Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-229963-22; 10-327996-22
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
Datum zitting: 5 augustus 2026
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats 1] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.M.G. Sussenbach
Officier van justitie: mr. M. Kruit
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich op 9 september 2022 samen met een ander schuldig gemaakt aan het vervoeren van heroïne en het witwassen van een geldbedrag van € 38.580,-. De verdachte wordt ook veroordeeld voor overtreding van artikel 5a WVW omdat hij op ernstige wijze de verkeersregels heeft geschonden en daarbij onaanvaardbare risico’s heeft genomen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 137 voorwaardelijk. Het gevolg is dat de verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een ander heroïne heeft vervoerd en een geldbedrag van € 38.580,- heeft witgewassen. Daarnaast wordt verdachte beschuldigd van opzettelijk ernstig verkeersgevaarlijk rijgedrag.
De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:
Ten aanzien van de feiten met parketnummer 10/229963-22
1.op of omstreeks 9 september 2022 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 945 gram en/of 195,1 gram in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
op of omstreeks 9 september 2022, te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een geldbedrag ten hoogte van € 38.580, althans enig geldbedrag,- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
Ten aanzien van het feit met parketnummer 10/327996-22
op of omstreeks 9 september 2022, te Moordrecht en/of Gouda, althans in Nederland, en/of de rijksweg A20 en/of de rijksweg A12 en/of de Rijksweg A2 als bestuurder van een voertuig (een personenauto van het merk Citroën C3, kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende over de weg, de A20 en/of de A12 en/of de A2, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- op de Rijksweg A20 en/of A12 en/of A2 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 130 kilometer per uur te rijden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of- geen gevolg te geven aan (een) verkeersaanwijzing(en) van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen, door een stopteken middels transparant met de woorden: ‘Politie Stop’ te negeren en/of- (met hoge snelheid) meerdere motorrijtuigen rechts in te halen en/of voorbij te rijden en/of- (met hoge snelheid) rijdend over de vluchtstrook meerdere motorrijtuigen in te halen en/of voorbij te rijden en/of- te proberen zich uit de door een politieauto ingezette gedwongen stoppoging te manoeuvreren door die politieauto af te snijden en/of- (met hoge snelheid) over vrijwel de gehele breedte van meerdere rijstroken te manoeuvreren en/of- zeer dicht achter een vóór hem, verdachte, rijdend motorvoertuig (merk: Audi) te rijden door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten met parketnummer 10/229963-22 en het feit met parketnummer 10/327996-22.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het
vervoeren van heroïne (feit 1 met parketnummer 10/229963-22), het medeplegen van
witwassen van € 38.580,- (feit 2 met parketnummer 10/229963-22) en overtreding van artikel 5a WVW (het feit met parketnummer 10/327996-22). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten met parketnummer 10/229963-22 en het feit met parketnummer 10/327996-22 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politieOp 9 september 2022 reden wij achter een Citroen C3, voorzien van het kenteken [kentekennummer]
. Ter hoogte van hectometerpaal 29.4 op de A20 zagen wij dat de bijrijder een voorwerp, lijkend op een telefoon, naar buiten gooide. Via de A20 zijn wij en het gevolgde voertuig de A2 opgereden. Wij zagen dat er op verschillende momenten voorwerpen naar buiten werden gegooid door de bijrijder.
2. Proces-verbaal van de politie
Op de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4 zagen wij dat er een telefoon uit
het voertuig werd gegooid. Ik zag dat de bijrijder van de Citroen C3 voorzien van
kenteken [kentekennummer] zijn raam opende en ter hoogte van de A2 links hectometerpaal
een bruin pakketje ter grootte van de afmeting van een telefoon, maar dan dikker
naar buiten gooide op rijstrook 3 en de vluchtstrook aan de rechterzijde van de A2
links. Ik zag dat er om de 100 meter op de A2 links diverse bruine pakketjes uit het
voertuig gegooid werden door de bijrijder. Ik zag dat de pakketjes op het asfalt vielen
en sommige van deze pakketjes uit elkaar spatten.
Ik zag dat sommige pakketjes in doorzichtig folie zaten. Ik zag dat er op de A2 links ter
hoogte van 46.0 vanuit het genoemde voertuig door de bijrijder een telefoon uit het
voertuig werd gegooid en op de vluchtstrook terechtkwam.
3. Proces-verbaal van de politie Ik heb de hele route achter de personenauto gereden. Op de rijksweg A2,
net voorbij Utrecht, zag ik dat er allerlei bruine kleine pakketjes uit de rijdende Citroen
werden gegooid. Ik zag dat dit ter hoogte was van hectometerpaal 56.0 en 56.8. Hier
ben ik gestopt om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen. Ten tijde
hiervan hoorde ik dat de collega van de verkeerspolitie over de portofoon riep, dat er
ter hoogte van hectometerpaal 46 een zwarte mobiele telefoon uit het raam werd
gegooid. Ik heb op de rijksweg A2, ter hoogte van hectometerpaal 46 een onderzoek
ingesteld en zag aldaar een zwarte mobiele telefoon liggen voorzien van het
fabrieksmerk iPhone.
4. Proces-verbaal van de politie
Verzoek om te gaan naar de Al2 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4. Alhier was
door een inzittende van een voertuig een voorwerp uit het voertuig gegooid. Ik zag ter
hoogte van A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.3 onder de vangrail een witte
GSM liggen. Ik zag dat de GSM nog vrijwel geheel droog was ondanks dat het kort
hiervoor geregend had waaruit ik kon afleiden dat de GSM hier nog maar recent lag.
Goednummer; [nummer 1]
Merk/type: Apple iPhone
Kleur: wit
5. Proces-verbaal van de politieTussen Utrecht en Amsterdam waren op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig
gegooid. Gezocht op de A2 linker rijbaan. Tijdens het zoeken werden verschillende
pakketjes aangetroffen. De genoemde pakketjes zagen er allen hetzelfde uit. Met tape
omwikkelde pakketjes en de grootte van een sigarettenpakje. Enkele pakketjes waren
opengescheurd. Hierdoor zag ik dat de inhoud van de pakketjes een bruinkleurig
poeder betrof.
6. Proces-verbaal van de politieDoorzoeken voertuig met kenteken [kentekennummer] . In het voertuig goederen aangetroffen. 1
GSM type iPhone. Deze lag in het middenconsole. Goednummer: [nummer 2]
. 1 Jumbo boodschappentas, die achter de bestuurdersstoel lag.
Deze tas had de volgende inhoud: grote hoeveelheid aan briefgeld.
7. Proces-verbaal van de politieOnderzoek naar het inbeslaggenomen briefgeld dat was aangetroffen in het voertuig
met kenteken [kentekennummer] . Goednummer: [nummer 3]
8. Proces-verbaal van de politieInbeslaggenomen geldbedrag met goednummer [nummer 3] werd afgestort. Na afstorten
bleek dit bedrag € 38.580 te zijn.
9. Proces-verbaal van de politieIk was op een nagesprek, omdat het voertuig met kenteken [kentekennummer] welke op naam
van [persoon A] staat, gebruikt was door [verdachte] en [medeverdachte] . [persoon A] vertelde dat hij
[medeverdachte] en die Turk, hiermee bedoelt hij zeker [verdachte] , kent uit [naam] en van
de coffeeshop [coffeeshop] . [medeverdachte] en [verdachte] benaderden [persoon A] of hij auto’s kon huren
op zijn naam, zodat zij erin konden rijden. Later vroegen zij hem een auto op zijn naam
te zetten. Zij hadden de auto betaald. Hij hoefde deze enkel op zijn naam te zetten.
[persoon A] kreeg hier € 400,- voor. Zij vroegen dit, omdat zij beiden geen rijbewijs hadden.
Dit had hij gedaan. [persoon A] geeft aan nooit de beschikking over het voertuig te hebben
gehad.
10. Proces-verbaal van de politie
In het middenconsole van een Citroen C3 voorzien van kenteken [kentekennummer] werd een
Apple iPhone aangetroffen met beslagnummer [nummer 2] . In het toestel stonden een
grote hoeveelheid images. Bericht van pakketbezorger DHL aan [zus verdachte] . Uit
onderzoek bleek dat dit de zus van de aangehouden verdachte [verdachte] betreft. Op
de foto is een in plastic geseald pakket te zien. Ambtshalve is bekend dat verdovende
middelen (cocaïne en/of heroïne) op een dergelijke wijze worden verpakt. Op deze foto
is een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) te zien.
11. Proces-verbaal van de politie
Op de Rijksweg A20 ter hoogte van Gouda was een mobiele telefoon uit het voertuig
gegooid. Dit toestel werd inbeslaggenomen onder nummer [nummer 1] . In het toestel
onder contacten stond de naam ‘Zus’ met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit
onderzoek in de politiesystemen bleek dit telefoonnummer in gebruik bij [zus medeverdachte]
, geboren op [geboortedatum 2] -1994. Deze persoon bleek te zijn [zus medeverdachte] ,
geboren op [geboortedatum 2] -1994 te [geboorteplaats 2] . Uit onderzoek bleek dat [zus medeverdachte] een zus is van de
aangehouden verdachte [medeverdachte] .
In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s. Op deze foto’s en
video’s leken grotere hoeveelheden diverse soorten brokken en/of pakketten
verdovende middelen te staan en foto’s van vuurwapens.
12. Proces-verbaal van de politieOp de Rijksweg A2 ter hoogte van hectometerpaal 46.0 was een mobiele telefoon uit het voertuig gegooid. In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s.
Op deze foto’s en video’s leken grotere hoeveelheden, diverse soorten brokken en/of
pakketten verdovende middelen te staan en (een) geld(telmachine).
Op pagina 9 van de bijlage staat een uitslagformulier van theorie-examen bij het BCR
op [datum] met de naam [verdachte] . Op pagina 10 van de bijlage is een brief van
het CBR. Deze brief is ook gericht aan de heer [verdachte] . Op pagina 15 van de bijlage is
verdachte [verdachte] rechts op de foto te zien.
Op het toestel waren ook filmpjes te zien. Het filmpje weergeven op pagina 18 van de
bijlage betreft een filmpje met tassen met daarin meerdere pakketjes, in bruin plastic
tape gewikkeld. Deze vrij kleine pakketjes vertoonden grote gelijkenis met de
pakketjes, die door de verdachten tijdens de achtervolging uit het voertuig waren
gegooid.
13. Proces-verbaal van de politieRapport uitkijken camerabeelden. Citroen C3 met kenteken [kentekennummer] gezien. Tijdens
de achtervolging zijn er meerdere objecten uit het voertuig gegooid. In totaal heb ik
waargenomen dat er 53 voorwerpen uit het voertuig zijn gegooid tot aan de
aanhouding.
14. Proces-verbaal van de politieIk las in het proces-verbaal met documentcode [documentcode 1] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , dat hij zag dat op de Rijksweg A2 ter hoogte van
hectometerpaal 56.0 en 56.8 pakketjes uit de rijdende Citroen werden gegooid. Ik las
dat hij hier gestopt is om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen.
Tevens las ik dat hij afzonderlijk proces-verbaal van inbeslagname heeft opgemaakt.
Goednummer: [nummer 4]
Ik las in het proces-verbaal met documentcode [documentcode 2] , opgemaakt
door verbalisant [verbalisant 2] , dat op de A2 linker rijbaan tussen Utrecht en
Amsterdam op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig waren gegooid, waarna door verschillende eenheden werd gezocht op de A2 linker rijbaan, waarbij verschillende met tape omwikkelde pakketjes werden aangetroffen.
Goednummer: [nummer 5]
15. Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming
Inbeslagneming: A2 ter hoogte van hectometerpaal 56.0 linker rijbaan.
Goednummer: [nummer 4] Bijzonderheden: 2x met tape omkleed, blokjes van ongeveer 100 gram per stuk.
16. Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming
Goednummer: [nummer 5] Object: verdovende middelen (heroïne) Aantal/eenheid: 11 stuks
17. Proces-verbaal van de politie
Goednummer: [nummer 4] SIN van goed: AAPN0764NL SIN van monster: AAPY5773NL Gewicht netto: 195,1 gram
Goednummer: [nummer 5] SIN van goed: AAPN0763NLSIN van monster: AAPY5772NL
Gewicht netto: 945 gram
18. Deskundigenverslag
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAPY5773NL poeder en brokjes, bruin, uit 195,1 gram, bevat heroïne
aantal bemonsteringen in onderzoek: twee
19. Deskundigenverslag
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie AAPY5772NL poeder en brokjes, bruin, uit 945 gram, bevat heroïne
aantal bemonsteringen in onderzoek: twee
20. Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m.b.t. [medeverdachte][medeverdachte]
Verzamelinkomen Omschrijving 2021Box 1 -Verzamelinkomen -
Loongegevens Jaar Loon tot en met Naam werkgever2021 december Gemeente [gemeente] 2022 oktober Gemeente [gemeente]
21. Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m. b. t. [verdachte]
[verdachte]
Jaaromzet 2021 0Saldo bankrekeningen
2021 0 / 4 euro
Loongegevens
Jaar Loon tot en met werkgever
2018 december Gemeente [gemeente]
2019 december [verdachte]
22. Proces-verbaal van de politie
Op 9 september 2022 reden wij op de A20 achter dit voertuig met het kenteken [kentekennummer] , een Citroen C3. Op dat moment was de snelheid ongeveer 130 km/h. Het verkeersbeeld was op dat moment normaal tot druk met aardig wat vrachtverkeer.
Wij reden op ongeveer 50 meter achter het voertuig en hadden optische en geluidssignalen aan met het daarbij “politie stop” transparant aan de voorzijde aan. Wij zagen dat de bestuurder hierop geen reactie gaf en met ongeveer 130km/h door reed alwaar 100 km/h is toegestaan.
Wij zagen dat het verdachte voertuig ter hoogte van A 20 47.3 diverse voertuigen rechts inhaalde. Ter hoogte van de A20 rechts hectometerpaal 47.6 zagen wij dat de verdachte over de vluchtstrook reed en diverse voertuigen inhaalde met een snelheid op onze boordsnelheidsmeter van 108 kilometer per uur.
Vervolgens zien wij dat het voertuig een vrachtwagen rechts inhaalt over de vluchtstrook met een snelheid van 106 km/h. Nadat het verdachte voertuig de vrachtwagen had ingehaald wilde wij voor het voertuig komen om zo wellicht een gedwongen stop te creëren, echter zagen wij dat het verdachte voertuig ons afsneed.
Wij zagen dat het verdachte voertuig rechts inhaalde met een snelheid van 136 kilometer per uur alwaar 100 kilometer per uur is toegestaan.
Wij zagen dat het voertuig op de Rijksweg A12 rechts kruisend door het verkeer reed met een snelheid van 121 kilometer per uur en rechts inhaalde. Tevens zagen wij dat de bestuurder van het voertuig op een afstand van minder dan 5 meter en met een snelheid van 60 kilometer per uur achter deze zwarte Audi ging rijden.
Vervolgens zagen wij dat de bestuurder van het verdachte voertuig invoegde over het puntstuk met een snelheid van 60 kilometer per uur. Wij zagen dat het wegdek vochtig was als ook het puntstuk. Ambtshalve is bekend dat puntstukken bij vochtig weer slipgevaar kunnen veroorzaken. Aangezien er op zeer korte afstand diverse voertuigen reden en de bestuurder soms rakelings langs de andere voertuigen zich door het verkeer manoeuvreerde kon er van geluk gesproken worden dat er geen ongelukken zijn gebeurd.
Op de rijksweg A2 zagen wij dat de bestuurder een bijna constante snelheid reed van 130 tot 140 kilometer per uur en nergens de intentie had om zijn snelheid aan te passen aan de geldende maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Wij zagen dat de bestuurder wederom diverse voertuigen rechts inhaalde met een snelheid van 131 kilometer per uur.
Verdachte – bestuurderAchternaam : [achternaam verdachte]Voornamen: [voornamen verdachte]
Bewijsmotivering
Ten aanzien van feit 1 met parketnummer 10/229963-22
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit omdat de verdachte geen beschikkingsmacht heeft gehad over de in de berm aangetroffen pakketten met heroïne. De verdachte was de bestuurder en niet degene die de pakketten uit het voertuig heeft gegooid. Mocht de rechtbank oordelen dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over de pakketten heroïne, dan blijkt nergens uit het dossier dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de inhoud van de pakketten. Verder stelt de verdediging dat het causaal verband tussen hetgeen dat vanuit het voertuig is weggegooid en de later in de berm aangetroffen pakketten ontbreekt. Uit het dossier zou niet blijken dat de voorwerpen die uit het raam zijn gegooid identiek zijn aan de uiteindelijk aangetroffen pakketten met heroïne. Niet kan worden uitgesloten dat andere voorwerpen zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen en/of dat de gevonden pakketten hier al lagen.
Tot slot stelt de verdediging zich op het standpunt dat geen sprake is van medeplegen omdat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte en de medeverdachte vooraf afspraken hebben gemaakt over het vervoeren, voorhanden hebben of wegmaken van verdovende middelen.
Beoordeling
Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, dat er andere voorwerpen zouden zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen of dat de pakketten reeds in de berm lagen en niets van doen hebben met de door de medeverdachte gegooide voorwerpen, wordt weerlegd door de bevindingen van de verbalisanten ten tijde van de achtervolging en de beschrijving van de camerabeelden van de volgauto van de politie. Vrijwel direct nadat door verschillende verbalisanten wordt waargenomen dat de bijrijder bruine pakketjes uit de auto gooit worden op die plaatsen langs de snelweg dergelijke bruine pakketjes aangetroffen. Volgens de NFI-rapporten bevatten de aangetroffen pakketjes heroïne. Gelet op de uiterlijke gelijkenis tussen de weggegooide pakketjes en de aangetroffen pakketten, alsmede het korte tijdsverloop tussen de waarneming van het weggooien en het aantreffen van de pakketjes, kan het niet anders zijn dat de aangetroffen pakketjes door de medeverdachte uit de auto zijn gegooid. Het is daarbij tevens geenszins aannemelijk geworden dat langs deze weg al vele pakketjes heroïne lagen en de rechtbank acht dit ook uiterst onwaarschijnlijk. Verdachte heeft ook beschikkingsmacht gehad over de pakketjes heroïne. De pakketten werden uit het raam gegooid van het voertuig waar de verdachte de bestuurder van was en bevonden zich daarmee binnen de machtssfeer van verdachte. Immers, de bestuurder van een auto heeft toegang tot en kan beschikken over alle delen van de auto.
Door verbalisanten wordt waargenomen dat de medeverdachte als bijrijder bruine pakketjes uit de door de verdachte bestuurde auto gooit, terwijl deze achtervolgd wordt door meerdere
politieauto’s. Het NFI heeft vastgesteld dat de geteste pakketjes gezamenlijk ongeveer
1.140,1 gram heroïne bevatten. Ook wordt waargenomen dat er door de medeverdachte twee telefoons uit de auto worden gegooid, waarvan later is gebleken dat zij aan de verdachte en de medeverdachte toebehoren. In deze telefoons worden verschillende afbeeldingen aangetroffen die wijzen op handel in verdovende middelen. Opvallend is dat de medeverdachte niet enkel zijn eigen telefoon uit het raam gooit, maar ook de telefoon van de verdachte. Dit alles - in onderlinge samenhang bezien - maakt dat het niet anders kan zijn dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezige heroïne. Ook volgt uit deze feiten en omstandigheden dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte bij het plegen van feit 1.
Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 10/229963-22
Standpunt verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit, omdat de verdachte niet de wetenschap van en beschikkingsmacht had over het contante geldbedrag dat is aangetroffen in de Jumbo-tas. Daarnaast zou uit het dossier niet blijken dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf.
Beoordelingskader De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid onder a en b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf" kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat deze een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of, ondanks de verklaring van de verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Wanneer na dit onderzoek een legale herkomst met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten, staat vast dat het voorwerp een criminele herkomst heeft.
Beoordeling
Uit de auto die de verdachte bestuurde zijn pakketjes heroïne en twee telefoons gegooid. De inhoud van de telefoons en de pakketjes heroïne wijzen op de betrokkenheid van verdachte en medeverdachte bij de handel in verdovende middelen. Achter de bestuurdersstoel in een Jumbo-tas is het contante geldbedrag aangetroffen. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij de handel in (hard)drugs vaak gebruik wordt gemaakt van grote cashgeldbedragen. Gelet op het hiervoor genoemde en op de plek waar het geld is aangetroffen, kan het niet anders dan dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de tas met daarin het geldbedrag en dat hij dit met de medeverdachte voorhanden heeft gehad. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de bestuurder van een auto geacht wordt bekend te zijn met de voorwerpen in die auto.
Op grond van de hoogte van het geldbedrag en de wijze van aantreffen in combinatie met de verdenking van de handel in heroïne acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Temeer omdat uit de iCOV-rapportages blijkt dat zowel de verdachte als de medeverdachte geen noemenswaardig vermogen of recent inkomen hebben.
In een dergelijk geval mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is. Een dergelijke verklaring heeft de verdachte niet gegeven. Dit leidt rechtbank tot de conclusie dat het geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 2.
Ten aanzien van het feit met parketnummer 10/327996-22
Standpunt verdediging De verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit omdat het rijgedrag van verdachte niet zonder meer een gevaar zou opleveren voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen verzoekt de verdediging rekening te houden met het feit dat de verdachte niet onder invloed was van alcohol en/of drugs, de gedragingen plaatsvonden op de snelweg en er geen sprake was van daadwerkelijk letsel of materiële schade. BeoordelingskaderDe rechtbank moet in dit verband beoordelen of verdachte met het uit de bewijsmiddelen blijkende gedrag (I) de verkeersregels heeft geschonden, (II) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (III) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (IV) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.BeoordelingDe rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte de aan hem tenlastegelegde gedragingen heeft begaan. Zo heeft de verdachte op meerdere momenten de maximumsnelheid overschreden, gevaarlijke inhaal(manoeuvres) verricht, rechts ingehaald, waaronder via de vluchtstrook, en de politieauto afgesneden. Daarmee heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank de verkeersregels in ernstige mate geschonden. Dat de verdachte hiermee aan de politie probeerde te ontkomen en daarbij een stopteken negeerde maakt dat de rechtbank oordeelt dat het niet anders kan dan dat de verdachte dit opzettelijk heeft gedaan.
In het proces-verbaal beschrijft de politie dat de verdachte met hoge snelheid soms rakelings langs andere voertuigen reed en heel dicht achter een ander voertuig reed, dit terwijl er verschillende voorwerpen uit het voertuig werden gegooid. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er een zeer gevaarlijke verkeerssituatie kon ontstaan met als gevolg dodelijk of zeer ernstig letsel voor medeweggebruikers.
De rechtbank concludeert dat het verkeersgedrag van verdachte kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a WVW en komt tot een bewezenverklaring.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Ten aanzien van de feiten met parketnummer 10-229963-22
1.
hij op 9 september 2022 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk
heeft vervoerd, ongeveer 945 gram en 195,1 gram heroïne, zijnde een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.hij op 9 september 2022 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander een
geldbedrag ter hoogte van € 38.580 voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, en zijn
mededader wisten dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig
misdrijf.
Ten aanzien van het feit met parketnummer 10/327996-22
hij op 9 september 2022 in Nederland als bestuurder van een voertuig (een personenauto van het merk Citroën C3, kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende over de weg, de A20 en de A12 en de A2, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- op de Rijksweg A20 en/of A12 en/of A2 met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, en
- geen gevolg te geven aan een verkeersaanwijzing van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen, door een stopteken middels transparant met de woorden: ‘Politie Stop’ te negeren en
- ( met hoge snelheid) meerdere motorrijtuigen rechts in te halen en voorbij te rijden en
- ( met hoge snelheid) rijdend over de vluchtstrook meerdere motorrijtuigen in te halen en
- te proberen zich uit de door een politieauto ingezette gedwongen stoppoging te manoeuvreren door die politieauto af te snijden en
- ( met hoge snelheid) over vrijwel de gehele breedte van meerdere rijstroken te manoeuvreren en
- zeer dicht achter een vóór hem, verdachte, rijdend motorvoertuig te rijden door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Ten aanzien van de feiten met parketnummer 10/229963-22
Feit 1:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de
Opiumwet gegeven verbod
Feit 2:
Medeplegen van witwassen
Ten aanzien van het feit met parketnummer 10/327996-22
Overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten met parketnummer 10/229963-22 en het feit met parketnummer 10/327996-22 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 240 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 138 voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om, indien niet tot een vrijspraak wordt beslist, te volstaan met een
straf gelijk aan het voorarrest met zo nodig een voorwaardelijk deel. Indien de rechtbank meent dat een zwaardere straf op zijn plaats is verzoekt de verdediging een taakstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het vervoeren van ten minste een kilogram heroïne. Slechts een beperkt deel van de blokken is getest door het NFI, maar duidelijk is dat 53 blokken uit de auto zijn gegooid, waarvan sterke aanwijzingen bestaan dat ook deze heroïne als inhoud hadden. De verdachte heeft hiermee een wezenlijke bijdrage geleverd aan de handel in verdovende middelen. Door het in de markt brengen van drugs wordt het gebruik daarvan bevorderd. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs schadelijk is voor de volksgezondheid. Bovendien leidt de handel in en het gebruik van harddrugs veelal tot vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. Tevens heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 38.580. Het witwassen van crimineel geld vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.
In een poging om aan de politie te ontkomen heeft verdachte zich verder schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag. Hierbij heeft verdachte onaanvaardbare risico’s voor de verkeersveiligheid genomen en met de levens van anderen gespeeld.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 juli 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten op grond van de Opiumwet. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Wel blijkt dat verdachte na het plegen van onderhavige feiten is veroordeeld voor verkeersovertredingen. De rechtbank heeft daarom bij de strafbepaling artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in acht genomen.
Rapport van de reclassering en bericht over het toezichtsverloop
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de reclassering van 16 december 2022 en de correspondentie van de reclassering van 4 augustus 2026 over het toezichtsverloop. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Overige persoonlijke omstandigheden
De raadsman heeft ter terechtzitting toegelicht dat het inmiddels goed gaat met de verdachte. Hij werkt drie dagen per week bij het koeriersbedrijf waar hij met zijn vader eigenaar van is en heeft een vast inkomen.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 10 september 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld.
Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn ruimschoots is overschreden. De rechtbank weegt dat in strafmatigende zin mee.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank heeft ook acht geslagen op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank vindt de straf zoals door de officier van justitie geëist, passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 137 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (103 dagen). Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 2.045,-, een geldbedrag van €38.580,- en de personenauto, verbeurd worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht het geldbedrag aangetroffen bij de insluitingsfouillering terug te geven aan verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor de feiten met parketnummer 10/229963-22 worden de volgende voorwerpen verbeurdverklaard:- een contant geldbedrag ter hoogte van € 38.580;- de personenauto Citroën C3 met kenteken [kentekennummer].
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen gepleegd.
Het geldbedrag en de personenauto betreffen voorwerpen die aan de verdachte toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 2045,- aan de verdachte, nu niet zonder meer kan worden vastgesteld dat dit geldbedrag betrekking heeft op de bewezenverklaarde strafbare feiten.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikelen 5a en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10/229963-22 en 10/327996-22, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 137 (honderd zevenendertig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
verklaart verbeurd voor de feiten met parketnummer 10/229963-22:
- een contant geldbedrag ter hoogte van € 38.580,-;- de personenauto Citroen C3 met kenteken [kentekennummer];
beveelt de teruggave van een contant geldbedrag van € 2.045,- aan de verdachte;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr I. Tillema, voorzitter,
en mrs. S.M. den Hollander en A.M. Nuijens, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 augustus 2026.