ECLI:NL:RBROT:2026:12409

ECLI:NL:RBROT:2026:12409

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer 10-129024-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-129024-26

Datum uitspraak: 18 augustus 2026

Datum zitting: 4 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 2004 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres:

[adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentiecentrum].

Advocaat van de verdachte: mr. C. Ihataren

Officier van justitie: mr. N.A. van Manen

Benadeelde partij: [benadeelde partij 1]

Gemachtigde van de benadeelde partij: [benadeelde partij 2]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat

hij op of omstreeks 1 mei 2026 te Ottoland, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van € 4.251,00, althans meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)

door

- te zeggen dat die [slachtoffer] in de auto moest stappen en/of

- ( vervolgens) de deur te blokkeren en/of

- met gebalde vuist aanstalten te maken om die [slachtoffer] te slaan en/of

- gebaren en bewegingen te maken met gebalde vuist en/of

- ( daarbij) dreigend aan die [slachtoffer] de woorden toe te voegen "laat me niet uithalen" en/of “laat me niet je kop inslaan”, althans woorden van gelijke dreigende aard en of strekking.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat de verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat er betalingen naar mijn rekening zijn gegaan. [telefoonnummer] is mijn telefoonnummer.

2. Proces-verbaal van de politie – aangifte [benadeelde partij 1]

Op 1 mei 2026 had ik via een datingapp afgesproken met [naam] die in Gorinchem woont. Toen ik onderweg was kreeg ik een appje van [naam]. Hierin vroeg zij mij om een fles ballonnen op te halen.

(…)

[naam] deelde toen het telefoonnummer van de jongen die haar nu steeds belde over die 150 euro. Dit nummer was [telefoonnummer]. Ik appte hem en gaf aan dat ik zojuist voor [naam] had betaald. Ik gaf aan dat ik 200 euro had betaald, maar het wisselgeld van 20 euro was vergeten. Hierop belde dit nummer bij direct. Hierbij bleek dat ik een andere man aan de lijn had dan de man bij wie ik zojuist had afgerekend. Deze man sprak met een Marokkaans accent. Uiteindelijk kon ik met deze man afspreken dat ik de aangekochte cilinder terug kon brengen en dat hij mij dan mijn eerder betaalde 200 euro terug zou geven. Hierbij spraken we af bij de carpool bij Giessenburg. Ik reed de carpool op en parkeerde naast de Citroën. Ik zag gelijk dat er nu twee mannen in zaten, waaronder de man bij wie ik eerder vanavond de cilinder had gekocht. De donkere man wees toen ik aan kwam lopen naar de Marokkaanse man, waarmee hij bedoelde dat ik dus zaken met de Marokkaanse man moest doen. Ik ging toen met deze man in gesprek. Ik gaf aan van ik heb nu mijn deel overhandigd en ik wil nu mijn 200 euro terug. De donkere man begon toen fel te zeggen dat er nog steeds 150 euro open stond. Ik zag dat de Marokkaanse man naar mijn auto liep. Ik zag dat de man mijn telefoon uit mijn auto haalde en gaf deze direct aan de zwarte man, die nog in de auto zat.

Toen zei de donkere man dat ik eerst die 150 euro moest terugbetalen, voordat ik mijn telefoon zou terugkrijgen. Die Marokkaanse man zei dat ook. Ze zeiden dat ik in hun auto moest gaan zitten om de betaling te doen. Ik voelde mij bedreigd en angstig. Ik voelde me machteloos en wilde mijn telefoon terug. Ik ben in de Citroën gestapt, op de bijrijdersstoel. Toen vroeg die donkere man op boze toon of ik nou ging betalen. Op dat moment stond de Marokkaanse man buiten de auto, aan de bijrijderszijde en leunde tegen het portier aan. Ik kon geen kant op. De Marokkaanse man pakte toen zijn telefoon en maakte toen met Tikkie een QR code. Dit was echter geen 150 euro, maar 950 euro. Ik heb toen geprobeerd dit te betalen, met mijn Rabobank rekening. Echter blokkeerde de bank op dat moment mijn rekening. Die donkere man werd toen nog bozer. Hij zei: “Laat me niet uithalen”. Hierbij balde hij zijn vuist en leek aanstalten te maken om mij te slaan. Dit deed hij niet, maar ik voelde me wel ontzettend bedreigd. De man was echt heel opgefokt.

De mannen zeiden dat we dan maar naar een pinautomaat moesten rijden. Toen moest ik 1250 euro overmaken. Dit deed ik vervolgens. Ik moest dit overmaken naar een rekening van Revolut. Dat heeft blijkbaar een dag nodig om over te maken. Daardoor werden ze nog bozer. De Marokkaan riep toen dingen van “Laat me niet je kop in slaan”. Hierbij maakte hij ook gebaren en bewegingen met zijn vuist. Vervolgens moest ik van ze nog meer geld overmaken naar een rekening van ABN. Hier maakte ik 500 euro naar over. Daarna zeiden ze van probeer nog eens Revolut. Dit deed ik en was nogmaals 1.250 euro. Dit zagen zij natuurlijk ook niet direct aankomen, waarna ze wilden dat ik nog meer zou overmaken maar dan weer naar de ABN rekening. Dat was nog eens 750 euro en 500 euro. In totaal gaat het dus om 4.450 euro.

3. Proces-verbaal van de politie

Op 1 mei 2026 omstreeks 22:20 uur reden wij op de Damseweg, gemeente Molenlanden. Wij zagen dat er op de kleine carpoolplaats een zware auto wegreed met verhoogde snelheid. (…) In de tussentijd zagen wij dat de man die eerder achter het voertuig aanrende naar een busje rende die stilstond bij de rotonde aan de N214. Ik herkende de bestuurder als [medeverdachte]. De passagier bleek te zijn genaamd [verdachte].

4. Proces-verbaal van de politie

In het kader van het onderzoek werden er door het slachtoffer zogenoemde ‘printscreens’ aangeleverd van de overschrijvingen die hij had gedaan. Deze printscreens zijn in dit proces verbaal gevoegd. Er zijn in totaal 6 afschrijvingen geweest.

5. Proces-verbaal van de politie

Op 2 mei 2026 werd de telefoon die inbeslaggenomen was bij [verdachte] onderzocht.

In de veiliggestelde gegevens vond ik twee Revolut betalingen welke afkomstig waren van aangever. De betalingen werden als transfer vastgelegd op de mobiele telefoon. Ik zag dat de eerste betaling werd vastgelegd op 1 mei 2026 om 22:11 uur. Dit betrof een betaling van 1250,00 euro met als begunstigde: achraf_a04. Ik zag dat de tweede betaling om 22:18 uur plaats vond en wederom 1250,00 euro betrof. Ik zag dat de begunstigde wederom achraf_a04 betrof.

6. Proces-verbaal van de politie

[benadeelde partij 1] leverde in het belang van het onderzoek diverse screenshots aan.

Bewijsmotivering

De rechtbank acht de hiervoor weergegeven verklaring van de aangever betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De aangever heeft gedetailleerd verklaard over de rol van de verdachte en de verklaring van de aangever wordt in voldoende mate ondersteund door de verklaring van de verdachte zelf, de chatgesprekken en de bankafschrijvingen in het dossier.

Met betrekking tot de rol van de verdachte heeft de aangever onder andere verklaard dat de verdachte degene is die de telefoon van de aangever uit de auto heeft gepakt en op dreigende toon heeft gezegd dat hij geld moest betalen. Verder heeft de verdachte tegen het portier van de auto aangeleund, waardoor aangever niet uit de auto kon en heeft hij Tikkies aangemaakt die aangever vervolgens moest betalen. Ook de betalingen via de Revolut bank zijn op de rekening van de verdachte terecht gekomen. De verdachte zou volgens de aangever geroepen hebben “laat me niet je kop in slaan”, waarbij hij gebaren en bewegingen maakte met zijn vuist.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte, met het oogmerk om zichzelf en zijn medeverdachte wederrechtelijk te bevoordelen, door middel van de ten laste gelegde dreiging met geweld, aangever heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen. Daarbij is sprake geweest van de bij medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. De verdachte kan dan ook als medepleger worden aangemerkt.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 1 mei 2026 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, die geheel aan die [slachtoffer] toebehoorden door

- te zeggen dat die [slachtoffer] in de auto moest stappen en

- ( vervolgens) de deur te blokkeren en

- met gebalde vuist aanstalten te maken om die [slachtoffer] te slaan en

- gebaren en bewegingen te maken met gebalde vuist en

- ( daarbij) dreigend aan die [slachtoffer] de woorden toe te voegen "laat me niet uithalen" en/of “laat me niet je kop inslaan”, althans woorden van gelijke dreigende aard en of strekking.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van afpersing

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het strafbare feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, een straf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel niet langer is dan het voorarrest, eventueel aangevuld met een fors voorwaardelijk deel onder de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met de mededader schuldig gemaakt aan afpersing. Het slachtoffer is door dreiging met geweld bewogen om meerdere geldbedragen af te geven.

Delicten als de onderhavige kunnen een enorme impact hebben op het slachtoffer en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen versterken.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad van 15 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

Rapport van de reclassering

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 6 juli 2026. In dat rapport worden als bijzondere voorwaarden geadviseerd: een meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, ambulante begeleiding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachte, dagbesteding en aflossing van schulden.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Aan de verdachte wordt daarom een gevangenisstraf van 7 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 3 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij € 4.550,00 als vergoeding voor materiële schade en € 3.000,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan ten aanzien van de gevorderde materiële schade integraal worden toegewezen. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie gevorderd om een bedrag van € 1.500,00 toe te wijzen en de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie verzoekt om het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering ten aanzien van de materieel gevorderde schade, omdat de bankrekening van de verdachte is bevroren nadat het geld is overgeboekt. Voor het immateriële deel verzoekt de verdediging om aanzienlijke matiging.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging deze vordering – ondanks de daartoe bestaande mogelijkheden – niet gemotiveerd heeft betwist.

Immateriële schade

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering voor zover deze ziet op de immateriële schade, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en door de verdediging is betwist. Het jegens de verdachte bewezenverklaarde feit valt niet binnen een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ die van zodanig groot gewicht is, en waarvan de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde dus zo voor de hand liggen dat een aantasting zonder meer kan worden aangenomen. Zonder nadere bewijslevering of uitwisseling van standpunten, waar het strafproces zich thans niet voor leent, kan niet worden vastgesteld of de benadeelde partij door het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Dit deel van de vordering kan daarom bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom allebei hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 1 mei 2026.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 45 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het onder 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 3 (drie) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. de verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

3. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door de instantie “E25 zorg en welzijn” of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De begeleiding start zodra er een plek beschikbaar is bij de betreffende zorgaanbieder. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding. De begeleiding is gericht op financiën, sociaal netwerk, wonen en dagbesteding;

4. de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een door de reclassering nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf start zodra er een plek beschikbaar is bij een geschikte zorgaanbieder. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

5. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:

6. de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk met een vaste structuur;

7. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan het aflossen van zijn schulden, zolang de reclassering dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het treffen van afbetalingsregelingen of het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wnsp). De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 4.550,00, bestaande uit materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 1 mei 2026 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door een andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 4.550,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 mei 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 45 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. R.P.W. van de Meerakker en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 augustus 2026.

Mrs. R.P.W. van de Meerakker en E.M. Moison zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.F. Smulders

Griffier

  • mr. D. Blom-den Haan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand