Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-106765-23
Datum uitspraak: 15 september 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] [plaats] ,
raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 1 september 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R. Planken heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vechtpartij die heeft plaatsgevonden een uitvloeisel is van een langlopend conflict tussen twee families. De familie [achternaam] zou zich op de bewuste dag provocerend hebben opgehouden voor de woning van de familie van de verdachte. De verdachte is samen met zijn familieleden naar buiten gekomen om te praten, echter ontstond er direct een massale vechtpartij waarbij de verdachte zich heeft moeten verdedigen. Hij ontkent op enig moment een mes of metalen voorwerp ter hand genomen te hebben en daarmee een stekende beweging te hebben gemaakt. Eveneens ontkent hij [aangever] op zijn kaak te hebben gestompt. De rol van de verdachte is voor het overige onvoldoende duidelijk geworden. De verklaringen van de familie [achternaam] moeten als onbetrouwbaar worden aangemerkt en zijn daardoor niet bruikbaar voor het bewijs. Wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient de verdachte te worden vrijgesproken.
Beoordeling
Vaststaat dat tussen de familie [achternaam] en de familie van de verdachte sprake is van een lang lopend conflict. Op 20 april 2023 was de wijkagent aanwezig in de woning van de familie van de verdachte en daar bleek dat de boosheid richting de familie [achternaam] groot was. Toen op enig moment familieleden van de familie [achternaam] zich buiten voor de woning van de verdachte ophielden, is de verdachte samen met ander familieleden naar buiten gerend, ondanks de nadrukkelijke instructie van de wijkagent dat niet te doen. Er brak een massale vechtpartij uit op straat, waarbij meerdere leden van de familie van de verdachte messen bij zich droegen. De wijkagent heeft verklaard dat hij de verdachte een steekbeweging heeft zien maken naar de zij van een onbekend gebleven persoon en dat hij daarbij een stukje glimmend metaal in zijn hand heeft gehad. Er wordt daarnaast door meerdere getuigen verklaard dat de verdachte [aangever] op zijn kaak heeft geslagen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze getuigenverklaringen, nu deze voldoende concreet, gedetailleerd en consistent zijn. Daarmee heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank een wezenlijke en significantie bijdrage geleverd aan de vechtpartij en zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte, dat hij enkel naar buiten ging om de ruzie te sussen en slechts zichzelf heeft verdedigd, dan ook niet geloofwaardig. Met het naar buiten rennen richting de familie [achternaam] heeft de familie van de verdachte bewust de confrontatie opgezocht en zijn zij de aanvallende partij geweest. Dit heeft geleid tot een grote vechtpartij op straat, waar beide families de gevolgen van hebben ondervonden.
Conclusie
Het ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij, op of omstreeks 20 april 2023, te [plaats] , openlijk, te weten op of aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer perso(o)n(en), te weten- [verdachte 2] en/of - [naam 1] en/of- [naam 2] en/of- [naam 3] en/of- [naam 4] en/of- één of meer (tot op heden onbekende gebleven) anderen, door,- zich op te dringen aan één of meer van voornoemde personen en/of- (dreigend) te roepen en/of schelden en/of dreigende taal te uiten in de richting van één of meer van voornoemde personen en/of- te stompen/slaan en/of schoppen/trappen op/tegen de kaak en/of het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van één of meer van voornoemde personen en/of - het tonen en/of voorhouden en/of zwaaien van één of meer messen aan/naar één of meer van voornoemde personen en/of- met één of meerdere mes(sen) te steken en/of te prikken en/of te slaan naar/tegen/in het/de licha(a)m(en) van die [verdachte 2] en/of [naam 1] , althans één vanvoornoemde perso(o)n(en).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De rechtbank heeft gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op 17-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen door met zijn familieleden op klaarlichte dag op een pleintje in een woonwijk de confrontatie op te zoeken met de leden van de familie [achternaam] , wat heeft geleid tot een massale vechtpartij. Er zijn meerdere mensen gestoken met messen, er is geslagen en ook is er dreigende taal geuit. De aangever [aangever] heeft daarbij steekverwondingen en een gebroken kaak opgelopen. De verdachte heeft met zijn handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken misdrijven als de onderhavige gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij in het algemeen, temeer nu verschillende omstanders getuige zijn geweest van dit incident.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapportage
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 15 juli 2026 over de verdachte dat de kans op recidive wordt ingeschat op heel laag.
De verdachte heeft in toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering gelopen. De verdachte is sindsdien niet in beeld gekomen bij de politie. De verdachte heeft geen hulpvragen gehad en aangegeven geen ondersteuning te wensen. In opdracht van het Openbaar Ministerie is de begeleiding van de jeugdreclassering na ruim twee jaar gestopt nu hier geen noodzaak meer voor bestond. Het ten laste gelegde heeft veel met de verdachte gedaan. De strafzaak geeft hem nu al drie jaar enorme stress waardoor hij op verschillende gebieden stagneert. Nu het incident dateert van drie jaar geleden en de verdachte in de tussentijd niet is gerecidiveerd is de Raad van mening dat schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel vanuit pedagogisch oogpunt het meest passend is. Het zou helpend zijn voor de verdachte als hij dit proces achter zich kan laten en zich kan focussen op een nieuwe baan en mogelijk onderwijs.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf of maatregel allereerst rekening gehouden met de ernst van het feit en de gevolgen die het feit voor de slachtoffers heeft gehad en mogelijk in de toekomst nog zal hebben. Ook houdt de rechtbank rekening met de gevolgen die het feit voor de verdachte heeft gehad. Er wordt gekeken naar het tijdsverloop in de onderhavige zaak, waarbij er sprake is van een ruimschootse overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De verdachte heeft lange tijd op zijn strafzitting moeten wachten en hij heeft hier veel stress door ervaren. Ook blijkt ter zitting dat de spanningen tussen de families nog steeds aan de orde zijn en dat de verdachte hier veel last van heeft. De verdachte is na het huidige feit niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.
Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat met het opleggen van een straf, in welke vorm dan ook, geen redelijk strafrechtelijk doel meer dient. Daarom zal de rechtbank met toepassing van artikel 9a Sr de verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van straf of een maatregel.
8. Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
Vorderingen benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] , bijgestaan door mr. A.F.M. den Hollander. De benadeelde partij vordert een bedrag van €199,69 aan materiële schade en een bedrag van €10.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 2] , bijgestaan door mr. A.F.M. den Hollander. De benadeelde partij vordert een bedrag van €6.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte niet is veroordeeld voor een strafbaar feit jegens hen.
Omdat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen.
Vordering benadeelde partij [benadeelde 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 3] , bijgestaan door mr. A.F.M. den Hollander. De benadeelde partij vordert een bedrag van €5.612,49 aan materiële schade en een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade en € 15.000,- aan toekomstige schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging de verdachte niet hoofdelijk te veroordelen met de medeverdachten tot het betalen van de schade van [benadeelde 3] . Een medeverdachte is hier reeds voor veroordeeld en zal deze schade vergoeden.
Voor het restant van de vordering wordt verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens een onevenredige belasting van het strafproces.
Beoordeling
De gevorderde materiële schadevergoeding ten aanzien van gederfde inkomsten zal niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. [benadeelde 3] heeft lichamelijk letsel opgelopen in de vorm van meerdere steekwonden en een dubbele kaakfractuur, met als gevolg ernstig lichamelijk en emotioneel leed. Het gevoel van veiligheid is weggenomen en de benadeelde partij kampt met stress en angst. Het bewezenverklaarde strafbare feit heeft voor de benadeelde partij gelet op de aard van het misdrijf dermate ingrijpende gevolgen gehad dat zij grond biedt voor aannemen van aantasting in persoon. De rechtbank neemt eveneens in overweging dat het ontstaan van de openlijke geweldpleging een uitvloeisel lijkt te zijn van een langslepend conflict tussen twee families. Daarbij wordt meegewogen dat de familie [achternaam] zich ook niet onbetuigd heeft gelaten en een aandeel heeft gehad in de vechtpartij.
De rechtbank zal de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 2.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met niet-ontvankelijkverklaring van hetgeen aan hoofdsom meer is gevorderd. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft voor een eventuele hoger beroep procedure een vergoeding voor de nader te onderbouwen schade gevorderd van € 15.000,-. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit eventuele toekomstige schade betreft en deze schadepost verder niet is onderbouwd. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 april 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van
€ 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. De schadevergoeding wordt hoofdelijk toegewezen.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. Het overige deel van de vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van het bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt deze benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 3] , te betalen een bedrag van €2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen €2.000,- (zegge: tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Derijks, voorzitter,
en mrs. S. Riege en S.C. Sassen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 september 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 20 april 2023, te Rotterdam, openlijk, te weten op of aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer perso(o)n(en), te weten- [aangever] en/of- [naam 1] en/of- [naam 2] en/of- [naam 3] en/of- [naam 4] en/of- één of meer (tot op heden onbekende gebleven) anderen, door,- zich op te dringen aan één of meer van voornoemde personen en/of- (dreigend) te roepen en/of schelden en/of dreigende taal te uiten in de richting van één of meer van voornoemde personen en/of- te stompen/slaan en/of schoppen/trappen op/tegen de kaak en/of het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van één of meer van voornoemde personen en/of- het tonen en/of voorhouden en/of zwaaien van één of meer messen aan/naar één of meer van voornoemde personen en/of- met één of meerdere mes(sen) te steken en/of te prikken en/of te slaan naar/tegen/in het/de licha(a)m(en) van die [aangever] en/of [naam 1] , althans één van voornoemde perso(o)n(en).