ECLI:NL:RBROT:2026:12581

ECLI:NL:RBROT:2026:12581

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer 10-289328-25, TUL: 10-046740-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 44 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een contactverbod op als bedoeld in artikel 38v Sr en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-289328-25

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-046740-25

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Datum zitting: 1 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op [adres] , [postcode] , [woonplaats] ,

gedetineerd in [naam PI] .

Advocaat van de verdachte: mr. K. Durdu

Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. S. Epema

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 44 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een contactverbod op als bedoeld in artikel 38v Sr en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – aangever heeft getracht van het leven te beroven door hem meermaals te steken met een mes.

De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:

op of omstreeks 28 oktober 2025 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals/nek en/of de rug en/of het bovenlichaam en/of de arm(en) en/of de pols(en) en/of de knie van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het impliciet primair ten laste gelegde feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte heeft getracht de aangever van het leven te beroven door hem meermaals te steken in de hals, rug, bovenlichaam, armen, pols en knie. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.

1. Verklaring van de verdachte

Ik heb hem gestoken. Die steekwonden heeft hij door mij opgelopen. Ik was degene met het mes. Ik heb I will kill you gezegd.

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer]Op 28 oktober 2025 was ik bij [verdachte] thuis in [woonplaats] . We gingen wat drinken en blowen. Op een gegeven moment werd [verdachte] agressief. Hij had een zwart mes in zijn handen. Ik ben meerdere keren door [verdachte] gestoken. Ik zag overal bloed. Er kwam zoveel bloed ik dacht echt what the fuck. [verdachte] liep ook heel de tijd om mij heen en liet mij niet weggaan. Ik zag dat [verdachte] op dat moment voor de voordeur van zijn woning ging staan. Ik ben op een bepaald moment uitgegleden door mijn eigen bloed. En hij stak mij ook toen ik op de grond lag in mijn rug. Ik ben gestoken in mijn hals, mijn buik, in mijn beide armen, mijn rug, mijn schouders en in mijn linkerknie.

3. Proces-verbaal van de politieOp 28 oktober 2025 zagen wij, verbalisanten, dat [slachtoffer] op meerdere plekken op zijn lichaam steek- en snijwonden had. Wij zagen dat deze wonden van verschillende grootte waren. Wij zagen dat deze steekwonden op zijn linkerarm, rechterarm, rechterpols, borstzijde en linkerzijde van de rug zaten.

4. Proces-verbaal van de politieOp 28 oktober 2025 omstreeks 20:12 uur heeft er een steekpartij plaatsgevonden op [adres] te [woonplaats] . Van dit incident werd melding gemaakt bij de politiemeldkamer Rotterdam. De melder in dit gesprek bleek de later aangehouden verdachte te zijn. Die is genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] in [geboorteland] .

Melder: I am gonna kill this motherfucker, I swear to God I am gonna kill this motherfucker.

[…]

Melder: fucking die, deze kankerflikker

Politie: Do you know, is he still breathing, is he still breathing?

Melder: I don't give a fuck he could die, he could die, deze kankerflikker

5. Schriftelijk stuk, FARR-rapportage d.d. 31 december 2025

Bij onderzoek werden de volgende letsels geconstateerd: in de hals links is een wond van 1 cm te zien, de wond werd gehecht met 2 hechtingen, aan de achterzijde van de linker schouder werden 6-7 steekverwondingen van 1-3 cm gezien, de wonden werden gehecht, aan de linker onderarm werd een wond van 3 cm gezien, de wond werd gehecht met 2 hechtingen, aan de rechter bovenarm werden 2 wonden van 3 cm gezien, de wonden werden eveneens gehecht en op de linkerknie werd een wond van 3 cm gezien, deze wond werd met 2 hechtingen gehecht.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 28 oktober 2025 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, meerdere malen, met een mes, in de hals/nek en de rug en het bovenlichaam en de armen en de pols en de knie van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

poging tot doodslag

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregelen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, verbod op gebruik van verdovende middelen, alcoholverbod, dagbesteding en aflossing schulden. Verzocht wordt de bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast vordert de officier van justitie een vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr), inhoudende een contactverbod met aangever [slachtoffer] voor de duur van 5 jaren, met per overtreding 2 weken hechtenis met een maximum van 6 maanden. Verder dient er een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (38z Sr) opgelegd te worden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoveel mogelijk te beperken en de straf zodanige vorm te geven dat de verdachte aansluitend kan instromen in het al geïndiceerde forensisch-klinisch behandeltraject.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Die avond waren de verdachte en de aangever al een tijd samen alcohol aan het drinken en jointjes aan het roken. De aanleiding voor het agressieve gedrag van de verdachte is voor de rechtbank onduidelijk gebleven, de aangever en de verdachte zeggen er wel iets over, maar duidelijk is het niet geworden. Schijnbaar uit het niets werd de verdachte agressief en heeft hij de aangever met een mes meerdere malen op verschillende plaatsen in het lichaam gestoken. Hij heeft de aangever achtervolgd en belet de woning te verlaten. Zelfs toen de aangever over zijn eigen bloed was uitgegleden en op de grond was gevallen heeft hij hem nog met het mes in zijn rug gestoken. De aanval van de verdachte op de aangever heeft enige tijd geduurd; de verdachte heeft meerdere momenten gehad om zijn handelen te stoppen, maar is desondanks doorgegaan.

De rechtbank neemt de verdachte zijn daden zeer kwalijk. De aangever is zeer angstig geweest en hij heeft werkelijk voor zijn leven gevreesd. Aan de politiemedewerker die hem eerste hulp verleende heeft hij herhaaldelijk gevraagd of hij nu dood zou gaan. Dat is gelukkig niet gebeurd, doordat hij tijdig is geholpen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Pro Justitia Rapport

De rechtbank heeft de Pro Justitia-rapportage van 19 december 2025, opgesteld door [psychiater] , psychiater, gelezen. Hieruit volgt dat bij de verdachte sprake is van een gemengde persoonlijkheidsstoornis uit cluster B, bestaande uit borderline-, histrionische en antisociale trekken. Daarnaast stelt de psychiater vast dat sprake is van een stoornis in het gebruik van verschillende middelen. Volgens de psychiater hebben de instabiliteit en angst die voortkomen uit de cluster B-persoonlijkheidsstoornis, versterkt door ontremming als gevolg van middelengebruik, ertoe geleid dat de verdachte zijn agressieve impulsen onvoldoende heeft kunnen beheersen. Geadviseerd wordt daarom om de ten laste gelegde poging tot doodslag, indien bewezenverklaard, in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Om dit risico te beperken wordt geadviseerd in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel een klinische behandeling van de persoonlijkheidsstoornis en stoornissen in het gebruik van middelen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek op te leggen, met aansluitende ambulante nazorg onder reclasseringstoezicht. Ook wordt een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel in overweging gegeven, om het risico op recidive op langere termijn te beperken.

Op basis van het rapport van de psychiater [psychiater] , stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit beïnvloedde. Het feit worden daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Reclasseringsadvies

Uit het advies van de reclassering (Fivoor) van 9 maart 2026 blijkt dat de rapporteur de bevindingen van de psychiater onderschrijft en een behandeltraject adviseert om het recidiverisico te beperken. De verdachte ziet de noodzaak van behandeling niet in, maar is wel bereid daaraan mee te werken onder toezicht van de reclassering.

Volgens de reclassering hangt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een behandeltraject onder reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel af van verschillende factoren, waaronder persoonskenmerken, de beschikbaarheid van forensische behandelmogelijkheden voor anderstaligen en de verblijfstatus van de verdachte.

De extrinsieke motivatie van de verdachte en de mogelijkheid om in het Engels met hem te communiceren bieden volgens de reclassering voldoende basis voor reclasseringstoezicht. Zij adviseert bij een deels voorwaardelijke straf de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod op het gebruik van verdovende middelen en alcohol, een zinvolle dagbesteding, het aflossen van schulden en een contactverbod. De reclassering adviseert deze voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De kans op een nieuw misdrijf met schade voor personen wordt ook door de reclassering als groot ingeschat. De reclassering ziet daarom meerwaarde in de oplegging van een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr, zodat de voorwaarden gericht op het beperken van recidive indien nodig langdurig kunnen worden voortgezet.

Oplegging straf en maatregelen

Gevangenisstraf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een andere strafsoort doet onvoldoende recht aan de aard en ernst van het feit. Bij de bepaling van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. In strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

Alles afwegende legt de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf op van 44 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Het voorwaardelijke strafdeel dient mede ter voorkoming van herhaling van strafbare feiten. De rechtbank ziet, gelet op de ernst van het feit, in het bijzonder het feit dat de aanval langer geduurd heeft en de ernstige gevolgen voor de aangever, geen aanleiding om een groter deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zoals door de verdediging bepleit.

Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf verbindt de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Deze zijn noodzakelijk om het risico op herhaling te beperken. De rechtbank ziet, evenals de officier van justitie, meerwaarde in het opleggen van een contactverbod als maatregel ex artikel 38v Sr, in plaats van als bijzondere voorwaarde.

Gelet op het advies van de psychiater en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 5 jaren. Deze maatregel houdt een contactverbod in met aangever [slachtoffer] .

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van 2 weken, met een totale duur van maximaal 6 maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)

Ter bescherming van de maatschappij en de algemene veiligheid van personen legt de rechtbank een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op.

De rechtbank acht de oplegging van deze maatregel noodzakelijk om het risico op herhaling van gewelddadig gedrag zoveel mogelijk te beperken. Door langdurig toezicht en het inzetten van passende interventies kan worden gewerkt aan het terugdringen van het recidiverisico. De maatregel biedt de mogelijkheid om de verdachte na zijn detentie te blijven volgen en, indien nodig, veiligheidsmaatregelen op te leggen ter bescherming van de maatschappij. Deze maatregelen kunnen worden verlengd zolang het recidiverisico daartoe aanleiding geeft. Daarnaast kan de verdachte bij overtreding van de voorwaarden in hechtenis worden genomen.

Ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan. De verdachte wordt veroordeeld tot een (gedeeltelijk voorwaardelijke) gevangenisstraf voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Daarnaast is op dit misdrijf een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen mes wordt verbeurdverklaard en de twee iPhones aan de verdachte worden teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de twee iPhones te retourneren aan de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor het feit wordt het in beslag genomen mes verbeurdverklaard.

Het strafbare feit is namelijk met behulp van het mes gepleegd.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de twee in beslag genomen iPhones aan de verdachte.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

[slachtoffer] heeft als benadeelde partij voor het feit € 1.094,00 als vergoeding voor materiële schade en € 30.000,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan gedeeltelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 15.599,00, bestaande uit € 599,00 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde vergoeding van de telefoon dient te worden afgewezen. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij kan slechts gedeeltelijk worden toegewezen tot een bedrag aan € 599,- aan materiële schade. Het gevorderde bedrag aan immateriële schade dient te worden gematigd naar billijkheid.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 599,-, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging dit deel van de vordering niet heeft betwist. De vergoeding van de waarde van de telefoon wordt afgewezen, omdat de dagwaarde van deze telefoon nihil was. De benadeelde partij wordt voor het overige deel van de vordering aan materiële schade niet-ontvankelijk verklaard.

Immateriële schade

Namens de benadeelde partij is aangevoerd dat hij als gevolg van het handelen van de verdachte lichamelijke en psychische gevolgen heeft ondervonden. Hij heeft meerdere steekwonden opgelopen, waarbij hij die avond veel bloed heeft verloren. Aan deze verwondingen heeft hij blijvende littekens en zenuwschade overgehouden. Daarnaast voelt hij zich nog steeds onveilig en angstig, heeft hij slaapproblemen en veel angst en paniekklachten. Hij heeft van zijn huisarts een doorverwijzing gekregen voor EMDR-therapie bij een psycholoog.

De rechtbank is van oordeel dat het lichamelijke letsel, waaronder de blijvende littekens, een grondslag vormt voor toewijzing van de vordering tot vergoeding van immateriële schade. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de normschending en de gestelde psychische gevolgen, sprake is van een aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW. De immateriële schade komt daarom voor vergoeding in aanmerking.

Gelet op de aard en ernst van het letsel, de blijvende gevolgen daarvan, de psychische gevolgen voor de benadeelde partij, de omstandigheden van het geval en de bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend, acht de rechtbank een vergoeding van € 7.500,00 billijk.

De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt voor het overige deel van de vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte € 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 28 oktober 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 65 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 (één) maand, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

Het nu bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

De rechtbank ziet desondanks af van de tenuitvoerlegging, omdat in de uitvoering van de voorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak geen meerwaarde wordt gezien. De vordering wordt dus afgewezen.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 38z, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregelen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 44 (vierenveertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 8 (acht) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

1. zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met SVG-reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich in de kliniek bij de regionale SVG-reclassering. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. zich tijdens de proeftijd voor de duur van 8 maanden tot 18 maanden, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen in een FVA volgens de forensisch-klinische indicatie van NIFP/IFZ, of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start aansluitend aan detentie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

3. zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een klinisch te indiceren instelling/behandelaar, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

4. gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een klinisch te indiceren instelling voor begeleid wonen, of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

5. gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ ademonderzoek/ speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

6. gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ ademonderzoek/ speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

7. zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding/inburgering draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

8. meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 8 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de onder nummers 1 tot en met 8 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan de genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor feit op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 (vijf) jaar, inhoudende dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met het slachtoffer [slachtoffer] ;

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale maximum duur van 6 (zes) maanden;

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38z Sr)

legt de verdachte voor het feit op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd, een mes

- beveelt de teruggave van een Apple iPhone wit en een Apple iPhone grijs aan de verdachte;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-046740-25)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 5 september 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van

€ 8.099,00, bestaande uit € 599,00 als vergoeding van materiële schade en € 7.500,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

wijst af het deel van de vordering welke ziet op de kosten van een telefoon

(€ 319,00);

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat € 8.099,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 65 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.C. Bos, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en J.C. Oord, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 juli 2026.

Mr. P.A.J. van der Hart is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.C. Bos

Griffier

  • mr. P.A.J. van der Hart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand