Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-147125-25, 10-002155-25 en 10-006031-25
Datum uitspraak: 22 september 2026
Datum zitting: 8 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 op [geboorteland],
preventief gedetineerd in [naam PI].
Advocaat van de verdachte: mr. S.R. Heerenveen
Officier van justitie: mr. W.D. van den Berg
Slachtoffer: [slachtoffer]
Advocaat van het slachtoffer: mr. F.J.M. Hamers
1. Tenlastelegging
De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van poging tot doodslag en twee winkeldiefstallen. De volledige tenlastelegging houdt in dat:
10-147125-25
hij op of omstreeks 13 mei 2025 te Vlaardingen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes in de arm en/of de borst heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
10-002155-25
hij op/in of omstreeks 3 januari 2025 te Schiedam, een of meer winkelgoederen (te weten Fristi, Lu Tuc, Spa Reine en/of Pringles), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Shell, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
10-006031-25
hij op of omstreeks 7 januari 2025 te Vlaardingen, een pak melk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Boon's Markt, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de poging tot doodslag, dan wel zware mishandeling. De verdediging heeft zich ten aanzien van de winkeldiefstallen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
10-147125-25
hij op 13 mei 2025 te Vlaardingen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven die [slachtoffer] met een mes in de arm en de borst heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
10-002155-25
hij op 3 januari 2025 te Schiedam, Fristi, Lu Tuc, Spa Reine en Pringles, die aan Shell toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
10-006031-25
hij op 7 januari 2025 te Vlaardingen, een pak melk, dat aan Boon's Markt toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Bewijsmiddelen en bewijsoverweging
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en, ten aanzien van de poging tot doodslag, onderstaande bewijsoverweging.
10-147125-25
1. Eigen waarneming van de rechtbank
Op de camerabeelden van 13 mei 2025 van de Aldi in Vlaardingen (bestand [bestand], vanaf minuut 04:49) is te zien dat de verdachte naar de caissière toeloopt en haar vasthoudt. De verdachte heeft een puntig voorwerp vast in zijn rechterhand en steekt hiermee met een grote zwaai en zeer grote snelheid en kracht in de richting van het bovenlichaam van de caissière.
2. Verklaring van de verdachte
Ik was op 13 mei 2025 in de Aldi in Vlaardingen.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]Op 13 mei 2025 was ik aan het werk achter de kassa in de Aldi in Vlaardingen. Ik zag dat de man een mes in zijn handen vasthad. De man heeft mij gestoken in mijn rechterarm.
4. Schriftelijk stuk, FARR-rapportage d.d. 23 juni 2025
De arts heeft op 13 mei 2025 bij [slachtoffer] een verwonding rechts aan de buitenzijde van de borstkas en een dubbele verwonding aan de binnenzijde van de rechterbovenarm geconstateerd.
Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte het slachtoffer heeft vastgehouden en met zeer grote kracht en snelheid met een mes in de richting van het bovenlichaam van het slachtoffer heeft gestoken, een plek waar zich meerdere vitale organen bevinden. De rechtbank is van oordeel dat er, door zo te handelen, een aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer zou komen te overlijden en dat de verdachte deze kans bewust op de koop heeft toegenomen.
10-002155-25
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam]Op 3 januari 2025 was ik werkzaam bij de Shell in Schiedam. Ik zag dat een man allemaal dingen in de zakken van zijn jas stopte. De man liep richting de uitgang van het tankstation zonder de goederen ter betaling aan te bieden. Ik zag dat de man via de deur naar buiten wilde lopen nadat hij de spullen in zijn jaszak had gedaan. Ik heb hem toen tegengehouden. De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: 2 pakjes met crackertjes van het merk Tuc, 1 flesje Fristi, 1 flesje sap, 1 fles Spa Blauw en 1 bus met chips van het merk Pringles.
2. Proces-verbaal van de politie
Op 3 januari 2025 kwamen wij ter plaatse bij de Shell in Schiedam. De verdachte bleek te zijn [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1982 op [geboorteland].
3. Proces-verbaal van de politieIk bekeek de camerabeelden die afkomstig zijn van de Shell in Schiedam. Ik zag dat de man een grote fles met water en nog twee kleine flessen met drinken pakte. Ik zag dat hij richting een ander schap liep en ondertussen één van de kleinere flessen met drinken in zijn linker jaszak stopte. Ik zag dat hij terwijl hij de grote fles met water in zijn linkerhand vasthield, twee producten met een gele verpakking pakte uit het schap. Ik zag dat hij bukte en nog een bus met chips pakte. Ik kan de conclusie trekken dat de man op de camerabeelden op geen enkel moment naar de kassa toe is gelopen en heeft afgerekend.
10-006031-25
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeverOp 7 januari 2025 was ik werkzaam bij de Boon’s Markt in Vlaardingen. Ik zag dat een man een pak melk uit het schap pakte en wegliep richting de kassa. Ik zag dat hij langs de kassa wilde lopen zonder af te rekenen.
2. Proces-verbaal van de politieOp 7 januari 2025 kwamen wij ter plaatse bij de Boon’s Markt in Vlaardingen. De verdachte bleek te zijn [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1982 op [geboorteland].
3. Proces-verbaal van de politieIk bekeek de camerabeelden die afkomstig zijn van de Boon’s Markt in Vlaardingen. Ik zie dat de persoon een pak melk uit het schrap pakt. Ik zie vervolgens de eerder genoemde persoon vanuit de winkel voorbij de kassa lopen. Ik zie dat hij het pak melk nog steeds in zijn rechterhand vasthoudt.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-147125-25:
poging tot doodslag
10-002155-25:
diefstal
10-006031-25:
diefstal
Strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is opgenomen geweest in het Pieter Baan Centrum en daar onderzocht. Uit het rapport van de psychiater en de psycholoog van het Pieter Baan Centrum van 2 maart 2026 volgt dat de onderzoekers schizofrenie vaststellen bij de verdachte. In het rapport staat dat er zeker vanaf augustus 2024 diverse aanwijzingen zijn voor toenemende achterdocht bij de verdachte, met name voor benadelings- en vergiftigingswanen, die hem steeds meer hinderden in zijn functioneren en zijn boosheid voedden. De onderzoekers zijn van oordeel dat de vastgestelde schizofrenie ook aanwezig was ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de poging tot doodslag op 13 mei 2025 concluderen de onderzoekers dat, ondanks het ontbreken van een sluitend delictscenario, op grond van de ernst van de symptomen van de verdachte in de beschreven periode, het slechte functioneren en de agitatie die de verdachte diverse keren had laten zien op grond van zijn achterdochtige wanen, alsook op grond van de ernst van de symptomen en de agressie die zichtbaar waren na zijn aanhouding, de kans zeer klein is dat de schizofrenie van de verdachte niet tenminste in aanzienlijke mate zijn vrije wil heeft bepaald. Dit leidt tot het advies om de verdachte het hem ten laste gelegde van 13 mei 2025 tenminste in sterk verminderde mate toe te rekenen, al is niet uit te sluiten dat zijn motivatie volledig voortvloeide uit de vastgestelde stoornis. In dat geval zou het advies zijn hem de feiten in het geheel niet toe te rekenen. Ten aanzien van de twee winkeldiefstallen op 3 en 7 januari 2025 komen de onderzoekers, hoewel ook hier een sluitend delictscenario ontbreekt, niet tot een ander advies ten aanzien van de toerekening: de schizofrenie zal in aanzienlijke mate zijn vrije wil bepaald hebben en geadviseerd wordt hem deze feiten eveneens tenminste in sterk verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank is op basis van het rapport van het Pieter Baan Centrum alsmede op basis van het handelen van de verdachte op 13 mei 2025 (te weten het uit het niets insteken op een willekeurige caissière in de supermarkt) en hetgeen de verdachte over de reden van dat handelen ter zitting heeft verklaard van oordeel dat de feiten in het geheel niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank ziet op basis van het rapport van het Pieter Baan Centrum geen aanleiding om onderscheid te maken tussen het feit op 13 mei 2025 en de feiten op 3 en 7 januari wat betreft de mate van toerekening. Dat betekent dat de verdachte voor alle feiten niet strafbaar is en dat hij daarvoor zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
4. Maatregel
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de poging tot doodslag dient de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging te worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht geen TBS met dwangverpleging op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft, terwijl hij een flesje water aan het afrekenen was in de supermarkt, uit het niets de caissière van achter vastgepakt en met een mes op haar bovenlichaam ingestoken. De caissière kon geen kant op omdat de verdachte haar vasthad en de uitgang blokkeerde. De verdachte liet de caissière pas los toen de verdachte een voorwerp naar zijn hoofd gegooid kreeg. Dit is een zeer ernstig feit. Met zijn handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, in de eerste plaats bij het slachtoffer, maar ook bij alle omstanders in de supermarkt. Uit de spreekrechtverklaring is gebleken dat dit alles een grote impact heeft (gehad) op het leven van het slachtoffer. Daarnaast heeft de verdachte twee winkeldiefstallen gepleegd.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
- Strafblad
Uit het strafblad van 28 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder in Nederland onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte is wel op Curaçao in 2010 veroordeeld voor doodslag tot een gevangenisstraf van 12 jaar.
- Rapport Pieter Baan Centrum en aanvullende brief
Zoals uiteengezet in hoofdstuk 3, volgt uit het rapport van de psychiater en de psycholoog van het Pieter Baan Centrum van 2 maart 2026 dat bij de verdachte schizofrenie is vastgesteld en dat deze stoornis ook aanwezig was ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De onderzoekers concluderen dat er een hoog risico bestaat op een nieuw en ernstig feit als de verdachte uit zorg is en een matig risico op agressie in zorg of in detentie. De onderzoekers achten een behandeling het best te realiseren in het kader van TBS met dwangverpleging. Bij het ontbreken van instemming van de verdachte met essentiële aspecten van behandeling is TBS met voorwaarden volgens de deskundigen niet uitvoerbaar. Een ander voorwaardelijk kader geeft het risico dat de verdachte helemaal niet of volstrekt onvoldoende wordt behandeld. Het kader van een zorgmachtiging biedt onvoldoende garanties dat een langdurige opname van betrokkene op het als noodzakelijk ingeschatte beveiligingsniveau gerealiseerd kan worden.
De deskundigen van het Pieter Baan Centrum hebben bij brief van 23 juni 2026 naar aanleiding van vragen van de verdediging nader toegelicht waarom zij menen dat TBS met voorwaarden geen optie is voor de verdachte. In deze brief schrijven zij dat de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum niet de indruk hadden dat de verdachte zou instemmen met vrijwillige inname van medicatie en (duurzaam) zou instemmen met voorwaarden betreffende (ten minste) behandeling. Het zou daarbij zeer de vraag zijn of de verdachte zich aan de hem gestelde voorwaarden zou kunnen houden, juist op grond van zijn psychische conditie en het gebrek aan ziektebesef en -inzicht. Daarmee zagen de onderzoekers geen enkele basis voor TBS met voorwaarden, ook niet in combinatie met een zorgmachtiging.
- Rapport Reclassering Nederland
Uit het rapport van de Reclassering Nederland van 24 april 2026 volgt dat de reclassering negatief adviseert over TBS met voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met voorwaarden de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
- Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is een 43-jarige man die sinds enkele jaren in Nederland verblijft. Voordat de verdachte kwam vast te zitten, is hij zijn woning kwijtgeraakt en had hij geen vaste baan.
Oplegging maatregel
- TBS met dwangverpleging
De rechtbank oordeelt dat de verdachte ter beschikking moet worden gesteld en dat hij onder dwang moet worden verpleegd. Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk schizofrenie. Daarnaast is de bewezenverklaarde poging tot doodslag een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Gelet op de aard en ernst van het feit en het gevaar voor herhaling eist de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en onder dwang wordt verpleegd. Het misdrijf waarvoor de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom kan de terbeschikkingstelling langer duren dan vier jaar. Anders dan de verdediging, ziet de rechtbank op basis van de adviezen van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum en de reclassering geen alternatieven voor TBS met dwangverpleging.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze maatregel is gebaseerd op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 287 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte alle feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor alle feiten niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor alle feiten van alle rechtsvervolging;
Maatregel
TBS-maatregel
beveelt dat de verdachte voor het feit onder parketnummer 10-147125-25 ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 september 2026.