Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-039526-25
Datum uitspraak: 4 september 2026
Datum zitting: 21 augustus 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats],
niet-ingezetene, vertrokken onbekend waarheen.
Officier van justitie: mr. N. Jacobs
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat – samengevat – het aan zijn schuld te wijten is dat op 29 september 2024 in Hoek van Holland een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden. Subsidiair is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar op de weg.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
primair
hij op of omstreeks 29 september 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmede rijdende over de weg, het Nieuwe Oranjekanaal, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, in een ter plaatse gelegen (onoverzichtelijk) bocht zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, (mede) ten gevolge waarvan hij toen in botsing of aanrijding is gekomen met een aldaar hem tegemoet komende en (ter hoogte van de Bonnenweg) linksaf slaande scootmobiel, waardoor de bestuurder van die scootmobiel (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;
subsidiair
hij op of omstreeks 29 september 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam als bestuurder van een voertuig (motorfiets), daarmee rijdende op de weg, het Nieuwe Oranjekanaal, in een ter plaatse gelegen (onoverzichtelijke) bocht zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, (mede) ten gevolge waarvan hij, verdachte, met dat door hem bestuurde voertuig in botsing of aanrijding is gekomen met een aldaar hem tegemoet komende en (ter hoogte van de Bonnenweg) linksaf slaande scootmobiel, waardoor de bestuurder van die scootmobiel, (genaamd [slachtoffer]) is overleden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politieLocatie ongeval
Datum : 29 september 2024
Omstreeks : 14:58 uur
Adres : Nieuw Oranjekanaal
Postcode plaats : 3151 XL Hoek van Holland
Gemeente : Rotterdam
Maximum snelheid : 60 km per uur
Vermoedelijke toedracht
Betrokkene 1: Motorfiets Yamaha MTN850-A, [kenteken], bestuurder [verdachte] [geboortedatum 1]-1997
Betrokkene 2: Scootmobiel, bestuurder [slachtoffer] [geboortedatum 2]-1953 OVERLEDEN
Aanrijding motorfiets en scootmobiel.
Betrokkene 1 reed op het Oranjekanaal komende uit de Maasdijk richting de het Nieuw
Oranjekanaal.
Betrokkene 2 reed op het Oranjekanaal komende uit het Nieuw Oranjekanaal en richting
de Maasdijk.
Ter hoogte van de Bonnenlaan wilde betrokkene 2 oversteken om vervolgens de Bonnenlaan te nemen. Halverwege het oversteken, kwam betrokkene 1 van rechts en kon niet op tijd remmen of ontwijken, waardoor betrokkene 2 werd geraakt in zijn rechterflank.
Verdachte
Achternaam : [achternaam verdachte]
Voornamen : [voornaam verdachte]
Geboren : [geboortedatum 1] 1997
Dodelijk slachtoffer
Bij of kort na het ongeval is onderstaand persoon overleden.
Het lijk is inbeslaggenomen.
Achternaam : [achternaam slachtoffer]
Voornamen : [voornamen slachtoffer]
Geboren : [geboortedatum 2] 1953
Overleden : 3 oktober 2024
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
Ik reed op 29 september 2024 op mijn motor in Hoek van Holland. Het is een parallelweg. De bocht is niet heel overzichtelijk. Vanaf mijn kant kan je het einde van de bocht niet zien, dit door de begroeiing. Ik nam de bocht en toen ik midden in de bocht zat zag ik ineens de man in zijn scootmobiel midden op de weg rijden. Ik kon niet meer uitwijken maar ik heb nog geprobeerd om hem niet in het midden te raken. Ik raakte hem op het stuur van zijn scootmobiel. Ik reed ongeveer 80à 85 km/u.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige
Op 29 november 2024 uur heb ik, verbalisant, de [getuige] gehoord. Zij was getuige van een ongeval op 29 september 2024 op de Nieuw Oranjekanaal te Hoek van Holland.
( v) Wat zag/hoorde u kort voor het ongeval?
( a) Hij reed rechts van mij, parallel aan onze rijbaan. Hij trok zijn gas open en maakte daardoor meer herrie en toeren. Wij reden ongeveer 80 kilometer per uur en hij kwam ons nog rechts voorbij.
4. Proces-verbaal van de politie
Overledene
Achternaam : [achternaam slachtoffer]
Voornamen : [voornamen slachtoffer]
Korte samenvatting van het gebeurde
Overledene is bij botsing uit scootmobiel geslingerd, dit heeft waarschijnlijk
indirect (dat wil in dit geval zeggen, bij het op de grond neerkomen) tot een
dubbele beenbreuk van het rechteronderbeen en een breuk van de linker schedelwand
geleid.
Onder de schedelbreuk bleek een grote traumatische bloeding te bestaan met
onomkeerbare hersenschade, ook nadat die operatief 2 keer ontlast was. Direct verband tussen incident, traumatische hersenbloeding en overlijden.
Bewijsmotivering
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast. Op 29 september 2024 reed de verdachte als bestuurder van een motorfiets op het Nieuwe Oranjekanaal in Hoek van Holland. [slachtoffer] (het slachtoffer) stak de weg over in zijn scootmobiel. Terwijl hij halverwege was met oversteken werd hij aangereden door de verdachte. Ten gevolge van de botsing is het slachtoffer ten val gekomen en is hij op 3 oktober 2024 in het ziekenhuis overleden.
Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW)?
Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.
Omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond
Het Nieuw Oranjekanaal betreft een provinciale weg en ligt buiten de bebouwde kom. Provinciale wegen zijn wegen die vanuit verkeerstechnisch oogpunt bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van weggebruikers vragen. Dit geldt in nog sterkere mate ter plaatse van het ongeval, omdat de weg daar een flauwe bocht maakt die ook naar zeggen van de verdachte onoverzichtelijk was. Door met een te hoge snelheid in deze onoverzichtelijke bocht te rijden was de verdachte niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en de bocht kon overzien en waarover deze vrij was. De verdachte heeft zich naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen dat het verkeersongeval aan zijn schuld te wijten is, zoals bedoeld in artikel 6 WVW.
Conclusie
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor het slachtoffer is overleden.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij op 29 september 2024 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmede rijdende over de weg, het Nieuwe Oranjekanaal, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend, in een ter plaatse gelegen (onoverzichtelijke) bocht zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, (mede) ten gevolge waarvan hij toen in aanrijding is gekomen met een aldaar hem tegemoet komende en (ter hoogte van de Bonnenweg) linksaf slaande scootmobiel, waardoor de bestuurder van die scootmobiel (genaamd [slachtoffer]) werd gedood.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Primair
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het primaire feit worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich als bestuurder van een motor schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval. Hij heeft met een te hoge snelheid door een onoverzichtelijke bocht gereden. Kort na de bocht heeft hij een scootmobiel, waar [slachtoffer] op zat, aangereden. Als gevolg van het ongeluk is het slachtoffer overleden. Dit kan de verdachte strafrechtelijk worden verweten. Tegelijkertijd verliest de rechtbank niet uit het oog dat de verdachte nooit een aanrijding heeft willen veroorzaken, zeker niet met deze gevolgen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Oplegging straffen
De rechtbank heeft voor de bepaling van de hoogte van de op te leggen straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor dit soort feiten. Als uitgangspunt voor overtreding van artikel 6 WVW 1994 waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld en de dood als gevolg, geldt een taakstraf van 240 uren en een rijontzegging van één jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van dit oriëntatiepunt.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregel
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 1 (één) jaar;
bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en T.J. Roest Crollius, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 september 2026.
Mr. Roest Crollius is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.