Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige economische kamer strafzaken
Parketnummer: 83-243410-21
Datum uitspraak: 15 september 2026
Datum zitting: 1 september 2026
Tegenspraak
Verdachte publiekrechtelijke rechtspersoon:
Gemeente Hengelo,
gevestigd op het adres [adres 1],
in deze procedure vertegenwoordigd door [naam 1] .
Advocaat van de gemeente Hengelo: mr. R. Oude Breuil
Officier van justitie: mr. R. Boswijk
Kern van het vonnis
De verdachte publiekrechtelijke rechtspersoon (hierna: de gemeente Hengelo) is de eigenaar en verhuurder van verschillende kunstgrasvelden in Hengelo waarop rubbergranulaatkorrels worden gebruikt. Deze rubbergranulaatkorrels kunnen schadelijk zijn voor het milieu als deze op/in de bodem terechtkomen. De gemeente Hengelo wordt veroordeeld voor het niet nemen van alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat de rubbergranulaatkorrels op de onbedekte bodem terecht konden komen. Aan de gemeente Hengelo wordt een geldboete opgelegd van € 2.500,-.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de gemeente Hengelo ervan dat zij – samengevat – als eigenaar en beheerder van verschillende kunstgrasvelden in Hengelo zich schuldig heeft gemaakt aan een milieudelict door opzettelijk niet alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs mogelijk waren om te voorkomen dat de bodem werd verontreinigd met rubbergranulaatkorrels en toen deze verontreiniging zich voordeed niet alle vereiste maatregelen heeft genomen om de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen voor het milieu (verder) te beperken en ongedaan te maken.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
zij, in of omstreeks de periode van 25 mei 2020 tot en met 30 november 2020 te Hengelo, opzettelijk, als degene die op en/of in de bodem een handeling, als bedoeld in artikel 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht, te weten het exploiteren van (een)
kunstgrasveld(en) (in gebruik bij [voetbalvereniging] en/of [sportvereniging]) waarbij als nevengevolg rubbergranulaatkorrels (instrooirubber) die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken, en die wist of
redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd of aangetast, niet alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van haar kon worden gevergd, teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen en/of toen die verontreiniging en/of aantasting zich voordeed, de verontreiniging of de aantasting en/of de directe gevolgen daarvan te beperken en/of zoveel mogelijk ongedaan te maken.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de gemeente Hengelo moet worden veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de gemeente Hengelo zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde milieudelict. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van 9 december 2020 van de vertegenwoordiger van de gemeente Hengelo
De gemeente Hengelo is de eigenaar van de kunstgrasvelden op het [sportpark 1] en [sportpark 2] en verhuurt deze velden aan [voetbalvereniging] en [sportvereniging]. Het klopt dat er op deze velden rubber infill wordt gebruikt. De velden worden in opdracht van de gemeente onderhouden door Gildebor. De zorgplichtdocumenten van de Vaco over het gebruik van infill materiaal, onder andere het document uit 2017 van de Vaco (Bedrijfstakorganisatie voor de banden- en wielenbranche) ‘Verantwoorde toepassing van infill van voertuigbanden in kunstgras voetbalvelden’ en het plan van aanpak ‘Opruiming en voorkoming en verspreiding van microplastics’ van de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek zijn bekend bij de gemeente. De gemeente was ervan op de hoogte dat in de verschillende zorgplichtdocumenten staat ‘voorzie het kunstgrasveld rondom van kantplanken, boarding of andere voorzieningen die op adequate wijze verspreiding van rubbergranulaat buiten het veld voorkomen’.
2. Proces-verbaal van de politieOp 25 mei 2020 waren wij, verbalisanten, ter plaatse bij [sportpark 1], gevestigd op de [adres 2]. Op dit Sportpark is [voetbalvereniging] gevestigd.
Wij zagen dat veld 6 een kunstgrasveld betrof. Wij zagen dat er op het veld kleine zwarte korrels lagen. Wij zagen dat er geen kantplank om het veld of tegen het hekwerk was aangebracht. Wij zagen dat er onder het hek kleine zwarte korrels lagen. Wij zagen dat aan de buitenzijde van de geplaatste trottoirbanden, van de bestrating, kleine zwarte korrels lagen. Wij verbalisanten zagen dat op het veld dezelfde kleine zwarte korrels lagen. Wij zagen dat de kleine zwarte korrels ook aan de buitenzijde van het hekwerk op de onverharde zandbodem lagen. Wij hebben de kleine zwarte korrels gepakt en bekeken. Wij konden de kleine zwarte korrels indrukken. Wij dachten dat de kleine zwarte korrels van rubber waren.
Toen wij langs het hek liepen zagen wij dat de zwarte korrels tegen de buitenzijde van de trottoirband lagen, en dat deze op de onbeschermde bodem lagen. Wij zagen dat de kleine zwarte korrels tot ongeveer een meter vanaf de trottoirband in de bosschages lagen. Bij de uitgang van het veld was een bestraat pad naar het veld. Wij zagen dat ook hier de kleine zwarte korrels naast de bestrating lagen.
Wij zagen dat veld 1 een kunstgrasveld was en op het veld kleine zwarte korrels lagen. Wij zagen dat de kleine zwarte korrels op de onbeschermde zandbodem lagen. Wij zijn om het veld gelopen en zagen dit op diverse plekken om het veld. Deze kleine zwarte korrels leken ons rubber korrels te zijn. Deze kleine zwarte korrels waren hetzelfde als de kleine zwarte korrels die op het veld lagen. Wij zagen dat op een aantal plaatsen de groene plastic flap omhoog stond zodat de kleine zwarte korrels van het veld af konden waaien.
Wij verbalisanten, zijn vervolgens naar veld 3 gelopen wij zagen dat dit een kunstgrasveld was. Wij zagen dat er kleine zwarte korrels op het veld lagen gelijkend op de kleine zwarte korrels die op veld 6 en 1 lagen. Wij zagen dat er geen voorziening was aangebracht om te voorkomen dat de kleine zwarte korrels van het veld zouden verwaaien, of op een andere manier zich zouden verspreiden. Wij zijn om dit veld heen gelopen en zagen dat kleine zwarte korrels buiten het veld lagen. De kleine zwarte korrels lagen op de verharding en op de onbeschermde bodem. Wij zagen dat de kleine zwarte korrels in de goot naast het veld lagen en bij regen in de afvoerput zouden kunnen stromen.
Op 25 mei 2020 zijn wij naar [sportpark 2] gegaan. Op dit sportpark is [sportvereniging] gevestigd. Wij zagen dat er twee kunstgrasvelden waren. Bij het kunstgrasveld naast het hoofdveld waren geen kantplanken aangebracht. Ook was er geen andere voorziening om te voorkomen dat de kleine zwarte korrels, die op het veld lagen, zich zouden verspreiden. Wij zijn om dit veld gelopen en zagen dat op de onbeschermde bodem kleine zwarte korrels lagen.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 18 juni 2020 waren wij ter plaatse op [sportpark 1]. Wij zijn nog een keer om de velden 6, 1 en 3 gelopen. Wij zagen dat er wederom rubberkorrels op de
onbedekte bodem lagen. Wij zagen dat de rubberkorrels naast het veld op de verharde bestrating en op de onbeschermde bodem lagen.
Op 18 juni 2020 zijn wij naar [sportpark 2] gegaan. Ter plaatse waren er twee
kunstgrasvelden. Wij zijn om de beide velden gelopen en zagen dat er op diverse plaatsen rubberkorrels buiten het veld en op de onbeschermde bodem lagen.
4. Schriftelijk stuk
Gemeente Hengelo – Rubbergranulaat op kunstgrasvelden – politieke markt 19 april 2017.
Hengelo volgt het RIVM op het gebied van gezondheid en milieu.
Onderhoudsmaatregelen:
- verspreiding rubber tegengaan.
5. Schriftelijk stuk, te weten een e-mail van [naam 2] van 27 september 2019
De laatste jaren blijft de discussie over rubbergranulaat ons bezighouden. De raad heeft onlangs besloten om voorlopig bij veldrenovaties nog rubbergranulaat toe te passen zolang non-infill velden zich nog onvoldoende hebben bewezen. Tot die tijd blijven we gebruik maken van sbr rubbergranulaat.
In Hengelo nemen we sinds 2017 maatregelen bij veldrenovaties om de infill beter op het veld te houden.
Nu valt mij op dat de schoonlooproosters rond diverse kunstgrasvelden in Hengelo vol zitten met rubbergranulaat. Ook ligt er op meerdere sportparken rubber in de bestrating naast het veld. Mede gezien de recente ontwikkelingen moeten we dit niet willen.
6. Schriftelijk stuk, te weten een e-mail van [naam 2] , beleidsmedewerker sport, van 9 januari 2020
Een aantal maatregelen nemen we al, maar er zijn punten die we kunnen verbeteren. Volgens mij gaat het concreet om onderstaande verbeterpunten:
I. Technische maatregelen bij aanleg.
• Voorzie het kunstgrasveld rondom van kantplanken, boarding of andere voorzieningen die op adequate wijze verspreiding van instrooimateriaal en vezels buiten het veld voorkomen. (dit is uitgevoerd bij veldaanleg en renovaties vanaf 201zijn aangelegd/ gerenoveerd.)
• Plaats bij elke toegangspoort een schoonlooprooster met vuilopvang, waarbij men (indien mogelijk) binnen de hekwerken borstels plaatst.
Bovenstaande betekent dat er op zo'n 8 kunstgrasvelden nog aanvullende technische maatregelen genomen moeten worden. Ik heb vanmiddag met [naam 3] afgesproken dat Gildebor kijkt naar een tijdelijke (relatief goedkope) oplossing voor een boarding die het volhoudt tot het moment dat een toplaagrenovatie wordt uitgevoerd. Bij een
renovatie kunnen we structureel kantplanken plaatsen en schoonlooproosters vergroten.
7. Schriftelijk stuk
Van: [naam 4]
Verzonden: 15 april 2020
Aan: [naam 2]
Onderwerp: Offerte – kantplank infill guard – 6 velden – Hengelo
Bijgaand het voorstel voor het leveren en aanbrengen van infill guards voor zes voetbalvelden. De levertijd bedraagt ca. 4 weken vanaf opdracht. lnfill Guard is een duurzaam kantplanksysteem dat het infill binnen de omheining houdt.
Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de gemeente Hengelo in de tenlastegelegde periode de eigenaar was van de kunstgrasvelden bij de sportparken [sportpark 1] en [sportpark 2] en de kunstgrasvelden op de sportparken beheerde. Op drie momenten in 2020 is door de politie onderzoek gedaan naar het gebruik van rubbergranulaatkorrels op deze kunstgrasvelden. Tijdens de controles op 25 mei 2020 en 18 juni 2020 werd door de politie geconstateerd dat er rondom de kunstgrasvelden zwarte korrels lagen die overeenkwamen met de korrels op de kunstgrasvelden en dat deze korrels op de onbedekte bodem naast de velden terecht waren gekomen. Ook werd er geconstateerd dat niet rondom alle velden kantplanken waren geplaatst om de verspreiding van de korrels tegen te gaan.
Vaststelling dat er sprake is van rubbergranulaat
Door de verdediging is allereerst aangevoerd dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat er sprake was van rubbergranulaatkorrels op de kunstgrasvelden van de gemeente Hengelo.
Uit de processen-verbaal van de controles op 25 mei 2020 en 18 juni 2020 volgt dat de verbalisanten zwarte korrels op de kunstgrasvelden zien en daarnaast op de onbedekte bodem die voldoen aan de uiterlijke kenmerken van rubber. Daarnaast spreekt, zo volgt uit interne correspondentie van de gemeente Hengelo en de verklaring van de vertegenwoordiger van de gemeente Hengelo, de gemeente telkens over rubbergranulaatkorrels of rubber infill die/dat worden/wordt gebruikt op de kunstgrasvelden. Daar komt bij dat het een feit van algemene bekendheid is, dat rubbergranulaatkorrels op kunstgrasvelden worden gebruikt. Op basis van het voorgaande staat buiten redelijke twijfel dat de zwarte korrels op en naast de kunstgrasvelden op de sportparken [sportpark 1] en [sportpark 2] rubbergranulaatkorrels betroffen. Nader onderzoek naar de aangetroffen korrels op de voetbalvelden is dan ook niet vereist.
Vaststelling dat rubbergranulaatkorrels kunnen leiden tot bodemverontreiniging
Voorts is door de verdediging aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat deze rubbergranulaatkorrels daadwerkelijk tot bodemverontreiniging kunnen leiden.
De rechtbank stelt vast dat het RIVM onderzoek heeft gedaan naar de invloed van rubbergranulaatkorrels gebruikt bij kunstgrasvelden op het milieu en dat het rapport van dit onderzoek dateert van 17 juli 2018, dus van ruim vóór de twee controles in mei en juni 2020 bij de gemeente Hengelo. Uit dit rapport van het RIVM, met nummer 2018-0072, blijkt dat rubbergranulaatkorrels op kunstgrasvelden schadelijk kunnen zijn voor het milieu in de directe omgeving van de velden. De milieubelasting kan volgens dit rapport bijvoorbeeld ontstaan doordat rubbergranulaatkorrels buiten het veld op de grond terechtkomen en er stoffen (kobalt, zink en minerale olie) weglekken uit die rubberkorrels. Hoewel dit rapport geen onderdeel uitmaakt van het dossier, is dit rapport op het internet gepubliceerd en openbaar raadpleegbaar, en veronderstelt dit rapport – in het bijzonder de weergave ‘Rapport in het kort’ – geen specialistische kennis. Het rapport is verder afkomstig van een betrouwbare bron, te weten het RIVM. Het voorgaande maakt dat sprake is van een feit van algemene bekendheid dat rubbergranulaatkorrels buiten de kunstgrasvelden op de bodem tot verontreiniging kunnen leiden. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.
Het voorgaande betekent dat de gemeente Hengelo wordt geacht te hebben geweten dat rubbergranulaat op de onbeschermde bodem schadelijke gevolgen kan hebben voor het milieu. Dit geldt temeer omdat uit interne stukken van de gemeente blijkt dat de gemeente Hengelo bekend was met de discussie die al enkele jaren bestond over rubbergranulaat op kunstgrasvelden en de mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en in 2017 in een interne presentatie al sprak over het tegengaan van de verspreiding van rubbergranulaatkorrels, waarvoor sindsdien ook maatregelen werden genomen.
Dubbele zorgplicht
Omdat rubbergranulaat verontreiniging van de bodem kan veroorzaken rustte op de gemeente op grond van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) een dubbele zorgplicht. Ten eerste de verplichting om verontreiniging van de bodem te voorkomen en ten tweede, als de verontreiniging zich voordoet, de verplichting om de gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. De vraag of de gemeente Hengelo aan die zorgplicht heeft voldaan, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer betekenis kan worden toegekend aan het tijdstip waarop eventuele maatregelen ter voorkoming of ongedaanmaking van de verontreiniging zijn genomen.
Zoals reeds hiervoor is benoemd heeft de gemeente Hengelo sinds 2017 maatregelen getroffen om de verspreiding van de rubbergranulaatkorrels op de kunstgrasvelden tegen te gaan. Zo deed de gemeente veegacties, maakten zij gebruik van blowers en zuigmachines, hebben zij een slipvangput gemaakt, schoonlooproosters groter gemaakt en matten op de roosters geplaatst. Die maatregelen hebben echter niet kunnen voorkomen dat op twee momenten in 2020 bij meerdere kunstgrasvelden op twee sportparken rubbergranulaatkorrels buiten kunstgrasvelden op de onbeschermde bodem lagen. Kantplanken had de gemeente Hengelo tijdens die controles nog niet op alle kunstgrasvelden geplaatst. Op 30 november 2020 waren deze kantplanken wel bij alle velden geplaatst en lagen er op dat moment nauwelijks rubbergranulaatkorrels buiten de kunstgrasvelden.
De vraag is of de gemeente Hengelo daarmee tijdig alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van haar konden worden gevergd om bodemverontreiniging te voorkomen. Uit de verklaring van de vertegenwoordiger van de gemeente, de beleidsmedewerker sport, volgt dat de gemeente Hengelo ermee bekend was dat in verschillende zorgplichtdocumenten stond dat kantplanken geplaatst moesten worden op kunstgrasvelden met rubbergranulaatkorrels. In september 2019 constateert deze beleidsmedewerker dat er rubbergranulaat naast meerdere velden ligt en dat ze ‘dat niet moeten willen’. In januari 2020 schrijft deze beleidsmedewerker concreet dat er nog maatregelen genomen kunnen worden, waaronder het plaatsen van kantplanken op de velden waar dit nog niet het geval is. Desondanks worden de kantplanken pas na juni 2020 geplaatst. Niet is gebleken dat eerdere maatregelen niet mogelijk waren. Integendeel, uit het dossier blijkt dat er op 15 april 2020 een offerte (die overigens is gedateerd op januari 2020) voor kantplanken werd ontvangen waarin staat dat de kantplanken binnen vier weken konden worden geplaatst. Nog daargelaten dat niet is gebleken dat deze offerte niet eerder kon worden aangevraagd, volgt uit deze offerte bovendien dat de kantplanken in ieder geval al aanwezig konden zijn vóór de eerste controle op 25 mei 2020. Uit de verklaring van de vertegenwoordiger van de gemeente Hengelo of anderszins uit het dossier volgt niet waarom er niet op een eerder moment bij alle kunstgrasvelden kantplanken geplaatst konden worden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente Hengelo daarmee dan ook niet tijdig alle maatregelen genomen die redelijkerwijs van haar konden worden gevergd om verontreiniging van de bodem te voorkomen.
Het enkele feit dat de rubbergranulaatkorrels buiten de velden op de grond lagen is echter onvoldoende bewijs dat er schadelijke stoffen uit de rubbergranulaatkorrels zijn gelekt en in die bodem terecht zijn gekomen, en dus dat deze bodem daadwerkelijk is verontreinigd. De gemeente Hengelo wordt daarom vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het beperken/ongedaan maken van de ontstane bodemverontreiniging.
Toerekenbaar aan de publiekrechtelijke rechtspersoon
Ambtshalve overweegt de rechtbank dat het beheer van de kunstgrasvelden behoort tot de sfeer van de gemeente Hengelo, die eigenaar en beheerder was van de velden, en dat de gedragingen, het nalaten en het opzet van haar ambtenaren in redelijkheid kunnen worden toegerekend aan de gemeente Hengelo. De gemeente Hengelo heeft dit ook niet weersproken.
Gezien het voorgaande heeft de gemeente Hengelo gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplicht als bedoeld in artikel 13 Wbb.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
zij, in de periode van 25 mei 2020 tot en met 30 november 2020 te Hengelo, opzettelijk, als degene die op of in de bodem een handeling, als bedoeld in artikel 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht, te weten het exploiteren van kunstgrasvelden in gebruik bij [voetbalvereniging] en [sportvereniging] waarbij als nevengevolg rubbergranulaatkorrels (instrooirubber) die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken, en die wist dat door die handeling de bodem kon worden verontreinigd, niet alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van haar kon worden gevergd, teneinde die verontreiniging te voorkomen.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit:
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13 van de Wet Bodembescherming, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
Strafbaarheid van het feit en van de gemeente Hengelo
Het feit en de gemeente Hengelo zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De gemeente Hengelo moet voor het feit worden veroordeeld tot een geldboete van
€ 5.000,-.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De gemeente Hengelo heeft zich schuldig gemaakt aan een milieudelict door niet alle maatregelen te treffen om te voorkomen dat rubbergranulaatkorrels op de bodem terecht konden komen waardoor verontreiniging van die bodem kon ontstaan. Zo bleek dat in mei en juni 2020 de aanbevolen kantplanken nog niet op alle kunstgrasvelden waren geplaatst. Door aldus te handelen heeft de gemeente Hengelo haar zorgplicht in de zin van de Wbb geschonden.
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 mei 2026 blijkt dat de gemeente Hengelo weliswaar eerder onherroepelijk is veroordeeld voor milieudelicten, maar die veroordelingen zijn van meer dan twintig jaar geleden. Daarom wordt hiermee geen rekening gehouden in strafverzwarende zin.
Oplegging straf
Gelet op de ongewenste risico’s voor het milieu door het handelen van de gemeente Hengelo en dat pas na twee controles de noodzakelijke en mogelijke maatregelen zijn getroffen waardoor de verspreiding van de rubbergranulaatkorrels afnam, dient op dit feit te worden gereageerd met het opleggen van een geldboete. Daarbij weegt de rechtbank wel mee dat de gemeente Hengelo gedurende de ten laste gelegde periode al maatregelen nam om de verspreiding van de rubbergranulaatkorrels tegen te gaan. Er is daarnaast sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. Deze termijn is aangevangen op 9 december 2020, de datum van het verhoor van de vertegenwoordiger van de gemeente Hengelo. Dat betekent dat sprake is van een overschrijding van bijna zes jaar. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding niet aan de verdediging kan worden toegerekend.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een geldboete van € 2.500,- passend en geboden.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 23 en 51 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 1a (oud), 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 13 (oud) van de Wbb.
6. Beslissingen
De rechtbank:
vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en beslist als volgt;
verklaart bewezen dat de gemeente Hengelo het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de gemeente Hengelo strafbaar;
veroordeelt de gemeente Hengelo tot een geldboete van € 2.500,- [tweeduizend vijfhonderd euro].
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.W.H. Bootsma, voorzitter,
en mrs. L. Daum en S.M. den Hollander, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 september 2026.
Mr. mr. S.M. den Hollander is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.