RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
Uitspraak van 18 september 2026
In de zaak van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [straatnaam], [postcode] te [woonplaats],
verzoeker.
Tegen
[verweerster] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
hierna te noemen verweerster.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 16 september 2026 een verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
Vanwege de spoedeisendheid van het verzoek is verweerster niet in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe verweerster, te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 31 oktober 2024 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen, totdat op het door verzoeker ingediende verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist.
3. De beoordeling
Voor toewijsbaarheid van het verzoek is allereerst vereist dat door verzoeker is aangetoond dat sprake is van een spoedeisende situatie.
De spoedeisendheid van het verzoek is aangetoond, nu verzoeker een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 31 oktober 2024 tot ontruiming van zijn woonruimte heeft overgelegd. Tevens is door verzoeker een kopie van het exploot van 11 september 2026 overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 24 september 2026 zal overgaan tot ontruiming van de woning.
Met betrekking tot de verzochte voorlopige voorziening dient de rechtbank een belangenafweging te maken tussen de belangen van verzoeker enerzijds en de belangen van verweerster anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat eruit dat hij in afwachting van een beslissing van deze rechtbank op het door hem ingediende verzoekschrift ex artikel 284 Fw in zijn huurwoning kan blijven wonen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 31 oktober 2024 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal bovendien op 13 oktober 2026 om 09:30 uur – en derhalve op korte termijn – worden behandeld, zodat voor partijen snel duidelijkheid zal ontstaan over de vraag of toepassing van de schuldsaneringsregeling in de weg zal staan aan ontruiming conform artikel 305 lid 2 Fw.
Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang van verzoeker daarom zwaarder te wegen dan het belang van verweerster. De verzochte voorziening zal worden toegewezen, waarbij in het belang van verweerster zal worden bepaald dat de voorziening slechts geldt zolang de lopende huurtermijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan.
4. De beslissing
De rechtbank:
- verbiedt verweerster, voor de duur van deze voorziening, over te gaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, gelegen aan de [straatnaam], [postcode] te [woonplaats];
- bepaalt dat de genoemde voorziening slechts geldt zolang de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken, dan wel de beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan.
Deze beschikking is op 18 september 2026 gegeven door mr. E.A. Vroom, rechter, in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier.