ECLI:NL:RBROT:2026:12667

ECLI:NL:RBROT:2026:12667

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 10-155963-26, 10-347247-25, 02-312151-25 en 13-051030-26 (gevoegd ttz)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor medeplegen oplichting en (poging) diefstal, medeplegen opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en medeplegen bezit explosief. Oplegging jeugddetentie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummers: 10-155963-26, 10-347247-25, 02-312151-25 en 13-051030-26 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 8 september 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres 1] te [plaats 1] ,

nu uit anderen hoofde gedetineerd in de [verblijfplaats] , te [plaats 2] ,

raadsvrouw mr. S.W. Kuijpers, advocaat te Hoofddorp.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 augustus 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Verhoeven heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummers 10-347247-25 onder 2 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] en 10-155963-26 onder 3 ten laste gelegde ten aanzien van aangever [aangever 3] niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10-347247-25 onder 1 ten laste gelegde ten aanzien van aangever [aangever 4] , [aangever 5] en wat betreft de bankpas [aangever 1] en [aangever 2] ; het onder 3 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 6] en [aangever 5] ; het onder 4 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 5] , [aangever 7] , [aangever 8] en [aangever 9] ; het onder 5 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 9] ; het onder parketnummer 10-155963-26 onder 1 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 10] en [aangever 11] ; het onder 2 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 12] en [aangever 14] , het onder 3 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 11] en [aangever 15] en het onder parketnummers 02-312151-25 onder 1 en 13-051030-26 onder 1 primair tot en met 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Vrijspraak

Standpunt officier van justitie

Parketnummer 10-347247-25 onder 1 (medeplegen oplichting) en 2 (medeplegen diefstal) aangever [aangever 8]

De officier van justitie acht de onder parketnummer 10-347247-25 onder 2 ten laste gelegde diefstal ten aanzien van aangever [aangever 8] wettig en overtuigend bewezen – over de onder 1 ten laste gelegde oplichting heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen. Uit de aangifte volgt onder andere dat er een man aan de deur komt die de bankpas en tablet meeneemt. Met die pas is nadien meermaals geprobeerd geld op te nemen. Op beelden van de Beijerlandselaan is een donker getinte man te zien die meerdere pogingen doet om te pinnen terwijl hij druk aan het bellen is. De man die op de beelden is te zien, wordt door meerdere verbalisanten herkend als de verdachte.

Parketnummer 10-155963-26 onder 1 medeplegen oplichting aangever [aangever 13]

Daarnaast acht de officier van justitie de onder parketnummer 10-155963-26 onder 1 ten laste gelegde oplichting ten aanzien van aangever [aangever 13] wettig en overtuigend bewezen. Uit de aangifte blijkt dat een bankpas wordt opgehaald door een jongen. Later blijkt dat in totaal 645,30 euro van haar rekening is opgenomen. Op de beelden van de Woenselse Markt in Eindhoven zijn twee mannen te zien die pinnen. Op de beelden van de [naam winkel] Eindhoven zijn drie mannen te zien die aankopen doen. De verdachte herkent zichzelf op de beelden.

Parketnummer 10-155963-26 onder 1 medeplegen oplichting aangever [aangever 3]

Ook acht de officier van justitie de onder parketnummer 10-155963-26 onder 1 ten laste gelegde oplichting ten aanzien van aangever [aangever 3] wettig en overtuigend bewezen. Aangeefster wordt gevraagd haar bankpas en contant geld in een envelop te stoppen en deze af te geven aan de collega die bij haar aan de deur zal komen. De envelop wordt opgehaald door een man. Later blijkt dat er met de pas 500 euro is opgenomen. Uit onderzoek in de telefoon van verdachte volgt dat hij instructies krijgt van [emailadres] en deze uitzet bij de haler.

Beoordeling

Parketnummer 10-347247-25 onder 1 (medeplegen oplichting) en 2 ( medeplegen diefstal) aangever [aangever 8]

Van medeplegen is sprake als de mededader een bijdrage van voldoende gewicht levert aan de voltooiing van het delict. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór de voltooiing van het strafbare feit is geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen, om van strafbare medeplegen te kunnen spreken, wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding (HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474). Dit betekent dat (een) gedraging(en) die wordt verricht ná de voltooiing van het strafbare feit geen bijdrage van voldoende gewicht áán het strafbare feit (meer) kan zijn, zonder dat ook voor of tijdens het plegen van het strafbare feit een bijdrage wordt geleverd.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier ten aanzien van het onder parketnummer 10-347247-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde oplichting en diefstal ten aanzien van aangever [aangever 8] onvoldoende aanknopingspunten biedt om vast te kunnen stellen dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de oplichting of de diefstal. Het signalement van persoon 1 die omstreeks 20.15 uur in de woning in Barendrecht was en sieraden, horloges en FNV-spelden heeft meegenomen, komt niet overeen met het signalement van de verdachte. Het signalement van persoon 2, die een half uur na het vertrek van persoon 1 in de woning was en de pinpas en de tablet van aangever [aangever 8] heeft meegenomen, is onvoldoende concreet om aan te kunnen nemen dat het over de verdachte gaat. Vaststaat dat de verdachte heeft geprobeerd te pinnen met de pinpas van aangever op 12 november om 00:11 uur in Rotterdam. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de eerdere oplichting of de eerdere diefstal.

Parketnummer 10-155963-26 onder 1 medeplegen oplichting aangever [aangever 13]

Ten aanzien van de ten laste gelegde oplichting van aangever [aangever 13] overweegt de rechtbank eveneens dat het achteraf pinnen met de pas van de aangever geen bijdrage van voldoende gewicht aan de eerdere oplichting was. De verdachte voldoet niet aan het signalement dat de aangever geeft van de persoon die om 17.15 uur in de woning is geweest en aan wie de bankpas en de pincode is gegeven.

Parketnummer 10-155963-26 onder 1 medeplegen oplichting aangever [aangever 3]

Uit het chatgesprek op Snapchat gedateerd 17 december 2025, volgt dat vanaf het account van de verdachte meerdere berichten zijn verstuurd, waaronder dat een haler moet worden toegevoegd aan de chat. Ook wordt op dit account een afbeelding ontvangen met de tekst: “zeg tegen hem een ipad en envelop!!!”. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat deze chatgesprekken ten tijde van de oplichting hebben plaatsgevonden en betrekking hebben op de ten laste gelegde oplichting van aangever [aangever 3] . Er is geen signalement bekend van de persoon die bij aangever [aangever 3] in de woning is geweest. De verdachte is niet herkend als de persoon die heeft geprobeerd met de pas van aangever [aangever 3] te pinnen. Bij deze stand van zaken is er onvoldoende bewijs om te kunnen concluderen dat de verdachte betrokken is geweest bij deze oplichting.

Conclusie

De verdachte wordt vrijgesproken van bovenstaande feiten.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

Parketnummer 10-347247-25 medeplegen oplichting onder 1 aangever [aangever 6]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen voor de ten laste gelegde oplichting onder 1 ten aanzien van aangever [aangever 6] . Er is onvoldoende bewijsmateriaal in het dossier om te bewijzen dat de verdachte pleger, dan wel medepleger van de oplichting is geweest. Het feit dat hij later wel is herkend als de persoon die heeft gepind met de pinpas van aangeefster, maakt dit niet anders. Uit dit dossier, maar ook in andere soortgelijke zaken, blijkt immers dat de persoon die in de woning is geweest, lang niet altijd de persoon is geweest die uiteindelijk ook heeft gepind. Er zijn vaak verschillende personen betrokken, die verschillende rollen vervullen. Omdat het signalement van de persoon in de woning weinig specifiek is kan aldus niet worden vastgesteld dat verdachte in de woning is geweest.

Parketnummer 10-347247-25 medeplegen diefstal uit woning onder 2 aangever [aangever 7]

Er kan worden vastgesteld dat verdachte heeft gepind met de pas van aangever, maar niet dat hij enige rol heeft gespeeld bij de diefstal uit de woning. De verdediging verwijst voor de onderbouwing van het standpunt naar hetgeen ook in de zaak van [aangever 6] naar voren is gebracht.

Parketnummer 10-155963-26 medeplegen diefstal onder 2 aangever [aangever 15]

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de foto’s en het Snapchatgesprek in de telefoon van de verdachte niet bewijst dat hij die foto’s heeft gemaakt of het gesprek heeft gevoerd. De verdachte leende zijn telefoon immers wel eens uit. De verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van diefstal uit de woning.

Parketnummer 10-155963-26, medeplegen van diefstal onder 2 aangever [aangever 16]

Naar het oordeel van de verdediging dient de verdachte vrijgesproken te worden, aangezien de verdachte niet overeenkomt met het signalement dat door de aangever is gegeven van de persoon die bij haar in de woning is geweest en de goederen heeft weggenomen. Uit het dossier blijkt dat met de telefoon van verdachte in de groepsapp foto’s en sieraden en een video zijn verstuurd die passen bij het scenario dat aangever bij de politie heeft geschetst over de gang van zaken. De verdachte past echter overduidelijk niet binnen het signalement. Daarom kan niet worden vastgesteld dat deze foto’s en video’s daadwerkelijk door verdachte zijn gemaakt.

Beoordeling

Parketnummer 10-347247-25 medeplegen oplichting onder 1 aangever [aangever 6]

Vaststaat dat de verdachte op 2 oktober 2025 rond 17:51 uur heeft gepind bij de Geldmaat in Goes. Vlak daarvoor, omstreeks 17.45 uur, heeft een persoon de woning van de aangever in Goes verlaten met een telefoon, sieraden, geld, bankpassen en de bijbehorende pincodes. De verdachte past in het signalement van deze persoon. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende is vast komen te staan dat de verdachte direct voorafgaand aan het pinnen in Goes, ook de haler is geweest en acht medeplegen van oplichting wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft immers verklaard dat hij steeds in groepsverband opereerde. De rollen van beller, haler, pinner en driver werden verdeeld. De modus operandi bij de oplichtingen dan wel diefstallen was telkens nagenoeg dezelfde. Deze werkwijze vergt een planmatige aanpak waarbij sprake is van een intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken daders, waarbij in een kort tijdsbestek wordt gehandeld.

Parketnummer 10-347247-25 medeplegen diefstal uit woning onder 2 aangever [aangever 7]

Ook bij dit incident staat vast dat de verdachte vlak na de diefstal uit de woning op 30 oktober 2025 om 22:25 uur heeft geprobeerd te pinnen in Vlaardingen. Ook hier past de verdachte in het signalement van de persoon die in de woning is geweest. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor de wijze waarop hij aan de pinpas is gekomen. Gelet op het korte tijdsbestek tussen de diefstal en het pinnen, vindt de rechtbank dat voldoende is komen vast te staan dat de verdachte ook de haler is geweest. Verdachte heeft, als gezegd, verklaard dat hij steeds in groepsverband opereerde. Daarmee is medeplegen van diefstal wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 10-155963-26 medeplegen diefstal onder 2 aangever [aangever 15]

Op 16 december 2025 omstreeks 16.00 uur werd de aangever gebeld. Niet veel later staat iemand voor de deur die naar binnen loopt en de bankpassen en sieraden meeneemt. De verdachte past in het signalement van deze persoon. Uit onderzoek aan de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte blijkt dat op 16 december 2025 een groepsgesprek op Snapchat heeft plaatsgevonden waaraan de verdachte deelnam. Hij heeft meerdere afbeeldingen verstuurd van sieraden en bankpassen die op een tafelkleed liggen. De bankpassen die op de afbeeldingen zichtbaar waren, staan op naam van de aangever. Om 17:09 uur is gepind en om 17:25 uur is er geld overgemaakt. De verdachte bekent degene te zijn die heeft gepind. Ook hier staat volgens de rechtbank voldoende vast dat, gelet op het korte tijdsbestek tussen de verschillende opeenvolgende handelingen, de verdachte ook de haler is geweest.

Parketnummer 10-155963-26, medeplegen van diefstal onder 2 [aangever 16]

Hoewel dat niet ten laste is gelegd, bekent de verdachte dat hij degene is geweest die met de bankpassen van [aangever 16] heeft gepind. In de telefoon van de verdachte is daarnaast een groepsgesprek aangetroffen waarin onder het account ‘ [accountnaam] ’ op 17 december 2025 tussen 18:03 uur en 18:21 uur meerdere foto’s van sieraden zijn verstuurd. De verdachte erkent dat ‘ [accountnaam] ’ zijn Snapchataccount is dat alleen door hem wordt gebruikt. Het tijdstip waarop de afbeeldingen zijn verstuurd, komen overeen met het tijdstip dat de haler zich volgens de verklaring van aangever in de woning bevond. Om 18:15 uur is vanaf het account ‘ [accountnaam] ’ een video in het groepsgesprek verstuurd, waarop een hand te zien is van een persoon van oudere leeftijd die op een mobiele telefoon inlogt op de applicatie van de ING bank. Dit komt overeen met de verklaring van aangever dat zij in het bijzijn van de haler inlogde bij de ING bank en dat de haler daar een foto van maakte. Om 18:21 uur werd vervolgens met het account ‘ [accountnaam] ’ de vraag gesteld of beide 'rakkers' dezelfde code hadden. De enkele verklaring van de verdachte dat hij zijn telefoon wel eens aan anderen uitleent, zonder dat hij heeft verklaard aan wie hij de telefoon heeft uitgeleend, biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een alternatief scenario dat de belastende gegevens op zijn telefoon en de aan zijn Snapchataccount gelieerde gegevens kan verklaren.

Hoewel het signalement van de haler niet volledig overeenkomt met dat van de verdachte, kan de rechtbank gelet op de rol van de verdachte als pinner, in samenhang met de berichten, foto’s en video, vaststellen dat de verdachte deel uitmaakte van de groep die volgens een gezamenlijk plan handelde. Daarom acht de rechtbank het medeplegen van de diefstal wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Het ten laste gelegde onder bovengenoemde parketnummers acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4.4 opgenomen feiten heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte onder 4.2 opgenomen feiten heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Ten aanzien van parketnummer 10-155963-26

1hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Eindhoven en/of Spijkenisse en/of Schiedamalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een diensten/of het ter beschikking stellen van gegevens,te weten:F. [aangever 13] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van een bankpas en/of(bijbehorende) pincodeG. [aangever 10] tot afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofgeldH. [aangever 3] tot afgifte en/of ter beschikking stellen van een bankpas en/of(bijbehorende) pincode en/of geldI. [aangever 11] tot afgifte en/of ter beschikking stellen van een bankpas en/of (bijbehorende) pincode en/of sieradendoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of - de onder F genoemde persoon mede te delen dat er geld van haar rekening wasgehaald en/of- de onder G genoemde persoon mede te delen dat zij op een lijst stond en/of dat ermogelijk mensen naar haar woning zouden komen en/of- de onder H genoemde persoon mede te delen dat er mensen werden opgelichten/of- de onder I genoemde persoon mede te delen dat er in de buurt waar voornoemdepersoon woonachtig is, was ingebroken en/of te zeggen dat bij een van de inbrekerseen briefje met het adres van voornoemde persoon was aangetroffen en/of- de onder G en/of H genoemde persoonen mede te delen dat zijn/haar/hun spullenmoesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of afgegeven voor deverzekering en/of verzekerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- foto's te maken van spullen van de onder G en/of I genoemde personen en/of- voornoemde goederen op te halen bij de woningen van voornoemde personen,waardoor voornoemde personen bewogen is/zijn tot bovenomschreven afgifteen/of het ter beschikking stellen van gegevens;

2hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Breda en/of Goesalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,in/uit een woning,D. een bankpas en/of telefoon (Samsung Galaxy A5) en/of geld en/of sieradentoebehorende aan [aangever 12]E. sieraden toebehorende aan [aangever 14]F. bankpassen en/of sieraden en/of een horloge en/of een telefoon toebehorendeaan [aangever 15]G. bankpassen en/of sieraden en/of horloges en/of een telefoon toebehorende aan[aangever 16]in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats vanhet misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen telkens onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van eenvalse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of dooreen samenweefsel van verdichtselsdoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of- de onder D en/of E en/of F en/of G genoemde personen mede te delen dat er in debuurt waar voornoemde personen woonachtig zijn, was ingebroken en/of te zeggendat bij een van de inbrekers een briefje met het adres van voornoemde personenwas aangetroffen en/of een lijst was aangetroffen met toekomstige slachtoffersen/of- de onder D en/of E en/of F en/of G genoemde personen mede te delen datzijn/haar/hun spullen moesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/ofgescand en/of gefotografeerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- de onder D en/of F en/of G genoemde personen een dienstnummer en/of codemede te delen en/of een pas te tonen ter legitimatie en/of- de onder G genoemde persoon te laten inloggen en/of handelingen te latenverrichten op/in haar online bankierenomgeving en/of- foto’s en/of video’s te maken van ramen en/of deuren en/of sieraden en/ofbankpassen en/of de online bankierenomgeving van de onder E en/of G genoemdepersonen en/of- zich te begeven naar de woningen van voornoemde personen;

3hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Eindhoven en/of Goes en/of Vlaardingenalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,- geld (500 euro) toebehorende aan [aangever 12] en/of- geld (645,30 euro) toebehorende aan [aangever 13] en/of- geld (6950 euro) toebehorende aan [aangever 15] en/of - geld (500 euro) toebehorende aan [aangever 3] en/of- geld (500 euro) toebehorende aan [aangever 11]in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,namelijk bankpassen en/of pincodes en/of inloggegevens toebehorende aan die[aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 15] en/of [aangever 3] en/of [aangever 11] tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigdwas/waren.

Ten aanzien van parketnummer 10-347247-25

1hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2025 tot enmet 18 december 2025te Goes en/of Gouda en/of Leeuwarden en/of Dordrecht en/of Barendrecht,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een diensten/of het ter beschikking stellen van gegevens,te weten:A. [aangever 6] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofgeld en/of bankpassen en/of telefoon (Samsung A34) en/of pincodes en/oftoegangscodes behorende bij voornoemde bankpassen en/of telefoonB. [aangever 4] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van geldC. [aangever 5] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen vansieraden en/of horloges en/of bankpassen en/of bijbehorende pincodes en/ofinloggegevensD. [aangever 1] en/of [aangever 2] tot de afgifte en/of het ter beschikkingstellen van sieraden en/of horloges en/of een gouden speld en/of bankpassen en/ofgeldE. [aangever 8] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofhorloges en/of FNV-spelden en/of een bankpas en/of bijbehorende pincode,door- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of- de onder A en/of B en/of C genoemde personen mede te delen dat er in de buurtwaar voornoemde personen woonachtig zijn, was ingebroken en/of te zeggen datbij een van de inbrekers een briefje met het adres van voornoemde personen wasaangetroffen en/of- de onder D genoemde personen mede te delen dat er geld van zijn/haar/hunrekening was gehaald en/of- de onder E genoemde persoon mede te delen dat er personen waren aangehoudendie haar gegevens hadden en/of de wijkagent (vervolgens) wilde komen om tekijken of haar woning veilig was en/of- de onder A en/of B en/of C en/of E genoemde personen mede te delen datzijn/haar/hun spullen moesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of laterweer terug zouden worden gegeven en/of- de onder B genoemde persoon te vragen of hij geld in huis had en/of mede tedelen dat er een man aan de deur zou komen die dit geld zou fotograferen in eenpolitieauto en/of - de onder E genoemde persoon een pas ter legitimatie te tonen en/of- de onder C en/of E genoemde personen te laten inloggen en/of handelingen telaten verrichten op/in haar/hun online bankierenomgeving en/of- foto's te maken van ramen en/of deuren en/of de kluis van de onder E genoemdepersoon en/of (daarbij) mede te delen dat zij strafbaar was en/of gearresteerdzouden worden als zij de kluis niet opende en/of- voornoemde goederen op te halen bij de woningen van voornoemde personen,waardoor voornoemde personen bewogen is/zijn tot bovenomschreven afgifteen/of het ter beschikking stellen van gegevens;

2hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2025 toten met 12 november 2025te Vlaardingen en/of Dordrecht en/of Barendrecht,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,in/uit een woning,A. bankpassen en/of creditcards toebehorende aan [aangever 7]B. sieraden en/of horloges en/of een gouden speld en/of bankpassen en/of geldtoebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2]C. sieraden en/of horloges en/of FNV-spelden en/of een bankpas en/ofbijbehorende pincode toebehorende aan [aangever 8] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats vanhet misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen telkens onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van eenvalse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of dooreen samenweefsel van verdichtselsdoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of ICS en/of- de onder A genoemde persoon mede te delen dat zijn bankpas was gebruikt voorfraude en/of dat er een virus op het internetkastje zat en/of - de onder B genoemde personen mede te delen dat er geld van zijn/haar/hunrekening was gehaald en/of- de onder C genoemde persoon mede te delen dat er personen waren aangehoudendie haar gegevens hadden en/of de wijkagent (vervolgens) wilde komen om tekijken of haar woning veilig was en/of- de onder A en/of C genoemde persoonen mede te delen dat zijn/haar/hun spullenmoesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of gescand en/ofgefotografeerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- de onder A en/of C genoemde persoonen een dienstnummer mede te delen en/ofeen pas te tonen ter legitimatie en/of - de onder C genoemde persoon te laten inloggen en/of handelingen te latenverrichten op/in haar online bankierenomgeving en/of- foto's te maken van ramen en/of deuren en/of de kluis van de onder C genoemdepersoon en/of (daarbij) mede te delen dat zij strafbaar was en/of gearresteerdzouden worden als zij de kluis niet opende en/of- zich te begeven naar de woningen van voornoemde persoonen;

3hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2025 tot enmet 18 oktober 2025te Goes en/of Leeuwarden,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,- geld (4.950 euro) toebehorende aan [aangever 5] en/of- geld (4.998 euro) toebehorende aan [aangever 6] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,namelijk bankpassen en/of pincodes en/of inloggegevens toebehorende aan die[aangever 5] en/of [aangever 6] ,tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijnmededader(s) niet gerechtigd was/waren;

4hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 18 oktober 2025 tot en met 9december 2025te Leeuwarden en/of Vlaardingen en/of Barendrecht en/of Rotterdam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf ommeermalen, althans eenmaal,- geld toebehorende aan [aangever 5] en/of- geld toebehorende aan [aangever 7] en/of- geld toebehorende aan [aangever 8] en/of- geld toebehorende aan [aangever 9] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zichde toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemengoed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valsesleutel,heeft getracht te pinnen met bankpassen en/of creditcards op naam van dieRamkhelawan en/of [aangever 5] en/of [aangever 8] en/of [aangever 8] ,tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5hij op of omstreeks 18 december 2025 te Schiedam,een bankpas op naam van [aangever 9] ,althans een goed,heeft verworven en voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wistdat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Ten aanzien van parketnummer 02-312151-25

hij op of omstreeks 4 september 2025 te Roosendaal, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 17] , inelk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen sieraden onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het aannemen van een valse naamen/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door eensamenweefsel van verdichtsels, door- die [aangever 17] te bellen en zich voor te doen als politieambtenaren,- tegen die [aangever 17] te zeggen dat haar adres op een lijst stond van woningen om inte breken en/of dat haar sieraden veilig gesteld moesten worden door deze tefotograferen en/of dat daartoe een politieambtenaar langs zou komen bij die[aangever 17] en/of- naar de woning van die [aangever 17] te gaan en/of zich tegenover die [aangever 17] voorte doen als [alias naam] en/of politieambtenaar- de woning van die [aangever 17] te betreden en/of- met die sieraden die woning te verlaten.

Ten aanzien van parketnummer 13-051030-26

1hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht op/bij/ter hoogte van een woning,gelegen aan de [adres 2] immers heeft/hebben verdachte en/of een of meervan zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een geïmproviseerde explosieveconstructie, bestaande uit in ieder geval een of meer stuk(s) Cobra 6, in elk gevalenig explosief materiaal,in/op/tegen/nabij voornoemde woning geplaatst en/ofontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voorvoornoemde woning en/of in de nabijheid gelegen pand(en) en/of auto's, in elkgeval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor personen die zich ophet moment van de ontploffing in de woning en/of naastgelegen woning(en) en/ofnabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zouplaatsvinden bevonden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van deontploffing in de woning en/of naastgelegen woning(en) en/of nabijheid en/of de(naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvindenbevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ofanderen te duchten was;

2hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk en wederrechtelijk de woning/het pand gelegen aan de [adres 2]tot en met 203, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, teweten aan [woningcorporatie] , in elk geval aan een ander toebehoordeheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam en/of te Arnhem, in elk gevalin Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eenexplosief/explosieve constructie, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen vanpersonen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-155963-26

1

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

2

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder

hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

Parketnummer 10-347247-25

1.

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder

hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

4

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

5.

opzetheling

Parketnummer 02-312151-25

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder

hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels

Parketnummer 13-051030-26

eendaadse samenloop van

1.

medeplegen van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is

en

2.

in vereniging opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen

3.

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7º.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd in zeer korte tijd schuldig gemaakt aan een groot aantal feiten.

De verdachte heeft in een periode van vier maanden samen met anderen een reeks van oplichtingen en diefstallen door middel van babbeltrucs uitgevoerd. Zij hebben hiervoor telkens (hoog)bejaarde slachtoffers uitgekozen. Door de slachtoffers te bellen en vervolgens langs te gaan met het verhaal dat hun kostbare spullen moesten worden veiliggesteld, hebben zij bankpassen, sieraden, telefoons en contant geld buitgemaakt. Ook zijn onder valse voorwendselen de bijbehorende pincodes van de bankpassen verkregen. Met de bankpassen zijn vervolgens grote bedragen gepind of is dat geprobeerd.

De rechtbank acht het kwalijk dat de verdachte en zijn mededader(s) bij het plegen van deze feiten doelbewust kwetsbare slachtoffers hebben uitgekozen. Dat de gevolgen voor de slachtoffers zeer ingrijpend zijn, blijkt uit hun verklaringen. De slachtoffers voelen zich aangetast in hun veiligheidsgevoel en hebben mede door toedoen van de verdachte sieraden met vaak grote emotionele waarde verloren. Dit zijn ernstige feiten, waarbij de verdachte

slechts oog had voor eigen financieel gewin.

Tevens heeft de verdachte zich op 19 september 2025 schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing aan een portiekwoning in Amsterdam. Hierdoor werden meerdere woningen en de betreffende portiek beschadigd. De bewoonster van de woning was op het moment van de explosie thuis en heeft de woning ondanks de brand kunnen verlaten. Het teweegbrengen van een explosie bij een woonhuis is een ernstig strafbaar feit, dat in de samenleving grote gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengt en een grote inbreuk op de rechtsorde maakt. De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij een dergelijk ernstig misdrijf heeft willen plegen, enkel voor financieel gewin.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 30 juli 2026 over de verdachte dat het recidiverisico hoog wordt ingeschat. De Raad acht forensische behandeling bij de Waag noodzakelijk, zoals ook door de Pro-Justitia-rapporteur wordt geadviseerd. Daarbij adviseert de Raad (blijvende) inzet van de jeugdreclassering, die toezicht houdt op het verloop, kan bijsturen indien nodig en de verdachte kan begeleiden richting zijn volwassenheid. Op basis van de bevinding uit het Pro-Justitia rapport, waaruit blijkt dat verdachte op een laag cognitief niveau functioneert, verzoekt de Raad om de casusregie te beleggen bij de William Schrikker Stichting. Dit omdat hun werkwijze beter aansluit bij de belevingswereld van verdachte, in tegenstelling tot de werkwijze die verdachte momenteel bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ontvangt. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met de bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het rapport.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 augustus 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De schorsing verloopt moeizaam. De verdachte gaat sinds 30 juni 2026 naar de dagbesteding. Volgens de coach van E25 is het hem nog geen enkele week gelukt om een volledige week (van drie dagdelen) naar de dagbesteding te komen. Op de dagen dat hij aanwezig is, is zijn gedrag en inzet wisselend. Op 6 augustus 2026 heeft de intake bij De Waag plaatsgevonden. De vervolgafspraak op 13 augustus2026 is niet doorgegaan. De medewerkers van De Waag stonden bij de verdachte aan de deur, hoorden muziek, maar de verdachte deed niet open. JBRR ziet een zeer kwetsbare jongen die op meerdere gebieden vastloopt en die door een gebrek aan zelfinzicht onvoldoende kan inzien of kan accepteren dat hij hulp nodig heeft, omdat hij

vindt dat hij het allemaal zelf moet kunnen. JBRR adviseert een onvoorwaardelijke detentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke detentie met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het rapport.

Orthopedagoog-generalist [zorgverlener] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 21 april 2026. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Gedragskundig gezien is het gedrag van betrokkene in de huidige ten laste gelegde feiten, indien bewezen, uiterst zorgelijk, omdat het wijst op ernstig normoverschrijdend gedrag. Gelet op deze feiten, in combinatie met het in het rapport beschreven beeld van betrokkene, kan het risico op recidive verminderd worden als er juist geïntervenieerd wordt middels intensieve begeleiding. Naast de vermindering van de kans op recidive vergroot dit de kans op een positieve ontwikkeling van betrokkene.

Op de zitting heeft de deskundige [vertegenwoordiger van de GI], werkzaam als jeugdreclasseringsmedewerker bij JBRR, het advies toegelicht en hij heeft verklaard dat de verdachte naar de dagbesteding ging, totdat de verdachte wegens de verdenking van het plegen van een nieuwe oplichting weer vast is komen te zitten. De verdachte toonde bij de dagbesteding wisselende inzet. Het is belangrijk dat de behandeling bij de Waag snel gaat starten. De Waag zal de verdachte drie keer per week intensieve behandeling bieden. De Waag kan niet van start gaan als de verdachte vast zit. De jeugdreclassering adviseert om de William Schrikker Stichting als reclassering aan te wijzen voor de verdachte, gezien de uitkomsten van het NIFP-onderzoek. Aan de verdachte zijn inmiddels bijna alle voorwaarden opgelegd die in het kader van een schorsing mogelijk zijn. Het is zorgelijk dat het de verdachte niet heeft geholpen om uit de problemen te blijven en zich positief te ontwikkelen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke jeugddetentie, langer dan het voorarrest, achterwege te laten. Gelet op het aantal en de ernst van de feiten en de impact die de bewezenverklaarde feiten op de slachtoffers hebben gehad ziet de rechtbank daarvoor geen ruimte. De verdachte zal daarom terug moeten naar de jeugdgevangenis, zoals ook is geëist door de officier van justitie. De rechtbank zal, gelet op de zorgen die er zijn rondom de verdachte, ook een deel voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De nader te noemen bijzondere voorwaarden dienen ter ondersteuning van de verdachte om structuur in zijn leven te behouden en mee te werken aan behandeling zodra hij niet meer gedetineerd is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Vordering benadeelde partij [benadeelde 1] inzake parketnummer 10-347247-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 1] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 9.350,- aan materiële schade en een bedrag van € 750,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van de oplichting en diefstal ten aanzien van [benadeelde 1] . Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 2] inzake parketnummer 10-347247-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 2] . De benadeelde partij heeft geen bedragen ingevuld op het schadevergoedingsformulier en enkel verwezen naar de bijlagen.

Standpunt verdediging

Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat nu er geen bedragen zijn

gevorderd er ook niets kan worden toegewezen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie verzoekt wel om middels toepassing van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor een bedrag van € 8.998,-.

Beoordeling

De rechtbank merkt op dat er geen bedrag is ingevuld op het schadevergoedingsformulier en ook is de benadeelde partij niet verschenen op zitting om de vordering verder toe te lichten.

De rechtbank acht om deze reden de vordering van de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 3] inzake parketnummer 10-347247-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 3] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 8.070,21,- aan materiële schade en een bedrag van € 1.071,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Zij stelt dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 sub b Burgerlijk Wetboek. Het doelgericht oplichten van kwetsbare ouderen is een ernstige normschending, die voor slachtoffers zeer nadelige gevolgen kan meebrengen. Naast gevoelens van onveiligheid (o.a. door betreden van de eigen woning), leidt het tot verlies van vertrouwen in de medemens. Ter onderbouwing is een verklaring van de huisarts overgelegd. Daarin staat beschreven wat de benadeelde is overkomen en wat het met haar heeft gedaan.

Standpunt verdediging

Voor wat betreft de materiële schade geldt allereerst dat de gevorderde reiskosten niet

in zijn geheel kunnen worden toegekend. Aangezien niet is onderbouwd wie ‘ [naam 1] ’ is en waarom zijn reiskosten ter vergoeding in aanmerking zouden komen, stelt de verdediging dat de gemaakte reiskosten van ‘ [naam 1] ’ niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Aangezien het bij ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ niet gaat om reiskosten van benadeelde zelf en het ook niet gaat om de reiskosten van een gezinslid voor het bezoeken van het slachtoffer in het ziekenhuis en bij tijdelijk verblijf in een revalidatiecentrum, komen de reiskosten van

‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ naar mening van de verdediging niet voor vergoeding in aanmerking.

De kosten voor het weggenomen geldbedrag kunnen worden toegekend. Wat betreft de gevorderde schade voor weggenomen goederen, geldt dat de vordering niet is onderbouwd door facturen. Wel zijn afbeeldingen van vergelijkbare goederen overgelegd met daarbij de aanschafwaarde. Deze bedragen worden ook gevorderd, maar voor de beoordeling van de schade dient te worden uitgegaan van de dagwaarde. De verdediging stelt zich op het standpunt dat ook de dagwaarde niet kan worden vastgesteld omdat niets bekend is over hoe oud de sieraden waren en in welke staat ze verkeerden.

Wat betreft de kosten voor de beveiligingscamera blijkt dat er een factuur is toegevoegd van 31 december 2024, terwijl het incident op 18 oktober 2025 heeft plaatsgevonden.

Ten aanzien van de immateriële schade merkt de verdediging op dat ter onderbouwing een verklaring van de huisarts is overgelegd. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering tot een bedrag van € 500,- kan worden toegekend.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de reiskosten, het weggenomen geld en de medische kosten voor toewijzing vatbaar zijn. De vordering ten aanzien van de sieraden is onvoldoende onderbouwd en het aanschaffen van de beveiligingscamera betreft geen rechtstreekse schade. Deze posten moeten niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten aanzien van de immateriële vordering acht de officier van justitie een vergoeding redelijk en billijk. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aan zien van de hoogte.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de vordering ten aanzien van de reiskosten, de beveiligingscamera en de sieraden gemotiveerd is betwist door de verdediging en onvoldoende weersproken door de benadeelde partij. De benadeelde partij wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Nu de vordering ten aanzien van het geldbedrag van € 4.950,- voldoende is gemotiveerd en niet is betwist door de verdediging is dit deel van de vordering voor toewijzing vatbaar. Dit geldt eveneens voor de aanschaf van de Valeriaan, van € 5,99.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2025.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

De benadeelde partij heeft ook immateriële schade gevorderd. Voor de beoordeling of sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, is het van belang dat degene die zich hierop beroept dit met concrete gegevens onderbouwt. Hiertoe is in beginsel onvoldoende dat sprake is van gevoelens van angst, schuld en wantrouwen. Ook als de aantasting in persoon op andere wijze onvoldoende wordt onderbouwd, kunnen aard en ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Hoewel niet is uitgesloten dat een vermogensdelict dermate ingrijpende gevolgen heeft dat zij grond kan bieden voor aannemen van aantasting in persoon, is er slechts bij bijzondere omstandigheden een uitzondering mogelijk. Een babbeltruc zonder geweld levert niet een dergelijke uitzondering op (HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1118). Dat geldt ook voor diefstal van sieraden met emotionele waarde als trouwringen (HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465 en HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1642). Dat de raadsvrouw niet alle vorderingen heeft betwist maakt dit niet anders, nu een vordering tot vergoeding van immateriële schade die geen rechtsgrond vindt in de wet niet kan worden toegewezen (HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465). De rechtbank zal vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag de vordering ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 4] en [benadeelde 5] inzake parketnummer 10-347247-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 4] en [benadeelde 5] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 8.538,97 aan materiële schade en een bedrag van € 750,- aan immateriële schade per persoon vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt verdediging

Ten aanzien van de gevorderde schade voor opgenomen geldbedragen ter hoogte van

€ 2.338,49 en € 1.550,48 stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze bedragen niet kunnen worden toegekend, aangezien niet is gebleken dat dit rechtstreeks door

de verdachte veroorzaakte schade is geweest. De verdachte wordt enkel vervolgd voor de oplichting en niet voor de diefstal met valse sleutel door gebruik te maken van de

passen en hiermee geld op te nemen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake is van rechtstreekse schade en dat de vordering voldoende is onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding komt voor toewijzing in aanmerking. Ten aanzien van de immateriële vordering acht de officier van justitie een vergoeding redelijk en billijk. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aan zien van de hoogte.

Beoordeling

De rechtbank zal de vordering ten aanzien van het gevorderde geldbedrag van € 2.338,49 en € 1.550,48 niet-ontvankelijk verklaren nu niet kan worden vastgesteld dat dit rechtstreeks door de verdachte veroorzaakte schade is geweest.

De benadeelde partij zal in de vordering ten aanzien van de sieraden niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte partieel wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde. Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

[benadeelde 4] en [benadeelde 5] hebben beide € 750,- aan immateriële schade gevorderd. De rechtbank zal de vorderingen niet-ontvankelijk verklaren, vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. Voor de onderbouwing verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen ten aanzien van de vordering tot immateriële schade van [benadeelde 3] .

Vordering benadeelde partij [benadeelde 6] inzake parketnummer 10-347247-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 6] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 40.000 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, aangezien de vordering onvoldoende is onderbouwd. Dit had gekund, bijvoorbeeld door het overleggen van pinbonnen of een belastingaangifte, maar dat is niet gebeurd. De verdachte heeft de hoogte van het bedrag betwist. Hoewel hij niet meer weet hoeveel hij heeft meegenomen, is dat geen € 40.000,- geweest.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake is van rechtstreekse schade en dat de vordering voldoende is onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding komt voor toewijzing in aanmerking.

Beoordeling

De benadeelde partij heeft een bedrag ter hoogte van € 40.000,- gevorderd en heeft schriftelijk en ter terechtzitting verklaard hoe hij aan een dergelijk bedrag is gekomen. Echter, de verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij gemotiveerd betwist. De rechtbank is van oordeel dat een nadere onderbouwing vereist is om tot een toewijzing van de vordering te kunnen komen. Een nadere behandeling van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafproces vormen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 7] inzake parketnummer 10-155963-26

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 7] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 645,30 aan materiële schade en € 750,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de gevorderde materiële bedragen. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, waardoor een aantasting in de persoon op andere wijze niet kan worden vastgesteld.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake is van rechtstreekse schade en dat de vordering voldoende is onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding komt voor toewijzing in aanmerking. Ten aanzien van de immateriële vordering acht de officier van justitie een vergoeding redelijk en billijk. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aan zien van de hoogte.

Beoordeling

Het staat vast dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Nu de vordering ten aanzien van het geldbedrag van € 645,30 voldoende is gemotiveerd en niet is betwist door de verdediging is dit deel van de vordering voor toewijzing vatbaar.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 november 2025.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde 7] heeft € 750,- aan immateriële schade gevorderd. De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren, vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. Voor de onderbouwing verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen ten aanzien van de vordering tot immateriële schade van K.M. Veenstra.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 8] inzake parketnummer 10-155963-26

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 8] . De benadeelde partij heeft op het schadevergoedingsformulier een bedrag van € 192 ingevuld aan materiele schade. In de bijlagen op het schadevergoedingsformulier zijn afbeeldingen van de gestolen sieraden opgenomen met een schatting van de waarde.

Standpunt verdediging

Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de benadeelde niet-ontvankelijk

verklaard dient te worden, in verband met het verzoek tot vrijspraak. Subsidiair is de verdediging ten aanzien van de weggenomen sieraden van oordeel dat dit niet kan worden toegewezen, omdat er geen bedrag is gevorderd in de vordering. Meer subsidiair worden bij sommige sieraden die zijn weggenomen prijzen genoemd en huidige waardes die volgens de juwelier op dit moment zouden gelden, maar dit is verder niet onderbouwd met bijvoorbeeld een verklaring van een juwelier. De vordering is derhalve onvoldoende onderbouwd op dit punt en kan niet worden toegekend. Ten aanzien van de gevorderde schade voor de telefoon ad € 192,- geldt eveneens dat de vordering op dit punt niet is onderbouwd. Er is geen aanschafbewijs of informatie wanneer de telefoon is gekocht en voor welk bedrag.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling

De rechtbank merkt op dat naast het bedrag van de telefoon, geen bedrag ten aanzien van de sieraden is ingevuld op het schadevergoedingsformulier. Ook is de benadeelde partij niet verschenen op de zitting om de vordering verder toe te lichten. De rechtbank acht om deze reden de vordering van de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Ook is de vordering ten aanzien van de telefoon van € 192,- niet onderbouwd. De benadeelde partij wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 9] inzake parketnummer 02-312151-25

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 9] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 20.000,- aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen. Er is reeds een bedrag van € 6.000,- vergoed door de verzekeraar.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat het schadebedrag ter hoogte van € 14.000 euro onvoldoende is onderbouwd en de benadeelde op dit punt aldus niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering hoogstens gematigd kan worden toegewezen, waarbij gekeken dient te worden naar de huidige waarde van het goud, minus het bedrag dat de verzekeraar reeds heeft uitgekeerd. Voor wat betreft de immateriële schade geldt dat een bedrag ter hoogte van € 5.000,- is gevorderd. De post is enkel onderbouwd door te vermelden dat sprake is van ‘angsten aan de diefstal overgehouden’. Nu de vordering verder niet is onderbouwd op dit punt, kan naar het oordeel van de verdediging niet worden vastgesteld dat sprake is van een

aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106: sub b BW. Van een dergelijke aantasting in persoon op andere wijze is immers niet per definitie sprake in zaken als de onderhavige.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt dat een bedrag van € 7.773,30 voor toewijzing in aanmerking komt. De waarde van het goud is immers € 13.773,30 en door de verzekering is al € 6.000,- uitgekeerd. Het overig gevorderde dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de immateriële vordering acht de officier van justitie een vergoeding redelijk en billijk. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aan zien van de hoogte.

Beoordeling

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van de materiele schade geldt dat dit gedeelte van de vordering onvoldoende is onderbouwd. Nader onderzoek naar dit deel van de vordering, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Deze vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft € 5.000,- aan immateriële schade gevorderd. De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren, vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. Voor de onderbouwing verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen ten aanzien van de vordering tot immateriële schade van [benadeelde 3] .

Vordering benadeelde partij [benadeelde 10] inzake parketnummer 13-051030-26

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde 10] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 64,41 aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake is van rechtstreekse schade en dat de vordering voldoende is onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding komt voor toewijzing in aanmerking.

Ten aanzien van de immateriële vordering acht de officier van justitie een vergoeding redelijk en billijk. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aan zien van de hoogte.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 10] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht bestaande uit het verliezen van een deel van de inboedel ter waarde van € 64,41 en dit deel van de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen.

Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 10] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het bewezenverklaarde strafbare feit heeft voor de benadeelde partij gelet op de aard van het misdrijf dermate ingrijpende gevolgen gehad dat zij grond biedt voor aannemen van aantasting in persoon. De vordering van de immateriële schade is ook niet betwist. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend, komt de vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering van € 2.500,- zal daarom worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 10] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 19 september 2025.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157, 311, 326, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 van Wet Wapens en Munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder parketnummers 10-347247-25 onder 2 ten aanzien van aangevers [aangever 1] en/of [aangever 2] en [aangever 8] , onder 1 ten aanzien van aangever [aangever 8] , 10-155963-26 onder 3 ten aanzien van aangever [aangever 3] , onder 1 ten aanzien van aangevers [aangever 13] en [aangever 3] ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummers 10-347247-25 onder 3 ten aanzien van aangevers [aangever 6] en [aangever 5] , onder 1 ten aanzien van aangevers [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en ten aanzien van de bankpas [aangever 1] en [aangever 2] , onder 2 ten aanzien van aangever [aangever 7] en onder 4 ten aanzien van aangevers [aangever 5] , [aangever 7] , [aangever 8] en [aangever 9] en onder 5 ten aanzien van aangevers [aangever 9] en 10-155963-26 onder 1 ten aanzien van aangevers [aangever 10] en [aangever 11] , onder 2 ten aanzien van aangevers [aangever 12] , [aangever 15] , [aangever 16] en [aangever 14] , onder 3 ten aanzien van de aangevers [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 11] en [aangever 15] en de onder 02-312151-25 en 13-051030-26 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 480 dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van school, stage en/of werk, daaronder begrepen dagbesteding vanuit E25 of een soortgelijke instelling voor zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

- meewerkt aan begeleiding en coaching van E25 of een soortgelijke instelling, waaronder begrepen een leer- of werktraject zoals geadviseerd door E25 voor zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

- meewerkt aan behandeling vanuit De Waag of een soortgelijke instelling voor zolang dejeugdreclassering dit nodig acht;

- meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle vrije tijdsbesteding in de vorm van sport of anderszins, een ander in overleg met de reclassering;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugd/reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugd/reclassering zo vaak en zolang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

ten aanzien van parketnummer 10-347247-25

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 4.955,99 (zegge: vierduizendnegenhonderdvijvenvijftig euro en negenennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] te betalen €4.955,99 (zegge: vierduizendnegenhonderdvijvenvijftig euro en negenennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 oktober 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 6], [benadeelde 4] en [benadeelde 5] , [benadeelde 2] en [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vorderingen slechts kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

ten aanzien van parketnummer 10-155963-26

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 7], te betalen een bedrag van € 645,30 (zegge: zeshonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 645,30 (zegge: zeshonderdvijfenveertig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

parketnummer 02-312151-25

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

parketnummer 13-051030-26

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 10], te betalen een bedrag van € 2.564,41 (zegge: tweeduizendvijfhonderdvierenzestig euro en éénenveertig eurocent), bestaande uit € 64,41 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.564,41 (zegge: tweeduizendvijfhonderdvierenzestig euro en éénenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. J.C.M. Persoon en P.A. Ellenbroek, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Ten aanzien van parketnummer 10-155963-26

1hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Eindhoven en/of Spijkenisse en/of Schiedamalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een diensten/of het ter beschikking stellen van gegevens,te weten:F. [slachtoffer 1] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van een bankpas en/of(bijbehorende) pincodeG. [slachtoffer 2] tot afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofgeldH. [slachtoffer 3] tot afgifte en/of ter beschikking stellen van een bankpas en/of(bijbehorende) pincode en/of geldI. [slachtoffer 4] tot afgifte en/of ter beschikking stellen van een bankpas en/of(bijbehorende) pincode en/of sieradendoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of- de onder F genoemde persoon mede te delen dat er geld van haar rekening wasgehaald en/of- de onder G genoemde persoon mede te delen dat zij op een lijst stond en/of dat ermogelijk mensen naar haar woning zouden komen en/of- de onder H genoemde persoon mede te delen dat er mensen werden opgelichten/of- de onder I genoemde persoon mede te delen dat er in de buurt waar voornoemdepersoon woonachtig is, was ingebroken en/of te zeggen dat bij een van de inbrekerseen briefje met het adres van voornoemde persoon was aangetroffen en/of- de onder G en/of H genoemde personen mede te delen dat zijn/haar/hun spullenmoesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of afgegeven voor deverzekering en/of verzekerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- foto's te maken van spullen van de onder G en/of I genoemde personen en/of- voornoemde goederen op te halen bij de woningen van voornoemde personen,waardoor voornoemde personen bewogen is/zijn tot bovenomschreven afgifteen/of het ter beschikking stellen van gegevens;

2hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Breda en/of Goesalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,in/uit een woning,D. een bankpas en/of telefoon (Samsung Galaxy A5) en/of geld en/of sieradentoebehorende aan [slachtoffer 5]E. sieraden toebehorende aan [slachtoffer 6]F. bankpassen en/of sieraden en/of een horloge en/of een telefoon toebehorendeaan [slachtoffer 7]G. bankpassen en/of sieraden en/of horloges en/of een telefoon toebehorende aan[slachtoffer 8]in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats vanhet misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen telkens onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van eenvalse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of dooreen samenweefsel van verdichtselsdoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of- de onder D en/of E en/of F en/of G genoemde personen mede te delen dat er in debuurt waar voornoemde personen woonachtig zijn, was ingebroken en/of te zeggendat bij een van de inbrekers een briefje met het adres van voornoemde personenwas aangetroffen en/of een lijst was aangetroffen met toekomstige slachtoffersen/of- de onder D en/of E en/of F en/of G genoemde personen mede te delen datzijn/haar/hun spullen moesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/ofgescand en/of gefotografeerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- de onder D en/of F en/of G genoemde personen een dienstnummer en/of codemede te delen en/of een pas te tonen ter legitimatie en/of- de onder G genoemde persoon te laten inloggen en/of handelingen te latenverrichten op/in haar online bankierenomgeving en/of- foto’s en/of video’s te maken van ramen en/of deuren en/of sieraden en/ofbankpassen en/of de online bankierenomgeving van de onder E en/of G genoemdepersonen en/of- zich te begeven naar de woningen van voornoemde personen;

3hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2025tot en met 17 december 2025te ’s-Gravenhage en/of Eindhoven en/of Goes en/of Vlaardingenalthans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,- geld (500 euro) toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of- geld (645,30 euro) toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of- geld (6950 euro) toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of- geld (500 euro) toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of- geld (500 euro) toebehorende aan [slachtoffer 4]in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,namelijk bankpassen en/of pincodes en/of inloggegevens toebehorende aan die[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigdwas/waren.

Ten aanzien van parketnummer 10-347247-25

1hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2025 tot enmet 18 december 2025te Goes en/of Gouda en/of Leeuwarden en/of Dordrecht en/of Barendrecht,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een diensten/of het ter beschikking stellen van gegevens,te weten:A. [slachtoffer 9] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofgeld en/of bankpassen en/of telefoon (Samsung A34) en/of pincodes en/oftoegangscodes behorende bij voornoemde bankpassen en/of telefoonB. [slachtoffer 10] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van geldC. [slachtoffer 11] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen vansieraden en/of horloges en/of bankpassen en/of bijbehorende pincodes en/ofinloggegevensD. [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] tot de afgifte en/of het ter beschikkingstellen van sieraden en/of horloges en/of een gouden speld en/of bankpassen en/ofgeldE. [slachtoffer 14] tot de afgifte en/of het ter beschikking stellen van sieraden en/ofhorloges en/of FNV-spelden en/of een bankpas en/of bijbehorende pincode,door- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of- de onder A en/of B en/of C genoemde personen mede te delen dat er in de buurtwaar voornoemde personen woonachtig zijn, was ingebroken en/of te zeggen datbij een van de inbrekers een briefje met het adres van voornoemde personen wasaangetroffen en/of- de onder D genoemde personen mede te delen dat er geld van zijn/haar/hunrekening was gehaald en/of- de onder E genoemde persoon mede te delen dat er personen waren aangehoudendie haar gegevens hadden en/of de wijkagent (vervolgens) wilde komen om tekijken of haar woning veilig was en/of- de onder A en/of B en/of C en/of E genoemde personen mede te delen datzijn/haar/hun spullen moesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of laterweer terug zouden worden gegeven en/of- de onder B genoemde persoon te vragen of hij geld in huis had en/of mede tedelen dat er een man aan de deur zou komen die dit geld zou fotograferen in eenpolitieauto en/of- de onder E genoemde persoon een pas ter legitimatie te tonen en/of- de onder C en/of E genoemde personen te laten inloggen en/of handelingen telaten verrichten op/in haar/hun online bankierenomgeving en/of- foto's te maken van ramen en/of deuren en/of de kluis van de onder E genoemdepersoon en/of (daarbij) mede te delen dat zij strafbaar was en/of gearresteerdzouden worden als zij de kluis niet opende en/of- voornoemde goederen op te halen bij de woningen van voornoemde personen,waardoor voornoemde personen bewogen is/zijn tot bovenomschreven afgifteen/of het ter beschikking stellen van gegevens;

2hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2025 toten met 12 november 2025te Vlaardingen en/of Dordrecht en/of Barendrecht,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,in/uit een woning,A. bankpassen en/of creditcards toebehorende aan [slachtoffer 15]B. sieraden en/of horloges en/of een gouden speld en/of bankpassen en/of geldtoebehorende aan [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13]C. sieraden en/of horloges en/of FNV-spelden en/of een bankpas en/ofbijbehorende pincode toebehorende aan [slachtoffer 14] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats vanhet misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen telkens onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van eenvalse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of dooreen samenweefsel van verdichtselsdoor- telefonisch contact met hen te zoeken en zich daarbij voor te doen als medewerkervan de politie en/of de bank en/of ICS en/of- de onder A genoemde persoon mede te delen dat zijn bankpas was gebruikt voorfraude en/of dat er een virus op het internetkastje zat en/of- de onder B genoemde personen mede te delen dat er geld van zijn/haar/hunrekening was gehaald en/of- de onder C genoemde persoon mede te delen dat er personen waren aangehoudendie haar gegevens hadden en/of de wijkagent (vervolgens) wilde komen om tekijken of haar woning veilig was en/of- de onder A en/of C genoemde personen mede te delen dat zijn/haar/hun spullenmoesten worden veiliggesteld en/of geregistreerd en/of gescand en/ofgefotografeerd en/of later weer terug zouden worden gegeven en/of- de onder A en/of C genoemde personen een dienstnummer mede te delen en/ofeen pas te tonen ter legitimatie en/of- de onder C genoemde persoon te laten inloggen en/of handelingen te latenverrichten op/in haar online bankierenomgeving en/of- foto's te maken van ramen en/of deuren en/of de kluis van de onder C genoemdepersoon en/of (daarbij) mede te delen dat zij strafbaar was en/of gearresteerdzouden worden als zij de kluis niet opende en/of- zich te begeven naar de woningen van voornoemde personen;

3hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 oktober 2025 tot enmet 18 oktober 2025te Goes en/of Leeuwarden,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,- geld (4.950 euro) toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of- geld (4.998 euro) toebehorende aan [slachtoffer 9] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereikheeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,namelijk bankpassen en/of pincodes en/of inloggegevens toebehorende aan die[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 9] ,tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijnmededader(s) niet gerechtigd was/waren;

4hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 18 oktober 2025 tot en met 9december 2025te Leeuwarden en/of Vlaardingen en/of Barendrecht en/of Rotterdam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf ommeermalen, althans eenmaal,- geld toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of- geld toebehorende aan [slachtoffer 15] en/of- geld toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of- geld toebehorende aan [slachtoffer 16] ,in elk geval een of meer goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zichde toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemengoed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valsesleutel,heeft getracht te pinnen met bankpassen en/of creditcards op naam van die[slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 11] en/of [aangever 8] en/of [slachtoffer 14] ,tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5hij op of omstreeks 18 december 2025 te Schiedam,een bankpas op naam van [slachtoffer 16] ,althans een goed,heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wistdat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Ten aanzien van parketnummer 02-312151-25

hij op of omstreeks 4 september 2025 te Roosendaal, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 17] , inelk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen sieraden onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het aannemen van een valse naamen/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door eensamenweefsel van verdichtsels, door- die [slachtoffer 17] te bellen en zich voor te doen als politieambtenaren,- tegen die [slachtoffer 17] te zeggen dat haar adres op een lijst stond van woningen om inte breken en/of dat haar sieraden veilig gesteld moesten worden door deze tefotograferen en/of dat daartoe een politieambtenaar langs zou komen bij die[slachtoffer 17] en/of- naar de woning van die [slachtoffer 17] te gaan en/of zich tegenover die [slachtoffer 17] voorte doen als [alias naam] en/of politieambtenaar- de woning van die [slachtoffer 17] te betreden en/of- met die sieraden die woning te verlaten.

Ten aanzien van parketnummer 13-051030-26

1hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht op/bij/ter hoogte van een woning,gelegen aan de [adres 2] immers heeft/hebben verdachte en/of een of meervan zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een geïmproviseerde explosieveconstructie, bestaande uit in ieder geval een of meer stuk(s) Cobra 6, in elk gevalenig explosief materiaal, in/op/tegen/nabij voornoemde woning geplaatst en/ofontstoken en/of tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan gemeen gevaar voorvoornoemde woning en/of in de nabijheid gelegen pand(en) en/of auto's, in elkgeval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor personen die zich ophet moment van de ontploffing in de woning en/of naastgelegen woning(en) en/ofnabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zouplaatsvinden bevonden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van deontploffing in de woning en/of naastgelegen woning(en) en/of nabijheid en/of de(naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvindenbevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ofanderen te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

[medeverdachte] en/of een onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 19september 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenigingmet een ander/anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweegheeft/hebben gebracht op/bij/ter hoogte van een woning, gelegen aan de[adres 2] immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijnmededader(s) toen aldaar opzettelijk een geïmproviseerde explosieve constructie,bestaande uit in ieder geval een of meer stuk(s) Cobra 6, in elk geval enig explosiefmateriaal, in/op/tegen/nabij voornoemde woning geplaatst en/of ontstoken en/oftot ontploffing gebracht terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woningen/of in de nabijheid gelegen pand(en) en/of auto's, in elk geval gemeen gevaarvoor goederen en/of levensgevaar voor personen die zich op het moment van deontploffing in de woning en/of naastgelegen woning(en) en/of nabijheid en/of de(naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvindenbevonden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voorzwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing inde woning en/of naastgelegen woning(en) en/of nabijheid en/of de (naastgelegen)omgeving van de plek waar de ontploffing zou plaatsvinden bevonden, in elk gevalgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

welke strafbare feiten hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 18 september2025 tot en met 19 september 2025 te Amsterdam en/of te Arnhem tezamen en invereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermaals opzettelijk, heeftuitgelokt door giften en/of beloften en/of middelen en/of inlichtingen, door het aanmedeverdachte(n) en/of andere mededaders geven of in het vooruitzicht stellen vaneen geldbedrag en/of een financiële vergoeding;

2hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk en wederrechtelijk de woning/het pand gelegen aan de [adres 2]tot en met 203, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, teweten aan [woningcorporatie] , in elk geval aan een ander toebehoordeheeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

3hij op of omstreeks 19 september 2025 te Amsterdam en/of te Arnhem, in elk gevalin Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eenexplosief/explosieve constructie, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen vanpersonen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand