ECLI:NL:RBROT:2026:12848

ECLI:NL:RBROT:2026:12848

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer C/10/720194 / FA RK 26-4110
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Voorlopige voorziening ex 822 Rv. Uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing van de minderjarigen aan de vrouw. Rechtbank stelt zorgregeling en kinderbijdrage vast. Rechtbank verzoekt de raad onderzoek te doen naar de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en de zorgregeling en dit uit te breiden met een kinderbeschermingsonderzoek, door ernstige beschuldigingen die partijen over en weer naar elkaar doen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/720194 / FA RK 26-4110

Beschikking van 3 september 2026 over voorlopige voorzieningen

in de zaak van:

[naam moeder] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. S. Kara te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. A.K. Ramdas te Barendrecht.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 22 mei 2026;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met productie 1 tot en met 15 van de man, ingekomen op 24 augustus 2026;

het bericht met productie 16 tot en met 20 van de man, ingekomen op 25 augustus 2026;

het verweerschrift van de vrouw op het zelfstandig verzoek van de man, ingekomen op 27 augustus 2026.

Buiten de toegestane termijn zijn de volgende stukken overgelegd:

het bericht met productie 21 tot en met 29 van de man, ingekomen op 27 augustus 2026;

de producties 1 tot en met 7 bij het verweerschrift van de vrouw op het zelfstandig verzoek van de man, ingekomen op 27 augustus 2026;

de berichten met producties 8 tot en met 12 van de vrouw, ingekomen op 27 en 28 augustus 2026.

Van de zijde van de man is slechts één dag voor het verstrijken van de drie werkdagen termijn zoals opgenomen in het procesreglement een verweerschrift tevens zelfstandig verzoek ingediend, met hierbij gevoegd een 15-tal producties. De dag erna is – net binnen de termijn – nog een vijftal producties door de man ingediend. Gelet op de relevantie van de hierna namens beide partijen ingediende stukken en de aard van de procedure neemt de rechtbank deze stukken in aanmerking. De rechtbank zal deze stukken dan ook toevoegen aan het procesdossier.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .

De twee oudste minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2. De vaststaande feiten

Partijen zijn op [datum] met elkaar te Suriname gehuwd.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] ,

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats] .

De vrouw heeft inmiddels een verzoek tot echtscheiding gedaan, bekend onder zaak- en rekestnummer C/10/720197 / FA RK 26-4112.

3. De beoordeling

Woning

De vrouw verzoekt te bepalen dat zij met uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de man te bevelen die woning te verlaten en verder niet meer te betreden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aangegeven dat zij inmiddels een urgentie heeft gekregen zodat de man kan terugkeren naar de echtelijke woning in het geval het uitsluitend gebruik van de woning aan haar wordt toegewezen en zij op termijn een nieuwe woning toegewezen krijgt.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt te bepalen dat hij met uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel en de vrouw te bevelen die woning te verlaten en verder niet te betreden.

De vrouw stelt dat het niet langer meer verantwoord is dat partijen samen in de echtelijke woning blijven wonen, omdat de spanningen te hoog oplopen. De man laat zich negatief uit over de vrouw tegenover haar eigen familie, waardoor zij zich genoodzaakt ziet om afstand van hen te houden. De vrouw heeft geen alternatieve huisvesting en heeft daarom een zwaarwegender belang dan de man bij het uitsluitend gebruik van de woning. De man stelt daarentegen dat de vrouw inmiddels urgentie heeft aangevraagd en deze aan haar is toegekend. De vrouw heeft dan ook een concreet alternatief om elders te verblijven. In het geval de minderjarigen aan de man worden toevertrouwd, is het in hun belang dat zij samen met de man in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Bovendien betaalt de man de hypotheek en andere vaste lasten van de woning en beschikt hij over een auto voor het vervoer van de minderjarigen.

Gelet op de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is het de rechtbank duidelijk dat er een ordemaatregel moet komen. Er wordt gesproken over mishandeling vanuit de vrouw richting de minderjarigen en dwingende controle en/of isolatie vanuit de man richting de vrouw. Of hier daadwerkelijk sprake van is kan de rechtbank op nu niet vaststellen. Op dit moment is er wel zo veel spanning tussen partijen, waar ook de minderjarigen onder lijden, dat zij naar het oordeel van de rechtbank niet langer samen in de echtelijke woning kunnen verblijven.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw een zwaarwegender belang bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Namens de vrouw is naar voren gebracht dat zij niet kan verblijven bij haar familie. Volgens haar staan haar eigen familieleden aan de kant van de man. Dat haar familieleden niet aan haar kant staan blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de door de vrouw als productie 2 overgelegde WhatsAppberichten tussen haar en haar zus. Ook uit de verklaringen van de ouders en zus van de vrouw, die zijn overgelegd door de man als productie 10 tot en met 14, blijkt dat zij op dit moment geen goede band hebben met de vrouw. Het is voor de rechtbank dan ook aannemelijk dat de vrouw niet bij hen terecht kan als zij niet meer in de echtelijke woning kan verblijven. Het feit dat de vrouw urgentie toegekend heeft gekregen betekent helaas niet dat het waarschijnlijk is dat zij op korte termijn een eigen woning zal krijgen. Uit de door de vrouw als productie 4 overgelegde stukken is gebleken dat zij ondanks de urgentie alsnog op lage posities staat bij de woningen waarop zij reageert.

Alles afwegende zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen en dat van de man afwijzen.

Toevertrouwing van de minderjarigen

De vrouw verzoekt de minderjarigen aan haar toe te vertrouwen.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt primair de minderjarigen aan hem toe te vertrouwen. Subsidiair verzoekt de man een ruime regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vast te stellen, waarbij de minderjarigen iedere week van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school, alsmede de helft van alle schoolvakanties en feestdagen bij de man verblijven, waarbij partijen deze in onderling overleg verdelen en de vrouw de minderjarigen telkens met de voor hen noodzakelijke kleding, schoolspullen en overige benodigdheden aan de man meegeeft.

De vrouw stelt dat zij altijd de hoofdverzorgende ouder van de minderjarigen is geweest, zij altijd een goede band met elkaar hebben gehad en dat de man de minderjarigen dagelijks alleen laat met de vrouw. Ook aan het begin van het jaar zijn de minderjarigen 6 weken met de vrouw geweest, terwijl de man naar Suriname is gegaan. De vrouw stelt dat de man aan de hand van zijn ingediende producties allerlei beschuldigingen doet, maar dat hiermee geen volledige informatie wordt gegeven. Zo is door de man bijvoorbeeld niet de door de vrouw als productie 8 ingediende (meer recente) e-mail van Veilig Thuis van 26 mei 2026 ingediend. De vrouw is bang dat als de minderjarigen aan de man worden toevertrouwd, zij steeds verder wordt geïsoleerd en daarmee verwijderd wordt van de minderjarigen. Desgevraagd heeft de vrouw aangegeven dat zodra zij binnenkort meer gaat werken zij dit ook vanuit huis zal doen, zodat zij de kinderen zelf kan brengen naar en ophalen van school. Het is in het belang van de minderjarigen dat zij in overeenstemming met de feitelijke situatie aan de vrouw worden toevertrouwd. De man ontkent dat de vrouw de hoofdverzorgende ouder is van de minderjarigen. Hij stelt dat de ouders van de vrouw een grote rol hebben in de opvoeding en verzorging van de minderjarigen en dat hij zelf ook een actieve rol daarin vervult. Daarnaast is volgens hem de veiligheid van de minderjarigen bij de vrouw herhaaldelijk in het geding geweest. In het eindverslag van Enver zeggen de minderjarigen dat moeder hen mishandelt, structureel slaat en zij zelf heeft toegegeven dat zij de minderjarigen wel eens beetpakt of klappen geeft op hun handen. In het dossier van Veilig Thuis staat het gesprek met de oudste dochter van partijen die heeft verklaard dat zij regelmatig hard wordt beetgepakt, geslagen, getrokken aan haar haren en uitgescholden door de vrouw.

Onbegeleid contact en overnachtingen bij de vrouw zijn volgens de man dan ook niet verantwoord. De begeleiding dient plaats te vinden door een neutrale derde of een door de rechtbank aangewezen instantie.

De rechtbank kan, net als de raad, niet vaststellen dat de minderjarigen daadwerkelijk zijn mishandeld door de vrouw. De rechtbank kan wel constateren dat de verhouding tussen partijen erg gespannen is. Daarnaast baart het de rechtbank grote zorgen dat met name de oudste dochter belast wordt met volwassenproblematiek. Dit alles heeft een grote (negatieve) weerslag op alle minderjarigen. Hier hebben naar het oordeel van de rechtbank beide partijen een aandeel in. De rechtbank spreekt de hoop uit dat wanneer partijen niet meer in dezelfde woning wonen en zij veel minder contact met elkaar hebben, er voor de minderjarigen meer rust gaat komen. Voor de rechtbank is doorslaggevend de vrees – die ook de raad heeft uitgesproken – dat de vrouw nog verder op afstand van de minderjarigen komt, wanneer zij niet aan haar worden toevertrouwd. Daarnaast vindt de rechtbank het op dit moment het meest in het belang van de minderjarigen om in deze roerige tijd in hun vertrouwde omgeving te blijven en dat is in de echtelijke woning. Mede nu het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw zal toekomen en de kinderen ook regelmatig bij de man zullen zijn, zullen de minderjarigen aan haar worden toevertrouwd. De rechtbank merkt hierbij op dat zij heeft kennisgenomen van de contacten van de vrouw met Filomena en de overdracht c.q. verwijzing van de vrouw naar de Huiselijk Geweldspecialist van het wijkteam voor professionele ondersteuning. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de vrouw deze aangereikte hulpverlening met beide handen aangrijpt.

Zorgregeling

Aangezien de rechtbank het primaire verzoek van de man zal afwijzen, komt de rechtbank aan het subsidiaire verzoek toe.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw naar voren gebracht dat zij niet tegen het contact tussen de man en de minderjarigen is. Wel wil zij ook een weekend in de maand met de minderjarigen kunnen doorbrengen, omdat de scholen binnenkort weer starten en zij ook activiteiten met hen wil ondernemen. Tegen de doordeweekse overnachting en de vaststelling van de vakantieverdeling zoals door de man is verzocht, heeft de vrouw geen verweer gevoerd.

De rechtbank zal de doordeweekse overnachting en de vakantieverdeling zoals door de man is verzocht, toewijzen. Ten aanzien van de weekendregeling acht de rechtbank het in het belang van de minderjarigen dat zij ook een weekend met de vrouw kunnen doorbrengen. De rechtbank zal de weekendregeling vaststellen zoals in de beslissing is opgenomen.

Voor het overige deel van het verzoek van de man ontbreekt een wettelijke grondslag, zodat de rechtbank dit zal afwijzen.

Raadsonderzoek

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd een raadsonderzoek uitgebreid naar een kinderbeschermingsonderzoek te gelasten. Gelet op onder meer de ernstige beschuldigingen en het wantrouwen over en weer acht de rechtbank het in het kader van de door de vrouw al gestarte echtscheidingsprocedure te nemen beslissingen noodzakelijk dat de raad voor de kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht nu al onderzoek doet ten aanzien van:

- de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen

- de (definitieve) regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken,

en de rechtbank daarover tegen de datum van de mondelinge behandeling in de echtscheidingsprocedure (zaak-/rekestnummer: C/10/720197 / FA RK 26-4112) van advies dient. Daarnaast acht de rechtbank het ook noodzakelijk dat dit onderzoek wordt uitgebreid met een kinderbeschermingsonderzoek gezien de geuite zorgen over de situatie van partijen en de veiligheid van de minderjarigen. De rechtbank zal dit aan de raad verzoeken.

Onderhoudsbijdragen

De vrouw verzoekt – na wijziging – te bepalen dat de man moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen met een bedrag van € 187,- per maand per kind, net als dat de man moet bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud met een bedrag van € 1.000,- per maand, met ingang van 22 mei 2026.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt de verzoeken van de vrouw af te wijzen en indien de minderjarigen aan hem worden toevertrouwd een door te vrouw aan de man te betalen kinderbijdrage vast te stellen.

Partnerbijdrage

De vrouw heeft het verzoek ten aanzien van de door de man te betalen partnerbijdrage ingetrokken. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.

Kinderbijdrage

De ingangsdatum

Tussen partijen is in geschil met ingang van welke datum de kinderbijdrage moet worden vastgesteld. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst over dit geschilpunt een beslissing nemen.

Uit artikel 822 lid 2 Rv volgt dat de datum van de beschikking het uitgangspunt is als ingangsdatum van de voorlopige voorzieningen, maar dat de rechter ook een eerder of later ingangsdatum kan vaststellen. Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt. Daarom zal de rechtbank de datum van deze beschikking als ingangsdatum vaststellen.

De behoefte

De rechtbank zal eerst het eigen aandeel van partijen in de kosten van de minderjarigen (hierna: de behoefte van de minderjarigen) bepalen aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen op het moment van het feitelijk uiteengaan van partijen, te verhogen met het kindgebonden budget. Partijen hebben tot september 2026 in gezinsverband samengeleefd, zodat uitgegaan zal worden van de inkomensgegevens over het jaar 2026.

Ten aanzien van het inkomen van de man berust de vrouw zich erin dat in deze voorlopige voorzieningenprocedure slechts met het salaris van de man wordt gerekend. In de bodemprocedure zal de man meer inzage moeten geven in zijn inkomen, met bijvoorbeeld jaarstukken en de aangiftes en aanslagen vennootschaps- en inkomstenbelasting. De rechtbank bepaalt dan ook (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het netto besteedbaar inkomen van de man over het jaar 2026 op € 3.490,- per maand, waarbij rekening is gehouden met de volgende gegevens (op basis van de meest recente salarisspecificaties):

- basisloon € 4.750,- per maand

- vakantiegeld 8% op jaarbasis

Geen rekening is gehouden met de bijtelling vanwege een auto van de zaak.

De volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:

- de algemene heffingskorting;

- de arbeidskorting.

De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het netto besteedbaar inkomen van de vrouw over het jaar 2026 op € 2.654,- per maand, waarbij rekening is gehouden met de volgende gegevens (op basis van de meest recente salarisspecificaties):

- basisloon € 2.145,94 per maand (gemiddelde over juni 2026 t/m augustus 2026)

- omkleedtoelage € 73,33 per maand

- ORT € 191,56 per maand (gemiddelde over juni 2026 t/m augustus 2026)

- vakantiegeld 8% op jaarbasis

- eindejaarsuitkering € 224,37 per maand (gemiddelde over juni 2026 t/m augustus 2026)

- pensioen/NP € 143,27 per maand

- premie AOP € 2,83 per maand

De volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:

- de algemene heffingskorting;

- de arbeidskorting;

- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

De rechtbank becijfert het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen aldus op

€ 6.144,- per maand. Rekening houdend met het kindgebonden budget dat partijen ontvingen ad € 516,- per maand wordt uitgekomen op (afgerond) een totaalbedrag van € 6.660,- per maand.

Hiervoor genoemd netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen, levert op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, die is opgenomen als bijlage bij het rapport, een bedrag op van € 1.978,- per maand.

Draagkrachtberekening

Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte van de minderjarigen tussen de ouders moet worden verdeeld. Dit gebeurt naar rato van hun beider draagkracht.

Hiertoe moet eerst het huidige netto besteedbaar inkomen (NBI) van partijen vastgesteld worden.

Gezien de ingangsdatum van de vaststelling van de bijdrage wordt gerekend met de tarieven 2026-2.

Voor het huidige NBI van de man verwijst de rechtbank naar rechtsoverweging 3.4.6., waaruit een NBI blijkt van € 3.490,- per maand.

De draagkracht van de man wordt, omdat het NBI hoger is dan € 2.200,-, vastgesteld aan de hand van de volgende formule: 70% x [NBI – (0,3xNBI + 1.365)] en bedraagt € 755,- per maand.

Voor het huidige NBI van de vrouw verwijst de rechtbank naar rechtsoverweging 3.4.7., waaruit een NBI blijkt van € 2.654,- per maand.

Rekening houdend met het kindgebonden budget van € 1.131,- per maand, waar de vrouw gelet op haar inkomen recht op heeft, komt het NBI van de vrouw neer op € 3.785,- per maand.

De draagkracht van de vrouw wordt, omdat het NBI hoger is dan € 2.200,-, vastgesteld aan de hand van de volgende formule: 70% x [NBI – (0,3xNBI + 1.365)] en bedraagt € 899,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

Omdat de gezamenlijke draagkracht van partijen lager is dan de behoefte van de minderjarigen kan een draagkrachtvergelijking achterwege blijven. De bijdrage van de man is beperkt tot zijn draagkracht.

Zorgkorting

De man stelt aanspraak te kunnen maken op toepassing van een zorgkorting van 35%. De vrouw voert verweer.

Gezien de nu vast te stellen zorgregeling gaat de rechtbank ervan uit dat de man gemiddeld drie dagen per week de zorg heeft voor de minderjarigen. Hierbij hoort een zorgkorting van 35%.

Omdat de behoefte van de minderjarigen € 1.978,- per maand bedraagt, beloopt de zorgkorting een bedrag van € 692,- per maand.

Omdat de draagkracht van beide ouders tezamen onvoldoende is om volledig in de behoefte van de minderjarigen te voorzien, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. Dit geschiedt als volgt:

Het tekort bedraagt € 324,-, zodat de helft daarvan is € 162,-.

Laatstgenoemd bedrag wordt afgetrokken van de zorgkorting: dit was € 692,-, zodat resteert € 692 - € 162 = € 530.

Dit restant komt in mindering op de eerder berekende bijdrage: € 755 - € 530 = € 225.

De aan de man op te leggen bijdrage wordt dus € 225,- per maand.

Conclusie

Gezien het voorgaande is een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen van € 56,- per maand per kind in overeenstemming met de wettelijke maatstaven.

Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw met ingang van deze beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] ;

beveelt de man met ingang van deze beschikking de echtelijke woning te verlaten en verbiedt de man deze verder te betreden;

bepaalt dat de minderjarigen aan de vrouw worden toevertrouwd;

bepaalt dat de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:

- de minderjarigen verblijven in een cyclus van vier weken het tweede, derde en vierde weekend van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school en iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school, alsmede de helft van alle schoolvakanties en feestdagen bij de man, waarbij partijen deze in onderling overleg verdelen;

verzoekt de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, om onderzoek te doen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en de (definitieve) regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en dit uit te breiden naar een kinderbeschermingsonderzoek, en de rechtbank daarover tegen de datum van de mondelinge behandeling in de echtscheidingsprocedure (zaak-/rekestnummer: C/10/720197 / FA RK 26-4112) van advies te dienen;

bepaalt het bedrag dat de man met ingang van de datum van deze beschikking aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen op € 56,- per maand per kind bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Wesdorp, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. C.A. Sedoc, griffier, op 3 september 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A. Sedoc

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand