas.
Parketnummer 10-129005-26
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van beide feiten, maar vordert partiële vrijspraak bij feit 1 (afpersing), voor zover de tenlastelegging ziet op de toepassing van geweld of de dreiging met geweld.
Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Parketnummer 10-187584-26
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 6] (feit 1) en witwassen (feit 2). Er is geen sprake van een eendaadse samenloop voor wat betreft de oplichting en het witwassen. Weliswaar maken deze onderdeel uit van hetzelfde frauduleuze feitencomplex en spelen daarin deels dezelfde geldstromen een rol, maar zij leveren niet in wezen één en hetzelfde strafrechtelijke verwijt op. De oplichting ziet op het via oplichtingsmiddelen bewegen van [slachtoffer 6] tot de afgifte van geld, het versturen van betaalverzoeken en het doorstorten van de rekening ontvangen geldbedragen. Het witwassen betreft de omgang met concrete geldbedragen die uit oplichting van andere personen afkomstig waren. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Proces-verbaal van de politie – verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [aangever 1]
3. Proces-verbaal van de politie – bankrekening [naam 1]
4. Proces-verbaal van de politie – onderzoek geldstroom
5. Proces-verbaal van de politie – onderzoek bankrekening [aangever 1]
Parketnummer 10-147270-24
Feit 1 en 2 (afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving [slachtoffer 1] )
Bewezen is dat de verdachte zich op 19 april 2024 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf telkens voorgedaan als [naam 2] . Dat deed ik om aan geld te komen. Ik ben ook aanwezig geweest tijdens de afspraken met de mannen. Ik was samen met mijn broer. Ik heb me voorgedaan als [naam 3] . Ik ben me ervan bewust dat de mannen het geld niet vrijwillig hebben afgestaan. Ik kan me voorstellen dat het een dreigende sfeer is geweest. Ik snap dat de mannen zich onveilig of geïntimideerd hebben gevoeld.
2. Proces-verbaal van de politie – [aangever 2]
Ongeveer drie weken geleden leerde ik [naam 2] kennen via de datingapp Bloom. Op 19 april 2024 hadden wij afgesproken. Op 19 april 2024 omstreeks 19:00 uur zag ik dat ik een bericht van [naam 2] ontving. Ik las dat [naam 2] vroeg of ik een lachgastank op wilde halen. Ik had nog nooit lachgas gebruikt en ik heb geen verstand van het gebruiken van lachgas, maar ik ging ermee akkoord om de lachgastank voor [naam 2] op te halen. Ik las dat [naam 2] mij het volgende adres gaf waar ik de lachgastank op moest halen: Sporthal van Rappardhal aan de [adres 2] . Op 19 april 2024 omstreeks 21:20 uur kwam ik aan bij de sporthal. Ik liep naar de auto toe Ik moest gaan zitten op de bijrijdersstoel. Ik stapte in en ik zag dat er, naast de bestuurder, ook een voor mij onbekende man op de achterbank zat. Ik zal deze man verder benoemen als de bijrijder.
Ik hoorde de bijrijder zeggen dat als ik kon betalen voor de lachgastank, dat ik dan de lachgastank mee kon nemen en weg kon gaan. Ik hoorde de bijrijder zeggen dat zij het geld contant wilde hebben. Ik had geen contant geld bij me en dit gaf ik bij hen aan. Ik hoorde dat de bestuurder of de bijrijder voorstelde om naar een geldautomaat te rijden, zodat ik het geld voor de lachgastank kon pinnen. Omstreeks 21:25 uur kwamen we aan bij een geldautomaat. Ik hoorde de bijrijder zeggen “geef je telefoon”. Ik gaf mijn telefoon aan de bijrijder. Ik pinde 500 euro en gaf het geld aan de bijrijder. Ik zag dat de bijrijder mijn telefoon teruggaf. Ik hoorde de bijrijder zeggen dat [naam 2] altijd twee lachgastanks zou bestellen, dus ik zou er nu ook twee moeten kopen. (…) Ik liep nar hetzelfde geldautomaat toe. Ook dit keer moest ik weer mijn telefoon aan de bijrijder afstaan. Ik pinde nogmaals 500 euro.
Ik hoorde de bestuurder zeggen dat ik 1.500 euro moest betalen voor het kapot maken van de portier. Ik ging hier niet mee akkoord. Ik wilde uit de auto stappen. Ik deed de portier open. Ik riep “Help!”. Ik zag en voelde dat de bestuurder mij beetpakte bij mijn keel. Ik zag en voelde dat de bestuurder mij bij mijn keel vastpakte met zijn blote hand onder mijn kin.
Ik hoorde de bijrijder zeggen dat hij een betaalverzoek van Tikkie naar mij ging sturen. Ik zag dat ik dit betaalverzoek uiteindelijk ontving van [naam 2] op de datingapp. Ik zag dat het betaalverzoek een geldbedrag van 750 euro betrof en ik heb dat voldaan. Ik hoorde de bijrijder zeggen dat ik het betaalverzoek via Tikkie nogmaals moest betalen, zodat ik hen in totaal 1.500 euro betaald had voor de portier die ik kapot gemaakt zou hebben. Doordat ik bang was, wilde ik ook aan dit verzoek voldoen. Ik wilde de betaling bevestigen met mijn code, maar ik zag dat er een foutcode in beeld kwam. Ik las dat ik mijn daglimiet bereikt had. Ik hoorde de bijrijder zeggen dat ik mijn daglimiet moest ophogen. Ik heb dat gedaan.
Ik wilde uit de auto stappen. Ik hoorde de bijrijder opnieuw vragen naar mijn telefoon en vervolgens zag en voelde ik dat de bijrijder mijn telefoon uit mijn handen pakte. Ik had hier geen toestemming voor gegeven. Ik hoorde de bijrijder zeggen dat hij ging proberen om mijn daglimiet eerder te kunnen verhogen.
Ik hoorde de bijrijder zeggen dat we naar een casino in Utrecht gingen rijden. Ik zou daar 10.000 euro aan fiches moeten halen door te pinnen. Vervolgens zou ik de fiches moeten inleveren waardoor ik 10.000,00 euro aan contant geld terug zou krijgen aangezien het casino alleen in contant geld uitbetaald. Ik wilde dit niet, maar ik was zo bang en ik kon verder niks doen. Ik ben met de bestuurder het casino ingegaan. De bijrijder bleef in de auto zitten en ik kreeg mijn telefoon niet van hem terug.
3. Proces-verbaal van de politie – tonen foto
Aan aangever werd een foto getoond van [verdachte] . Aangever zei dat het de vriend was van de man die was aangehouden in het casino. Dit was de andere man.
4. Proces-verbaal van de politie – verhoor [getuige]
Op 19 april 2024 was ik werkzaam bij het Holland Casino in Utrecht. Een man identificeerde zich als [slachtoffer 1] . Tijdens het invoeren van zijn gegevens zag ik dat de man erg rilde met zijn handen en erg onrustig was. Hij verklaarde al fluisterend: “Nee, het gaat niet goed, ik word gegijzeld en ze willen geld”.
Feit 3 (afpersing [slachtoffer 2] )
Bewezen is dat de verdachte zich in de periode van 13 april tot en met 15 april 2024 schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 2] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf telkens voorgedaan als [naam 2] . Dat deed ik om aan geld te komen. Ik ben ook aanwezig geweest tijdens de afspraken met de mannen. Ik heb me voorgedaan als [naam 3] . Ik ben me ervan bewust dat de mannen het geld niet vrijwillig hebben afgestaan. Ik kan me voorstellen dat het een dreigende sfeer is geweest. Ik snap dat de mannen zich onveilig of geïntimideerd hebben gevoeld.
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [aangever 3]
Op 13 april 2024 had ik via een datingapp genaamd Finally afgesproken met een persoon die zich [naam 2] noemde voor etentje aan de [adres 3] . Ik zag toen dat er een kleine zwarte auto dusdanig voor mijn auto stond dat ik niet weg kon rijden. Ik zag dat er een donker gekleurde man uit de auto stapte en ik hoorde hem aan mij vragen of ik [naam 4] heette. Ik hoorde de man zeggen dat hij een appje van [naam 2] had ontvangen met het verzoek of ik alvast een fles lachgas wilde aannemen en deze wilde betalen. Ik zei tegen de man dat ik hier niets vanaf wist en dat dit de verantwoordelijkheid van [naam 2] was en dat ik hier niet voor ging betalen. Ik hoorde de man zeggen: “Je zal wel moeten betalen anders ga ik onpersoonlijk worden. Ik heb een hekel aan mensen die ik niet vertrouw. Ik heb geen zin om geweld te gebruiken.” Ik schrok hier erg van. Ik hoorde de man zeggen dat ik het geld via mijn mobiel over moest maken. Dit kon echter niet omdat mijn mobiel leeg was. Ik hoorde de man daarop zeggen dat ik in zijn auto moest stappen zodat we het geld à 200 euro konden pinnen. Omdat ik bang was, heb ik dit gedaan. Hierop zijn we naar een pinautomaat gereden aan de [adres 4] waar ik die dag en datum omstreeks 20.34 uur een bedrag van 200 euro heb gepind. Eenmaal terug in de auto kreeg ik van hem een aansluiting om mijn telefoon op te laden. Ik hoorde de man toen zeggen dat de 200 euro die ik gepind had niet voldoende was en dat ik hem via een tikkie nog 250 euro moest betalen. Ik zei tegen de man dat ik niet wist hoe dit werkte. Ik hoorde de man zeggen dat ik dan maar een gewone overboeking moest maken. Hij gaf mij het volgende bankrekeningnummer namelijk [rekeningnummer 1] op naam van [naam 3] . Hierop heb ik die dag en datum omstreeks 20.43 uur 250 euro overgemaakt naar dit bankrekeningnummer. (…)
Ik hoorde hem zeggen dat ik dit tikkie van 450 euro moest accepteren en als ik dat niet zou doen hij geweld tegen mij gebruiken. Ik hoorde hem zeggen tegen mij: “Geef mij je telefoon.” Ik heb hem toen mijn mobiele telefoon gegeven. Ik gaf hem mijn inlogcodes voor mobiel bankieren en ik zag dat hij deze met zijn telefoon vastlegde.
Steeds vroeg en appte de man waar ik bleef omdat ik niet achter hem was aangereden naar de pinautomaat en dat ik het teveel betaalde moest komen ophalen. Ergens in de middag heb ik de man geappt dat ik hem een tikkie zou sturen van 500 euro. Ik zag dat de man toen terug appte dat dit alleen cash kon. Daarna heeft hij mij gebeld en ik hoorde hem zeggen dat indien ik maandag niet zou komen, hij mij zou komen opzoeken. Ik hoorde hem zeggen dat hij heel onpersoonlijk zou worden en flink zou gaan matten.
Op 15 april omstreeks 14.45 uur hadden wij afgesproken aan de [adres 5] . De man stapte over in mijn auto en ik ben gaan rijden. Ik hoorde dat de man weer over de overschrijving begon en dat deze nog steeds niet was aangekomen. Ik hoorde hem zeggen dat ik nu 3000 euro moest pinnen. Toen ik zei dat ik dit niet wilde doen hoorde ik hem zeggen: “Misschien heb je wel expres een verkeerd bankrekeningnummer ingevuld waardoor de betaling mislukt is. Je weet dat ik een hekel heb aan mensen die ik niet vertrouw en daar word je voor gestraft. Jij wilt me niet mee maken als ik boos ben.” Ik schrok en was bang dus ik zei dat dit goed was. Hierop ben ik op aanwijzing van de man naar de pinautomaat aan de Peulenstraat in Hardinxveld Giessendam gereden. Die dag en datum omstreeks 15.52 uur heb ik eerst 2000 euro gepind en daarna omstreeks 15.53 uur een bedrag van 1000 euro.
Vervolgens moest ik ergens stoppen en zag ik er een tweede man in de auto stapte. Deze man zal ik vanaf nu dader 2 noemen. De man van zaterdag noem ik dader 1. Ik hoorde dat de mannen het plan maakte om naar het casino in Utrecht te rijden alwaar ik voor 2500 fiches zou gaan kopen. Daarna hoorde ik ze zeggen dat ze toch niet zouden gaan spelen en dat zij de fiches weer om zouden ruilen voor contanten. Echter nabij Jaarbeurs Utrecht kwamen we in een lange files waarop door de mannen besloten werd om om te keren. Ik hoorde dader 1 toen op dwingende wijze zeggen tegen mij: “Geef me je rijbewijs”. Dit heb
ik gedaan. Ik zag dat hij met zijn mobiel een foto van mijn rijbewijs maakte. Ik zag en hoorde dat dader 1 een Unibet account afsloot met behulp van mijn rijbewijs en dat hij die dag en datum omstreeks 16.04 uur via iDeal 500 euro van mijn rekening af heeft gehaald.
Hierna heeft dader 1 door middel van een vijftal tikkies (2x 425 euro, 2x 720 en 1x 200 euro) euro mijn rekening verder geplunderd.
Feit 4 (afpersing [slachtoffer 3] )
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 3] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf telkens voorgedaan als [naam 2] . Dat deed ik om aan geld te komen. Ik ben ook aanwezig geweest tijdens de afspraken met de mannen. Ik heb me voorgedaan als [naam 3] . Ik ben me ervan bewust dat de mannen het geld niet vrijwillig hebben afgestaan. Ik kan me voorstellen dat het een dreigende sfeer is geweest. Ik snap dat de mannen zich onveilig of geïntimideerd hebben gevoeld.
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [aangever 4]
Op 12 of 13 april 2024 kreeg ik via een datingapp contact met een persoon die zich [naam 2] noemde. We spraken af dat ik op 19 april 2024 om 19.30 uur naar haar toe zou komen op het adres [adres 6] . Ik liep naar haar woning en zag dat er een auto naar mij toe kwam rijden. Er zaten twee personen in de auto. Ik zag dat de bijrijder uitstapte en naar mij toe kwam gelopen. Hij sprak me aan en hij zei dat ik lachgas besteld had. Ik zei dat ik niks besteld had. Hij zei dat ik ze toch moest betalen. Hij was daarbij behoorlijk dwingend. Ik voelde me daar niet meer op mijn gemak en raakte door de situatie gestrest. Ik zei van niks te weten en ik wilde weglopen. Hij versperde mij de weg. Ik vond dat ook intimiderend. Ik werd niet aangeraakt en niet fysiek tegengehouden maar wel erg geïntimideerd. Hij zei dat mijn lachgasbestelling achterin de auto lag en dat ik deze moest gaan betalen. Ik zag dat de bestuurder de auto ging parkeren in een parkeervak en ik moest mee naar de auto lopen. Dat heb ik gedaan. Om ervan af te komen moest ik 260 euro betalen en dan pas mocht ik weg. Ik zei tegen die man dat ik geen contant geld bij me had. Hij zei toen dat ik ook via een Tikkie kon betalen. Hij heeft mijn telefoonnummer gevraagd en dat heb ik aan hem gegeven. Ik zei dat er maar 150 euro op mijn bankrekening stond. Ik heb de 150 euro betaald en daarna mocht ik pas weg. Maar
voordat ik weg mocht zei de bestuurder vanuit de auto dat ik de andere 110 euro ook nog moest betalen omdat ze mij anders wel zouden weten te vinden, of soortgelijke woorden. De bijrijder bevestigde dat. Onderweg naar huis werd ik nog twee of drie keer gebeld. Ik voelde daarmee dat ze druk op mij wilde zetten om die laatste 110 euro ook nog over te maken. Ik durfde het niet te wagen om niet te betalen. Ik heb geld van mijn zakelijke rekening overgemaakt naar mijn genoemde privérekening en vervolgens heb ik het al eerder gestuurde Tikkie van 110 euro betaald.
Feit 5 (afpersing [slachtoffer 4] )
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 4] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf telkens voorgedaan als [naam 2] . Dat deed ik om aan geld te komen. Ik ben ook aanwezig geweest tijdens de afspraken met de mannen. Ik heb me voorgedaan als [naam 3] . Ik ben me ervan bewust dat de mannen het geld niet vrijwillig hebben afgestaan. Ik kan me voorstellen dat het een dreigende sfeer is geweest. Ik snap dat de mannen zich onveilig of geïntimideerd hebben gevoeld.
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [benadeelde partij 5]
Op 17 april 2024 kreeg ik contact via een datingsite met een meisje die zich voorstelde als [naam 2] . [naam 2] wilde afspreken in Gorinchem en ik moest naar de [adres 2]
komen. [naam 2] wilde dat ik lachgas mee zou brengen. Wij hadden op 19 april rond 20:30 uur afgesproken. Toen ik daar aan kwam zag ik geen [naam 2] . Ineens parkeerde er een voertuig naast mij aan de bestuurderszijde. De bestuurder maakte een gebaar dat ik uit moest stappen. Ik hoorde dat de bestuurder tegen mij riep stap eens in. Ik ben toen ingestapt en ik ging naast de bestuurder zitten. Toen ik instapte zag ik dat er ook nog een persoon op de achterbank zat. Ik hoorde een van de mannen zeggen dat ik moest betalen voor de lachgas. Waarop ik antwoordde dat moeten jullie met [naam 2] regelen want die wil lachgas. Ineens startte de bestuurder zijn auto en reed met mij erin weg. Hierop heb ik
gevraagd waar gaan wij naar toe? Waarop ik als antwoord kreeg "we rijden naar de bank want jij moet betalen voor de lachgas". Ik heb toen geantwoord dat ik dit niet ging betalen en dat zij het moesten regelen met [naam 2] . Toen wij inmiddels bij de pinautomaat waren kreeg ik te horen toen ik er naar vroeg wat de lachgas koste, dat ik 1000,00 euro moest pinnen. Ik heb toen geantwoord dat ik geen 1000,00 euro had. Ik kreeg te horen dat ik moest betalen anders zou ik problemen krijgen met de mannen in de auto. Ik heb toen aangegeven dat ik maar 700,00 euro had en dat mijn limiet 500,00 euro had. Ik werd ondertussen wel gestrest want ik wist niet hoe dit af zou gaan lopen. Weer vertelde beide mannen dat ik moest doen wat zij mij vertelde. Ik hoorde een van de mannen zeggen “je moet geen ruzie krijgen met ons en als je niet doet wat wij zeggen slaan we je in elkaar”. Beide mannen hebben mij meerdere keren bedreigd om mij in elkaar te slaan wanneer ik niet deed waar zij om vroegen. De man die achter mij zat trok mijn telefoon uit mijn hand. Hierbij riep hij naar mij als jij je telefoon terug wil hebben zal je eerst moeten gaan pinnen. Ik was zo gestrest in mijn hoofd dus ben ik alleen naar de pinautomaat gelopen en heb ik het bedrag van 500,00 euro in drie keer gepind. Ik heb gepind bij de Pinautomaat in de Vijfzinnenstraat:
Op 19 april 2024 om 20:22 uur een bedrag van 100,00 euro
Op 19 april 2024 om 20:23 uur een bedrag van 100,00 euro
Op 19 april 2024 om 20:25 uur een bedrag van 300,00 euro.
De mannen hebben het geld geteld en zagen dat ik een bedrag van 500,00 euro had gepind en niet het bedrag van 700,00 euro. De mannen hebben toen gezegd dat zij dan een tikkie stuurde voor het bedrag van 210,00 euro. Uiteindelijk zijn het twee tikkies geweest een van 100,00 euro en een van 110,00 euro. Deze beide tikkies stonden met een link in de datingsapp. Ik moest dan via de link het geld betalen. Ik heb dit gedaan. Hierna kreeg ik mijn telefoon terug. U toont mij twee foto's van mannen. Ik herken beide foto's als de bestuurder (bijlage 1: [medeverdachte 1] ) en de bijrijder (bijlage 2: [verdachte] ) van het voertuig en die mij geld afhandig hebben gemaakt.
3. Proces-verbaal van de politie – onderzoek bankrekeningnummer
Op 21 april 2024 werden bij de ING-bank de gegevens gevorderd va het bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] . Door mij werden verder de transactie van genoemd bankrekeningnummer onderzocht. Ik zag dat het genoemd bankrekeningnummer was afgegeven aan: [slachtoffer 6] . Ik zag daarbij onder andere het volgende:
19-04-2024 20:39 bij 110.00 Tikkie [slachtoffer 4] [rekeningnummer 3] ;
19-04-2024 20:41 bij 100,00 Tikkie [slachtoffer 4] [rekeningnummer 3] .
Feit 6 (afpersing [slachtoffer 5] )
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 5] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf telkens voorgedaan als [naam 2] . Dat deed ik om aan geld te komen. Ik ben ook aanwezig geweest tijdens de afspraken met de mannen. Ik heb me voorgedaan als [naam 3] . Ik ben me ervan bewust dat de mannen het geld niet vrijwillig hebben afgestaan. Ik kan me voorstellen dat het een dreigende sfeer is geweest. Ik snap dat de mannen zich onveilig of geïntimideerd hebben gevoeld.
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [benadeelde partij 4]
Op 13 april 2024 kwam ik via een datingapp in contact met een vrouw genaamd [naam 2] . We hebben afgesproken dat ik op 19 april 2024 naar Gorinchem zou komen om met haar af te spreken. Onderweg daar naartoe begon [naam 2] mij te appen. Ze vroeg mij om lachgasflessen te regelen. Om 17:50 uur kwam ik aan op het adres in Gorinchem en op dat moment kwam er een zwarte Citroën C3 aanrijden. Ik zag dat er twee mannen in de auto zaten. NN1 en NN2 liepen naar mij toe. NN2 vroeg mij: “Kom jij voor [naam 2] ?”. Ik bevestigde dat. NN2 hoorde ik toen zeggen: “Jij moet mee! Je moet lachgasflessen betalen”. Ik stapte in de auto van NN1 en NN2. Ik voelde mij helemaal niet veilig. Ik had het gevoel dat het niet goed zou aflopen als ik zou weigeren.
Bij een geldautomaat moest ik uitstappen en 500 euro pinnen. Toen ik het geld in handen had, stapte ik weer in de auto. Ik durfde niet weg te rennen omdat NN1 en NN2 wisten waar mijn auto stond. NN2 hoorde ik zeggen: “We willen het geld nu hebben.” NN2 klonk erg dwingend en ik voelde mij erg geïntimideerd. De Citroen begon weer te rijden. Om de hoek, op de Banneweg, stopte de auto weer. NN2 vroeg mij nog meer geld te pinnen. NN1 reed weer terug naar de Geldmaat. Ik moest nog eens 400 euro pinnen. Dat geld zou voor een derde lachgasfles zijn. Bij de geldautomaat bleek dat ik niets meer kon pinnen. Ik had mijn daglimiet bereikt. Terug in de auto, werd NN2 boos op mij. Hij eiste van mij dat ik mijn limiet ging verhogen. Maar dat kon niet omdat ik mijn daglimiet al bereikt had.
Toen moest ik mijn telefoon afgeven. NN2 zei op een dwingende toon: “Geef mij je
telefoon!” Ik heb mijn telefoon toen gegeven. Ik deed dit omdat ik mij onder druk
gezet voelde. NN2 heeft toen een Tikkie aangemaakt. NN2 heeft op mijn telefoon de aangemaakte Tikkie betaald. Daarna zijn we teruggereden. Ik kreeg mijn telefoon terug en ik kon toen de auto uit.
Parketnummer 10-249538-25
Bewezen is dat de verdachte op 21 augustus 2025 2,6 kilogram lachgas voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie – bevindingen ter plaatse
3. Proces-verbaal van de politie – doorzoeking voertuig
Parketnummer 10-129005-26
Feit 1 (afpersing [slachtoffer 7] )
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 7] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mezelf voorgedaan als [naam 5] . Dat deed ik om aan geld te komen. Bij de eerste afspraak heb ik alleen gehandeld en bij de tweede afspraak was ik de chauffeur.
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [benadeelde partij 1]
Op 1 mei 2026 had ik via een datingapp afgesproken met [naam 5] die in Gorinchem woont. Toen ik onderweg was kreeg ik een appje van [naam 5] . Hierin vroeg zij mij om een fles ballonnen op te halen. Ik zei dat ik dat prima vond en vroeg waar ik dat moest ophalen. [naam 5] antwoordde dat ik dit kon ophalen aan de [adres 2] . (…) Ik zag dat de man toen uit zijn auto een lachgascilinder haalde en deze achterin mijn auto neerlegde. De man zei toen dat de kosten 80 euro waren voor één cilinder. Ik gaf hem twee briefjes van 50 euro contant. Toen gaf de man aan dat er ook een borgsom van 100 euro was, omdat ik geen lege fles kon teruggeven. Hierop toonde de man een QR code van een betaalverzoek op zijn telefoon.
(…)
[naam 5] deelde toen het telefoonnummer van de jongen die haar nu steeds belde over die 150 euro. Dit nummer was [telefoonnummer] . Ik appte hem en gaf aan dat ik zojuist voor [naam 5] had betaald. Ik gaf aan dat ik 200 euro had betaald, maar het wisselgeld van 20 euro was vergeten. Hierop belde dit nummer bij direct. Hierbij bleek dat ik een andere man aan de lijn had dan de man bij wie ik zojuist had afgerekend. Deze man sprak met een Marokkaans accent. Uiteindelijk kon ik met deze man afspreken dat ik de aangekochte cilinder terug kon brengen en dat hij mij dan mijn eerder betaalde 200 euro terug zou geven. Hierbij spraken we af bij de carpool bij Giessenburg. Ik reed de carpool op en parkeerde naast de Citroën. Ik zag gelijk dat er nu twee mannen in zaten, waaronder de man bij wie ik eerder vanavond de cilinder had gekocht. De donkere man wees toen ik aan kwam lopen naar de Marokkaanse man, waarmee hij bedoelde dat ik dus zaken met de Marokkaanse man moest doen. Ik ging toen met deze man in gesprek. Ik gaf aan van ik heb nu mijn deel overhandigd en ik wil nu mijn 200 euro terug. De donkere man begon toen fel te zeggen dat er nog steeds 150 euro open stond. Ik raakte hier een beetje mee in discussie. Tijdens deze discussie stapte de Marokkaanse man uit en ging op de motorkap zitten. Ik zag dat de Marokkaanse man naar mijn auto liep. Ik zag dat de man mijn telefoon uit mijn auto haalde en gaf deze direct aan de zwarte man, die nog in de auto zat.
Toen zei de donkere man dat ik eerst die 150 euro moest terugbetalen, voordat ik mijn telefoon zou terugkrijgen. Die Marokkaanse man zei dat ook. Ze zeiden dat ik in hun auto moest gaan zitten om de betaling te doen. Ik voelde mij bedreigd en angstig. Ik voelde me machteloos en wilde mijn telefoon terug. Ik ben in de Citroën gestapt, op de bijrijdersstoel. Toen vroeg die donkere man op boze toon of ik nou ging betalen. Op dat moment stond de Marokkaanse man buiten de auto, aan de bijrijderszijde en leunde tegen het portier aan. Ik kon geen kant op. De Marokkaanse man pakte toen zijn telefoon en maakte toen met Tikkie een QR code. Dit was echter geen 150 euro, maar 950 euro. Hij zei zelf gelijk: “We doen nu 950 euro, want ik ben klaar met dit gezeik. Ik ben
hiervoor helemaal uit Rotterdam komen rijden, daarna zijn we glad.” Daarna gaf de donkere man mij mijn eigen telefoon weer in handen. Ik heb toen geprobeerd dit te betalen, met mijn Rabobank rekening. Echter blokkeerde de bank op dat moment mijn rekening. Die donkere man werd toen nog bozer. Hij zei: “Laat me niet uithalen”. Hierbij balde hij zijn vuist en leek aanstalten te maken om mij te slaan. Dit deed hij niet, maar ik voelde me wel ontzettend bedreigd. De man was echt heel opgefokt.
De mannen zeiden dat we dan maar naar een pinautomaat moesten rijden. Toen moest ik 1250 euro overmaken. Dit deed ik vervolgens. Ik moest dit overmaken naar een rekening van Revolut. Dat heeft blijkbaar een dag nodig om over te maken. Daardoor werden ze nog bozer. De Marokkaan riep toen dingen van “Laat me niet je kop in slaan”. Hierbij maakte hij ook gebaren en bewegingen met zijn vuist. Vervolgens moest ik van ze nog meer geld overmaken naar een rekening van ABN. Hier maakte ik 500 euro naar over. Daarna zeiden ze van probeer nog eens Revolut. Dit deed ik en was nogmaals 1.250 euro. Dit zagen zij natuurlijk ook niet direct aankomen, waarna ze wilden dat ik nog meer zou overmaken maar dan weer naar de ABN rekening. Dat was nog eens 750 euro en 500 euro. In totaal gaat het dus om 4.450 euro.
Toen ik de laatste transactie aan het voltooien was zag ik dat er een busje was komen aanrijden. De donkere man zie toen tegen de Marokkaanse man van stap in, we gaan naar een pinautomaat. Hierna stapte de Marokkaanse man achterin en reden we weg van de carpool. Net voor we de carpool afreden dacht ik: “Dit is mijn enige kans”. Ik opende het portier en sprong de Citroën uit. Ik sprong op en rende zo hard ik kon naar dat werkbusje op de rotonde.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 1 mei 2026 omstreeks 22:20 uur reden wij op de Damseweg, gemeente Molenlanden. Wij zagen dat er op de kleine carpoolplaats een zware auto wegreed met verhoogde snelheid. (…) In de tussentijd zagen wij dat de man die eerder achter het voertuig aanrende naar een busje rende die stilstond bij de rotonde aan de N214. Ik herkende de bestuurder als [verdachte] . De passagier bleek te zijn genaamd [medeverdachte 2] .
4. Proces-verbaal van de politie
In het kader van het onderzoek werden er door het slachtoffer zogenoemde ‘printscreens’ aangeleverd van de overschrijvingen die hij had gedaan. Deze printscreens zijn in dit proces verbaal gevoegd. Er zijn in totaal 6 afschrijvingen geweest.
5. Proces-verbaal van de politie
Het slachtoffer leverde in het belang van het onderzoek diverse screenshots aan.
Bewijsmotivering
(Bedreiging met) geweld
De rechtbank acht de hiervoor weergegeven verklaringen van de aangevers betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De aangevers hebben gedetailleerd verklaard en hun verklaringen worden in grote lijnen ondersteund door de verklaring van de verdachte, de chatgesprekken, de bankafschrijvingen en overige bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden. Op grond daarvan stelt de rechtbank vast dat de verdachte, met het oogmerk om zichzelf en zijn medeverdachte wederrechtelijk te bevoordelen, door middel van de tenlastegelegde dreigende woorden en in één geval met geweld, de aangevers hebben gedwongen tot de afgifte van geldbedragen. Dat zij zonder die bedreigende en gewelddadige context tot afgifte van dergelijke grote geldbedragen aan verdachte zouden zijn overgegaan, acht de rechtbank niet aannemelijk. Overigens heeft ook de verdachte ter zitting erkend dat de sfeer dusdanig moet zijn geweest dat de mannen zich geïntimideerd en onveilig hebben gevoeld, hetgeen strookt met de verklaringen van de slachtoffers dat er van (bedreiging met) geweld sprake was.
De rechtbank merkt tot slot nog op dat het voor een bewezenverklaring niet vereist is dat de alle onderdelen in de tenlastelegging afzonderlijk door meerdere bewijsmiddelen moeten worden belegd. Aan het bewijsminimum is dan ook voldaan.
Wederrechtelijke vrijheidsberoving
Het slachtoffer [slachtoffer 1] is niet alleen afgeperst, maar ook wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. Nadat hij eerst door geweld en bedreiging met geweld is gedwongen geld af te geven aan de verdachte, moest hij in de auto stappen om mee te gaan naar het casino. Daar zou hij opnieuw geld moeten afgeven aan de verdachte. Het feit dat de verdachte tegen de aangever heeft gezegd dat hij in de auto moest gaan stappen kan niet los worden gezien van de context waarin de aangever zojuist was afgeperst en waarbij ook geweld tegen aangever was gebruikt. Daarbij geldt dat de verdachte zich voortdurend in de nabijheid van het slachtoffer bevond, waardoor deze feitelijk is belemmerd om die auto te verlaten. Op basis van deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] .
Feit 2 (oplichting [slachtoffer 7] )
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 7] . De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [slachtoffer 7]
3. Proces-verbaal van de politie – ontvangen screenshots
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-147270-24
1
hij op 19 april 2024 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen en een telefoon, die geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorden,
door die [slachtoffer 1] meerdere malen geld (tweemaal 500,- euro) te laten opnemen en tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "geef je telefoon" en die [slachtoffer 1] het opgenomen geld af te laten staan en die [slachtoffer 1] bij de keel vast te pakken en die [slachtoffer 1] te beletten de auto uit te stappen en vervolgens een of meer tikkie-betaalverzoeken naar die [slachtoffer 1] te sturen en te laten voldoen waardoor die [slachtoffer 1] geldbedragen (750,- euro) heeft moeten overmaken en de daglimiet van de bankrekening te laten verhogen en de telefoon van die [slachtoffer 1] uit de handen te rukken.
2
hij op 19 april 2024 te Gorinchem en Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door die [slachtoffer 1] in de auto te laten stappen en in die auto te houden en te beletten die auto uit te stappen om vervolgens naar een casino in Utrecht te rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] niet de mogelijkheid had om uit die auto te stappen.
3
hij in de periode van 13 april 2024 tot en met 15 april 2024 te Gorinchem en Hardinxveld Giessendam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, die geheel aan die [slachtoffer 2] toebehoorden
door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Je zal wel moeten betalen anders ga ik onpersoonlijk worden. Ik heb een hekel aan mensen die ik niet vertrouw. Ik heb geen zin om geweld te gebruiken." en vervolgens die [slachtoffer 2] geld (200,- euro) op te laten nemen en te zeggen dat dat niet genoeg was en 250,- euro moest betalen en vervolgens een rekeningnummer op naam van [naam 3] te noemen waar die [slachtoffer 2] het naar moest overmaken en/of de telefoon van die [slachtoffer 2] af te pakken om vervolgens via een tikkie-betaalverzoek geld over te maken
en
tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij 3000,- euro moet pinnen en de woorden toe te voegen: "Jij wilt me niet mee maken als ik boos ben." en die [slachtoffer 2] meerdere malen geld te laten opnemen en tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: "geef me je rijbewijs" en het rijbewijs en de telefoon van die [slachtoffer 2] af te pakken om vervolgens op naam van die [slachtoffer 2] een bankrekening te openen en 500,- euro van die rekening af te halen en middels tikkie-betaalverzoeken geld van de rekening van die [slachtoffer 2] heeft afgehaald.
4
hij op 19 april 2024 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, die geheel aan die [slachtoffer 3] toebehoorden, door tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij ze moet betalen en dicht op die [slachtoffer 3] te staan en die [slachtoffer 3] te hinderen weg te lopen en de weg te versperren en die [slachtoffer 3] middels een tikkie-betaalverzoek 260,- euro te laten betalen en de saldo op de bankrekening van die [slachtoffer 3] te bekijken en tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij nog 110,- euro moest overmaken en dat ze hem, die [slachtoffer 3] , wel anders wisten te vinden en die [slachtoffer 3] meermalen te bellen en die [slachtoffer 3] middels een tikkie-betaalverzoek 110,- euro over te laten maken.
5
hij op 19 april 2024 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld
[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, die geheel aan die [slachtoffer 4] toebehoorden,
door die [slachtoffer 4] meermalen de woorden toe te voegen: "je moet betalen" en "we rijden naar de bank want jij moet betalen voor de lachgas." en "je moet geen ruzie krijgen met ons en als je niet doet wat wij zeggen slaan we je in elkaar" en de telefoon van die [slachtoffer 4] uit de handen van die [slachtoffer 4] te rukken en die [slachtoffer 4] geld (500,- euro) te laten opnemen en die [slachtoffer 4] middels tikkie-betaalverzoeken geld (100,- en 110,- euro) over te laten maken.
6
hij op 19 april 2024 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld
[slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen en een telefoon, die geheel aan die [slachtoffer 5] toebehoorden,
door die [slachtoffer 5] aan te spreken en te zeggen “jij moet mee! Je moet lachgasflessen betalen.” en naar een geldautomaat te rijden en tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij 500,- euro moet pinnen en dwingend te zeggen “wij willen het geld nu hebben” en te zeggen dat die [slachtoffer 5] nog meer geld moet pinnen en te eisen dat [slachtoffer 5] zijn daglimiet verhoogt en te zeggen “geef mij je telefoon” en die [slachtoffer 5] te dwingen de telefoon af te geven en op de telefoon van die [slachtoffer 5] een tikkie-betaalverzoek aan te maken en vervolgens via dat tikkie-betaalverzoek 225,- euro over te boeken/maken.
Parketnummer 10-187584-26
1
hij in de periode van 2 april 2024 tot en met 19 april 2024 te Gorinchem en Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een
dienstte weten tot het afgeven van meerdere geldbedragen en het versturen van tikkies en/ het doorstorten van ontvangen geld op andere rekeningen, door:
- via een datingapp, chat en online platform zich voor te doen als [naam 2] en [naam 3] en (vervolgens) telefonisch/online contact te hebben met die [slachtoffer 6] ,
- die [slachtoffer 6] te doen geloven dat de moeder van [naam 2] in het ziekenhuis ligt,
- die [slachtoffer 6] te dreigen zijn oma en andere familieleden iets aan te doen en te doen geloven dat [naam 2] schulden heeft openstaan bij hem en te dreigen het huis van [naam 2] in de fik te steken als de schulden niet worden betaald,
- die [slachtoffer 6] mede te delen en te doen geloven dat na het voorschieten/betalen een of meer geldbedragen op korte termijn terugbetaald zullen worden, en
- die [slachtoffer 6] mede te delen en te doen geloven dat [naam 2] een of meerdere geldbedragen terug gaat betalen.
2
hij in de periode van 2 april 2024 tot en met 19 april 2024 in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, van een of meerdere geldbedragen,
Sub a
- de herkomst heeft verhuld, dan wel
- heeft verhuld wie de rechthebbenden op die voorwerpen waren, en
- heeft verhuld wie die voorwerpen voorhanden hadden
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat die voorwerpen -
onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.
Parketnummer 10-249538-25
hij op 21 augustus 2025 te Gorinchem, opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,6 kilogram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Parketnummer 10-129005-26
1
hij op 1 mei 2026 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, die geheel aan die [slachtoffer 7] toebehoorde door
- te zeggen dat die [slachtoffer 7] in de auto moest stappen en
- ( vervolgens) de deur te blokkeren en
- met gebalde vuist aanstalten te maken om die [slachtoffer 7] te slaan en
- gebaren en bewegingen te maken met gebalde vuist en
- ( daarbij) dreigend aan die [slachtoffer 7] de woorden toe te voegen "laat me niet uithalen" en “laat me niet je kop inslaan”.
2
hij op 1 mei 2026 te Gorinchem, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen,
door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van € 200,00 door
- zich voor te doen als een vrouw genaamd [naam 5] en
- via een datingapp af te spreken met die [slachtoffer 7] en
- in de hoedanigheid van [naam 5] instructies te geven aan die [slachtoffer 7] voor het kopen van een lachgasfles en
- een lege lachgastank te verkopen aan die [slachtoffer 7] en
- die [slachtoffer 7] borg te laten betalen voor de lege lachgasfles.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-249538-25
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Parketnummer 10-129005-26 (feit 1) en 10-147270-24 (feit 1, 3, 4, 5 en 6)
medeplegen van afpersing
Parketnummer 10-147270-24 (feit 2)
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven
Parketnummer 10-129005-26 (feit 2) en 10/187584-26 (feit 1)
oplichting
Parketnummer 10-187584-26 (feit 2)
medeplegen van eenvoudig witwassen
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de strafbare feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank om hoogstens een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel bij uitspraak het voorarrest niet overstijgt met oplegging van de bijzondere voorwaarden zodat een behandeling direct kan worden gestart en eventueel een taakstraf. Ten aanzien van de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich zes keer schuldig gemaakt aan afpersing. Hij heeft via nepprofielen op datingsites contact met de slachtoffers gehad en hen onder valse voorwendselen naar een locatie laten komen, waar hij de slachtoffers vervolgens samen met iemand anders heeft afgeperst. Daarbij heeft hij één van de slachtoffers ook wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. De slachtoffers – die in de veronderstelling waren iets aardigs te doen voor hun date van die avond – zijn met geweld dan wel onder dreiging van geweld gedwongen om geld over te maken of Tikkies te betalen. De verdachte heeft door zo te handelen het gevoel van veiligheid van de samenleving, en dat van de slachtoffers in het bijzonder, ernstig aangetast. De verdachte heeft ook twee personen opgelicht en geld uit de afpersingen en oplichtingen witgewassen. De voorgaande feiten heeft de verdachte gepleegd om in zijn lachgasverslaving te voorzien. Hiervan had hij op enig moment 2,6 kilogram voorhanden.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van 13 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
Rapport van de reclassering
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van Fivoor van 29 juli 2026. In dat rapport worden als bijzondere voorwaarden geadviseerd: een meldplicht, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod, dagbesteding, aflossing schulden en beheersing van het middelengebruik.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in de zaken met parketnummers 10-147270-24 en 10-187584-26 in dit geval gestart op
5 mei 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en drie maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat voor die zaken de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank houdt hier, zij het in beperkte mate gelet op de beperkte overschrijding, rekening mee bij de op te leggen straf. Voor de overige zaken is geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank ziet, anders dan de verdediging, geen aanleiding om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Het dossier biedt daartoe onvoldoende aanknopingspunten.
Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van 48 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 18 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
Gelet op het strafblad, de bewezenverklaarde feiten en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5. Vorderingen van de benadeelde partijen
Vorderingen benadeelde partijen
Als benadeelde partijen hebben zich de in tabel 1 genoemde personen gevoegd. De benadeelde partijen vorderen vergoedingen voor materiële en immateriële schade. Deze vorderingen, alle telkens te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, staan in onderstaande tabel 1 vermeld.
Tabel 1
Benadeelde partij
Parketnummer
Feiten
Materiele schade
Immateriële schade
Totaal
[benadeelde partij 2]
10-147270-24
1 en 2
€ 1.784,14
€ 1.200,00
€ 2.984,14
[benadeelde partij 3]
10-147270-24
3
€ 5.990,00
€ 1.200,00
€ 7.190,00
[benadeelde partij 5]
10-147270-24
5
€ 572,90
€ 750,00
€ 1.322,90
[benadeelde partij 4]
10-147270-24
6
€ 1.339,19
€ 1.200,00
€ 2.539,19
[benadeelde partij 1]
10-129005-26
1 en 2
€ 4.550,00
€ 3.000,00
€ 7.550,00
Standpunt van de officier van justitie
De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen ten aanzien van de gevorderde materiële schade integraal worden toegewezen. Ten aanzien van de immateriële schade kan worden toegewezen:
€ 1.200,00 voor [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]
€ 900,00 voor [benadeelde partij 5] (deels via de schadevergoedingsmaatregel) en [benadeelde partij 4]
€ 1.500,00 voor [benadeelde partij 1]
Alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
[benadeelde partij 2]
De verdediging refereert zich ten aanzien van de betaalde bedragen à € 1.605,18 en de gemaakte reiskosten op 8 mei 2024 (€ 14,12) aan het oordeel van de rechtbank. De kosten voor de winterjas (€ 119,97) en de gemaakte reiskosten van 19 april 2024 (€ 15,83) en 4 mei 2024 (€ 29,04) dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. De verdediging verzoekt primair om de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om een bedrag te schatten naar billijkheid.
[benadeelde partij 3]
De verdediging refereert zich ten aanzien van materiële schade à € 5.990,00 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging verzoekt primair om de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om een bedrag te schatten naar billijkheid.
[benadeelde partij 5]
De verdediging refereert zich ten aanzien van de materiële schade à € 572,90 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging verzoekt primair om de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om een bedrag te schatten naar billijkheid.
[benadeelde partij 4]
De verdediging refereert zich ten aanzien van de betaalde bedragen à € 1.339,19 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging verzoekt om de hoogte van de post die ziet op de opgenomen verlofuren (€ 76,61) te matigen en te schatten naar billijkheid. De verdediging verzoekt primair om de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om een bedrag te schatten naar billijkheid.
[benadeelde partij 1]
De verdediging refereert zich ten aanzien van de materiële schade à € 4.550,00 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging verzoekt primair om de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de verdediging om het bedrag substantieel te matigen en een bedrag te schatten naar billijkheid.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 1] rechtstreeks materiële schade hebben geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. Deze vorderingen zijn voldoende onderbouwd en worden daarom toegewezen, behoudens voor zover hieronder toegelicht.
[benadeelde partij 2]
De vordering voor de kosten voor de winterjas (€ 119,97) wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd en is betwist door de verdediging.
[benadeelde partij 4]
De vordering voor de kosten van de opgenomen verlofuren (€ 76,61) wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze onvoldoende is onderbouwd en is betwist door de verdediging.
Immateriële schade
De vorderingen tot immateriële schade zullen in de zaken van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] geheel worden toegewezen, gelet op de omstandigheden waaronder de afpersingen in deze zaken zijn gepleegd. In beide gevallen hebben verdachte en zijn medeverdachte de benadeelde partijen niet alleen afgeperst maar hebben zij hen in de auto meegenomen en zijn zij op weg gegaan naar het casino. Hierbij was sprake van een onveilige situatie waarbij de slachtoffers werden bedreigd. Hier is sprake van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. De aard en de ernst van de normschending zijn in dit geval van zodanig groot gewicht, en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij liggen zo voor de hand dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De overige benadeelde partijen ( [benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 1] ) worden in hun vorderingen tot immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd en door de verdediging zijn betwist. Zonder nadere bewijslevering of uitwisseling van standpunten, waar het strafproces zich thans niet voor leent, kan niet worden vastgesteld of de benadeelde partij door het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Dit deel van hun vorderingen kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De wettelijke rente over het te betalen bedrag is toewijsbaar vanaf het moment van het plegen van de strafbare feiten, een en ander zoals weergegeven in tabel (zie hieronder).
Eveneens legt de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. Zie voor de duur hiervan tabel (zie hieronder).
Benadeelde partij
Materiele schade
Immateriële schade
Totaal
Wettelijke rente
Gijzeling
[benadeelde partij 2]
€ 1.664,17
€ 1.200,00
€ 2.864,17
19 april 2024
28 dagen
[benadeelde partij 3]
€ 5.990,00
€ 1.200,00
€ 7.190,00
15 april 2024
60 dagen
[benadeelde partij 5]
€ 572,90
Niet-ontvankelijk
€ 572,90
19 april 2024
5 dagen
[benadeelde partij 4]
€ 1.262,58
Niet-ontvankelijk
€ 1.262,58
19 april 2024
12 dagen
[benadeelde partij 1]
€ 4.550,00
Niet-ontvankelijk
€ 4.550,00
1 mei 2026
45 dagen
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feit ten aanzien van de benadeelde partijen samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom telkens allebei hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b ,14c, 36f, 47, 57, 282, 317, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de onder 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 48 (achtenveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 18 (achttien) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de verdachte zal zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
2. de verdachte zal zich gedurende de proeftijd laten behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het verkrijgen van diagnostiek, psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
3. de verdachte zal gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start indien mogelijk direct aansluitend aan de detentieperiode of zo snel mogelijk. De verdachte zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. de verdachte zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoeken of hebben met slachtoffers en de medeverdachten in huidige zaken
- [medeverdachte 2] (medeverdachte), geboren op [geboortedatum 2] 2004;
- [medeverdachte 1] (medeverdachte), geboren op [geboortedatum 3] 1995;
- [slachtoffer 7] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 4] 2001;
- [slachtoffer 1] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 5] 1998;
- [slachtoffer 2] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 6] 1964;
- [slachtoffer 3] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 7] 1997;
- [slachtoffer 4] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 8] 2003;
- [slachtoffer 5] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 9] 2000;
- [slachtoffer 6] (slachtoffer), geboren op [geboortedatum 10] 2024;
5. de verdachte zal zich gedurende de proeftijd inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur, zolang de reclassering dat nodig vindt;
6. de verdachte zal gedurende de proeftijd meewerken aan het aflossen van zijn schulden, zolang de reclassering dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het treffen van afbetalingsregelingen of het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wnsp). De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
7. de verdachte zal gedurende de proeftijd meewerken aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 2] voor feit 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 te betalen een bedrag van € 2.864,17 als vergoeding van materiële en immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 19 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-147270-24); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor feit 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 2.864,17 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 28 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 3] voor feit 3 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 te betalen een bedrag van € 7.190,00 als vergoeding van materiële en immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 15 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor feit 3 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 3] aan de staat € 7.190,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 60 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
[benadeelde partij 5]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 5] voor feit 5 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 te betalen een bedrag van € 572,90 als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 19 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 5 in de zaak met parketnummer 10-147270-24); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor feit 5 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 5] aan de staat € 572,90 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
[benadeelde partij 4]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 4] voor feit 6 in de zaak met parketnummer 147270-24 te betalen een bedrag van € 1.262,58 als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 19 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 6 in de zaak met parketnummer 10-147270-24); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor feit 6 in de zaak met parketnummer 10-147270-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 4] aan de staat € 1.262,58 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 12 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 4.550,00, bestaande uit materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 1 mei 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door een andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 4.550,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 mei 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 45 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.F. Smulders, voorzitter,
en mrs. R.P.W. van de Meerakker en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 augustus 2026.
Mrs. R.P.W. van de Meerakker en E.M. Moison zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1
De volledige tenlastelegging houdt in dat
Parketnummer 10-187584-26
1
hij in of omstreeks de periode van 2 april 2024 tot en met 19 april 2024 te Gorinchem
en/of Capelle aan den IJSsel, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten tot het afgeven van een of meerdere geldbedragen en/of het versturen van tikkies en/of het doorstorten van ontvangen geld op andere rekeningen, door:
- via een datingapp, chat en/of online platform zich voor te doen als [naam 2] en/of [naam 3] en/of (vervolgens) telefonisch/online contact te hebben met die [slachtoffer 6] ,
- die [slachtoffer 6] te doen geloven dat de moeder van [naam 2] in het ziekenhuis ligt,
- die [slachtoffer 6] te dreigen zijn oma en/of andere familieleden iets aan te doen en/of te doen geloven dat [naam 2] schulden heeft openstaan bij hem en/of te dreigen het huis van [naam 2] in de fik te steken als de schulden niet worden betaald,
- die [slachtoffer 6] mede te delen en/of te doen geloven dat na het voorschieten/betalen een of meer geldbedragen op korte termijn terugbetaald zullen worden, en/of
- die [slachtoffer 6] mede te delen en/of te doen geloven dat [naam 2] een of meerdere geldbedragen terug gaat betalen.
2
hij in of omstreeks de periode van 2 april 2024 tot en met 19 april 2024, te Gorinchem en/of Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
(van) een of meerdere geldbedragen, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Parketnummer 10-147270-24
1
hij op of omstreeks 19 april 2024 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen en/of telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)
door die [slachtoffer 1] een of meerdere malen geld (tweemaal 500,- euro) te laten opnemen en/of tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "geef je telefoon" of woorden van gelijke strekking en/of die [slachtoffer 1] het opgenomen geld af te laten staan en/of die [slachtoffer 1] bij de keel en/of capuchon vast te pakken en/of die keel en/of capuchon vast te houden en/of die [slachtoffer 1] te beletten de auto uit te stappen en/of (vervolgens) een of meer tikkie-betaalverzoeken naar die [slachtoffer 1] te sturen en/of te laten voldoen waardoor die [slachtoffer 1] een of meer geldbedragen (750,- euro) heeft moeten overmaken en/of de daglimiet van de bankrekening te laten verhogen en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] uit de handen te rukken.
2
hij op of omstreeks 19 april 2024 te Gorinchem en/of Utrecht, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1]
wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 1] in de auto te laten stappen en/of in die auto te houden en/of te beletten die auto uit te stappen om vervolgens naar een casino in Utrecht te rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] niet de mogelijkheid had om uit die auto te stappen.
3
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 15 april 2024 te Gorinchem en/of Hardinxveld Giessendam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde
toebehoorde(n)
door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Je zal wel moeten betalen anders ga ik onpersoonlijk worden. Ik heb een hekel aan mensen die ik niet vertrouw. Ik heb geen zin om geweld te gebruiken." en/of vervolgens die [slachtoffer 2] geld (200,- euro) op te laten nemen en/of te zeggen dat dat niet genoeg was en 250,- euro moest betalen en/of vervolgens een rekeningnummer op naam van [naam 3] te noemen waar die [slachtoffer 2] het naar moest overmaken en/of de telefoon van die [slachtoffer 2] af te pakken om vervolgens via een tikke-betaalverzoek geld over te maken
en/of
tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij 3000,- euro moet pinnen en/of de woorden toe te voegen: "Jij wilt me niet mee maken als ik boos ben." en/of die [slachtoffer 2] een of meerdere malen geld te laten opnemen en/of tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: "geef me je rijbewijs" en/of het rijbewijs en/of de telefoon van die [slachtoffer 2] af te pakken om vervolgens op naam van die [slachtoffer 2] een bankrekening te openen en/of 500,- euro van die rekening af te halen en/of middels een of meer tikkie-betaalverzoeken geld van de rekening van die [slachtoffer 2] heeft afgehaald.
4
hij op of omstreeks 19 april 2024 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n)
door tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij ze moet betalen en/of dicht op die [slachtoffer 3] te staan en/of die [slachtoffer 3] te hinderen weg te lopen en/of de weg te versperren en/of die [slachtoffer 3] middels een tikkie-betaalverzoek 260,- euro te laten betalen en/of de saldo op de bankrekening van die [slachtoffer 3] te bekijken en/of tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij nog 110,- euro moest overmaken en dat ze hem, die [slachtoffer 3] , wel anders wisten te vinden en/of die [slachtoffer 3] meermalen te bellen en/of die [slachtoffer 3] middels een tikkie-betaalverzoek 110,- euro over te laten maken.
5
hij op of omstreeks 19 april 2024 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n)
door die [slachtoffer 4] meermalen de woorden toe te voegen: "je moet betalen" en/of "we rijden naar de bank want jij moet betalen voor de lachgas." en/of "je moet geen ruzie krijgen met ons en als je niet doet wat wij zeggen slaan we je in elkaar" en/of de telefoon van die [slachtoffer 4] uit de handen van die [slachtoffer 4] te rukken en/of pakken en/of die [slachtoffer 4] geld (500,- euro) te laten opnemen en/of die [slachtoffer 4] middels een of meer tikkie-betaalverzoeken geld (100,- en/of 110,- euro) over te laten maken.
6
hij op of omstreeks 19 april 2024 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen en/of telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 5] en/of een derde toebehoorde(n)
door die [slachtoffer 5] aan te spreken en te zeggen “jij moet mee! Je moet lachgasflessen betalen.” en/of naar een geldautomaat te rijden en/of tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij 500,- euro moet pinnen en/of dwingend te zeggen “wij willen het geld nu hebben” en/of te zeggen dat die [slachtoffer 5] nog meer geld moet pinnen en/of te eisen dat [slachtoffer 5] zijn daglimiet verhoogt en/of te zeggen “geef mij je telefoon” en/of die [slachtoffer 5] te dwingen de telefoon af te geven en/of op de telefoon van die [slachtoffer 5] een tikkie-betaalverzoek aan te maken en/of vervolgens via dat tikkie-betaalverzoek 225,- euro over te boeken/maken.
Parketnummer 10-249538-25
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Gorinchem, opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,6 kilogram, althans een hoeveelheid, distikstofmonoxide (lachgas), althans een hoeveelheid, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Parketnummer 10-129005-26
1
hij op of omstreeks 1 mei 2026 te Ottoland, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van € 4.251,00, althans meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 7] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- te zeggen dat die [slachtoffer 7] in de auto moest stappen en/of
- ( vervolgens) de deur te blokkeren en/of
- met gebalde vuist aanstalten te maken om die [slachtoffer 7] te slaan en/of
- gebaren en bewegingen te maken met gebalde vuist en/of
- ( daarbij) dreigend aan die [slachtoffer 7] de woorden toe te voegen "laat me niet uithalen" en/of “laat me niet je kop inslaan”, althans woorden van gelijke dreigende aard en of strekking.
2
hij op of omstreeks 1 mei 2026 te Gorinchem, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van € 200,00 althans enig geldbedrag door
- zich voor te doen als een vrouw genaamd [naam 5] en/of
- via een datingapp af te spreken met die [slachtoffer 7] en/of
- in de hoedanigheid van [naam 5] instructies te geven aan die [slachtoffer 7] voor het kopen van een lachgasfles en/of
- een lege lachgastank te verkopen aan die [slachtoffer 7] en/of
- die [slachtoffer 7] borg te laten betalen voor de lege lachgasfles.