Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-274241-25
Datum uitspraak: 3 september 2026
Datum zitting: 20 augustus 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
gedetineerd in [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. A.K. Ramdas
Officier van justitie: mr. H.H. Balk
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor mishandeling en bedreiging. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 310 dagen opgelegd. Daarnaast wordt aan de verdachte TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 38z Sr. De TBS met voorwaarden wordt dadelijk uitvoerbaar verklaard.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 14 oktober 2025 de aangever heeft mishandeld en hem heeft bedreigd.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermaals met een elleboogkruk, althans een hard voorwerp, op/tegen de hand en/of het hoofd te slaan;
2hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "jullie moeten blij zijn dat ik geen mes heb. Ik zou jullie 100 keer steken in jullie ribben en jullie hart", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte op 14 oktober 2025 de aangever heeft mishandeld en bedreigd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 14 oktober 2025 te Rotterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermaals met een elleboogkruk tegen de hand en het hoofd te slaan;
Feit 2
hij op 14 oktober 2025 te Rotterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "jullie moeten blij zijn dat ik geen mes heb. Ik zou jullie 100 keer steken in jullie ribben en jullie hart".
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: mishandeling;
Feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf en maatregelen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 295 dagen met aftrek van voorarrest. Volgens de telling van de officier van justitie blijft hiermee na aftrek van het voorarrest ongeveer een week over om voor de verdachte een plek te vinden in een kliniek. Voor feit 2 vordert de officier van justitie TBS met voorwaarden conform het reclasseringsrapport. Daarbij vordert hij de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en schorsing van de voorlopige hechtenis onder voornoemde voorwaarden met ingang van het moment dat de verdachte in de kliniek wordt opgenomen en onder de voorwaarde dat hij naar een kliniek gaat. Ten slotte vordert de officier van justitie de oplegging van een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z Sr (GVM).
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De verdediging sluit zich aan bij de vordering van de officier van justitie met betrekking tot de TBS met voorwaarden en de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van aankomst in een kliniek.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. Hij heeft een begeleider van de zorginstelling waar hij toentertijd verbleef meermaals tegen het hoofd en de hand geslagen met een elleboogkruk. Daarbij heeft hij de bedreiging geuit dat de medewerkers van de instelling blij moesten zijn dat hij geen mes had. Hij zou hen dan 100 keer steken in hun ribben en hun hart. De verdachte heeft later bij zijn aanhouding bij de politie verklaard dat hij zo boos was dat hij van plan was om iedereen daar te steken.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 juli 2026 blijkt dat de verdachte recentelijk niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapporten van deskundigen en de reclassering
Over de verdachte zijn twee Pro Justitia-rapportages uitgebracht, door psychiater [psychiater] en psycholoog [psycholoog] . Ook hebben beide deskundigen aanvullende vragen van de verdediging schriftelijk beantwoord voorafgaand aan de terechtzitting.
Zowel de psychiater als de psycholoog stelt vast dat er ten tijde van de strafbare feiten bij de verdachte sprake was schizofrenie en een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne. De psychiater komt daarnaast nog tot de conclusie dat er ook sprake was van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en van zwakbegaafdheid. De stoornissen waren van invloed op de gedragingen van de verdachte. Door een te groot beroep op zijn zelfstandigheid ontstond bij de verdachte veel stress en kwam hij weer tot drugsgebruik. Daaruit ontstond een psychotische ontregeling waardoor hij nog meer stress ervoer en daarnaast last kreeg van onder meer hallucinaties en agressieve gedachten.
Het advies is om de mishandeling en de bedreiging in sterk verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte. Doordat er sprake is van een ziektebesef bij de verdachte is er ruimte voor een behandeling en gedragsverandering. Voor deze behandeling is echter een stevig kader nodig. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig-hoog tot hoog. De voornaamste risicofactoren voor toekomstig gewelddadig gedrag zijn terugval in middelengebruik en het niet meer innemen van de medicatie. Tegelijkertijd is de verdachte in het verleden jarenlang stabiel geweest, na zijn behandeling in het kader van een eerder opgelegde TBS met dwangverpleging.
Gezien deze eerdere succesvolle TBS-behandeling, de daaropvolgende lange stabiele periode, de bereidheid van de verdachte om mee te werken en zijn eigen behoefte aan passende hulp, wordt TBS met voorwaarden geadviseerd en zo nodig ook een GVM om de verdachte langer te kunnen volgen.
In het rapport van Reclassering Nederland van 7 mei 2026 staat onder meer het volgende. De reclassering ziet alleen mogelijkheid om de risico’s duurzaam te beperken en het gedrag van de verdachte te veranderen als voorwaarden worden opgelegd binnen het kader van TBS met voorwaarden, met een klinische start en in combinatie met een GVM.
Het advies is om de volgende voorwaarden op te leggen en deze dadelijk uitvoerbaar te verklaren:
geen strafbaar feit plegen;
meewerken aan reclasseringstoezicht;
meewerken aan time-out;
niet naar het buitenland;
opneming in een zorginstelling;
ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;
verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
verbod verdovende middelen;
meewerken aan bewindvoering;
dagbesteding.
Ook adviseert de reclassering een schorsing van de voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als de TBS met voorwaarden en oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.
Conclusies van de rechtbank
Op basis van de rapporten, stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten beïnvloedde. De feiten worden daarom in sterk verminderde mate aan de verdachte toegerekend.
Oplegging straf en maatregelen
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Er wordt een gevangenisstraf opgelegd van 310 dagen. De opgelegde vrijheidsstraf is in verhouding tot de feiten zeer aanzienlijk. Redenen daarvoor zijn enerzijds het door de deskundigen vastgestelde recidivegevaar en anderzijds het gegeven dat de maatschappij tegen het mogelijke geweld van de verdachte moet worden beschermd. Verder is de hoogte van de straf ook noodzakelijk met het oog op de opname van de verdachte in een kliniek zonder dat hij voorafgaand daaraan op straat komt te staan.
Terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden
Daarnaast moet de verdachte ter beschikking worden gesteld. Op basis van de behandeling ter terechtzitting, de inhoud van de Pro Justitia-rapportages en het TBS-rapport van de reclassering, is de rechtbank overtuigd van de noodzaak van een behandeling in het kader van een TBS-maatregel met voorwaarden. Het gevaar dat de verdachte opnieuw risicovol gedrag gaat vertonen moet zoveel mogelijk worden beperkt. Het is daarom van belang dat de verdachte (opnieuw) wordt behandeld en begeleiding krijgt. De rechtbank is het met de gedragsdeskundigen eens dat alleen TBS met voorwaarden een toereikend kader biedt om herhaling te voorkomen en de verdachte de begeleiding te bieden die hij nodig heeft. Daarbij speelt mee dat binnen het kader van de TBS zo nodig kan worden ‘opgeschaald’ naar een (tijdelijke) klinische opname.
Aan de overige voorwaarden voor TBS met voorwaarden is voldaan. Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en het bewezenverklaarde feit 2 is een feit als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en het gevaar voor herhaling eist de veiligheid van anderen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld. Ter bescherming van die veiligheid moet de verdachte zich houden aan voorwaarden, namelijk:
geen strafbaar feit plegen;
meewerken aan reclasseringstoezicht;
meewerken aan time-out;
niet naar het buitenland;
opneming in een zorginstelling;
ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;
verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
verbod verdovende middelen;
meewerken aan bewindvoering;
dagbesteding.
De verdachte heeft verklaard dat hij bereid is deze voorwaarden na te leven.
Vanwege het herhalingsgevaar is het noodzakelijk dat de voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. Daarom bepaalt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)
Om de veiligheid van anderen en de maatschappelijke veiligheid te beschermen, legt de rechtbank een GVM op. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de verdachte ook na afloop van de TBS-maatregel langdurig onder toezicht kan blijven, zodat het recidiverisico ook op langere termijn kan worden beperkt en zo nodig tijdig kan worden ingegrepen. Daarbij heeft de rechtbank mede acht geslagen op het reclasseringsrapport van 7 mei 2026.
Ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan. De verdachte wordt namelijk ter beschikking gesteld.
5. Voorlopige hechtenis
De officier van justitie heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen onder dezelfde voorwaarden als die zijn geadviseerd voor de TBS-maatregel met voorwaarden, met ingang van het moment van opname van de verdachte in [FPK] te [locatie] .
De verdediging kan zich vinden in het voorstel en benadrukt dat het van belang is dat de verdachte zo spoedig mogelijk met zijn behandeling start.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024 volgt dat een dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden niet kan worden omgezet in een TBS met verpleging van overheidswege zolang de uitspraak waarbij de TBS is opgelegd nog niet onherroepelijk is. Indien de verdachte de aan de TBS verbonden voorwaarden overtreedt, kan de TBS om die reden dus niet worden omgezet en kan de verdachte niet op grond van die enkele overtreding van zijn vrijheid worden beroofd. De Hoge Raad heeft in dit verband gewezen op de mogelijkheid om de voorlopige hechtenis te schorsen.
Om te voorkomen dat de verdachte bij een schorsing van de voorlopige hechtenis zonder behandeling en het daarbij behorende toezicht in vrijheid komt, acht de rechtbank het noodzakelijk de voorlopige hechtenis te schorsen onder dezelfde voorwaarden als die aan de TBS met voorwaarden zijn verbonden. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis daarom schorsen met ingang van het moment waarop de verdachte kan worden opgenomen bij [FPK] . Hiermee wordt voorkomen dat de verdachte in de periode tussen de datum van dit vonnis en de datum van opname in de kliniek zonder behandeling en toezicht in vrijheid komt te verkeren.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 37a, 38, 38a, 38z, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregelen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 310 (driehonderdtien) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
TBS-maatregel
beveelt dat de verdachte voor feit 2 ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
a. zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
b. een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van de verdachte vast te stellen;
c. zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
d. de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
e. meewerkt aan huisbezoeken;
f. de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
g. zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
h. meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
3. als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
4. de verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
5. de verdachte laat zich opnemen in en behandelen door [FPK] te [locatie] (of een soortgelijke zorginstelling), te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is onder meer gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven (depot-)medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
6. de verdachte werkt aansluitend aan de klinische opname mee aan een ambulante behandeling bij een nog nader te bepalen behandelinstelling, zolang de reclassering dat nodig acht. Tevens werkt de verdachte, indien nodig, mee aan een time-out (kortdurende opname);
7. de verdachte zal aansluitend aan de klinische opname voor de duur van zijn TBS-traject of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijven in een instelling voor begeleid wonen of een maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
8. de verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
9. de verdachte werkt mee aan bewindvoering. Met deze ondersteuning dient voorkomen te worden dat de verdachte in financiële onmacht zal raken;
10. de verdachte werkt mee aan het verkrijgen en of behouden van een zinvolle dagbesteding passend bij zijn draagkracht, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan de reclassering opdracht de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden onmiddellijk uitvoerbaar is;
Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)
legt de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
Voorlopige hechtenis
schorst de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het moment dat de verdachte is opgenomen in een kliniek zoals hiervoor in voorwaarde 5 in dit vonnis is omschreven, en wel onder de voorwaarden die hiervoor onder 1 tot en met 10 zijn opgenomen en voorts onder de voorwaarden:
- dat de verdachte, indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
- dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. J.C. Tijink en D.M. Douwes, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 september 2026.
Mr. D.M. Douwes is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.