ECLI:NL:RBROT:2026:12684

ECLI:NL:RBROT:2026:12684

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-06-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 10/252031-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor medeplegen van poging en bedreiging zware mishandeling, medeplegen opzettelijk een ontploffing teweegbrengen. Oplegging deels voorwaardelijke jeugddetentie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/252031-25

Datum uitspraak: 23 juni 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] te [plaats] ,

raadsvrouw mr. K. Kuster, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 9 juni 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde poging doodslag en het onder 2 ten laste gelegde teweeg brengen van een ontploffing waarbij levensgevaar voor een ander te duchten is, wettig en overtuigend te bewijzen. De verdachte heeft door midden in de nacht twee cobra’s door de brievenbus van een woning te gooien de aanmerkelijke kans aanvaard dat er dodelijk letsel dan wel levensgevaar voor de slachtoffers kon optreden.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het dossier ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde onvoldoende aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat een aanmerkelijke kans op de dood van dan wel levensgevaar voor de aangevers aanwezig is geweest. De verdachte wordt dan ook partieel vrijgesproken van de ten laste gelegde poging tot doodslag (feit 1 impliciet primair) en het teweeg brengen van een ontploffing waarbij levensgevaar voor een ander te duchten was (feit 2).

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 impliciet subsidiair, onder 2 (voor zover het gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel betreft) en onder 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank acht eveneens bewezen dat de verdachte de feiten samen met de medeverdachte heeft gepleegd. Dit wordt ter zitting door de verdachte bevestigd. Dat de medeverdachte niet is veroordeeld voor het medeplegen, doet daar – anders dan de raadsvrouw bepleit – niets aan af.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2]van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- een of meerdere stuks cobra 6, althans explosieven en/of een brandbare substantie, heeft aangestoken en/of door de brievenbus van een woning aan de [adres 2] heeft gegooid, waarna deze tot ontploffing is/zijn gebracht/gekomen in/tegen voornoemde woning, terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] werden geraakt door de ontploffing, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een explosie ontploffing teweeg heeft gebracht te veroorzaken door één of meerdere explosieven en/of één of meerdere stuks cobra 6 vuurwerk, althans een brandbare substantie, aan te steken en/of door de brievenbus van een woning te gooien en/of in/tegen deze woning aan de [adres 2] , tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezige goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten personen in de woning en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen panden, te duchten was;

3.hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door een explosie te veroorzaken in de woning van voornoemde slachtoffers, door één of meerdere explosieven en/of één of meerdere stuks cobra 6 vuurwerk, althans een brandbare substantie, aan te steken en/of door de brievenbus van een woning te gooien en/of deze in/tegen deze woning aan de [adres 2] , tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

de eendaadse samenloop van:

feit 1

medeplegen van poging zware mishandeling

feit 2

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

en

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is

feit 3

medeplegen van bedreiging met zware mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder het de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft toen hij vijftien jaar was, samen met de medeverdachte een ontploffing teweeggebracht in een woning aan de [straatnaam] in Rotterdam door een brandende cobra 6 door de brievenbus te gooien. De verdachte en de medeverdachte zijn daarna samen op een scooter gevlucht. Bij de uitvoering is sprake geweest van een vergissing, omdat de verdachte de explosie heeft veroorzaakt in een andere woning dan die van het beoogd

slachtoffer, waarmee de verdachte en de medeverdachte ruzie zouden hebben. De bewoners van de woning aan de [straatnaam] waren thuis en hebben in de gang gestaan tijdens de ontploffing. De ontploffing heeft (blijvend) letsel bij de slachtoffers veroorzaakt en heeft schade toegebracht aan de woning. Daarnaast heeft de ontploffing een grote psychische impact gehad op de slachtoffers, zoals volgt uit de op de zitting voorgelezen slachtofferverklaringen. Het teweegbrengen van een explosie bij een woonhuis is een ernstig strafbaar feit dat voor de slachtoffers, maar ook in de samenleving, grote gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengt en een grote inbreuk op de rechtsorde maakt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 5 juni 2026 over de verdachte dat het algemeen recidive risico uitkomt op laag, maar het dynamisch risicoprofiel op hoog. De verdachte loopt sinds november 2025 in een schorsing en ondanks de inzet van een jongerencoach, de jeugdreclassering en MST, stelt de verdachte zich zelfbepalend op. Hij vindt het moeilijk om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen handelen. Het afgelopen jaar heeft zich gekenmerkt door veel verzuim, een slechte werkhouding en lage cijfers. De verdachte heeft op dit moment, na het verliezen van zijn bijbaan, geen zinvolle vrije tijdsbesteding meer hetgeen van negatieve invloed is op de recidivekans. De Raad heeft de indruk dat er vanuit huis weinig zicht is op wat de verdachte doet en met wie. Het is positief dat de verdachte sinds de schorsing niet meer in contact is gekomen met politie en justitie. Ook heeft de verdachte zich zelf gemeld bij de politie ten aanzien van het onderhavige delict. De Raad adviseert om de verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, met bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het rapport.

Op de zitting heeft de deskundige [vertegenwoordiger van de GI] werkzaam als jeugdreclasseringsmedewerker bij de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering verklaard dat de verdachte veel verzuimt van school. De verdachte heeft zich wel keurig aan de andere voorwaarden gehouden. Het is van belang dat er duidelijke afspraken gemaakt worden voor het volgende schooljaar. Verdachte heeft de mogelijkheid gekregen om van MBO 1 naar MBO 2 te gaan, maar dit vraagt zijn inzet. De verdachte is zelfbepalend. Het gezin heeft meegewerkt aan MST, maar het blijft lastig voor moeder om alles te overzien. De hulpverlening is nodig als stok achter de deur. De jeugdreclassering is het eens met de geadviseerde bijzondere voorwaarden door de Raad.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straffen

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de straffen die daarvoor

doorgaans worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van

een jeugddetentie. Bij het bepalen van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank

gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Net als de verdediging en de officier van justitie, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat de verdachte een first offender is en dat hij zichzelf heeft gemeld bij de politie om openheid van zaken te geven. Ondanks alle hulpverlening die de afgelopen periode is ingezet, laat de verdachte nog steeds zelfbepalend gedrag zien en verzuimt hij van school. De rechtbank acht het daarom van belang dat aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. Anders dan door de officier van justitie is verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding om een locatieverbod op te leggen bij de woning van de slachtoffers. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vanwege de ernst van de feiten zal de rechtbank ook een onvoorwaardelijke werkstraf, opleggen. De rechtbank acht het van belang dat de verdachte de consequenties ervaart van zijn strafbare gedragingen.

Alles afwegend vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke werkstraf van 70 uur en een jeugddetentie voor de duur van 125 dagen met aftrek, waarvan 80 dagen voorwaardelijk

met een proeftijd van 2 jaar met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , bijgestaan door mr. M.A. Oosterveen. De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een bedrag van € 5.000.- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een bedrag van € 385,- aan materiële schade en een bedrag van € 30.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partijen verzoeken de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht beide vorderingen volledig voor hoofdelijke toewijzing vatbaar, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt om het immateriële gedeelte van beide vorderingen sterk te matigen, tot maximaal € 1.500,-. De verdediging verzoekt daarnaast ten aanzien van het lichamelijk letsel van [benadeelde 2] om het onderdeel van het oogletsel af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Ten aanzien van de gehoorschade verzoekt de verdediging om uit te gaan van lichte tinnitus, waarbij de Rotterdamse Schaal uit gaat van een schadevergoeding tussen de € 5.000,- en de € 8.500,-.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 2] door de bewezen verklaarde

strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht, bestaande uit het eigen risico

van de zorgverzekering van € 385,-. Dit deel van de vordering is genoegzaam onderbouwd

en niet betwist. Gelet hierop zal de vordering ten aanzien van de materiële schade worden

toegewezen.

Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 2] door de bewezen

verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft blijvende fysieke gevolgen overgehouden aan de explosie. Bij de benadeelde

partij is tinnitus en -in ieder geval tijdelijk- gehoorverlies vastgesteld. Ook is er sprake van oogletsel, waarbij levenslange controle aanbevolen is om potentiële blindheid te voorkomen. Daarnaast heeft de ontploffing psychische schade opgeleverd, mede omdat de benadeelde partij lange tijd heeft gepiekerd over wie de daders waren en zich niet veilig heeft gevoeld in zijn eigen huis. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de relevante categorieën van de Rotterdamse Schaal. Nu vaststaat dat de benadeelde partij in ieder geval tijdelijke gehoorschade en tinnitus heeft opgelopen, maar de aard en ernst van het laatstgenoemde letsel onduidelijk is gebleven, gaat de rechtbank uit van categorie 3.2. (d). onder VI: licht gehoorverlies en lichte tinnitus. Ten aanzien van het oogletsel zoekt de rechtbank, net als de verdediging, aansluiting bij categorie 3.1. (h): gering oogletsel. Op dit moment is er weliswaar geen letsel (meer), maar de levenslange controles en het gevaar van potentiële blindheid maken dat een schadevergoeding binnen de bandbreedte van deze categorie passend is. Tot slot heeft de rechtbank bij het bepalen van het schadebedrag rekening gehouden met de psychische schade die de benadeelde partij heeft opgelopen, ook los van de psychische schade die het gevolg is van deze letsels. De immateriële schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op €12.500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, en de benadeelde partij ten aanzien van het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 1] door de bewezen

verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de

ernst van de feiten brengen met zich mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon aannemelijk is. De bewezen verklaarde strafbare feiten hebben onder meer geleid tot angst, piekeren en een slechte nachtrust. De immateriële schade zal voor de benadeelde partij [benadeelde 1] op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op €2.500,-. Ook bij het bepalen van de hoogte van dit bedrag heeft de rechtbank de Rotterdamse Schaal als uitgangspunt genomen (categorie 19.3. (b)). De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van het overige deel van de vordering. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de

wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt

met wettelijke rente vanaf 20 augustus 2025.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157, 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 125 (honderd vijfentwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 80 (tachtig) dagen, niet ten uitvoer zal

worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet

naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet

naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet

zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

of hebben met de aangevers: [aangever 1] , geboren op [geboortedag 2] 1982 en [aangever 2] ,

geboren op [geboortedag 3] 1988;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven

genoemde bijzondere voorwaarden:

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de

jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten William Schrikker Stichting te Amsterdam opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de

verdachte daarin te begeleiden.

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 70 (zeventig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht,

vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij

eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 1] te betalen een bedrag van € 2.500,- (zegge: vijfentwintighonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de

verdachte aan de benadeelde partij zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] te betalen € 2.500,- (zegge: vijfentwintighonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 12.885,- (zegge: twaalfduizend achthonderd vijfentachtig euro), bestaande uit € 385,- aan materiële schade en € 12.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de

verdachte aan de benadeelde partij zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij P.L. Schenk gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] te betalen € 12.885,- (zegge: twaalfduizend achthonderd vijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. P.C. Tuinenburg en L.L.H. Roebroek, (kinder)rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - een of meerdere stuks cobra 6, althans explosieven en/of een brandbare substantie, heeft aangestoken en/of door de brievenbus van een woning aan de [adres 2] heeft gegooid, waarna deze tot ontploffing is/zijn gebracht/gekomen in/tegen voornoemde woning, terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werden geraakt door de ontploffing, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een explosie te veroorzaken door één of meerdere explosieven en/of één of meerdere stuks cobra 6 vuurwerk, althans een brandbare substantie, aan te steken en/of door de brievenbus van een woning te gooien en/of in/tegen deze woning aan de [adres 2] , tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezige goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten personen in de woning en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen panden, te duchten was;

3.hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door een explosie te veroorzaken in de woning van voornoemde slachtoffers, door één of meerdere explosieven en/of één of meerdere stuks cobra 6 vuurwerk, althans een brandbare substantie, aan te steken en/of door de brievenbus van een woning te gooien en/of in/tegen deze woning aan de [adres 2] , tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand