ECLI:NL:RBROT:2026:12892

ECLI:NL:RBROT:2026:12892

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer ROT 25/7623
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Weigering subsidieaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid. Het beroep van eiser is daarom gegrond. De rechtbank ziet echter aanleiding de afwijzing van de subsidieaanvraag in stand te laten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] [zaak eiser] , uit [woonplaats] , eiser

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/7623

(gemachtigden: mr. N. Idrissi en mr. M. Khallouk),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag van 12 juli 2024 om subsidie voor een bedrag van € 35.000,- voor het ‘ [programma] ’.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid. Het beroep van eiser is daarom gegrond. De rechtbank ziet echter aanleiding de afwijzing van de subsidieaanvraag in stand te laten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het primaire besluit van 4 juni 2025 heeft het college eisers subsidieaanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van eiser en de gemachtigde van het college, samen met [persoon A] en [persoon B]

Beoordeling door de rechtbank

Met de Subsidieregeling Couleur locale Rotterdam 2024 (de Subsidieregeling) heeft het college een subsidieregeling vastgesteld die bijdraagt aan het realiseren van de doelen van het beleidsplan Heel de Stad, zoals vastgesteld op 28 januari 2021. De doelstellingen van dit beleidsplan zijn het inzetten dan wel bijdragen aan (collectieve) preventie, het voorkomen van problematiek, het vereenvoudigen (stabiliseren) van problematiek, het vergroten van de zelfredzaamheid, samenredzaamheid, het activeren/laten participeren of het wegnemen van achterstanden.

[zaak eiser] is de eenmanszaak van eiser. [zaak eiser] is gericht op zorg en coaching. Het ‘ [programma] ’ is een project van [zaak eiser] . Het programma is ontworpen om het cultuuraanbod voor jongeren in Rotterdam te vergroten en hen bij te staan in de zelfontplooiing en -ontwikkeling. Het project richt zich op jongeren van diverse achtergronden en streeft ernaar hen te betrekken bij verschillende culturele en artistieke activiteiten. Het project heeft als doel het welzijn van de jongeren te verbeteren, hun talenten te ontwikkelen en de inclusiviteit in de stad te bevorderen.

Op 12 juli 2024 heeft eiser subsidie aangevraagd voor een bedrag van € 35.000,- voor het ‘ [programma] ’ over de periode van 31 januari 2025 tot en met 13 december 2025. Op de aanvraag is vermeld dat het gaat om een programma voor jongeren met betrekking tot talentontwikkeling en het organiseren van workshops en evenementen in de wijk [locatie 1] .

4. Het college heeft de subsidieaanvraag afgewezen, omdat onvoldoende wordt samengewerkt met het wijknetwerk en omdat de aanvraag geen beschrijving geeft van hoe en met welke wijkpartners wordt samengewerkt.

5. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn subsidieaanvraag en voert aan dat aan de voorwaarden voor subsidieverlening is voldaan. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid omdat niet alle door eiseres overgelegde stukken (volledig) in de beoordeling zijn betrokken en eiser niet om toelichting op bepaalde stukken is gevraagd.

Onzorgvuldige totstandkoming van het bestreden besluit

6. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen. Het college heeft bij verschillende ketenpartners telefonisch navraag gedaan naar eisers zichtbaarheid in de wijk. De bevindingen die hieruit naar voren zijn gekomen, heeft het college aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd, zonder eiser een deugdelijke gelegenheid te geven hierop te reageren. Ook in beroep heeft het college deze informatie niet beschikbaar gesteld, terwijl ter zitting is bevestigd dat van de gesprekken en de beoordeling hiervan verslagen zijn opgesteld. De vermelding in het bestreden besluit met welke personen en/of organisaties is gesproken, geeft eiser te weinig mogelijkheden om te reageren en te weinig inzicht in wat het college ten grondslag legt aan het bestreden besluit. Het beroep is daarom gegrond.

De weigering eiser subsidie te verlenen

7. De rechtbank beoordeelt vervolgens het standpunt van het college zoals ter zitting ingenomen. Het college stelt dat het rechtsgevolg van het bestreden besluit – dat betekent de afwijzing van eisers subsidieaanvraag – in stand kan blijven, ook als de informatie die bij derden is opgevraagd, buiten beschouwing blijft.

Bij deze beoordeling staat vast dat eiser als persoon en zijn onderneming [zaak eiser] zichtbaar en (zeer) bekend zijn in de wijk. Het college werpt eiser dan ook niet tegen dat hij de problematiek en talenten van wijkbewoners niet kent (dit is een van de voorwaarden voor subsidieverlening). Eiser wordt verweten dat onvoldoende sprake is van samenwerking met het wijknetwerk.

De artikelen 4 en 9 van de Subsidieregeling maken duidelijk waar (de aanvraag) aan moet voldoen om voor subsidieverlening in aanmerking te komen.

In artikel 4 van de Subsidieregeling staat, voor zover nu belangrijk, dat subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan een organisatie die (...) samenwerkt met het wijknetwerk (...).

In artikel 9, tweede lid onder 4, van de Subsidieregeling staat dat bij de aanvraag voor subsidie een plan moet worden meegezonden met daarin ten minste een beschrijving van hoe en met welke wijkpartners wordt samengewerkt.

Zoals het college terecht vermeldt in het bestreden besluit zijn het [programma] een het eindverslag DEP 2024 (apart of samen) geen plan als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder 4 van de Subsidieregeling, dat beschrijft hoe en met welke wijkpartners wordt samengewerkt.

Ook als de rechtbank voorbijgaat aan de vorm van de beschrijving en de tekst zelf beoordeelt, geldt het volgende. Het Jaarprogramma benoemt samenwerking met sponsors en partners ( [partner A] , [partner B] , [partner C] , Gemeente Rotterdam en [partner D] ), maar beschrijft niet hoe wordt samengewerkt, bijvoorbeeld welke projecten in welke regelmaat samen worden uitgevoerd en wie welke rol daarin heeft. De bijgevoegde flyers zijn onvoldoende om als beschrijving te dienen en informatie zoals jaartallen 2022 en 2023 geeft teveel twijfel over de relevantie van meerdere flyers. Het eindverslag DEP 2024 beschrijft de gang van zaken in 2024, terwijl de aanvraag betrekking heeft op de periode 31 januari 2025 tot en met 13 december 2025. Onduidelijk is daardoor hoe relevant dit verslag is. Die onduidelijkheid neemt eiser niet weg in zijn bezwaarschrift. Afgezien daarvan vermeldt het eindverslag dat in 2024 een evenement plaatsvond in samenwerking met [partner A] , [partner B] , [zaak eiser] en [partner D] . Het benoemen van één evenement (verondersteld dat vermelding in het verslag over 2024 betekent dat dit in 2025 weer plaatsvindt), is niet de vereiste beschrijving van hoe en met welke wijkpartners wordt samengewerkt. Het vermeldt ook niet wie welke rol op zich neemt.

Uit artikel 4:2, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), volgt dat eiser als aanvrager van de subsidie de gegevens en stukken waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen die belangrijk zijn voor de beslissing over de subsidie (zoals een plan dat artikel 9, tweede lid onder 4, van de Subsidieregeling vereist), aan het college moest geven. Anders dan eiser stelt, rustte op het college geen plicht om nader onderzoek te doen bij eiser. De rechtbank hoeft de zaak dus ook niet terug te verwijzen naar de bezwaarfase voor het alsnog doen van onderzoek door het college. Dit staat daarom niet in de weg aan het in stand laten van de rechtsgevolgen.

Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de nadere onderbouwing die eiser heeft verstrekt op 30 augustus 2026, buiten de termijn is verstrekt die geldt op grond van artikel 10 van de Subsidieregeling.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond, omdat de het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. Dit is in strijd met artikel 3.2. van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op in stand blijven.

9. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiser het door hem betaalde griffierecht moet vergoeden. Het college moet ook de proceskosten van eiser vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand